DE MINISTER, DE LOCATIES, DE FINANCIEN Ierland, het nieuwe Zambia voor filmproducenten

BRAY - De Ierse filmindustrie bloeit. Menig filmproducent weet de weg naar het groene eiland te vinden sinds de Ierse minister van kunst, cultuur en de Ierse taal zich heeft opgeworpen als patroon der cineasten. Belastingvoordeel is de protectie die hij biedt: “Maar”, zo verzekert hij, “Ierland is meer dan een belastingparadijs. Ik heb de bureaucratie, de dood voor creativiteit, verbannen.”

“De toekomst voor de Engelse filmindustrie is rooskleurig”, zo meldden Engelse studiobonzen anderhalve maand geleden verheugd. De werkelijkheid is anders. Het zijn de Ieren die de ene na de andere grote, buitenlandse filmproduktie binnen slepen. 'Braveheart', de ruim 130 miljoen gulden tellende speelfilm van Mel Gibson, wordt voor het grootste gedeelte in Ierland gedraaid. En niet, zoals de bedoeling was, in Engeland. Gibson veranderde zijn plannen na bezoek van Michael D. Higgins, de Ierse minister van kunst, cultuur en de Ierse taal. Een rondvlucht over het eiland deed de rest; Gibson ging om.

De oorspronkelijk uit Australië afkomstige acteur/filmproducent is niet de enige die voor Ierland zwicht. In een van de vier Ardmore studio's in het Ierse Bray worden deze week de decors van John Erman's 'Scarlett', een acht uur durende televisieserie naar 'Gone with the wind', opgeruimd om plaats te maken voor Gibsons project. Een studio verder zijn de voorbereidingen in volle gang voor 'The Old Curiosity Shop'. Tussen twee studio's in verrijst een Londens straatje uit het eind van de vorige eeuw. De film had zo in de Britse hoofdstad kunnen worden opgenomen.

Voor 'An awfully big adventure' van Mike Newell en Hilary Heath gaat hetzelfde op. Hoewel de film zich afspeelt in de jaren vijftig in het Engelse Liverpool, kozen de regisseur en de producent voor Dublin en Bray. “We waren van plan om de film in Londen en Liverpool op te nemen”, vertelt Hilary Heath. “Maar Dublin bleek een beter alternatief. Georgiaans Liverpool bestaat niet meer, terwijl sommige delen van de Ierse hoofdstad precies op het Liverpool uit de jaren vijftig lijken. Daarnaast is het filmklimaat in Ierland beter dan in Engeland.”

Het positieve Ierse filmklimaat is dezer dagen een veel gehoord argument. Kevin Moriarty, directeur van de Ardmore studio's in Bray, vaart wel bij de populariteit van Ierland. “Twee jaar terug is hier slechts één film gedraaid, vorig jaar waren het er al zeven en zoals het er nu uitziet, lukt het dit jaar om twaalf tot achttien films in Ierland op te nemen.” Moriarty concludeert tevreden dat de Ierse filmindustrie eindelijk van de grond komt. “Na jarenlange weigering van de Ierse regering om de filmindustrie te erkennen als een belangrijke bedrijfstak, heeft zij haar houding uiteindelijk herzien na het succes van Neil Jordans 'Crying Game' en 'My Left Foot' en 'In the Name of the Father' van Jim Sheridan.”

Het zijn echter niet alleen Oscaronderscheidingen geweest die de regering tot inkeer brachten. Het is vooral minister Michael D. Higgins die de Ierse filmindustrie nieuw leven heeft ingeblazen. In zijn werkkamer wijst hij trots naar schilderijen, foto's en beelden. “Allemaal Ierse makelij; ons eiland is een bron van talent.” Higgins besloot anderhalf jaar geleden, toen hij minister werd, prioriteit te geven aan de Ierse filmindustrie. “Ik heb zelf een aantal scripts geschreven voor documentaires en mijn vrouw is actrice. Ik kende de filmwereld dus erg goed. Daarom wist ik dat het gebrek aan in Ierland gemaakte films niets te maken had met het aanwezige talent, maar met het ontbreken van filmvriendelijk beleid.”

Op gedreven toon vertelt hij dat er eigenlijk niets was geregeld. “De Irish Film Board (te vergelijken met het Nederlandse Fonds voor de Film - red.) was na een paar magere jaren een zachte dood gestorven. Voor veel Ierse producenten en regisseurs zat er niets anders op dan naar het buitenland te gaan. Een van de eerste dingen die ik dus heb gedaan is een nieuwe Irish Film Board instellen. Daarnaast heb ik de mediawet veranderd, zodat de Ierse omroep RTE minstens twintig procent independent produkties per jaar moet uitzenden.”

Higgins heeft de Irish Film Board een budget van vijf miljoen gulden gegeven voor investeringen in nieuwe films. Zakelijk leider James Flynn verwacht dat het budget volgend jaar bijna het dubbele bedraagt. “We hebben nu al 220 aanvragen binnen en we verwachten dat de vraag naar subsidie voor filmprojecten alleen maar zal toenemen. Niet alleen is er een zee aan talent in Ierland, maar er komen ook veel aanvragen binnen voor co-produkties. Vooral Duitsland wil graag met ons aan de slag.”

De belangrijkste stap die Michael D. Higgins maakte ten gunste van de Ierse filmindustrie, is het scheppen van belastingvoordeel. Moesten filmmakers vroeger vijfenzeventig procent van hun werk in Ierland hebben geproduceerd om belastingvoordeel te genieten, nu ligt die norm op tien procent. De minister: “Voor producenten is Ierland nu een interessante optie. Het betekent dat tien tot vijftien procent van de financiering van een film wordt gedekt.”

De Ierse minister laat geen mogelijkheid onbenut om buitenlandse producenten attent te maken op het Ierse voordeel. Overigens niet tot genoegen van de Engelse filmindustrie. In Groot-Brittannië werd Michael D. Higgins van 'kaping' beticht, nadat hij Mel Gibson had overgehaald om in Ierland te komen filmen. Nuchter zegt hij: “Misschien is het ongewoon dat een minister persoonlijk gesprekken voert met filmmakers om hen voor Ierland te interesseren, maar het werkt. Ik heb geen zin in bureaucratie. Ambtenarij verpest het creatieve proces. Kunstenaars moeten antwoorden krijgen op hun vragen en niet verstrikt raken in papiermolens.”

“Toch kan ik die Britse reactie wel begrijpen. Ik heb zelfs medelijden met ze. Het Thatcher-tijperk heeft de hele Britse filmindustrie verwoest. De afgelopen jaren zijn er maar vier films in Engeland gemaakt. Als gevolg daarvan huren de Britten meer videofilms dan welk ander Europees land ook. Het British Film Institute probeert de Britse regering nu al tijden ervan te overtuigen dat er een zelfde belastingregeling moet komen als in Ierland om de industrie uit het slop te halen, maar tot nu toe hebben deze pogingen weinig succes. En dat is echt jammer, want Engeland zit vol goede acteurs en regisseurs.”

Ierland is voor de Britten een levend bewijs dat belastingvoordeel een gunstig effect heeft op de filmindustrie. Niet alleen is het aantal in Ierland geproduceerde films explosief gestegen, het heeft ook een aardig effect op de Ierse economie. Michael D. Higgins: “Tot nu toe heeft het ons zo'n 160 miljoen gulden opgeleverd en binnenkort wordt er in Galway een nieuw studiocomplex gebouwd.” Wat dat betekent voor de werkgelegenheid, durft hij niet met zekerheid te zeggen. “Maar ik schat dat we het tot nu toe over zo'n 250 banen hebben.”

Kevin Moriarty, van de Ardmore studio's, is ervan overtuigd dat het belastingvoordeel buitenlandse producenten over de streep trekt. “In andere landen is precies hetzelfde gebeurd. Zo was er plotseling een hausse aan films in woestijnen, nadat Israel filmmakers financiële voordelen in het vooruitzicht stelde. Hetzelfde gaat op voor Zambia en Australië. Dit keer is Ierland de hype. De technici hebben een goede naam, Ierland heeft een grote variatie aan locaties en de financiële voordelen zijn aanwezig. Drie elementen waarop een filmproducent besluit waar hij zijn film gaat draaien.”

Hoewel Michael D. Higgins bekend is met de vluchtigheid van trends, is hij er zeker van dat de bloei van de Ierse filmindustrie blijvend is. Charmant: “Tijdens mijn persoonlijke kruistocht heb ik ervoor gezorgd dat Ierland meer is dan een belastingparadijs voor filmmakers. Die financiële regeling is alleen getroffen met de intentie om de Ierse filmindustrie op te bouwen. Mijn bedoeling is een atmosfeer te creëren waar Neil Jordans zullen opbloeien. Waar Iers talent zich kan ontpoppen, zodat zij binnen enkele jaren grote co-produkties kan maken.”

Om het Ierse talent te scholen, bezint Higgins zich nu op de vraag of er wel of geen Ierse filmacademie moet komen. Vooralsnog twijfelt hij. “Ierse acteurs, regisseurs en producenten kunnen zoveel ervaring opdoen in de films die de komende tijd in Ierland worden gemaakt, dat ik mij afvraag of een speciale academie noodzakelijk is. Twee, drie jaar meedraaien met filmmakers uit andere landen moet leerzaam genoeg zijn om zelf aan de slag te kunnen. Talent genoeg. De Ierse filmindustrie staat aan het begin van een glansrijke carrière.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden