De miljoentjes zullen wel binnenstromen

Hoe groter de plannen, hoe meer verkleinwoordjes. Acht duwboten wil hij bouwen, en de laatste tijd zijn daar twee zeeslepertjes bijgekomen. Beeld Trea van Vliet
Hoe groter de plannen, hoe meer verkleinwoordjes. Acht duwboten wil hij bouwen, en de laatste tijd zijn daar twee zeeslepertjes bijgekomen.Beeld Trea van Vliet

Hoe ga je om met een zeventigjarige vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden met boten bouwen?

Trea van Vliet

Heb je een trekhaak?" vraagt mijn vader als we over een groen Walcheren op weg zijn naar Goes.

"Weet ik niet pap."

"Wie weet er nou niet of hij een trekhaak heeft?", zegt mijn vader verbaasd.

Ik stop aan de kant van de weg, maak zijn riem los, open zijn portier.

"Ga maar kijken."

Mijn vader strompelt de auto uit, naar achter. Strompelt terug en stapt kreunend weer in.

"En?"

"Geen trekhaak."

Ik maak zijn riem vast en we rijden weer verder.

"Wat was je van plan met een trekhaak, pap?", vraag ik.

"Een caravannetje huren."

Ik glimlach. Zo ken ik mijn vader. Hoe groter de plannen, hoe meer verkleinwoordjes. Acht duwboten wil hij bouwen, en de laatste tijd zijn daar twee zeeslepertjes bijgekomen. Waarmee de miljoentjes wel zullen binnenstromen.

Omdat mijn vader zo vaak dingen wil die niet kunnen, heb ik me voorgenomen om ja te zeggen op alles wat ook maar een beetje kan. Maar ik dank de hemel op mijn blote knietjes dat ik geen trekhaak heb.

Uit eten

Vandaag wilde mijn vader eten in een nieuw restaurant in Goes. Ik had bezwaar. Met ophalen en terugbrengen is dat een uur bovenop de vijf uur die ik sowieso al in de auto zit als ik naar m'n vader ga. Konden we niet gewoon in Vlissingen eten? Maar hier had hij over nagedacht: hij nam de zorgtaxi terug en dan was ik mooi al een half uur op dreef. Hij had het al geregeld bovendien.

Ik ben niet gewend aan een vader die ook om mij denkt.

En zo rijden we nu naar Goes.

Het terras is vol, we schuiven aan bij een stel. Hij zestiger, zij veertiger. En ik snap niet hoe het kan, maar binnen een minuut hebben mijn vader en die man boven water dat ze ooit allebei in Brabant hebben gevoetbald tegen het elftal Elf Boeren Op Hol. De vrouw en ik kijken elkaar aan en beginnen ook maar een gesprek. "Dat zie je helemaal niet", zegt ze met een blik op mijn vader als ik vertel dat hij psychiatrisch patiënt is.

Ik weet het.

Dapper

Na het eten is mijn vader moe. Terwijl we wachten op de zorgtaxi vraag ik hem of hij een fijne dag heeft gehad.

"Het was een dag om nog lang over na te denken", antwoordt hij met zijn ogen dicht.

Ik wil weten wat hij dan gaat zitten denken.

"Dat we het samen toch erg naar ons zin kunnen hebben", zegt hij.

De zorgtaxi arriveert en de chauffeur hijst mijn vader naar binnen. Ik kijk het busje na en ik weet niet waarom, maar ineens vind ik m'n vader zo waardig en dapper.

Ook ik moet nog lang over deze dag denken.

Zestien jaar had ze geen contact met haar 'lieve, gekke vader', die ook psychiatrisch patiënt is. Deze zomer beschrijft Trea van Vliet wekelijks voor Trouw hoe het hem vergaat. Trea van Vliet is journalist en schrijfster.

Lees ook eerdere delen:
Hoe mijn vader weer rustig werd
Mijn vader, psychiatrisch patiënt, bestelde acht keukens

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden