De midwinterhoorn is weer helemaal terug

16-12-2018 OLdenzaal, Midwinterhoorn blazers leuken de wandeling van de lokale rotary op. foto Herman Engbers Beeld Herman Engbers
16-12-2018 OLdenzaal, Midwinterhoorn blazers leuken de wandeling van de lokale rotary op. foto Herman EngbersBeeld Herman Engbers

Het midwinterhoornblazen floreert in Overijssel en Gelderland, met dank aan de status van immaterieel cultureel erfgoed, die het vijf jaar geleden kreeg.

Twee langgerekte bromtonen vechten zich een weg door de dichte mist die boven het Twentse platteland hangt. Een lage toon wordt opgevolgd door een hogere waarna een trage en diepe ­melodie klinkt, zo’n dertig seconden lang. Het weemoedige geluid geeft een somber gevoel, maar heeft tegelijkertijd iets warms. Voor een onbekende zijn de klanken vanuit de mist misschien mystiek, een bekende weet dat de periode van het midwinterhoornblazen weer is aangebroken.

Ieder jaar trekken midwinterhoornblazers er vanaf de eerste zondag van advent op uit om de zogeheten oude roep – ook wel ’n oal’n roop (Twente) of d’olde roop (Achterhoek) – ten gehore te brengen. Zo ook op deze decemberavond in het Twentse Oldenzaal, niet ver van de Duitse grens.

Nieuwe generatie

Gekleed in traditionele kledij staan acht blazers bij een georganiseerde winterwandeling. Het zijn leden van de Mirrewinterhoornbloazers Ol’nzel die deelnemers met de traditionele klanken uitzwaaien en weer begroeten.

Tussen de veelal op leeftijd zijnde ‘toeteraars’, zoals de blazers zichzelf ook wel noemen, vallen twee jongelingen op. Bo (12) met lange blonde haren en Bram (16), wiens korte kuif schuilgaat onder een donkere pet. Beide dragen trots de lange houten hoorn aan een koord om de schouder, om hem zo nu en dan aan de lippen te zetten. Bo krijgt daarbij nog een beetje hulp, het lange, houten instrument is nog wat aan de zware kant. Diepe tonen schallen over het land.

Het tweetal vertegenwoordigt de nieuwe generatie midwinterhoornblazers waar in Overijssel en Gelderland ijverig naar wordt gezocht. Precies vijf winters terug kreeg het midwinterhoornblazen in de twee Oost-Nederlandse provincies de status van immaterieel cultureel ­erfgoed. Die erkenning bracht met zich mee dat er energie moest worden ­gestopt in het doorgeven van de traditie op een nieuwe lichting, om deze in ­leven te houden.

Enthousiast

Dat lukt aardig stelt Hermy Oude Veldhuis, nadat hij van zijn fiets is gestapt. De man met baard wist eerst met een zakdoek de druppels van zijn bril: “Het is niet om jullie dat ik hier sta te huilen hoor, foi wat is het koud vanavond.” Oude Veldhuis is ‘veurman’ van de Mirrewinterhoornbloazers uit ­Oldenzaal en nauw betrokken bij het werven van jeugd. “Dit jaar zijn er weer twaalf nieuwe leerlingen van zes tot negen jaar oud die met ons oefenen. Zij staan echter nog niet bij ons op straat.” Oudere leden gaan wel mee met ­‘demonstraties’, op kerstmarkten, bij wandelingen en op scholen. “Je moet zichtbaar zijn om nieuwe mensen ­enthousiast te krijgen, dat is precies wat wij doen”, aldus Oude Veldhuis.

Bram is het roerend met zijn leermeester eens. “Prachtig toch, deze traditie? Ik vind het mooi dat we dit in stand houden, ook omdat veel mensen in de buurt onze aanwezigheid waarderen.” Een blazende buurman bracht Bram bij de midwinterhoornvereniging. De scholier bespeelt het instrument nu vier jaar en weet er alles van. Zijn hoorn heeft hij zelf gemaakt. “Het belangrijkste is de happe”, zegt Bram terwijl hij het losse mondstuk aanwijst. “Als die niet goed is, dan klinkt je hoorn nergens naar. Omdat ieder zijn hoorn iets anders maakt en men verschillende houtsoorten gebruikt, klinkt iedere hoorn uniek. Dat maakt het zo leuk.”

Met zijn zestien jaar is Bram voor de vereniging op een kritieke leeftijd aanbeland. Straks gaat hij studeren, en wie weet waar hem dat brengt en of hij dan nog blijft blazen. “Het kan inderdaad dat ik er een paar jaar tussenuit ga en even niet lid ben van het buurtschap, maar het bespelen verleer je niet. Ik ben zeker van plan het blazen later weer voort te zetten”, zegt Bram. Voor Oude Veldhuis is het afwachten. “Dit jaar vertrokken er twee jongeren naar Groningen voor de studie, de toekomst zal uitwijzen of die later de hoorn weer oppakken.”

Germaanse feesten

De Oldenzaalse blazers spelen deze winterperiode bij zo’n tachtig demonstraties, allen tussen de eerste zondag van advent en Driekoningen, op 6 januari. De traditie is namelijk simpel, alleen in die periode mag de midwinterhoorn bespeeld worden. Belangrijkste moment is misschien wel de zonnewende op 21 december, de kortste dag van het jaar. Het verhaal gaat dat bij Germaanse feesten eeuwen geleden de hoorn al werd geblazen om het duister te verjagen. Later werd het ­instrument gebruikt om buurtgenoten te waarschuwen.

Er zijn meer gedragsregels waaraan veel waarde wordt gehecht. Door elkaar heen spelen is uit den boze, men wacht tot iemand klaar is. Het einde van de melodie wordt aangekondigd met twee vaste slotklanken, waarop je de roep van een ander kan beantwoorden. ­Oefenen is toegestaan, mits in besloten kring. Bij openbare optredens wordt traditionele klederdracht op prijs ­gesteld, liefst sober en donker.

null Beeld Herman Engbers
Beeld Herman Engbers

Niet alleen de kunst van het blazen, maar ook de techniek van het maken van de hoorn en de historie van de traditie worden aan de nieuwe generatie blazers overgebracht. Dat gebeurt vanuit twee overkoepelende organisaties: de Federatie van Gelderse Midwinterhoorngroepen en de Stichting Midwinterhoornblazen Twente, die samen de aanvraag voor opname tot immaterieel en cultureel erfgoed indienden. Sindsdien zien beide organisaties de ledenaantallen stijgen, honderden jonge- en ouwelui bespelen jaarlijks de hoorn.

Schoollessen

“De erfgoedstatus voor het midwinterhoornblazen opent nieuwe deuren”, zegt Jacobus Trijsburg, voorzitter van de Gelderse federatie. “Zo is de toegang tot scholen vergemakkelijkt: er wordt deze winterperiode in veel leslokalen weer aandacht besteed aan midwinterhoornblazen en -bouwen tijdens lessen culturele en kunstzinnige vorming.”

Om als leraar goed beslagen ten ijs te komen, is er geïnvesteerd in tien les­kisten met daarin het benodigde materiaal. Dit werd onder meer mogelijk ­gemaakt door een subsidie voor cultuurparticipatie. Er zijn gereedschappen gekocht en bekende blazer Paul Wigger schreef een speciaal lesplan. Hij is tevens de auteur van het boekje ‘Wett’n van toet’n en bloaz’n’, dat bij het bouwen van de midwinterhoorn ­gebruikt wordt. Het boek komt samen met een app: als iemand een foto scant, verschijnt er een filmpje met bijvoorbeeld een bouwinstructie. “We hebben het boekje heel bewust ontworpen met toepassingen die de jeugd gebruikt”, zegt Wigger. “Nu komt de lesstof tot ­leven, kinderen reageren erg enthousiast.”

De aandacht voor het maken resulteerde aan het begin van de huidige blaasperiode ook in de opname van het bouwen van de midwinterhoorn bij het immaterieel cultureel erfgoed. Steeds meer blaasgroepen en -buurtschappen organiseren eigen bouwcursussen. Zo ook de Mirrewinterhoornbloazers uit Oldenzaal, waar een cursus twaalf weken duurt.

‘Dat wil ik ook!’

De actieve rol van het buurtschap uit Oldenzaal heeft het tot een van de grootste georganiseerde verenigingen in Twente gemaakt, met 48 blazende leden. Aanwas is er niet alleen vanuit de jeugd, maar ook van volwassenen. ­Onder hen Elske Barkman uit Enschede, die zich drie jaar geleden in Oldenzaal aansloot. “Op een markt hoorde ik de midwinterhoorn en dacht: dat wil ik ook! Omdat ik een eigen hoorn wilde maken, ben ik naar Oldenzaal gegaan, hier blaas ik nu nog.”

Barkman staat ook bij de winterwandeling en demonstreert daar haar langgerekte tonen. “Het is zaak om je lippen heel dicht op elkaar te persen, dat moet je vooraf goed oefenen”, zegt ze, duidelijk in haar element. “Dit hoort toch echt bij de tijd, de sfeer en ook de kou. Hier zorgt het geluid van de midwinterhoorn bij mensen voor een fijne winterse stemming. Alleen mijn buurman, die is niet altijd blij.”

Lees ook:

De Nederlandse cultuur en taal veranderen, nou en?

‘De’ Nederlander verandert. En dat is helemaal niet erg volgens Hans Bennis (65), die afscheid neemt als directeur van het Meertens Instituut.

Midwinterhoorntraditie erkend als immaterieel cultureel erfgoed

De maan schijnt over de nevelige velden bij Losser. Het zilveren licht onthult schimmen van mannen met lange houten hoorns. Ze schuifelen over een houtwal. Als de kortste dag nadert, begint het te kriebelen bij De Adventbloasers. Dan trekken ze spontaan het duister in. Een kilometer verder zitten andere blazers klaar om hun midwinterhoornroep (de roop) te beantwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden