De methode-Bolkestein en het eind van het integratiedebat

Met de integratie gaat het nu een stuk beter, vindt oud-VVD-leider Frits Bolkestein. En prompt lijkt het debat te verstommen. © WFA Beeld
Met de integratie gaat het nu een stuk beter, vindt oud-VVD-leider Frits Bolkestein. En prompt lijkt het debat te verstommen. © WFA

Twee denkers over Frits Bolkestein. Ooit begon hij over integratie, nu vindt hij dat het beter gaat daarmee. Prompt wordt het stiller. Kun je een debat openen en sluiten als een toernooi?

In 1991 zette toenmalig VVD-leider Frits Bolkestein als een van de eerste politici de integratie van minderheden als probleem op de agenda. Dat kwam hem op veel kritiek te staan, hij werd zelfs beschuldigd van discriminatie.

Twintig jaar later denken alle partijen, van links tot rechts, over oplossingen voor problemen die destijds niet eens benoemd mochten worden. Begin deze maand zei Bolkestein in zijn H.J. Schoo-lezing dat het beter gaat met de integratie. En als bij toverslag lijkt het onderwerp zijn urgentie te verliezen.

Wat zegt dit over de waarde van het debat? Heeft het debat voldoende bijgedragen aan oplossingen en kan het daardoor wel wat minder? Of laat het feit dat het integratiedebat vrij makkelijk gestopt kan worden juist zien dat het losstaat van de maatschappelijke werkelijkheid?

René Gude, filosoof en directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) in Leusden: "Het debat is niet zo vrijblijvend als het nu misschien lijkt. Dat multiculturalisme, immigratie en integratie serieus geagendeerd werden, is inderdaad te danken aan Bolkestein. Later ook aan Paul Scheffer en Pim Fortuyn. Het was nodig. Je kon er in de jaren negentig nauwelijks iets over zeggen of je was een racist. Terwijl een klein land toch de grenzen enigszins zal moeten bewaken om niet in chaos te verzanden.

"Nu hebben we er twee decennia vrij uitgebreid over gediscussieerd, en nou houden we er zo'n beetje mee op. Dat wijst niet op vrijblijvendheid. Het laat juist duidelijk zien welke twee belangrijke functies het maatschappelijke debat vervult: informatie verspreiden en consensus bereiken.

Discussiëren is behalve het uiten van een bepaald standpunt in hoge mate het verspreiden van informatie. We wisten met z'n allen bijzonder weinig van integratie. Het debat riep vragen op, waar de wetenschap vervolgens uitsluitsel over gaf. Bij aanvang was er weinig gemeenschappelijke kennis en geen consensus over wat ons te doen stond. Nu is dat anders: emoties zijn via het debat gekanaliseerd en omgezet in politieke standpunten en breed gedragen beleid."

Sabine Roeser, bijzonder hoogleraar politieke filosofie en ethiek van technologie aan de Universiteit Twente: "Was het maar waar. Ik vind het juist nogal vreemd dat Bolkestein nu zo ongeveer het debat voor gesloten verklaart, wijzend op rapporten waaruit blijkt dat de problemen niet zo groot zijn. Die rapporten zijn er al jaren. Waarom vindt hij nu ineens dat we daar naar moeten luisteren?

"Dat in de politiek de waan van de dag heerst, en dat de populistische politiek ervoor zorgt dat de perceptie van de mensen nogal afwijkt van de feiten, lijkt me evident. Maar kan je het integratiedebat dan afsluiten door te wijzen op rapporten waaruit blijkt dat het allemaal wel meevalt?

"Er zijn altijd intellectuelen geweest die de boude stellingen van mensen als Bolkestein hebben genuanceerd. Die zeiden: het heeft geen zin om te zeggen dat 'de moslims' het probleem zijn. Maar wel: armoede, sociale achterstand, analfabetisme, botsende culturen. Fundamentalisme kan in elke religie voorkomen en is altijd problematisch. Ik heb niet de indruk dat er nu ineens nieuwe feiten zijn, waaruit blijkt dat die problemen zoveel minder zijn. En voor zover er problemen zijn opgelost, hebben die überhaupt ooit bestaan? Begrippen als een 'tsunami van moslims' hadden nooit veel met de werkelijkheid van doen. Maar als Bolkestein en anderen met deze rechtse retoriek willen ophouden: graag."

Gude: "Daarmee doe je het debat tekort. Ik zeg niet dat het integratiedebat van de afgelopen jaren de schoonheidsprijs verdient. Ik denk dat het een stuk efficiënter had gekund. Maar dat wil niet zeggen dat het niets heeft opgeleverd.

"Het Sociaal Cultureel Planbureau, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de parlementaire enquêtecommissie van Stef Blok, allemaal bronnen die inderdaad al veel eerder gezegd hebben dat het vrij goed gaat met de integratie. Dus de discussie stond en staat vaak los van de feiten. Idealiter zou iedereen zich eerst goed inlezen, en dan pas aan het debat beginnen.

"Maar politici kunnen in een debat niet dezelfde distantie hebben als wetenschappers. Het debat is een stijlvorm, waarbij partijen standpunten innemen die als onverzoenlijk tegenover elkaar worden geplaatst. Eén partij introduceert het idee dat het 'volkomen verkeerd gaat met integratie' en dan start het zogeheten debat. De algemene informatie over 'dat het vrij goed gaat', wordt geconfronteerd met de onvrede van allerlei bevolkingsgroepen die in hun dagelijks leven met de materie geconfronteerd worden. Belanghebbenden, zogezegd, die vertegenwoordigd moeten worden door de politiek. Het debat moet een brug slaan tussen de algemene feiten en de concrete situatie. Tussen de gegeneraliseerde gegevens over de hele 'populatie' en de levens van de betrokken bevolking.

"De methode die Bolkestein in Nederland heeft geïntroduceerd, is een debat entameren door in de media een ongenuanceerde, tendentieuze stelling te poneren. De commotie die daaruit ontstaat, gebruikte hij daarna als breekijzer in Den Haag. Wilders heeft dat van hem geleerd.

"Nu we er lang op hoge toon over gepraat hebben, zijn de emoties rond immigratie en integratie wat aan het teruglopen. Men krijgt meer oog voor de objectieve kant van de zaak. Het duurt kennelijk vrij lang voordat dit gebeurt. Het debat is een inefficiënte, omslachtige methode, een paardenmiddel. Maar het werkt wél.

"Wetenschappers en journalisten moeten het als hun taak zien ervoor te zorgen dat de wetenschappelijke input al eerder en breder ingang vindt. Wellicht kunnen de bureaus die de rapporten schrijven al meer lijn aanbrengen in de feiten, door met degelijke onderbouwing expliciet 'tendentieus' te zijn: werkelijke tendensen aanwijzen, in plaats van losse cijfers te geven waar iedereen een eigen draai aan kan geven."

Roeser: "Alsof de wetenschappers met hun feiten de enige partij zijn die over iets waardevols beschikken, en het publiek als een hersenloze massa gedreven wordt door louter redeloze emoties. De emoties van het publiek zouden juist onderkend moeten worden als aanwijzingen voor morele richtingen: emoties vertellen ons wat mensen belangrijk en waardevol vinden. Als een bepaalde tendens uit de cijfers spreekt, volgt daar nog niet noodzakelijk uit wat we er in morele zin mee moeten of kunnen.

"Het probleem is niet de dominantie van emoties in het debat, maar de wijze waarop die emoties worden gebruikt. Met de methode-Bolkestein wordt een populistisch appel gedaan op de emoties. Via slogans en kreten die ertoe leiden dat mensen de informatie die er is van meet af aan met gekleurde bril zien. Dat blijkt ook uit studies van de Amerikaanse wetenschapper Dan Kahan: mensen geloven de experts die hun eigen vooroordelen bevestigen. Daar tegenover zou een meer genuanceerd appel op de emoties kunnen staan, dat ook de andere kant van een verhaal laat zien."

In het Filosofisch Elftal geven twee denkers hun visie op de actualiteit. Vandaag: René Gude en Sabine Roeser.


Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden