De merkwaardige conceptie van wat later de Avro zou worden

“Twee onaanzienlijke, onopzichtige figuren aan een tafeltje bij het raam” van hotel Hamdorff in Laren in 1923. Het zijn de Engelse chef-ingenieur en de Nederlandse chef van de afdeling verkoop van 'de zieke fabriek', zijnde de Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum. Ziek, want de orderportefeuille voor de modernste communicatie-apparatuur was leeg; het leger zat volop in de na-oorlogse herstelperiode en verstrekte geen orders, de koopvaardijvloot was opgelegd, zodat ook daar geen bestellingen vandaan konden komen. Laatstelijk had Albert Plesman voor de KLM, na een experiment in de praktijk, een paar dozijn van die zenders besteld. Maar dat was het wel en bovendien werd de NSF geteisterd door een solidariteitsactie van het fabriekspersoneel met stakende textielarbeiders in Twente.

De scène is het sombere decor van de merkwaardige conceptie van wat uiteindelijk de Avro zou worden en die dit jaar feestelijk wordt herdacht. Een verjaardagsfeest als van een kind dat z'n leeftijd op eigen houtje met drie jaar verhoogt door de trouwdatum van zijn ouders aan te merken als zijn eigen geboortedatum. Maar vooruit, een beetje omroep probeert minstens elke vijf jaar een jubileum te vieren. Het is duur, maar de omroepverenigingen zelf zitten allemaal redelijk bij kas en vooral: het is goed voor de ledenwerving en -binding. In de onduidelijke omroeptijden van nu is een uitbundig jubileum helemaal een must, zoals de Engelse chef-ingenieur het gezegd zou hebben.

Met de aanbieding van een jubileumboek zijn de festiviteiten ter gelegenheid van de eerste 75-jarige, de Avro, deze week op gang gebracht. Alles moet ten slotte culmineren in een groot feestweekeinde begin april met non-stop de Avro op de buis. De eerste en de oudste, maar als de Avro iets moet vieren is het wel het herwonnen interne elan na jaren van kwakkelen met een zwakke gezondheid, een weinig opzienbarende programmering en een zwaar afkalvend ledenbestand. Want de moderne tijd ten spijt zijn het juist de meest algemene omroepverenigingen (Avro en Tros) die de laatste jaren, toen Nederland omroepsgewijs geheel van God losraakte, de zwaarste klappen kregen.

De Avro grijpt feestelijk terug naar het café-gesprek van de Engelse chef-ingenieur White en de Nederlandse chef van de afdeling verkoop Willem Vogt. In Vogts boek 'Radioleven; een kwart eeuw pioniersarbeid in een modern beroep' staat de conceptie woordelijk beschreven.

“De eenige oplossing” - zegt de Engelschman - “is 'broadcasting'; de radio-omroep kan ons nog redden. Maar zoodra wij ontvangtoestellen gaan maken en je probeert om ze aan den man te brengen, dan is de eerste vraag, die een adspirant-kooper stelt: 'wat kan je ermee hooren'. En... dan sta je pretty well met je mond vol tanden. Wat is er met een radio-ontvangtoestel te hooren? O zeker Idzerda in Den Haag en wanneer niet te veel tegenspoed in de lucht is, de proeven van Marconi op Writtle... maar dat is alles tezamen niet voldoende om de groote massa voor 'broadcasting' te interesseren.”

“Zie jij nou geen kans om zoo'n zendertje in mekaar te schroeven...?” vroeg de chef van den verkoop.

Er stond nog een transformator op de NSF van een onafgewerkt marinestation, er waren twee generator-lampen voor Indië ('maar die kunnen nog wel even vastgehouden worden'), er was nog een oude telescoopmast van dat radioveldstation die op de Effectenbeurs had gestaan en microfoons waren er bij bosjes.

En een bescheiden studio?, informeerde White.

“Ik sloop alle gordijnen van de kantoorramen weg en behang er de teekenkamer mee”, antwoordde Vogt.

“We zullen toch morgen eens kijken of er wat bij elkaar te scharrelen is”, zei de chef-ingenieur... “maar zonder een crediet van een paar honderd gulden komen we er niet.”

“Dat vraag ik aan den directeur”, zei de chef van den verkoop.

Presto, de niet al te omstandige en weinig gepassioneerde conceptie van de Avro: een idee van een Brit bij gelegenheid van een fabriek in ernstige klantennood. Plechtig constateert de aanstaande vader (want dat werd Vogt natuurlijk wel): “Het vermoeden van doornen en storm, verduisterde niet de vreugde van een nieuw geopend verschiet.” (Genoemde Idzerda is de onderdelenhandelaar Hanso S. S. à Steringa Idzerda die dan al meer dan tien jaar in Den Haag experimenteerde met radio-uitzendingen en niet gehinderd werd door het feit dat Philips nog niets zag in het ontwikkelen van speciale apparatuur voor zo'n kleine markt van hobbyisten.)

Doornen en storm was wat Vogt oogstte, kon hij weten. Pas negen jaar eerder was het wettelijk verbod op het luisteren naar draadloos te ontvangen signalen opgeheven. Tot dan was het verboden aan particulieren om een installatie te bezitten (zelf te bouwen betekende dat) om de weinige, grotendeels zakelijke signalen die door de ether werden verspreid op te vangen. Idzerda kon onderdelen leveren aan amateurs die aan de hand van het boek 'Het Draadloos Ontvangen voor den Amateur' (1915) hun eigen installatie bouwden. In 1924 nog waren amper 1900 mensen lid van Idzerda's Nederlandse Vereniging Voor Radiotelegrafie (NVVR). Maar het was de eerste vereniging op dit gebied en het was een vereniging met een typisch radio-kenmerk, ze had een eigen blad: Radio Expres.

Grotere experimenten met gecodeerd berichten voor de Effectenbeurs en voor de abonnees (kranten) van het persbureau Vaz Dias hadden geen groot succes. Veel bijzonders was er verder nog nauwelijks te ontvangen, maar dat zou snel veranderen.

Een klein jaar na de eerste vier experimentele uitzendingen van Vogt richtte hij de Hilversumsche Draadloze Omroep (HDO) op. NSF-directeur Dubois had onvoldoende geld beschikbaar om verder te gaan en Vogt wilde een oproep doen aan de groeiende groep luisteraars, helemaal nadat hij begin 1924 wekelijks Willem Mengelberg en het Concertgebouworkest inzette om geld in te zamelen. Om die geldstroom en die van steeds meer sponsors controleerbaar te houden richtte hij de vereniging HDO op, met aan het hoofd verder enkele Hilversumse notabelen. Maar in feite was het natuurlijk een organisatie van de seintoestellenfabriek NSF, waar Vogt nog steeds verkoopleider was.

In 1924 brak de radio door. In een hoog tempo groeide in andere landen ineens ook het aantal zenders, met als gevolg dat er voor particulieren veel meer te ontvangen viel dan alleen die enkele uren per week van de HDO. Het feit dat Philips ineens duizenden ontvangers kon verkopen, trok de aandacht. Bovendien was Philips, naast bij voorbeeld ook Jamin en De Telegraaf, sponsor van de uitzendingen. In feite hield Philips de nog steeds met verliezen draaiende NSF in leven om zo een vinger in de pap te houden bij de ontwikkeling van de radio.

Maar de HDO-luisteraars en andere radio-hobbyisten waren niet enkel van 'algemene' overtuiging. Onder protestanten, katholieken en socialisten zaten ze ook en binnen de kortste keren werden van die kant de eerste omroepverenigingen opgericht, met de NCRV dus voorop. Vooral daardoor ontstond ook een politiek debat over het meer dan alleen commercieel uitbuiten van dat nieuwe medium waarmee de massa te bereiken was. In 1925 liet de regering de Commissie voor de Nationale Draadloze Omroep, onder leiding van de op dat moment katholieke ex-premier Ruijs de Beerenbrouck, plannen voor de omroep ontwikkelen. En al gauw repten politici en geestelijken zich naar de HDO-studio om in gehuurde zendtijd toespraken te houden.

Die zendtijd was te huur via de NSF, en het kon niet uitblijven dat over de inhoud ervan al snel het onderlinge debat begon. Kort gezegd: zo waren binnen twee jaar al de NCRV, de KRO, de VPRO en de Vara (slechts schoorvoetend omarmd door de socialisten) ontstaan. Aldus tekende zich makkelijk een meerderheid af voor een etherordening, niet op commerciële basis, maar naar geestelijke overtuiging en de culturele honger van het volk. Die ordening kwam overigens pas in 1930 tot stand, en toen met Vogts club als één van de velen.

Vogt had die bui al snel zien hangen en claimde voor zijn eigen HDO de rol van nationale omroep met veertig procent van alle zendtijd; hoewel veel van zijn HDO-leden ook lid waren van hun eigen verzuilde nieuwe omroep. De andere verenigingen moesten maar enkele uren per week specifiek op hun achterban gerichte uitzendingen verzorgen, vond Vogt. Maar behalve de VPRO zagen die andere omroepen een veel bredere taak voor zich. Bovendien werden de mogelijkheden uitgebreid toen er in Hilversum een tweede radiozender beschikbaar kwam. Weliswaar claimde de HDO meteen veertig procent van de zendtijd op die tweede zender, maar het politieke debat had toen al duidelijk gemaakt dat de kans daarop met de dag kleiner werd.

Om een andere claim, namelijk de HDO als enige algemene omroep voor iedereen, te accentueren, werd de HDO begin 1927 omgevormd tot de Algemene Nederlandse Radio Omroep, ANRO. Waarmee de ontkoppeling van de NSF een feit werd. Die ANRO fuseerde weer een jaar later met de in Idzerda's Den Haag floerende Nederlandse Omroep Vereniging. En dat, 1 januari 1928 - 70 jaar geleden dus, was het moment waarop de Avro ontstond.

De Avro heeft gelijk wanneer ze zegt dat er, niet in het minst door de dominante aanwezigheid van Vogt, een rechte lijn bestaat tussen dat gesprek in Hotel Hamdorff, de financiële perikelen van de NSF, de gesponsorde HDO, de onafhankelijke ANRO en ten slotte de huidige algemene Avro. Tegelijk doet die constatering geen recht aan de ontwikkeling van het radiolandschap in de tweede helft van de jaren twintig. Het debat dat toen ontstond, de strijd die volgde en het dreigende omroepbesluit van 1930 tenslotte, leidden tot de oprichting van de Avro. Ook een goede reden om een jubileum te vieren. De periode heeft echter vooral een debat ingeleid dat tot op de dag van vandaag nog voortduurt en waar de Avro een schakel in is.

Maar wat wij herdenken is de rol van Willem Vogt en niet te vergeten het idee van de Engelse ingenieur White.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden