De modderkruiper, het buitenbeentje onder de vissen, loopt gevaar

Arthur de Bruin waadt door de sloot op zoek naar de grote modderkruiper.Beeld Werry Crone

Ondiepe sloten met een dikke laag modder en veel waterplanten. Dat is de ideale wereld voor de grote modderkruiper. Maar juist die leefomgeving loopt gevaar.

Het is flink zweten geblazen voor de man die in een rubber waadpak door een dichtbegroeide sloot waadt. Met een flinke zwiep slaat hij een fors schepnet in de oevervegetatie, verzamelt een kilo of 20 aan blubber en planten en gooit die op de oever.

Groot gegraai breekt los. Een spinnende waterroofkever, salamander en een rietvoorn maken zich uit de voeten. Onbelemmerd, oninteressant. Het zoeken houdt nog een minuut of vijf aan. Vergeefs blijkbaar. Blubber en planten worden weer in de sloot geschoven en het hele circus begint opnieuw. In de zon is het 30 graden, in de schaduw altijd nog 25.

De man is vissenexpert Arthur de Bruin en hij is op zoek naar grote modderkruipers.

We zijn in de Kornse Boezem, een schitterend natuurgebied te midden van het verarmde boerenland nabij het gehucht Dussen. Het natuurgebied oogt als de schoolplaat 'In sloot en plas' van schilder Koekoek. Grote libellen zweven boven het water, watergentiaan en gele plomp bloeien in de dichtbegroeide sloot waarin het krabbenscheer schitterende stekelige velden vormt. Visdieven duiken krijsend naar vis, een driedoornig stekelbaarsje schiet weg. "Een ideale sloot voor de grote modderkruiper. Een toplocatie. Eentje waar de redding vandaan moet komen", concludeert De Bruin, die werkte voor Ravon, een kennisorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen.

Het gaat niet best met de grote modderkruiper (Misgurnus fossilis). De noodklok wil De Bruin niet direct luiden, maar beroerd is het wel. Internationaal gezien staat de vis sterk onder druk en in ons land is het een van de weinige vissen die onder de Natuurbeschermingswet valt.

Blubber

Het is een buitenbeentje. Normale vissen hebben zuurstofrijk water om te overleven: zo niet de grote modderkruiper. Het dier floreert juist in sloten met blubber - nodig om bij groot gevaar in weg te kruipen - en een dichte, verlandende sloot- en oevervegetatie. De sloot moet bovendien af en toe buiten haar oever treden om eitjes tussen de wortels van licht overstroomde planten te kunnen afzetten, zet De Bruin uiteen.

Ooit was Nederland een eldorado voor de mooie, langwerpige, bruin-oranje gestreepte en 10 tot 25 centimeter lange vis. "Rivieren konden nog ongehinderd overstromen, graslanden stonden geregeld plasdras, onder meer als de molens niet maalden bij windstilte. Van een strakke keur van het waterschap - de verplichting om vanwege de doorstroming geregeld de sloot grondig te schonen - was geen sprake. Elke sloot stond stijf van de grote modderkruipers. Gegeten werd de vis niet; zal wel grondig smaken."

Beeld Werry Crone

Maar de landbouw intensiveerde, water werd onderworpen aan een streng regime en de grote modderkruiper kreeg het moeilijk. Het boerenland is voor het overgrote deel niet veilig meer voor deze vis. De vissenkenner: "Niet alleen zijn de sloten zelf qua vegetatie en vorm ongeschikt, maar bovendien worden ze ook nog eens te vaak en te ingrijpend geschoond. Een kwart, soms zelfs de helft van de grote modderkruipers, belandt daarbij op de kant. Reddeloos verloren natuurlijk. Kant en klaar hapje voor de reigers."

Prut

De Bruin schat het aantal nu op 30 procent van, zeg 50 jaar geleden. "Een landbouwsloot met een gezonde populatie grote modderkruiper is nu echt uitzonderlijk. Gelukkig is er nog wel een flink aantal natuurgebieden waar het wel goed gaat. In deze Kornse Boezem, De Moerputten en het Vlijmense Ven bijvoorbeeld. Maar zelfs in goede natuurgebieden met een flinke populatie grote modderkruipers vinden we nauwelijks jonge dieren." 

Ondertussen trekt hij voor de derde keer een enorme hoeveelheid prut met groen de kant op. Graaien en terug; opnieuw geen grote modderkruiper. "Die zitten natuurlijk al in de modder." Hij plant zijn net rechtop in het water en begint flink te trappen. "Moet lukken", voorspelt hij, zakt tot zijn middel weg om dan een schep mét grote modderkruiper binnen te halen.

Om die aanwas van de populatie grote modderkruipers weer op gang te krijgen, neemt Ravon samen met de natuurorganisaties maatregelen. "Hier en in het Vlijmense Ven hebben we de oevers verlaagd, greppels gegraven zodat het water weer op het maaiveld staat. Dat werkt; de vissen zetten inderdaad tussen de ondergestroomde vegetatie hun eieren af. We vinden weer jongen. Zo vonden we in de Moerputten in twintig minuten tijd tachtig dieren in alle leeftijdsklassen." En als geroepen verschijnt er uit de opgeviste oevervegetatie een jonge grote modderkruiper.

Dichtere slootvegetatie

Niet alleen in de natuurgebieden, ook in het landbouwgebied zoekt Ravon naar verbeteringsmogelijkheden. Door trainingen en het enthousiasmeren van boeren zou slootonderhoud in het kader van het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer veel meer kunnen opbrengen. Vlakke oevers die geregeld mogen overstromen en een dichtere slootvegetatie scheelt al heel wat.

Meer soelaas verwacht de nog immer zwoegende, scheppende vissenman van een nieuwe manier van slootschonen, iets waar ook de waterschappen steeds meer warm voor lijken te lopen. De Flora- en Faunawet verplicht boeren minimaal een kwart van de slootvegetatie over te laten staan. Het ene kwart is echter het andere niet, zo wordt duidelijk uit De Bruins verhaal.

Alles hangt af van de manier van schonen. Grote modderkruipers houden zich vooral op in een zone binnen 10 centimeter vanuit de kant. "Door de maaikorf vanuit de overkant van de sloot naar de kraan toe te trekken en deze op driekwart van de slootbreedte weer omhoog te halen, blijft veel vis in het overgebleven randje vegetatie gespaard."

Beeld Werry Crone

Met instructiefilmpjes en workshops wil Ravon de kennis verspreiden. "Het landbouwgebied hoeft zo niet langer verloren te zijn voor de grote modderkruiper. Zo ingewikkeld is het niet."

Inmiddels is De Bruin licht beblubberd op de kant gekropen. Genoeg grote modderkruipers aangetroffen. Hier gaat het nog goed.

Lucht erin, lucht eruit

Grote modderkruipers laten scheten. Ze halen adem door steeds even de bek boven water uit te steken en een hap lucht in te slikken. Lucht erin betekent ook lucht eruit. Piepend en wel.

Weerdier

Zodra de luchtdruk stijgt als voorbode van onweer en zware regen wordt de grote modderkruiper onrustig. Zware neerslag betekent immers overstroomde graslanden en daarmee mogelijkheden om eieren af te zetten of te vluchten uit een totaal opdrogend moeras. Boeren hielden daarom en grote modderkruiper in een glas op de schouw. Weervis, donderaal, weeraal...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden