De moderne binnenstad: speeltuin van de rijke jongere

De kloof tussen arm en rijk in Zuid-Afrika is gigantisch. Maar ook in Nederland leven bevolkingsgroepen volkomen langs elkaar heen, ziet correspondent Niels Posthumus tijdens een bezoek aan Amsterdam.

Ik woon het grootste deel van het jaar in Zuid-Afrika, dus zie ik vrijwel dagelijks wat extreme economische ongelijkheid met een land doet. Zuid-Afrika is volgens de gezaghebbende Gini-coëfficiënt een van de landen met de scheefste economische verdeling ter wereld. En de Belgische hoogleraar Psychologie Paul Verhaeghe had gelijk toen hij schreef in zijn boek Identiteit: "Een maatschappij waarin de verschillen te groot zijn, is even onleefbaar als een maatschappij die een totale uniformiteit installeert, en beide bevorderen ze geweld." Zuid-Afrika kent een van de hoogste criminaliteitscijfers ter wereld en er zijn bijna dagelijks gewelddadige protesten in het land.

Meest typerend voor deze economische ongelijkheid is Kaapstad, een plek die ik vaak bezoek. Daar scheidt de duizend meter hoge Tafelberg arm van rijk. Aan de zeezijde verzamelen rijken zich op de terrassen van Camps Bay en ligt het Clifton-strand 's zomers vol fotomodellen. Aan de andere kant van de berg, landinwaarts, strekken townships als Gugulethu, Khayelitsha en Manenberg zich uit. Daar leven vele tienduizenden mensen in krotten en hebben bende-oorlogen het moordcijfer opgestuwd tot boven dat van het zo beruchte Johannesburg, waar ik woon.

De Tafelberg maakt dat de rijken in alle rust van hun geluk kunnen genieten. Aan hun kant is de wereld een paradijs. De berg ontneemt het zicht op de armoede. De natuurlijke barrière maakt dat wat eigenlijk decadentie is, is verworden tot heerlijk levensgenieten. In de binnenstad van Kaapstad, ingeklemd tussen oceaan en platte berg, is de harde realiteit ver weg.

Amsterdam kent veel minder criminaliteit en heeft geen Tafelberg. Toch moest ik aan Kaapstad denken toen ik de stad eind mei bezocht. Niet ver van waar ik jaren woonde, bezocht ik De Rollende Keukens, het jaarlijkse eetfestival op het trendy Westergasfabriekterrein. Het was er onvoorstelbaar druk. De Rollende Keukens waren de nieuwste stadshype.

Ik liet een vriendin die om de hoek woont weten waar ik was, maar kreeg via WhatsApp een negatieve reactie terug. "Gatver", schreef zij. "Het is daar te vol en de mensen zijn er te rijk. Ik kan niet tegen dat verhipte, tegen dat neppe." Ik liet haar woorden even op mij inwerken, en kwam tot de conclusie dat zij gelijk had. Waar ik ook keek, zag ik rijke, knappe en jonge mensen. De overgrote meerderheid autochtoon. Flessen wijn in de hand. Het eten leek bijzaak. Allemaal goed gekleed, mannen met hun modieuze baardjes keurig getrimd, de vrouwen het haar perfect in model. De bezoekers van De Rollende Keukens konden zo uit een reclamefolder van Mexx, Gsus of welk hip modemerk dan ook zijn gestapt.

Prosecco

Dat beeld kende ik van de stranden van Kaapstad. Net als daar liep op De Rollende Keukens haast uitsluitend het type 'succesvolle levensgenieter' rond. Twintigers en dertigers die de opleiding, de baan en daardoor de middelen bezitten om liefst 19 euro neer te tellen voor een simpele fles Prosecco, en daar op een onbewuste, nonchalante manier trots op lijken. Waarschijnlijk omdat zij, net als ik, zijn opgevoed met het idee dat 'gelukkig zijn' het belangrijkste doel is in het leven. Je kansen pakken en daar dan ook van genieten, anders heb je er niets aan. Want dat er kansen genoeg komen, staat buiten kijf. Dat is het voorrecht van de winnaars in een neoliberale meritocratie.

Dat je een winnaar bent - en geen verliezer! - moet je zoveel mogelijk laten zien. Soberheid is het antoniem geworden van geluk. Wie niet reist, niet af en toe buiten Europa komt, maakt niets van zijn leven. Wie in plaats van één van de honderden dure festivals die de Nederlandse zomer biedt liever een biertje drinkt in de kroeg om de hoek krijgt al snel het predicaat 'saai' opgespeld. Wat ooit normaal was, is voor de huidige jonge bovenklasse niet meer genoeg. Levensgenieten doe je bij voorkeur in extremis. En ik geef direct toe: ik ook.

Toch viel me opeens op hoe wereldvreemd de kosmopolitische Amsterdammer uit de binnenstad is geworden. Want ik mag dan in Kaapstad door mijn werk als journalist af en toe ook aan de arme kant van de Tafelberg komen, ik vroeg mij opeens af wanneer ik voor het laatst in de Bijlmer of in Slotervaart was geweest. Ik kon het me niet herinneren. Jaren geleden in ieder geval.

Net als veel rijken in Kaapstad die nooit de arme kant van de Tafelberg zien, is de Amsterdamse periferie voor veel levensgenieters van binnen de ring vrij onbekend gebied. En niet alleen geografisch. Weinig van mijn Amsterdamse vrienden gaan om met mensen uit de armere economische klasse. Weinigen van hen gaan regelmatig naar de kroeg met een laaggeschoolde arbeider, iemand die verwikkeld is in een proces van schuldsanering, een Marokkaanse hangjongere of een PVV-stemmer. Ook in Amsterdam, en breder genomen in heel Nederland, bestaat de moderne samenleving in toenemende mate uit twee gescheiden werelden. De binnensteden en hippe buurten zijn de speeltuin van de rijke bovenklasse; de weinig sprankelende, niet centrale woonwijken en 'overloopgebieden' als Almere en Purmerend zijn het domein van de armere onderklasse. Daartussen verrijst in Amsterdam weliswaar geen kilometer hoge berg, maar gaapt wel een steeds grotere kloof, gevisualiseerd door de ringweg A10.

En dat in een land dat er lang prat op ging economisch één van de meest egalitaire ter wereld te zijn. Pas begin deze maand kwam de realiteit doorsijpelen. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid publiceerde cijfers waaruit blijkt dat inkomens misschien nog altijd vrij sterk genivelleerd zijn, maar dat de economische vermogensverdeling in ons land bijna even scheef is als die in de Verenigde Staten. "De bovenste 1 procent is goed voor bijna een kwart van het totale vermogen", viel op de voorpagina van Trouw te lezen. "De onderste 60 procent van de Nederlandse huishoudens bezit slechts 1 procent van het totaal."

Dus is het helemaal niet zo vreemd dat in Nederlandse steden eenzelfde trend te zien is als in Amerika. Een trend die je bijna overal in de westerse wereld ziet. Stadscentra zijn van Parijs tot Sydney verworden tot prachtige maar prijzige plekken voor hen die hip zijn, en voor toeristen. De man in de straat wordt er langzaam uit het straatbeeld verdreven.

Daklozen

Bekend is het voorbeeld van New York, waar de linkse Bill de Blasio tot burgemeester werd gekozen wegens zijn belofte de buitensporig dure binnenstad eindelijk weer terug te zullen geven aan de gewone New Yorker. En ook San Francisco toonde zich een schrijnend voorbeeld toen ik daar een jaar geleden was. Ik liet me uitleggen waarom in die stad zoveel daklozen zijn. Een gevolg van de opkomst van het nabijgelegen Silicon Valley, werd mij verteld. De toestroom van rijke ICT'ers maakte vastgoed voor mensen met een doorsnee-inkomen onbetaalbaar. San Francisco ligt in een baai en kan nauwelijks uitdijen, dus gingen de huizenprijzen radicaal omhoog. Wie niet kon betalen, moest de stad uit of kwam letterlijk op straat te staan.

Zo extreem is het in Nederland natuurlijk niet. Maar ook in Amsterdam is wel degelijk geleidelijk aan een zelfde soort trend zichtbaar. Wie de stad slechts eens in de zoveel tijd bezoekt, ziet het overduidelijk: het centrum verhipt in recordtempo. Leuk voor de groep die het geld heeft om te genieten van alle vintagewinkeltjes in de Negen Straatjes, die leuke koffietentjes op de Haarlemmerdijk, de nieuwe restaurants in Oost en de huiskamercafés in Oud-West. Maar wat als je daar het geld niet voor hebt?

Bij die groep bestaat frustratie. Om terug te gaan naar psychoanalyticus Verhaeghe. "In een land, en zelfs een stad, met hogere inkomensongelijkheid zijn de sociale verhoudingen van beduidend lagere kwaliteit: meer agressie, minder vertrouwen, meer angst, minder deelname aan het gemeenschapsleven." Ziedaar een belangrijke verklaring voor de opkomst van protestpartijen als PVV, SP en 50Plus. Ze zijn relatief klein in het Amsterdam binnen de ring - dat de afgelopen verkiezingen vooral voor optimistische, postmaterialistische partijen als D66 koos - maar steeds groter daarbuiten, in voorsteden als Almere en Purmerend, populair onder het deel van de bevolking dat het gevoel heeft op het tweede plan te staan, niet mee te kunnen in het kosmopolitische jetsetleven van de binnenstad. Want een economische kloof wordt al snel een politieke.

Bovendien komt de gemiddelde D66-stemmer van De Rollende Keukens zelden écht in gesprek met een ontevreden PVV-stemmer uit Purmerend, doordat de economische kloof ook een geografische is. Want waarom zou iemand uit De Pijp naar Purmerend gaan? Wat is daar trendy? Of andersom: gaat een uitkeringsgerechtigde uit Almere helemaal naar Amsterdam voor een cafè latte op een terras in de Westerstraat? Het gevolg: onbekend maakt onbemind. De periferie van het land (van Zuid-Limburg tot Oost-Groningen) en van de stad (Geuzenveld, Slotervaart, Purmerend, Almere) geeft veelvuldig af op de Amsterdamse grachtengordel. En mensen in de modieuze cafés daar kijken op hun beurt neer op bijvoorbeeld PVV-stemmers, die in hun ogen nauwelijks benul hebben van politiek, waardoor zij zich met gevaarlijke populistische en opportunistische praatjes laten bedonderen. "Dat soort mensen begrijpt het belang van Europa gewoon niet", aldus de kosmopoliet van de grachtengordel. Maar die heeft als kosmopoliet makkelijk praten.

Dat het wederzijds begrip tussen de arme en de rijke wereld verdwijnt, is ook te zien op het gebied van kunst en televisie. De PVV zou het liefst heel de publieke omroep wegbezuinigen - immers een speeltje van het establishment. Hoogopgeleide en relatief rijke Amsterdammers als ikzelf kijken juist graag naar programma's als From Russia with Love en Doe effe paranormaal, om ons lachend te verbazen over de domheid van de leden van de onderklasse die daarin voor paal worden gezet. Bassie (van Adriaan) stelde onlangs in een interview met website Vice het liefst alle kunstsubsidies te willen afschaffen - want wie zit er nu te wachten op een pindakaasvloer van Wim T. Schippers? Op mijn beurt stuurde ik dat interview met graagte door naar mijn vrienden om lekker zorgeloos af te kunnen geven op de intellectuele achterlijkheid van die clown.

Bespotten

De kloof tussen arm en rijk - die grotendeels samenvalt met een verschil in opleidingsniveau en sterk bepalend is voor woon- en werkomgeving - is op veel plekken zo groot geworden dat de twee gescheiden werelden elkaar niet alleen niet meer begrijpen, maar elkaar bij voorkeur zijn gaan bespotten. Dat voedt de spanning, de agressie, waarover Verhaeghe het heeft. De rellen van de afgelopen jaren in de Franse banlieues en Britse voorsteden zouden alarmerende signalen moeten zijn.

Een andere waarschuwing komt uit het economisch nog véél ongelijkere Zuid-Afrika, waar de afgelopen twee decennia meer dan een miljoen mensen emigreerden. Niet omdat zij arm waren en in Europa of Australië op zoek gingen naar werk. Nee, het betrof een deel van de rijke bovenklasse. Angstig voor criminelen, die met geweld hun deel van de welvaart kwamen opeisen, trok de groep weg. Deze vrees lijkt in het veilige Amsterdam voorlopig ongegrond. Maar het neemt niet weg dat ook hier op termijn de sfeer kan verzuren en de leefbaarheid kan verminderen als de twee toch al gescheiden leefwerelden nog verder uit elkaar groeien.

En wat houdt het uitdijen van die kloof tegen? Niet de rijke en hippe bovenklasse. De geëmigreerde Zuid-Afrikanen verlieten hun land met pijn in het hart, zeggen zij bijna zonder uitzondering. Dat is waarschijnlijk niet gelogen. Maar tegelijkertijd is het ook typerend voor de kosmopolitische 'levensgenieter', de economische winnaar van deze tijd: liever vertrekken dan de boel proberen op te lossen, liever de kloof geografisch nog duizenden kilometers vergroten dan een poging doen hem binnen zijn eigen stad te verkleinen.

A10, Amsterdam

Tafelberg, Kaapstad

Festival Kaapstad

Festival Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden