'De middeninkomens gaan me nog steeds aan het hart, laat men zich niet ongerust maken'

DEN HAAG - De PvdA is het nieuwe jaar begonnen met wat lijkt op een offensief tegen het CDA. Zijn de aanvallen op de houding van de coalitiegenoten in de kwesties van de asielzoekers en het planSimons het gevolg van het nieuwe elan dat de commissieWolfson in de partij bespeurt? Deze commissie trapt in haar rapport dat de partij na de WAOmisere weer moet verenigen in een nieuwe visie op de verzorgingsstaat, trouwens ook op enkele gevoelige christendemocratische tenen.

Hans Goslinga en Lex Oomkes

PvdA-fractieleider Thijs Woltgens neemt zijn vertrouwde laconieke pose aan. "Met een oprechte hand op mijn hart kan ik zeggen dat er van een gecoordineerde actie tegen het CDA geen sprake is. Het gaat om zaken die los van elkaar staan en elk hun eigen merites hebben."

Hij is het met Wolfson en de zijnen eens dat zich een omslag in de partij voltrekt. "De WAO-discussie heeft een shock-werking gehad. Een van de effecten is - je merkt het in de discussies in de afdelingen - dat de partij realistischer is gaan kijken naar de verzorgingsstaat, niet langer vanuit een houding: we moeten houden wat we hebben. De discussie heeft zich verdiept."

Volgens Woltgens bewijst het rapport-Wolfson dat de sociaal-democraten hebben geleerd van de WAOdiscussie, die de partij aan de rand van de afgrond bracht.

"Wolfson beveelt de partij aan nu, in de jaren negentig, dingen te doen om de vergrijzing in 2015 op te vangen. De conclusie is duidelijk: om de verzorgingsstaat ook op langere termijn in haar huidige vorm te redden - en dat wil de PvdA toch? - zal er nu iets gedaan moeten worden."

Banengroei

Hij vindt het doel - zeventig tot negentigduizend banen per jaar erbij - ook niet te ambitieus.

"De commissie geeft zelf aan hoe dat kan worden bereikt en bovendien hebben de afgelopen jaren bewezen dat zo'n forse banengroei mogelijk is. Tussen 1987 en 1991 nam het aantal banen met 600 00 toe, het regeerakkoord gaat uit van honderdduizend nieuwe banen per jaar."

De fractievoorzitter is in zijn nopjes met het rapport Niemand aan de kant. Dat de commissie met voor de hand liggende aanbevelingen is gekomen, vindt hij geen zwakte, maar juist een aanbeveling.

"De nadruk is gelegd op dingen die al te vaak als vanzelfsprekend worden aangenomen. Meer mensen aan het werk en alles is beter te betalen, iedereen weet dat. Maar dat was kennelijk zo vanzelfsprekend dat er eigenlijk nooit een beleid op is gevoerd."

"De vraag hoe je dan die participatie moest vergroten, hoe je vrouwen aan het werk krijgt en hoe je minderheden uit de werkloosheid houdt, is nooit beantwoord. Deze commissie heeft daar een hele reeks suggesties voor ge- daan."

De kern van het rapport-Wolfson, de verzorgingstaat is in haar bestaande vorm te redden als er maar meer mensen aan het werk gaan, spreekt Woltgens zeer aan. Het betekent, constateert hij even gretig als partijleider Kok, dat het in de toekomst mogelijk is de uitkeringen zelf met rust te laten en dat de politiek niet gedwongen is verder te snijden in de hoogte en de duur daarvan.

Hij bestrijdt daarmee meteen dat de commissie de PvdA nieuwe pijnlijke keuzen bespaart en vooral uit is op rust: "De afgelopen jaren is in de discussie de indruk gewekt dat je er alleen zou kunnen komen door verder te snijden in de uitkeringen. Wolfson maakt aannemelijk, door de samenhang van alle zaken te tonen, dat dat helemaal geen automatisme is."

Moeilijke weg

"In wezen kiest de commissie niet voor de gemakkelijke weg, opnieuw snijden in de uitkeringen, maar voor de moeilijke weg. Want het betekent een opdracht waarvoor intellectuele en bestuurlijke creativiteit nodig zal zijn. We zullen het fiscaal stelsel moeten doorlichten op punten die mensen ervan weerhouden zich op de arbeidsmarkt te melden, zoals de kostwinnersfaciliteiten. We zullen de arbeidskosten voor de werkgever moeten verlagen, door inderdaad geld vrij te maken via hogere milieuheffingen."

Minstens zo belangrijk vindt Woltgens het advies de uitvoeringsorganisatie van de sociale zekerheid op de schop te nemen, die volgens de commissie niet is ingericht op het zo snel mogelijk weer aan het werk helpen van de uitkeringsgerechtigde. Hij vindt het een pluspunt van de WAO-discussie dat bij de bedrijfsverenigingen zelf al sprake is van een omslag in het denken. Maar hij is het met Wolfson eens dat er meer moet gebeuren.

"De uit de hand gelopen groei van de WAO bewijst dat er bij de uitvoeringsorganisaties geen automatische prikkels zijn om de toestroom van arbeidsongeschikten zo klein mogelijk te houden. De rekening voor die almaar groeiende aantallen kon bij zoiets anoniems als de collectiviteit gelegd worden, de overheid verhoogde de premie wel. Dat is op zijn minst toch vreemd."

Zijn fractie is al begonnen met een poging die mechanismen te doorbreken. Op initiatief van de PvdA wordt er al gewerkt aan een onafhankelijker toezicht op de uitvoeringsorganisaties, maar Woltgens geeft Wolfson gelijk dat dat niet ver genoeg gaat.

"De commissie heeft de stelling betrokken dat de overheid ook bij de uitvoering betrokken moet worden. En ik kan dat niet ontkennen. Als de sociale zekerheid in eerste instantie gericht moet worden op het terugbrengen van mensen met een uitkering op de arbeidsmarkt, dan is dat inderdaad nodig."

Bedrijfsverenigingen moeten gaan samenwerken met arbeidsbureaus en ook de sociale diensten, nu al een taak van de overheid, dienen ook een rol in het geheel te krijgen. Alle verschillende loketten moeten op den duur terugge- bracht worden tot een. Oud-minister De Koning van sociale zaken heeft daarom al eens gesuggereerd de uitvoeringsorganisaties, net als de arbeidsbureaus, onder het bestuur van overheid, werkgevers en werknemers gezamenlijk te brengen, maar Woltgens is daarvoor niet enthousiast.

"Mij stoort bij de arbeidsbureaus dat de overheid geen meerderheidspositie heeft, terwijl de overheid wel de verantwoordelijkheid heeft te zorgen voor volledige werkgelegenheid. Daar wordt zij politiek op aangesproken. Wolfson vindt ook dat de overheid een 'aansturende rol' moet hebben in de sociale zekerheid. Ze moet kunnen zeggen: ik wil dat het zo en zo gaat. Daar ben ik het mee eens en dat is een stap verder dan de fractie tot nu toe gedaan heeft."

Woltgens voelt, dat is tegen die achtergrond geen verrassing, niets voor de suggestie van minister De Vries om WAO en WW te privatiseren. De overheid zou een aantal randvoorwaarden stellen, maar de werknemer kan zich zelf bij elke willekeurig verzekeraar verzekeren tegen risico's als arbeidsongeschiktheid en werkloosheid.

Woltgens: "We leven in een week waarin mijn vertrouwen in de particuliere verzekeraars niet bepaald groter geworden is. Het idee van De Vries staat of valt met de voorwaarde dat verzekeraars ook volledig met elkaar concurreren en de gang van zaken rond het plan-Simons bewijst dat dat maar de vraag is. De verzekeraars gedragen zich daarin kartel-achtig."

"Bovendien gelden de bezwaren tegen een mini-stelsel nog veel sterker bij privatisering. Verzekeraars zullen aan risico-selectie doen: de premie kan aantrekkelijk laag worden als iedereen met zelfs het kleinste vlekje niet meer tot de verzekering toegelaten wordt. Maar ik heb ook principieler bezwaren. De basis voor solidariteit tussen gezonde en minder gezonde werknemers wordt volledig doorbroken. Mensen met een riskant beroep of in een zwakke bedrijfstak zullen al gauw de dupe worden. Het is het einde van de solidariteit en dus ook van een van de fundamenten van de verzorgingsstaat. Bovendien vind ik het principieel een taak van de overheid ervoor te zorgen dat de mogelijkheid van een fatsoenlijke uitkering blijft bestaan, ongeacht de geschiedenis van mensen."

Middenveld

Woltgens vindt het verbazend dat De Vries met zijn ideeen ook het door het CDA gekoesterde middenveld passeert. "Werkgevers en werknemers hebben verder niets meer van doen met de uitvoering van de sociale zekerheid. Blijkbaar zit de PvdA met haar ideeen op dit punt precies in het politieke midden."

Woltgens erkent wel dat er enkele minpuntjes zitten in het rapportWolfson, zoals het feit dat alleen in algemene termen wordt gesproken over het herstel van plichten in de sociale zekerheid naast rechten. Maar hij tilt daar niet al te zwaar aan.

"Toen ik een tijd geleden nadruk legde op de plichten, was Wolfson een van de eersten die me steunden. Ik weet dat hij die plichten serieus neemt. Maar het voorstel om iedere uitkeringstrekker die aan scholing meedoet een premie van tien procent uitkering te geven, kan een verkeerde indruk wekken. Ik vind in ieder geval dat die premie geen reden mag zijn om iemand die scholing weigert dan maar geen strafkorting op de uitkering op te leggen."

Ook de loonkostensubsidie voor werkgevers voor het in dienst nemen van minder produktieve werknemers maakt Woltgens niet enthousiast. Hij betwijfelt op grond van ervaringen met bestaande subsidies of dat nu zoveel banen oplevert.

Inkomensverschillen

Gezien zijn eerdere pleidooi dat de middeninkomens door de PvdA moeten worden ontzien, zou je bovendien verwachten dat Woltgens ook niet enthousiast is voor de aanbeveling van de commissie om inkomensverschillen verder te verkleinen. Woltgens bestrijdt echter dat Wolfson nu juist dat voorstaat.

"De commissie wil de aanbevelingen van de commissie-Stevens gebruiken om het verschil tussen bruto- en netto-inkomen voor de laagstbetaalden te verkleinen. Stevens wil het aantal aftrekposten nog verder schrappen en het geld dat dat oplevert inzetten voor belastingverlaging. Dat vinden de PvdA en de commissie-Wolfson prima, maar dan wel daar waar die afstand tussen bruto en netteloon het grootst is en dat is, vreemd genoeg, bij de laagste inkomens.

De middeninkomens gaan me nog steeds aan het hart, laat men zich niet ongerust maken. Dat is ook de reden dat ik zo blij ben met het pleidooi van Wolfson voor een brede verzorgingsstaat. Met uitkeringen boven het minimum, juist voor de mensen die meer dan het minimum verdienen."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden