De metafoor geeft lege kunst weer betekenis

En, hoe staat de moderne kunst er voor, vroeg een familielid dat vroeg in de jaren tachtig naar een ver en nogal a-cultureel land was geemigreerd. Ze was er terechtgekomen in een plaats waar de boekhandel al intellectuele neigingen ging vertonen bij een rijtje handgidsen voor computergebruik en boeken over kunst een hoogst verdachte zaak vond die de bevolking maar op verkeerde ideeen bracht. Hoe terloops de vraag ook werd gesteld, de beantwoording verdiende veel nadenken, al was het alleen maar om de zaken weer eens op een rijtje te kunnen zetten.

De vroege jaren tachtig, toen waren de Nieuwe Wilden in. Je denkt er bijna met weemoed aan terug. Wat waren het niet spannende tijden, met Baselitz die zijn modellen omgekeerd schilderde, met Kiefer die een landschap vol Duitse filosofen zette en Lupertz met zijn vreemde Dithyrambes. De Nieuwe Wilden, ze hadden de vernieuwing van de kunst al in de aanbieding, nog voordat de markt zijn behoefte kenbaar had gemaakt. De Nieuwe Wilden moesten een ontvankelijk publiek hebben, dat heeft een paar jaar op zich laten wachten.

Nu ze inmiddels museaal zijn bijgezet, zijn we beland in het tijdperk dat het in de kunst uitsluitend en alleen om de kunst gaat. Kun je bij Middendorff, Hodicke of een Salome nog spreken van een kunstenaar die in een sociale context fungeert en daar schilderend van getuigt, bij Scholte en Koons, om twee van de meest aansprekende coryfeeen van de hedendaagse kunst te noemen, word je niets gewaar van een persoonlijke attitude. Sterker nog: waar geen schildershouding is, ontstaat ook geen kunst, maar een derivaat dat het niet waard is om in een kunstmuseum te worden ondergebracht. Dat hun werk iets is dat op kunst lijkt en voor menig museumdirecteur de schijn van echte kunst heeft, is iets dat verdacht veel lijkt op een bekend sprookje van de Deense schrijver Hans Christian Andersen.

Wie als kunstenaar de moeite neemt zijn werk die kwaliteit te verschaffen dat het voor kunst kan doorgaan, komt automatisch op de vraag uit waar hij zichzelf in de traditie plaatst. Misschien lijkt het aanmatigend dat een kunstenaar zich dat afvraagt omdat hij immers het gevaar loopt zichzelf te willen vergelijken met wat als de top wordt beschouwd en bescheidenheid als een schone zaak wordt gezien. Toch is zo'n plaatsbepaling wel noodzakelijk. Niet om kwaliteit met kwaliteit te vergelijken, maar om een bewustzijn te kweken waarbinnen kwaliteit aan normen kan voldoen die uit een kritische houding voortkomen.

Die kwaliteit heeft behalve met die authenticiteitsbetrachting ook veel te maken met de vraag in hoeverre de kunstenaar kan voldoen aan het opnieuw formuleren van aloude schilderkunstige, c.q. beeldhouwkunstige problemen en de oplossing daarvan. Niet de schilder die de nieuwste stroming bedenkt, is zo'n goede schilder, maar de schilder die een authentieke oplossing voor oude problemen kan vinden. Ik denk maar even aan de Zwischenraumgespenster van Markus Lupertz die het niet alleen bij dit probleem liet. Lupertz is bezig met het bedenken en ontrafelen van allerlei schilderkunstige problemen, zoveel dat hij elke dag een schilderij met een ogenschijnlijk nieuwe vormgeving kan maken.

Die drang, die eigen is aan de werkelijke vernieuwers van de kunst, is bij elke grote kunstenaar terug te vinden. Zij weten een constante stroom van oplossingen te bedenken die steeds tot verrassende invalshoeken leidt. De echte grote kunstenaars zijn aan die stroom van oplossingen te herkennen: El Greco, Rembrandt, Titiaan, Goya, Klimt, Manet, Mondriaan, Malewitsj, Picasso, Braque, Beuys.

Ze staan, ieder voor zich, voor een tijdperk, meer dan voor een stroming of stijl, dat hun stempel heeft gedragen. Wat hen ook bindt is dat zij naast vorm- en schilderkunstige oplossingen naar een wezenlijke vernieuwing van hun inhoud hebben gezocht. Toch is die inhoud niet wezenlijk anders geweest dan wat zo vele schilders voor hen hebben gedaan. Wat voor grote kunst zo essentieel lijkt, is dat ze zich uitspreekt over zaken als liefde en dood. Ga het hele rijtje maar na: elke van de genoemde schilders zal zich over deze zaken hebben uitgelaten.

Rembrandt met de portretten van zijn geliefden, maar ook met zijn belangstelling voor de dode mens aan de hand van de anatomische lessen, Manet met zijn van levenslust doortrokken bloemen, maar ook met een gevelde torero, Goya met zijn Maya's, de joyeuze pret van de adel maar ook met de verschrikkingen van de oorlog, Mondriaan met zijn stervende bloemen, Klimt met zijn deerniswekkende verbeelding van de ouder wordende mens. Het lijkt er op alsof dergelijke constanten een voorwaarde zijn om kunst op hoog niveau te krijgen.

Met zaken als leven en dood zitten we in feite al dicht bij een stijlbepaling. Immers, liefde en dood laten zich uitdrukken aan de hand van symbolen, of beter gezegd metaforen. De kunst heeft het nooit zonder metaforen kunnen stellen, ze zijn de letters zonder welke geen alfabet mogelijk is. Wanneer metaforen de hoofdmoot van de inhoudelijke vormgeving worden, ontstaat een stijl die we symbolisme noemen. Dit symbolisme komt elke eeuw wel eens voor. De 19de eeuw staat er bol van, maar er zijn ook in de middeleeuwen en in de 17de eeuw perioden aan te wijzen dat deze stijl in zwang was.

Zonder nu meteen aan wishful thinking te doen, maar deze eeuw heeft eigenlijk nog nauwelijks een consistente vorm van symbolisme te zien gegeven. Het grootste deel van de 20ste eeuw, zeker de periode voor de tweede wereldoorlog, wordt beheerst door bewegingen die de vernieuwingen in het schilderskunstige vlak zoeken, terwijl veel van de na-oorlogse kunst getypeerd wordt door grensverkenning, zowel in materiaal als in techniek. Het lijkt er soms op alsof het gebruik van metaforen is ondergesneeuwd, dat het gewoon niet meer mag. De hevige kracht waarmee de Nieuwe Wilden door de musea werden geramd, is verhoudingsgewijs van korte duur geweest en nu, na te zijn weggeebd, alleen van kunsthistorisch belang geworden.

Wat de kunst na Scholte en Koons nodig heeft is een op het symbool gerichte kunst, een kunst die eindelijk weer antwoord geeft op vragen van leven en dood. Na een lange periode waarin dat nauwelijks is gebeurd, wordt dat tijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden