De milities worden steeds brutaler

In Atjeh is de rebellenbeweging GAM bijna uitgeschakeld – zegt de Indonesische legerbevelhebber. Daarom maakt de militaire noodtoestand woensdag na een jaar plaats voor een civiele. Niet dat er veel zal veranderen.

In Atjeh vertrouwt niemand elkaar meer. De geheime dienst richtte een netwerk van milities op. Hun taak: het volk te bespioneren. Dat is een voorzorgsmaatregel voor als de militairen op den duur vertrekken. Tot die tijd gaat de grootschalige militaire operatie door: de 40 000 manschappen blijven. Want het handjevol rebellenleiders dat zich in de bergen verschanst, zou zich kunnen hergroeperen.In het kantoor van de Geheime Dienst in Banda Aceh hangen agenten lui op stoelen en banken. ,,Atjeh is weer veilig. Markten zijn overal weer open. De boeren durven weer naar hun land. Ga zelf maar kijken”, oppert er één. Hij weet heel goed dat een buitenlandse journalist niet ver komt. Van de autoriteiten mogen 'vreemdelingen' – die slechts mondjesmaat worden toegelaten – alleen in de grote steden komen. Het platteland is verboden gebied voor ze, want daar jaagt het leger nog steeds op rebellen.

Veel wijzer word je ook niet van mensenrechtenorganisaties, die doorgaans goed zijn geïnformeerd. Ze zijn bang om met buitenlanders te praten. Honderden activisten werden in de eerste weken van de militaire operatie gearresteerd wegens 'sympathie' met de rebellen. Tientallen onder hen zijn inmiddels veroordeeld tot lange gevangenisstraffen. ,,Ik wil eerst het document van de autoriteiten zien waarop staat dat je toestemming hebt om hier te werken”, zegt de mensenrechtenadvocaat Rufriadi streng. Hij stelt voor elkaar ergens achteraf te ontmoeten waar we niet worden gezien. ,,Er gebeuren de laatste tijd vreemde dingen. Soms valt 's nachts het licht uit en zijn er bij zonsopkomst mensen verdwenen.” De verdwijningen herinneren hem aan het militaire regiem van president Soeharto. Meer wil hij niet kwijt. In Jakarta bevestigt de Nationale mensenrechtencommissie, Komnas Ham, dat sinds de militaire operatie tientallen mensen zijn verdwenen. Rebellen en militairen beschuldigen elkaar daarvan. Ook een oude bekende durft niets af te spreken. ,,Het gaat vast renischgenen dus ik blijf liever thuis vandaag.” Maar buiten is de lucht strak blauw. Als een van de weinige activisten neemt hij tenminste nog de telefoon op.

De hoofdweg van Banda Aceh naar de eerste grote stad Sigli gaat over het platteland. In een dorpje fluistert een oude man dat de Brimob (Mobiele Brigade) pas enkele uren geleden is vertrokken. ,,Alle mannen uit het dorp hebben hier de hele nacht op het grasveld moeten zitten. Intimidatie. Hier zijn al lang geen rebellen meer!” Drie dorpjes verderop vertellen de inwoners eenzelfde soort verhaal. ,,Vannacht moesten alle jongens en mannen naar buiten om het dorp te bewaken. Het leger beweerde dat de rebellen ons zouden aanvallen. Nonsens”, zegt een bejaarde man. Hij vertelt dat boeren nog steeds niet naar hun rijstveld durven uit angst door militairen te worden beschoten.

Na de grimmige militaire operatie die een jaar duurde en waarbij zelfs vanuit de lucht dorpen werden gebombardeerd, is nu de 'rust' teruggekeerd. Er wordt nog sporadisch gevochten tussen militairen en rebellen. Om ervoor te zorgen dat de Atjeeërs niet terugkeren in de armen van de rebellen, heeft de geheime dienst overal in de dessa's (dorpjes) zijn agenten. Vanuit de warung (eetstalletjes)houden ze iedereen in de gaten. ,,Het leger is naar Atjeh gekomen om een einde te maken aan de vrijheidsstrijd van de rebellen. Nu leven we in een politiestaat waar geen persvrijheid of vrijheid van meningsuiting meer is”, zegt een journalist in Sigli. Hij wil zijn naam niet in de krant.

De geheime dienst van politie en leger, Intel zoals de Inlichtingen Dienst in Indonesie wordt genoemd, krijgt daarbij steun van milities die ze zelf oprichtte. ,,We hebben in ieder dorp tegenwoordig tien burgerwachten die de dessa (het dorp) bewaken. Als we vermoeden dat iemand een rebel is, dan melden we dat bij de Intel”, zegt commandant Zulkifli Gade van de Beweging Tegen Separatisme. Zijn organisatie is gehuisvest in een voormalig kantoorpand in het drukke centrum van Sigli. ,,We worden financieel gesteund door de regering”, zegt commandant Zulkifli zonder blikken of blozen. ,,Onze huur wordt betaald. Net zoals het eten, drinken en transport voor onze burgerwachten.”

Deze militie zou in de regio Pidie inmiddels meer dan 9000 aanhangers hebben. De groep werkt samen met de verschillende antiseperatistische bewegingen, zoals ze zichzelf noemen, die door heel Atjeh zijn opgezet. ,,Wij haten GAM (de rebellenbeweging).Het zijn criminelen die vooral onschuldige mensen doodmaken. Ze intimideren de Atjeeërs en dwingen ze belasting aan ze af te dragen”, zegt Zulkifli woedend. Tijdens het Soeharto-regiem was hij jarenlang de voorzitter van de militaire jeugdbeweging, de Pemuda Panca Marga.

De commandant ontkent dat GAM 27 jaar geleden bij haar oprichting erg populair was onder de Atjeeërs. Als onafhankelijkheidsbeweging vochten de rebellen jarenlang tegen de sociale onrechtvaardigheid. De bodem was rijk aan olie en gas, maar de inkomsten gingen naar Jakarta. In de loop der jaren ontwikkelden de rebellen zich tot bandieten die het volk geld aftroggelden. Toch bleven veel Atjeeërs tegen beter weten in geloven in GAM. Atjeh is nog steeds een van de armste provincies van Indonesië. Sinds drie jaar bestaat er speciale autonomie en mag de lokale overheid 80 procent van de olie-en gasinkomsten houden. Het geld verdwijnt volgens parlementslid Nasir Djamil van de Partij voor Rechtvaardigheid en Welzijn, de PKS, in de zakken van de gouverneur en zijn vrienden. Tegen de gouverneur loopt nu een gerechtelijk onderzoek. Niet het separatisme, maar de corruptie is volgens Nasir de grootste vijand in Atjeh. De Atjeeërs weten zo langzamerhand niet meer

gezuiverd en woont er geen Atjeeër meer. ,,We moesten weg van het leger. Uit angst dat wij de vluchtende rebellen onderdak zouden bieden”, zegt de echtgenoot.

Internationale mensenrechtenorganisaties hebben de Indonesische regering gewaarschuwd voor de gevaren van milities. Ze vrezen dat er door hun aanwezigheid een burgeroorlog in Atjeh kan ontstaan, net zoals in de voormalige provincie Oost-Timor. Daar verwoestten milities samen met het leger in 1999 na een referendum over onafhankelijkheid het land voor 80 procent.

Het leger heeft de milities nodig. Mocht het leger uit Atjeh moeten vertrekken, dan staan de milities klaar om hun taak over te nemen. GAM mag zich niet hergroeperen. ,,We vermoorden iedere rebel”, zegt militiecommandant Zulkifli grof. Maar de kans dat GAM terugkeert is volgens het parlementslid Nasir Djamil erg groot. ,,Atjeh bestaat uit zoveel kansloze jongeren. Zolang Jakarta de sociale onrechtvaardigheid niet aanpakt, heb je morgen zo weer een rebellenbeweging bij elkaar. ”

Het parlementslid Djamil zou best eens gelijk kunnen krijgen. In een legerkamp buiten het dorp Reuleut, in Oost-Atjeh, waar ex-guerrilla's worden heropgevoed, hangen zeshonderd tieners verveeld rond. Rebellen, volgens het leger. Maar de tieners zeggen dat ze guerrilla werden uit verveling. ,,Iedereen in het dorp sloot zich aan bij GAM, dus ik ook”, zegt een jongen van zestien. Hij beweert nooit in het bezit te zijn geweest van een geweer of uniform. Soms ging hij met de 'echte' rebellen mee op stap. In het kamp leert hij nu het vak van garagemonteur. Over zes maanden komt hij vrij. Maar er zijn nauwelijks banen in het Atjeh, waar je met geld jongens nog steeds voor ieder doel kunt ronselen.

wie ze nog wel kunnen vertrouwen. Het leger zegt dat de rebellen zijn uitgeschakeld, maar maakt geen aanstalten om te vertrekken. De bevolking in de dorpjes voelt zich bedreigd door soldaten die er in tenten bivakkeren. Uit verveling schieten die soms zelfs op mensen. Milities worden steeds brutaler. Samen met de militairen dwongen ze de bevolking afgelopen 5 april naar de stembus te gaan. De milities jagen de bevolking angst aan. Een journalist uit Sigli vertelt dat deze 'burgerwachten' met rode verf huizen van vermeende rebellen markeren. Soms steken ze die zelfs in brand. De milities zijn de NSB'ers van Atjeh.

Hoe gevaarlijk milities kunnen zijn, ondervond de familie X die zes maanden geleden werd verjaagd uit de Gayo Hooglanden, in het midden van Atjeh. De familie blijft liever anoniem. De echtgenoot vertelt dat rond de stad Takengon de etnische Gayo samen met Javanen, transmigranten, koffieplantages bezitten. Veel Atjeeërs werken op deze plantages. Bijna een jaar geleden richtte het leger milities onder de Javanen op. Het leger voorzag ze zelfs van wapens. De Javanen keerden zich tegen de Atjeërs en schoten er zelfs verschillenden dood. De familie X besloot te vluchten. Inmiddels zijn de plantages et-

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden