De moderne mecenas

De een is gesettled, de ander staat aan het begin van een carrière. Pieter Lanser staat als een moderne mecenas pianist Thomas Beijer financieel bij.

TEKST SANDRA KOOKE

Het is druk in de kleine woonkamer van Thomas Beijer. De pianist/componist (24) ontvangt zijn mecenas Pieter Lanser (54) als een goede bekende. Als Thomas op verzoek van de fotograaf zijn Bechstein bespeelt, hoort Pieter het tegen de piano geleund aan. Als ze even later met koffie rond de eettafel zitten, komen de verhalen. Na anderhalf jaar is er een bijzonder contact ontstaan tussen de twee mannen. Thomas spreekt van 'een geschenk uit de hemel', ook voor Pieter is het betekenisvol.

Het mecenaat van Lanser - civiel ingenieur en werkzaam als belangenbehartiger in de cementbranche - komt voort uit de dood van zijn vrouw Désirée in 2005. Zij had een goede baan bij Philips gehad en zo ontving Lanser opeens een nabestaandenpensioen.

Lanser: "De eerste jaren dacht ik nog: misschien heb ik dat geld nog eens nodig. Maar ik heb zelf een goede baan, en na een tijdje wilde ik er iets zinvols mee doen. Désirée speelde heel goed piano en hield van muziek. Na haar overlijden hield ik jaarlijks ter nagedachtenis aan haar een huisconcert. In die richting zocht ik iets. De bezuinigingen van 300 miljoen euro op cultuur gaven mij het laatste duwtje. Je zou maar met mooie cijfers van het conservatorium komen, prijzen hebben gewonnen, en dan bezuinigt de staatssecretaris zo sterk op cultuur. Ik zocht contact met de Young Pianist Foundation en legde uit wat ik wilde: een getalenteerd pianist aan het begin van zijn carrière bijstaan; iemand die met zijn muziek mensen kon raken. Een aardig persoon, er moest wel chemie tussen ons zijn."

Beijer: "In de pauze van een concert las ik een mailtje van de YPF. Daar stond het: we hebben iemand gevonden die jou financieel wil steunen. Dat klonk als een geschenk uit de hemel. Aan deze mogelijkheid had ik zelf nooit gedacht."

Lanser: "Rond de Kerst van 2011 hebben we elkaar voor het eerst ontmoet. Het klikte meteen. Toen zijn we de details gaan invullen. Het geld moest dienen voor Thomas' ontwikkeling en opleiding. Geen maandelijkse uitkering, maar gedurende drie jaar financiering van bepaalde projecten. Daarvoor is een jaarbudget beschikbaar - ik ga het bedrag niet noemen maar het is meer dan een bijstandsuitkering. De YPF is de contractpartner; die verrekent alles met Thomas. De mensen daar adviseren ons ook."

Beijer: "Ik wilde bijvoorbeeld een cd opnemen met fantastische muziek van Frank Martin en Rudolf Escher, twee componisten die volgens mij ten onrechte weinig worden gespeeld. Met de YPF ben ik toen gaan overleggen over de rest van de cd, en zij droegen als derde naam Ravel aan. Zo is het programma zowel artistiek interessant als commercieel aantrekkelijk."

Lanser: "Ik bemoei me niet met de muzikale keuzes. Ik weeg het op een abstracter niveau af. Een cd is belangrijk voor promotie. Daarom zie ik er wat in."

Beijer: "Zonder Pieter zou ik zo'n cd nooit kunnen opnemen. Een bank gaat me dat geld heus niet voorschieten.

"Pieter betaalt mijn compositielessen en ik heb vijf gesprekken gehad met een coach over hoe je je staande moet houden in de muziekwereld. In het najaar komt mijn cd met Spaanse muziek op de markt, ook uit het budget van Pieter betaald. Daarvoor ben ik met filmmaker Lucas van Woerkum vier dagen in Spanje geweest om een documentaire te maken. Die willen we bij concerten laten zien. Een docu-concert noemen we dat. Als de media dit nieuwe concept oppikken, kan het een belangrijk moment in mijn carrière zijn."

Lanser: "Alleen mooi spelen is niet genoeg voor een pianist. Er moet brood op de plank. Met de financiering van dit soort projecten help ik hem een plaats in de muziekwereld te veroveren."

Beijer: "Als hij in mijn levensonderhoud zou voorzien, zou hij me niet verder helpen."

Wat wordt er van de pianist verwacht?

Lanser: "Ik wil output zien: er moet een compositie komen, ik wil een cd zien verschijnen. Als het geld met een plons in de sloot verdwijnt, gaat de stekker eruit. Wat betreft de muzikale kwaliteit stel ik geen eisen. Dat is zijn competentie."

"Uiteindelijk hoop ik dat Thomas in drie jaar een paar stappen zet, dat hij zijn muzikale vingerafdruk vindt, maar ook dat hij zich zakelijk ontwikkelt, wat meer verstand krijgt van marketing. Daarbij mag hij ook een paar fouten maken. Dat hoort erbij."

Hoe is het om financieel afhankelijk van iemand te zijn? Durf je nog uit te slapen als je weet dat iemand geld voor jou opzij legt?

Beijer: "Op papier ben ik afhankelijk. Maar ik voel geen druk, omdat Pieter zich heel prettig opstelt. Er is geen prestatiedwang. En uitslapen: ik ben altijd al twintig uur per dag met muziek bezig. Ik werk keihard aan de dingen die ik zonder Pieter niet zou kunnen doen."

Lanser: "De motivatie voor de muziek komt helemaal uit jezelf."

Beijer: "Natuurlijk heb ik weleens geen zin."

Lanser: "Maar niemand hoeft jou met een stok in beweging te brengen."

Verlangt de mecenas dankbaarheid van de pianist?

Lanser: "Geen dankbaarheid. Maar wel een zekere alertheid in de persoonlijke relatie. Een musicus moet in staat zijn zijn opdrachtgever te behagen, waardering te laten voelen. Dat wil ik niet voor mijzelf, maar omdat het een teken is dat Thomas zakelijke empathie heeft ontwikkeld. Bedanken hoeft niet. Je bent mecenas uit vrije wil. Je doet het belangeloos."

Beijer: "Het spreekt vanzelf dat ik ontzettend dankbaar ben. Pieters mecenaat is een enorm geschenk. Maar misschien zeg ik het te weinig hardop. Ik voel geen druk om te bedanken. De wereld zit vol met mensen die je willen helpen om er zelf beter van te worden. Maar dat is hier helemaal niet het geval. Ik wil dingen maken die knettergoed zijn en waar ik helemaal achter sta, en Pieter stelt mij daartoe in staat."

Lanser: "Er zijn niet veel mensen die weten dat ik mecenas ben. Het is geen reden om met de borst vooruit te gaan lopen. Ik vind het een voorrecht dat ik het kan doen. We praten er nu over omdat we hopen hier meer mensen voor te interesseren. Je hoeft namelijk niet bijzonder rijk te zijn om mecenas te worden. Als je jaarlijks tien procent van je inkomen overhoudt, kun je daar een goede bestemming voor zoeken. Bijvoorbeeld als mecenas."

Volgt Lanser de carrière van Beijer op de voet?

Lanser: "Ik was erbij toen Thomas meedeed aan het Koningin Elisabethconcours in Brussel. Maar ik ga niet alle concerten af, hooguit een paar per jaar. De YPF regelt dan vrijkaartjes voor me. En zo hoort het ook. Ik kan natuurlijk best een kaartje betalen, maar het is toch prettig dat er een metertje rode loper voor me wordt uitgelegd. Meer hoeft niet.

"Ik geniet wel van zijn succes. Op het concours lag Thomas er na de eerste ronde uit, maar ik hoorde dat hij mensen in hun hart had geraakt met zijn spel. Dat was precies waar Désirée ook altijd naar streefde."

Wat zijn jullie nu van elkaar?

Lanser: "Ik ben een geldbron, maar ook een persoon."

Beijer: "Ondanks onze verschillende leeftijden, ervaring en achtergrond zijn er genoeg haakjes waar we elkaar raken."

Wat levert het geven de mecenas op?

Lanser: "Ik vind het mooi dat Thomas spreekt van een geschenk uit de hemel. Op die wolk zie ik dan Désirée. Voor mij blijft zo het lijntje naar boven in stand, want het is in haar geest om dit te doen."

Wat gebeurt er eind 2014, als de drie jaar voorbij zijn?

Beijer: "Een goede carrière bereik je niet in drie jaar."

Lanser: "We kozen toch voor drie jaar omdat één jaar echt te kort is om iets neer te zetten en vijf jaar te veel op een uitkering gaat lijken. Aan het eind van 2014 kijken we of Thomas' carrière een robuustere vorm heeft bereikt."

Beijer: "Daarna zullen we toch wel vriendjes blijven, Pieter?"

Lanser: "Jazeker. Als jij in New York in Carnegie Hall speelt, zit ik op de eerste rij."

'Velen hebben de wens iets goeds te doen'
Pieter Lansers aanbod om een jong talent te steunen was ook een geschenk uit de hemel voor de Young Pianist Foundation. De organisatie die jonge pianisten helpt bij het opbouwen van een carrière, ontdekte zo dat er best mensen zijn met een liefde voor de piano en middelen om talenten te steunen.

Zakelijk leider Eymert van Manen: "Wij zien door Thomas en Pieter hoe waardevol de persoonlijke band is. We zoeken nu gericht mensen om te koppelen aan pianisten."

Mecenassen, zoals Pieter Lanser, zijn er nog niet veel, maar hun aantal groeit. Het Prins Bernhard Cultuurfonds kreeg vijf jaar geleden jaarlijks 10 à 15 nieuwe fondsen op naam - de vorm die veel voor mecenaat wordt gebruikt - nu zijn het dertig nieuwe per jaar. Dat komt door de bezuinigingen op cultuur, aldus fondsenwerver Menno Tummers van het Cultuurfonds.

Dit fonds is de grootste beheerder van particulier geld in de culturele sector en treedt net als de YPF op als tussenpersoon. Muziek en beeldende kunst zijn het populairst bij de nieuwe mecenassen. Tummers: "En daarbinnen doen de woorden jong en talent het goed. De laatste 10, 15 jaar merken we ook dat persoonlijk contact steeds gewenster is."

Ook nieuw is dat schenkers specifieke ideeën hebben over wat ze met het geld willen doen. Tummers: "We proberen zo goed mogelijk aan die vraag te voldoen. We ondersteunen vanuit het fonds jaarlijks vele talenten met beurzen en stipendia, maar we kunnen ook doorverwijzen naar de YPF als iemand jong pianotalent wil steunen."

Maar hoe vind je een mecenas? Van Manen: "Dat is de grote vraag voor de YPF. Elke maand zitten in het Concertgebouw duizenden mensen doodstil te luisteren naar één pianist. Velen van hen hebben de wens iets goeds te doen. Hoe bereiken we hen?"

Stel je open, zoek het binnen je eigen netwerk, is het advies van Tummers. "Zie de bemoeienis van de vriendenvereniging niet als lastig, benader notarissen en bankiers."

Beide doet de YPF nu. De YPF wil zo jaarlijks drie mecenassen aan pianisten koppelen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden