De moeizame relatie tussen bobby en burger

Wat leert een vergelijking van de verschillende werkwijzen van de Europese politiekorpsen? "Wijk- bewoners moeten het optreden proportioneel vinden."

Wat is er in Londen gebeurd in de drie dagen tussen de dood van Marc Duggan en het begin van de volkswoede afgelopen maandag? Die informatie is cruciaal voor de verklaring van de rellen en het optreden van de politie, zegt Edward van der Torre, lector Gebiedsgebonden Politie aan de Politieacademie in Apeldoorn.

"Er is een incident geweest - Duggan werd doodgeschoten - maar wat is er daarna gebeurd? De politie moet zich bij zo'n schietincident onmiddellijk afvragen of het gevolgen kan hebben in de buurt. Dat incident was de lont in het kruitvat - een flitspunt noemen we dat in het onderzoeksveld. Het lijkt erop dat na dat Londense flitspunt de politie de onvrede van buurt en nabestaanden heeft aangewakkerd. Het is opmerkelijk dat de rellen pas na drie dagen zijn begonnen. In die dagen ervoor heeft het daar in de wijk gebroeid. Waarschijnlijk is de geruchtenmachine gaan draaien en werd voor veel mensen het negatieve beeld van de politie bevestigd, of zelfs versterkt. De vraag is of de politie dat doorhad", zegt Van der Torre.

"Wat ik me daarbij afvraag is of er geen tips bij de politie zijn binnengekomen. Een telefoontje uit de buurt zou genoeg moeten zijn om eens te onderzoeken of er onvrede is bij de burgers na het incident. We kunnen concluderen dat de politie de woede niet heeft kunnen beteugelen. Het lijkt erop dat de politie iets heeft gemist."

Als voorbeeld van hoe het anders kan, roept Van der Torre 14 oktober 2007 in Amsterdam-West in herinnering. "Bilal B. werd op het politiebureau doodgeschoten en nog dezelfde avond werden de voorlieden van de verschillende Marokkaanse organisaties, jongerenwerkers en welzijnslieden uitgenodigd voor een briefing. Daarna zijn er weliswaar alsnog rellen in Slotervaart uitgebroken, maar die zijn niet overgeslagen naar andere wijken. En de politie kreeg hulp, de meeste wijkbewoners steunden de politie. Daarbij waren ze ook meteen de extra ogen en oren in de wijk, waardoor de politie op de hoogte was van wat daar speelde."

In de Londense achterstandswijken spelen - net als in de Nederlandse krachtwijken - verschillende sociale problemen, schetst Van der Torre. "Armoede, hoge jeugdwerkloosheid en gesloten buurtcentra spelen ook daar een rol. De wijkbewoners nemen dat de overheid kwalijk. Maar wat in dit geval ook van belang is, is dat ze ook de politie verwijten maken. Dat wordt versterkt als er al een paar politiecontroles of aanhoudingen zijn geweest die volgens de bewoners te betwisten zijn. Laat staan als ze het gevoel hebben dat de politie disproportioneel optreedt. De politie is daarbij dus niet hun beste vriend. In het verleden, bij eerdere ongeregeldheden, bleken in Engeland ook de 'gewone' wijkbewoners woedend en steunden ze tijdelijk de rellen. Op dat moment heeft de politie echt een probleem, al neemt de steun van gewone burgers uit achterstandswijken voor ongeregeldheden vaak snel af. Dan willen ze rust."

Londen heeft een roemruchte historie met rellen, veel meer dan steden in Nederland. Bekend zijn de opstanden in de negentiende eeuw om het stemrecht. Maar de rellen die echt van betekenis zijn, waren van na de Tweede Wereldoorlog. Die onlusten hadden vaak met racisme te maken, zoals die in Notting Hill (1958), Brixton (1981) en op het Broadwater Farm Estate (1985). De dood van de zwarte jongere Stephen Lawrence (1993) veroorzaakte daarna hevige protesten. Veel van die onlusten richtten zich tegen de politie. "Daaruit blijkt dat de Londense politie een moeilijke relatie heeft met de burgers. Een jongerenwerker in een Londense achterstandswijk zou het niet in zijn hoofd halen om na een incident naar het politiebureau te gaan, zoals in Slotervaart. De mensen zouden hem als een verrader kunnen zien en dan is hij zijn positie kwijt."

Maar meteen concluderen dat de kloof tussen de politie en de burger in Engeland veel groter is dan in Nederland, weigert onderzoeker Van der Torre. "Daar heb je juist de ongewapende bobby die op straat rondloopt en er is voor de burgers. In Groot-Brittannië geniet de politie gemiddeld genomen misschien zelfs meer respect. Londen kampt wel al een tijd met verstoorde relaties. Ik ben benieuwd wat het onderzoek in Engeland oplevert omtrent het overslaan van de rellen naar andere steden."

In Frankrijk speelt volgens Van der Torre een ander probleem tussen de politie en de burgers. "Daar heerst de mythe dat de banlieues deel uitmaken van de Franse samenleving, maar die wordt stukje bij beetje doorgeprikt na ongeregeldheden, zoals in 2005 en 2006. Behalve tijdens controles of acties is de politie in de Franse achterstandswijken vrijwel onzichtbaar. En als de politie dan komt, gaat dat gepaard met veel machtsvertoon, alsof het een militaire operatie betreft. Daarmee krijgt de politie niet het gewenste gezag, maar boezemt het optreden juist angst, onvrede en woede in. De Franse politie wordt dan de vijand, alsof het oorlog is. Daar komt ook nog bij dat de politie discriminatie of zelfs racisme wordt verweten. Dat gebeurt overigens ook in Londen. Zoals in 1993 na het incident waarbij de zwarte tiener Stephen Lawrence door een politiekogel omkwam."

Londen heeft daarbij nog een ander probleem, zegt Van der Torre. "Daar heb je veel verschil tussen rijk en arm. De politiemensen behoren zelf tot de lagere middenklasse. Voor hun is het lastig om zich een stijl aan te meten die past bij de rijken en ook bij de armen.

Bovendien is het aantal 'normlozen' in Groot-Brittannië, zeg maar de asociale multiproblematische gezinnen, groter dan in Nederland. Daardoor heeft de politieman veel minder snel gevoel en begrip voor de mensen en hun situaties. Dat is in Nederland anders. Het leven van een politieman in Rotterdam staat bijvoorbeeld dichter bij het leven van de bewoner van een achterstandswijk. De verschillen zijn in Nederland kleiner."

Van der Torre vat samen: "Wat de politie dus niet moet hebben, is dat de burgers de stijl van optreden niet passend vinden. Vergelijk de Londense backstreets en de Parijse banlieues waar mensen klagen over de politie omdat die te grof is. De wijkbewoners moeten het optreden proportioneel vinden. Kortom: begrip hebben voor wat de politie doet. Het contact tussen politie en de burgers, niet te vergeten op de juiste toon, is belangrijk.

"Maar om dat voor elkaar te krijgen moeten de politie en overheid hun beste mensen inzetten in achterstandswijken, ook in Nederland."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden