De Mercedes rijdt op valse kassabonnen

Een Pakistaanse vader en zoon zijn deze week tot drie jaar cel veroordeeld wegens mensensmokkel in winkels en marktkramen in de Randstad. Een inkijkje in een zaak waarin alles om fraude en geld lijkt te draaien.

Een avond in december 2012 in de Paulus Potterstraat in de Haagse Schilderswijk. Een groep Indiase en Pakistaanse mannen zijn aan het vergaderen. De bespreking gaat over geld, veel geld, verdiend met kledingverkoop in verschillende marktkramen en winkels in Den Haag, Rotterdam, Spijkenisse en Amsterdam. Twee mannen van Pakistaanse afkomst zitten aan het hoofd van de vergadering. Deze vader Pravez en zoon Waseem R. hebben duidelijk de leiding. Ook is er een andere broer bij. De drie verwanten hebben de Nederlandse nationaliteit. Van de andere deelnemers aan het overleg is een aantal illegaal in Nederland. Er worden geen officiële notulen gemaakt.

Het enige wat op een A4'tje met de hand wordt geschreven, is wat er die week is verdiend. Verder wordt er gegeten en gedronken. Het blaadje met de weekomzetten en winsten blijkt van groot belang te zijn in deze mensensmokkel- en fraudezaak, waarvan het onderzoek bijna een jaar heeft geduurd. Opeens is er tijdens die vergadering eind december 2012 een inval van de recherche van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder leiding van het Openbaar Ministerie (OM).

De aanwezige illegalen, de twee verdachten, goederen en een tiental handgeschreven blaadjes van weekomzetten verspreid over de periode 2010 tot en met 2012 worden meegenomen. Hieruit blijkt dat er sprake moest zijn van een schaduwboekhouding, want de officiële boeken toonden hele andere bedragen.

De hoofdverdachten worden gearresteerd en de tien werknemers als getuigen gehoord. De aangetroffen illegalen zijn overgedragen aan de vreemdelingenpolitie in Den Haag. Van de illegalen die tijdens de gehele onderzoeksperiode worden aangetroffen, zijn een aantal terug naar hun land van herkomst, anderen zitten in trajecten, of zijn weer gesignaleerd in een van de grote steden.

Gevangenisstraf

Ruim anderhalf jaar later, nu twee weken geleden, kwam deze zaak voor de Haagse rechtbank. De vader en zoon werden allebei veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, met aftrek van ongeveer drie maanden voorarrest. Ze zijn veroordeeld voor mensensmokkel, belastingfraude, witwassen, het bezitten van een illegaal vuurwapen en leiding geven aan een criminele organisatie. Er waren ook aanwijzingen voor mensenhandel, maar die konden niet keihard bewezen worden. In deze zaak is het deel van het mensensmokkelartikel in het wetboek van strafrecht van toepassing over het behulpzaam zijn aan illegalen in Nederland door ze werk te bieden.

"Ik ben tevreden over de straf die deze mannen hebben gekregen. Ze werkten via een constructie van een holding en allerlei bedrijfjes die daaronder hingen. Allemaal gericht op fraude en het op illegale wijze verdienen van geld", zegt officier van justitie Cornelie Backer. Uit dit onderzoek bleek dat de R.'s in ongeveer twee jaar tijd zo'n 2,7 miljoen euro aan premies en belastingen niet hadden afgedragen. Ook werden kassabonnen vervalst. Uit verklaringen bleek dat een werknemer weleens een dag kwijt was om nieuwe kassabonnen uit te draaien. Bovendien werd geregeld de pinautomaat beplakt met de sticker 'Defect', zodat mensen contant moesten betalen en er geen bewijs was van de inkomsten.

De veroordeelden kregen eerder boetes opgelegd voor arbeidsmarktfraude, zoals het in dienst hebben van illegalen. Maar dat deerde ze niets, blijkt uit de rechtszaak. Ze betaalden de boetes niet, maar als er vervolgens een deurwaarder langskwam met een dwangbevel dat de boel gesloten kon worden, kwamen ze ineens met stapeltjes bankbiljetten om hun schuld meteen af te betalen.

De illegalen die bij het overleg waren, zijn vermoedelijk niet alle werknemers die onder vader Pravez en zoon Waseem R. hebben gewerkt. Deze mannen hadden juist de leiding over de zaken. Er zaten mensen bij die de kas van de winkel of marktkraam bijhielden, maar ook die zelfs de gehele bedrijfsleiding van een zaak deden. Elke week op zaterdagavond moest alles worden gerapporteerd aan de bazen. Hoe hoog in de boom de illegale werknemers ook zaten, ze verdienden niet veel geld, sommigen gemiddeld zo'n 6,25 euro per uur, anderen 35 tot vijftig euro per dag.

De woning in de Schilderswijk is van vader Pravez R., maar wordt niet bewoond. Niet ver daarvandaan heeft de familie flink wat geld verdiend: de Haagse markt. Op die markt kreeg de familie R. al lang scheve blikken. Concurrenten van de kledinghandelaren vroegen zich af hoe het toch kon dat ze hun kledingcollectie zo ontzettend goedkoop konden aanbieden - het duurste kledingstuk kostte zo'n vijftien euro - en dat ze hun rijkdom zo breed konden laten hangen. Het verhaal van de R.'s was dat ze heel goedkoop konden inkopen op wat adresjes in de omgeving van de Franse hoofdstad Parijs. Vervolgens zouden ze de kleding in winkels in Nederland die Angel Mode heten verkopen. Door die goedkope inkoop konden ze flinke omzet en winsten maken, waardoor ze genoeg geld overhielden om drie dure bolides voor hun dure huis in de Haagse nieuwbouwwijk Ypenburg te hebben staan.

Oneerlijke concurrentie

De aanleiding voor het onderzoek naar deze vader en zoon waren (anonieme) meldingen van oneerlijke concurrentie door het structureel tewerkstellen van illegalen en fraude. Een marktkoopman op de Haagse markt die ook kleding verkoopt, vertelt dat hij de familie R. goed heeft gekend. "Ze reden in een dure Mercedes rond, terwijl wij hier sappelen voor wat centen. Ik vroeg mij af waar ze het toch van deden. Ze hadden een ander handeltje, óf ze flesten de boel, dat kon haast niet anders", zegt de marktverkoper die niet met zijn naam in de krant wil, "want die andere zoon is hier nog weleens en je weet het maar nooit met die gasten".

Inderdaad, de andere zoon zit niet vast. Hij is niet aangemerkt als verdachte, naar hem is geen onderzoek gedaan.

Een dure woning in een nieuwbouwwijk, drie dure auto's, twee busjes, een woning in de Schilderswijk, winkels en marktkramen. Dat zou toch eenvoudig vindbaar moeten zijn voor de opsporingsinstanties, want naast de afdeling opsporing van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid was ook de Belastingdienst aangeschoven bij deze zaak. "Maar bijna niets stond echt op naam van de R.'s. Als we puur naar bezit kijken, hadden ze nauwelijks iets. Woningen waren gehuurd, auto's waren geleased, winkels waren gehuurd, evenals de marktkramen. Terwijl die kramen op de Haagse markt formeel volgens de vergunningregels niet eens onderverhuurd mogen worden. Het banksaldo van de verdachten schommelde rond de nul euro en veel werd contant betaald", zegt Lars Ensing, leider van het opsporingsonderzoek van de recherche van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Een andere marktverkoper op de Haagse markt: "Dat is niet de eerste keer op de Haagse markt dat kraampjes worden onderverhuurd. Dat is van alle tijden. Datzelfde geldt voor het contante geld en het minder opgeven aan de Belastingdienst. Het is hard werken hoor op de markt en we verdienen niet zoveel. Daarom was het ook zo gek dat die R.'s zo rijk konden leven."

Is zestig euro zo weinig?

De advocaten Leon van Kleef en Bart Krämer van Pravez en Waseem R. zien de situatie helemaal anders. Wat deze advocaten van het kantoor Meijering, Van Kleef, Ficq en Van der Werf Avocaten bepleiten is dat het Openbaar Ministerie de mensensmokkelzaak te zwaar heeft aangezet. "Ze hadden inderdaad illegale werknemers in dienst. Dat klopt, maar het is niet zo dat ze onder barre omstandigheden moesten werken in een sweatshop. Onze cliënten betaalden gewoon loon uit en waren goed voor hun werknemers", zegt Van Kleef.

Over dat loon van die medewerkers zegt de raadsman: "Ja, wat is veel, wat is weinig? Iemand verdiende zestig euro op een dag. Mijn dochter van zeventien jaar verdient net zoveel. Dan moet je je afvragen of dat wel zo weinig is."

Ook is volgens de advocaten deze zaak vooral een zaak van de fiscus, vanwege het niet afdragen van premies en belastingen. Maar om daar ook mensensmokkel, witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie bij te halen, vindt de verdediging sterk overdreven. Bovendien, vinden de advocaten, dat één van de cliënten een betalingsregeling had getroffen met de Belastingdienst toont zijn welwillendheid 'en daarom is strafrechtelijke vervolging niet opportuun'.

De pinautomaat werd regelmatig beplakt met de sticker 'Defect' zodat klanten contant moesten betalen

Het onderzoek werd bemoeilijkt doordat bijna niets op naam stond van de familie R. Zelfs de marktkramen waren onderverhuurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden