De moed om te vechten voor de vrijheid is nog steeds een inspiratiebron

Beeld anp

Trouw-hoofdredacteur Cees van der Laan sprak vandaag in Nieuwspoort ter herdenking van hen die in de bezettingstijd het leven lieten voor de vrijheid van meningsuiting. Hij is uitgenodigd vanwege het 75-jarig jubileum van Trouw. Hieronder is zijn toespraak te lezen.

Geachte aanwezigen,

Met Dirk Speelman liep ik onlangs, op een ijskoude, regenachtige ochtend, over de Eerebegraafplaats Bloemendaal in Overveen. Hij wees me de plek aan waar Wim Speelman ligt begraven, één van de oprichters van dagblad Trouw en wijlen zijn oom. Hij wees me de plek waar de gebroeders Johannes en Marinus Post liggen. Twee grote namen uit het gereformeerde gewapende verzet. Wat wellicht minder bekend is, is dat zij met de opbrengsten van overvallen op distributiekantoren en gemeentehuizen in Zuid-Holland en Brabant de illegale verzetskrant Trouw financierden.

Dirk Speelman, voorzitter van de Eerebegraafplaats, liet me zien waar de leden van de Parool-groep begraven liggen, mensen van De Waarheid. Kranten die tijdens de oorlog om ideologische verschillende redenen werden opgericht tegen de Duitse bezetter, maar wel een gezamenlijk doel voor ogen hadden, een bevrijd Nederland. Ze betaalden daarvoor met hun leven.

Cees van der Laan Beeld Maartje Geels

En daarom zijn wij hier bij elkaar, om die mensen vandaag te gedenken. Helden in onze ogen, maar zo zullen zij er destijds nooit zo over gedacht hebben.

Politicoloog Peter Bootsma meldt in zijn boek 'Trouw – 75 jaar tegen de stroom in' dat tijdens de oorlog rond de 130 mensen zijn omgekomen voor het maken en verspreiden van Trouw. Van wie er 23 op één dag bij kamp Vught werden gefusilleerd, later ook wel de '23 van Trouw' genoemd. Terugkijkend nog steeds een ongelooflijk groot offer, een hoge prijs, voor het maken van een krant. Bij alle festiviteiten begin dit jaar in het kader van het 75-jarig jubileum keerde steeds dat aantal terug. 130 mensen, jonge studenten, vaders, drukkers, verspreiders.

Verdriet

Het verdriet bij de nabestaanden is twee generaties later nog steeds voelbaar, merkte ik. Bij de jubileumviering in onze drukkerij stelden familieleden zich voor als nabestaanden van mensen die als gevolg van hun werk voor Trouw tijdens de oorlog waren omgekomen. Met een zekere trots over het verzetswerk van hun omgekomen neef, vader of oom, maar ook met verdriet over de prijs die daarvoor werd betaald. Overlevenden, vrouwen, onder wie mijn moeder, vertelden hoe ze tijdens de oorlog verborgen onder hun kleding, in fietstassen en kinderwagens kranten wegbrachten. Dat ging vaak goed, maar soms ook niet. Het zijn angstige herinneringen, van mensen die het zelf hebben meegemaakt of hebben doorverteld aan de volgende generaties.

Tijdens alle voorbereidingen voor het jubileum keerde steeds dat verleden weer terug. De diep gevoelde motivatie om een krant te beginnen, vanuit geloof in God, in het geval van Trouw, of overtuiging in een ideologie, in het geval van Het Parool en De Waarheid of een combinatie van geloof en ideologie, in het geval van Vrij Nederland, of een partijongebonden krant als Je Maintiendrai.

De angst die er leefde om gepakt te worden of verraden, de prijs die daarvoor betaald werd, onder alle makers en verspreiders van verzetskranten. Op de Eerebegraafplaats liggen ze. Niet allemaal, maar ze liggen er, samen met andere verzetsmensen. De strijd om het vrije woord ging samen met het gewapende verzet.

Rechten

Ik ben zelf een kind van de jaren zestig en zeventig. In mijn beleving groeide ik op een tijd van oneindige vrede en harmonie. Oorlog was ver weg. Wat we leerden was kritisch zijn op onze democratische instituties. Je kon debatteren, demonstreren of staken om je recht te halen. We hadden vooral rechten, heel veel rechten, in mijn herinnering. Over oorlogen - dat gold ook voor de Tweede Wereldoorlog – maakte je ruzie met je vader als hij dat voor de zoveelste keer aan de orde stelde, of als je iets verkeerd zei tijdens dodenherdenking. Want die dodenherdenkingen waren altijd momenten van stress en spanning voor mijn vader, en dat begreep ik nooit zo goed.

Daarom was voor mij de schok zo groot toen op de Balkan in de jaren negentig de vlam in de pan sloeg, zo’n 1500 kilometer hier vandaan. Een paar keer heb ik stukjes van die oorlog als verslaggever meegemaakt en wat mij vooral is bijgebleven is de totale ontreddering onder de bevolking. Er was angst, pure doodsangst, bij mensen daar ter plekke, maar ook bij mijzelf. Sluipschutters, ontploffende granaten of helemaal niets, stilte. Gewonden en doden.

Dat was mijn kennismaking met oorlog en verderf. Een totale schok, die nog regelmatig echoënd doorklinkt in mijn herinneringen. Het kan dus toch, ook hier in Europa.

Die oorlog culmineerde in de genocide op de moslims van Srebrenica in de dagen rond 11 juli 1995 toen de door Nederlandse VN-militairen beschermde enclave in de handen van de Serviërs viel. Ik was toen in de buurt van Tuzla en zag de Bosnische moslim-soldaten volkomen uitgeput en met rood doorlopen, angstige ogen uit de bossen komen, na dagen strijd met de Serviërs. Zij overleefden het, maar 8000 mannen en jongens niet. Ik heb de oorlog leren kennen en was tegelijkertijd blij dat ik niet in hun schoenen stond.

Ik schaamde me daarvoor, die opluchting bij mijzelf. En die stress van mijn vader tijdens dodenherdenkingen, begreep ik nu ineens wel.

Moedig

In dit perspectief heb ik me proberen te verplaatsen in de mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog Trouw oprichtten. Diep gelovige mensen, hervormd of gereformeerd, bereid zich te verzetten tegen de Duitse overheersing. Waarschijnlijk ook bang voor de Duitse terreur, maar desondanks vooral moedig.

Op 30 januari 1943 werd Trouw opgericht, ten huize van Gezina van der Molen in Aerdenhout, waar zij met haar vriendin Mies Nolte woonde. Aanwezig waren de net uit gevangenschap vrijgelaten Jan Schouten, leider van de Anti-Revolutionaire Partij, de journalist Elbert van Ruller en Siewert Bruins Slot, die twee jaar eerder opgestapt was als burgemeester van Adorp uit protest tegen de Duitse bezetter. Gezina van der Molen en de toen niet aanwezige Wim Speelman waren eerder betrokken bij de illegale verzetskrant Vrij Nederland van H.M. van Randwijk. Vanwege de in hun ogen te linkse koers van Vrij Nederland besloten zij te vertrekken. Zij wilden een meer behoudende, christelijke koers.

Je kunt met de kennis van nu én achteraf, oordelen over waarom ze zo nodig een eigen blad moesten oprichten, zoals dat ook met de gereformeerde vrijmaking van ds K. Schilder in 1944 het geval was. Je kunt naar mijn idee hun overwegingen alleen beschouwen in het licht van de verzuilde verhoudingen van voor de oorlog, die ook in de oorlog een grote rol bleven spelen. Al stond Wim Speelman vooral een algemene christelijke krant voor ogen en niet een partijgebonden krant, wat Trouw door toedoen van Schouten en Bruins Slot uiteindelijk na de oorlog wel werd.

Het besluit een eigen gereformeerde krant op te richten was ook moedig, omdat in gereformeerde, vooral orthodoxe, kringen verzet tegen de Duitse overheersing bepaald geen uitgemaakte zaak was. Buitengewoon pijnlijk zelfs was dat mannenbroeders als professor H.H. Kuyper, zoon van Abraham Kuyper, en theologen als professor Den Hartogh en tal van andere gereformeerde voorlieden, indachtig Romeinen 13, meenden dat het nazi-bewind van Seyss-Inquart de wettige overheid was die over hen was aangesteld en dus gehoorzaamd moest worden. De hoofdredactie van de Standaard, nog opgericht door Abraham Kuyper zelf, die toen onder leiding stond van oud-premier Hendrik Colijn, stelde dat de bezettende macht 'als wettige overheid moet worden aanvaard. Dat is strikt antirevolutionair', aldus de krant. Trouw-redacteur Ben van Kaam tekende dit op, in een inleiding op de memoires van Bruins Slot.

Van Kaam stelt dat professor V.H. Rutgers, niet geheel toevallig de schoonvader van Bruins Slot, jurist, minister namens de ARP, hoogleraar en rector van de VU, uiteindelijk 'ongehoorzaamheid aan de bezetter legaliseerde' door een artikel te publiceren in het Nederlands Juristenblad van nota bene november 1941. In grote lijnen kwam het erop neer dat de wettige regering in Londen zat en gevolgd moest worden. Rutgers zou helaas de oorlog niet overleven.

De vraag wie de wettige overheid was, vocht Wim Speelman ten huize uit met zijn vader, een dominee. De zoon Speelman, een diep gelovige sociaal betrokken twintiger, meende dat geweld en verzet geoorloofde middelen waren in de strijd tegen de Duitse bezetter en voor de geestelijke vrijheid zoals dat heette. Zijn vader vond aanvankelijk van niet. Dit principiële debat – over het volgen van de overheid – nam na de oorlog een andere wending, daarover later meer.

Oranje-bode

Dat de krant Trouw zou gaan heten was geen uitgemaakte zaak. De eerste uitgave verscheen onder de naam Oranje-bode, naar aanleiding van de geboorte van prinses Margriet op 19 januari 1943 in Canada. De tweede uitgave, van 18 februari 1943, heette al wel Trouw. Om de relatie met de Oranje-bode aan te geven, stond er op de voorpagina gewoonweg nummer 2 met een verwijzing naar de Oranje-bode. Schouten is waarschijnlijk de bedenker van de naam Trouw en dat werd pas na de oorlog opgetekend. "Het woord 'Trouw' gaf weer hoe we wilden handelen, wat er ook mocht komen. Tegenover God, onze vorstin en het vaderland", luidt een verslag, vermeld in de biografie over Trouw.

In het tweede nummer schreef Schouten dat Trouw betekende trouw aan het geloof, trouw aan de waarheid, trouw aan het vaderland, trouw aan de echt Nederlandse geest, aan de Nederlandse regering in Londen, aan de koningin, trouw aan de grondgedachten van de Nederlandse staat.

Ook 75 jaar later meen ik dat Trouw nog steeds in deze traditie staat. Wij ontlenen onze inspiratie aan oorspronkelijk christelijke waarden als solidariteit, rechtvaardigheid, gerechtigheid en rentmeesterschap. Ik vind vooral de gehechtheid aan de 'grondgedachten van de Nederlandse staat' van eminent belang. In de pre-ambule van het redactiestatuut is in 2009 opgenomen dat Trouw zich inzet om de parlementaire democratie te beschermen. Vorig jaar besloten we een tabblad op onze site 'democratie' te noemen in plaats van politiek, een klein maar wat mij betreft betekenisvol signaal. Democratie lijkt vanzelfsprekend, maar gezien de ontwikkelingen in de wereld, in Europa in het bijzonder, is democratie met haar constitutionele vrijheden niet vanzelfsprekend meer. Daarvoor gaat Trouw de barricaden op.

Van de verzetsbladen werd Trouw binnen de kortste keren de grootste krant. Dat had vooral te maken met het distributienetwerk dat onder leiding van Wim Speelman werd ingericht. Via de kerken, verenigingen, lokale drukkerijen, het stelen van papier bij de Landsdrukkerij, ontstond een fijnmazig distributienetwerk, waarbij honderden mensen waren betrokken. Een aardig detail vormde de zogeheten loodploeg, die bestond uit acht Indonesische studenten uit Leiden, 'de Amanoellahs' genoemd. Zij hadden zich getraind in gewichtheffen en smokkelden de loden zetsels per trein naar de drukkerijen.

Begin 1945 bereikte de krant, die ruwweg één keer per maand verscheen, zelfs in een oplage van 145.000 exemplaren. Er verschenen ook bulletins, daarvan werden er soms 350.000 per dag verspreid. Via het Trouw-fonds werden mensen in de onderduik, makers, verspreiders en drukkers in leven gehouden. Daarvan bedroegen de kosten 11.000 gulden per maand, dat werd opgebracht door giften, donateurs en zoals ik eerder zei uit buit bij overvallen. Opvallend was dat gelden die de Nederlandse regering aan de illegale pers ter beschikking stelde, niet hoefden te worden aanvaard. Een principe dat mijn waardering ten zeerste krijgt.

Invloed

De invloed van Trouw was zo groot dat de Duitse bezetter trachtte met een ultimatum de verspreiding van ‘dit ophitsende geschrift’, zoals de bezetter Trouw omschreef, te stoppen. Daar werd niet op ingegaan door Speelman en de top van Trouw, maar dat kostte de eerder genoemde 23 verspreiders en drukkers het leven. Deze dramatische beslissing heeft decennialang het leven beheerst van nabestaanden van degenen die toen het besluit namen niet in te gaan op het ultimatum. Trouw maakte in augustus 1944 de namen bekend onder de kop 'Trouw tot in den dood'. In deze uitgave staat onder de titel 'Het motief van ons werk' een verklaring, waar overigens niet over een ultimatum werd gerept. Die luidt: "In het nazificeringsproces dat onze jeugd aantast, dat onze kranten vermoordt, dat onze organisaties kapot slaat, dat al onze vrijheden vernietigt, bij de Grondwet gewaarborgd, zien we in de volle breedte het front voor ons. Het laat niemand onaangetast. Wij zijn allen frontsoldaat."

Kortom, in deze gerechtvaardigde strijd ter verdediging van de 'geestelijke vrijheid', kunnen slachtoffers vallen.

Wat pijnlijk is dat diezelfde doordachte op de Bijbel geïnspireerde motivatie enkele jaren later ter zijde werd geschoven als het ging om de onafhankelijkheid van Nederlands-Indië. Met een beroep op diezelfde Bijbel, Romeinen 13, werd nu door Bruins Slot en de zijnen gesteld dat de kolonie bij Nederland moest blijven en dat de Indonesische leiders de Nederlandse regering moesten blijven aanvaarden, 'door God over hen aangesteld'. Het is een pijnlijk periode in de geschiedenis van Trouw en de ARP, die ik niet onbenoemd wil laten. Bruins Slot was als hoofdredacteur en als ARP-Kamerlid er door geloofsgenoten, vooral door de gereformeerde zendingspredikant en hoogleraar Jo Verkuyl, herhaaldelijk op gewezen een verkeerde zienswijze aan te hangen. Dat heeft Bruins Slot uiteindelijk ook toegegeven.

De ommezwaai kwam bij de Nieuw-Guinea-kwestie, toen in 1961 Bruins Slot in de krant bepleitte dat de regering toenadering moest zoeken met Indonesië over de status van Nieuw-Guinea. Deze tamelijk onverhoedse standpuntwijziging kostte de krant 3000 abonnees en Bruins Slot zijn politieke carrière. Het betekende wel het begin van de losmaking van Trouw aan de ARP en Bruins Slot ervoer dat als hoofdredacteur ook als een bevrijding.

Inspiratiebron

De moed van de Trouw-mensen om te vechten voor de geestelijke vrijheid van het land vormt nog steeds een inspiratiebron om de wereld door dat venster te bezien. Dat bleek enige jaren later al, in 1965, toen de krant toen al tot de conclusie kwam dat de Amerikaanse regering in Vietnam een verloren strijd voerde. Later oordeelde de krant hard over de apartheid in Zuid-Afrika en het onrecht in Zuid-Amerikaanse landen. Dat leverde de krant een linkse reputatie op, maar ik denk dat de beginselen overgeleverd uit de oorlog daarin een grotere rol speelden. Tot de dag van vandaag.

Als krant koesteren wij de parlementaire democratie en daarvoor zullen wij ook, zoals gezegd, op de barricades gaan. Dat betekent niet dat we ons minder kritisch zullen opstellen naar de instituties die met elkaar het land vorm geven en scherp houden. Wel bekruipt ons in toenemende mate het besef hoe belangrijk die instituties zijn om de vrijheden van de burgers te blijven garanderen. Dat is het verschil wellicht toen ik opgroeide in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Die vanzelfsprekendheid van toen kan kwetsbaar zijn als politici bereid zijn hun tanden te zetten in die instituties die onze vrijheden garanderen.

Wij zijn hier om alle gevallenen te gedenken die gevochten hebben voor onze vrijheid, in woord en daad. Ik denk aan de 23 van Trouw, ik denk aan alle 130 mensen die hun leven hebben gegeven voor deze prachtige krant. Ik denk in het bijzonder aan Wim Speelman, die op 26-jarige leeftijd werd gefusilleerd bij Halfweg, samen met negen andere mensen. En in waardering en respect voor alle Trouw-medewerkers die de oorlog wel overleefden.

In stilte denk ik ook aan collega’s die ik op mijn journalistieke reizen ben tegen gekomen en die zijn omgekomen.

Dank voor uw aandacht.

Meer artikelen over de Dodenherdenking en Bevrijdingsdag kunt u vinden in ons dossier 4 en 5 mei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden