De misdaad kreeg een alledaags gezicht

Het was dé nieuwsfoto van 1988, maar een opname die het licht eigenlijk niet mocht zien: de foto die Paul Stolk maakte van Heijn-ontvoerder Ferdi E. Het beeld maakte een eind aan de terughoudendheid in de misdaadjournalistiek.

Afgaand op het oordeel van de jury van de Zilveren Camera was er weinig twijfel geweest. De winnaar was "dé nieuwsfoto van 1988 waar heel Nederland op heeft gewacht". Maar hem ook tonen durfde de organiserende stichting niet. Dit uit angst voor de juridische gevolgen. Op de persconferentie kreeg de winnaar, ANP-fotograaf Paul Stolk, daarom de opdracht zijn geprezen plaat te beschrijven.

Die foto toonde Ferdi E., ontvoerder en moordenaar van Gerrit Jan Heijn tijdens een reconstructie in de bossen bij Renkum. Dit was de plek waar de twee op 9 september 1987 hadden gewandeld, en waar E. de ondernemer had doodgeschoten, hem de bril afnam en een kootje van zijn pink afsneed en vervolgens het lichaam in een al eerder gegraven graf deponeerde.

De dader zou Heijns familie en Nederland nog lang in de waan laten dat zijn slachtoffer nog leefde. Pas op 6 april 1988 werd hij gearresteerd, tegen de lamp gelopen omdat hij met het losgeld boodschappen had gedaan. De details van de ontvoering verrasten vrijwel iedereen: Heijn was al op de eerste dag van zijn ontvoering vermoord. En, anders dan bij de ontvoeringen van Toos van der Valk (1982) en Freddy Heineken (1983), bleek er geen bende achter de kidnapping te zitten, maar een onopvallende man uit Landsmeer.

Toen hij door Stolk echt een gezicht kreeg, bleek hij nog gewoner dan gedacht. De door het gebruik van een telelens wazige voorgrond gaf het geheel wellicht nog iets duisters, maar de middelbare meneer in windjack, die tijdens het terughalen van de dramatische gebeurtenissen uit een pakje Jakobs-shag even een sigaretje draaide, oogde heel erg doorsnee.

Stolk had de gewoonte dicht op zijn onderwerpen te kruipen. Hij fotografeerde geen gebeurtenissen, maar mensen tijdens gebeurtenissen. In 1980 had hij al eens de Zilveren Camera gewonnen met een portret van een gewonde ME'er te paard na afloop van de rellen bij de inhuldiging van koningin Beatrix in Amsterdam. Waar veel van zijn collega's zich concentreerden op het zo goed mogelijk in beeld krijgen van de kolossale omvang van de geleverde veldslagen, concentreerde Stolk zich op een verstild beeld dat eigenlijk veel duidelijker maakte dat het serieus oorlog was geweest in de binnenstad.

De foto van Ferdi E. vormde echter ook een breuk met de standaardaanpak van misdaad in de Nederlandse journalistiek. Die werd gekenmerkt door een grote terughoudendheid.

Journalist/literator Jan Greshoff was in 1936 nog heel stellig: "De kern van de krant is de moord en men kan daar niet genoeg ruimte aan besteden, men kan er niet genoeg bijzonderheden over verstrekken, men kan de toestanden niet kleurig genoeg schilderen." Greshoff deed zijn uitspraak in een tijd dat het nog heel gewoon was verdachten met naam en toenaam te vermelden, en soms zelfs met foto.

In veel andere landen bleef dat de praktijk. In Nederland ontstond na de Tweede Wereldoorlog een grotere terughoudendheid. In 1953 adviseerde een commissie om verdachten voortaan met initialen aan te duiden. In hetzelfde jaar besloten de hoofdredacteuren van de Nederlandse kranten om die gedragslijn zoveel mogelijk te volgen. Als er al foto's van criminelen verschenen, dan kregen ze een zwart balkje voor de ogen.

Daar kwam bij dat misdaadverslaggeving door velen in het journalistenvak in de decennia daarna niet erg aantrekkelijk werd gevonden. Een bondig politiebericht of een keurig rechtbankverslag kon best de kolommen halen, maar de meeste reporters vonden het aan de kaak stellen van sociale misstanden in eigen land of wereldleed veel belangrijker. Het thema kampte met een wat ranzig imago. Het kreeg daardoor iets onaanraakbaars. Weinigen wilden te boek staan als sensatiejournalist.

Talkshowpresentatrice Sonja Barend brak met die gewoonte door in 1985 in haar toch al spraakmakende programma crimineel Stanley H. te interviewen, die kort daarvoor was ontsnapt uit de Bijlmerbajes. De veroordeelde bankovervaller droeg een hilarische vermomming: een pruik, een aanplaksnor en een kolossale zonnebril moesten hem onherkenbaar maken.

H. leek er vooral op uit het beeld dat justitie van hem schilderde bij te stellen. Ja, hij was een bankovervaller en een ontvluchter van een gevangenis. Maar in kromtaal maakte hij duidelijk dat hij niet zo gevaarlijk was als men iedereen wilde laten geloven: "Ik heb altijd de mens als een gemeengoed gezien wat men moet laten leven."

Nog tijdens de uitzending kreeg Barend de wind van voren van politiewoordvoerder Klaas Wilting. En ook daarna kwam er uit veel hoeken kritiek op het podium dat H. hier werd geboden.

In de jaren die volgden doken de media echter steeds meer op het thema criminaliteit. Het werd duidelijk dat de toch een beetje voor tof gehouden wereld van penose, met schilderachtige figuren als Schuine Pietje en Pistolen Paultje, had plaatsgemaakt voor een bikkelhard milieu.

Politieke dwarsverbanden als die in de IRT-affaire overtuigden nog meer journaille van de relevantie van het onderwerp. Misdaadverslaggevers stegen in de journalistieke pikorde. Enkelen van hen verwierven zelfs een soort sterrenstatus.

Fotografen bleven anoniemer hun werk doen. Stolk leed wel onder de kritiek die zowel de eerste publicaties van de foto's van Ferdi E. als de toekenning van de Zilveren Camera losmaakten. Hij zou niet integer te werk zijn gegaan, omdat hij zich naar binnen had weten te praten bij bewoners van een villa vlakbij de reconstructie.

Stolk verweerde zich tegen die aantijgingen. "Ik heb bij het maken van die foto niets buitensporigs gedaan", vertelde hij destijds aan het Reformatorisch Dagblad. "Morgen doe ik het weer. Maar ik kon niet slapen van al die onzinverhalen die er over me verteld werden." Dat bij de kwaadsprekers collega's zaten, die soortgelijke dingen hadden geprobeerd als hij, stak hem extra.

Stolks foto van E. bleef na de toekenning van de Zilveren Camera nog een tijd lag buiten de pers, totdat het weekblad Panorama het portret publiceerde. De tot twintig jaar cel veroordeelde ontvoerder en moordenaar van Heijn spande daarop een proces aan. Dat liep tot aan de Hoge Raad, die uiteindelijk bepaalde dat het misdrijf in kwestie de samenleving dusdanig had geschokt dat de informatievrijheid zwaarder woog dan het waarborgen van E.'s privacy.

Ook de foto's van de daders van de twee geruchtmakendste moorden van de afgelopen decennia, op politicus Pim Fortuyn en cineast/columnist Theo van Gogh, werden in een deel van de media getoond. Op basis van een foto van Mohammed B. schilderde kunstenares Marlene Dumas een portret van de moslimfundamentalist dat ze 'The neighbour' noemde.

Ook in dit geval bleek het Kwaad een bijna zachtaardig gezicht te hebben. Het zou je buurman kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden