De mensenwereld was haar kerk

Mensen bevrijden uit hun zwakke positie was haar werk en haar leven. Ze kon ook nee zeggen als de mensen zelf niets ondernamen.

Van jongs af viel haar zelfstandigheid op. 'Joke, die redt 't wel', zei haar moeder altijd. En dat deed Joke ook. Zelfverzekerd, zo leek het, stuurde ze haar eigen leven en maakte ze soms radicale keuzes. Ook in de levens van anderen kon ze een zetje geven om mensen weer op een goed spoor te zetten. Als kind was ze al een gangmaker geweest, en dat zou ze blijven. Ja, Joke redde 't wel. Maar soms werd die verwachting haar te veel. Dan zou ze even niet flink willen zijn en wel zeuren, dan zou ze zelf die aandacht willen krijgen die ze anderen als vanzelfsprekend gaf. Maar dat liet ze zelden merken, ze trok zich dan liever terug om in haar eentje weer op kracht te komen.

Dat ze al jong veel verantwoordelijkheid kreeg van haar ouders was opvallend omdat ze de op één na jongste van zes kinderen was. Haar vader zat bij de Rijkspolitie en werd elke vijf jaar overgeplaatst naar een andere streek. Twee jaar na Joke's geboorte in Zwartsluis, kwam het gezin in Apeldoorn terecht en vervolgens in Zelhem bij Doetinchem en in het dorp Tolkamer waar de Rijn het land binnenkomt.

Die rivier met al zijn schepen en een plas water vlakbij boden de enige verzetjes voor de kinderen in het dorp. Joke kon zichzelf goed vermaken: ze schreef verhaaltjes, tekende en zat vol ideeën voor spelletjes, toneelstukjes en kattekwaad. Toen ze naar de mulo ging zat ze met een hele kluit andere dorpskinderen elke dag in de bus naar Doetinchem (paspoorten mee, want de bus reed even door Duitsland). In die bus zorgde Joke voor vertier.

Ze vond leren ook fijn en met haar kleine broer Adri speelde ze graag schooltje. Eigenlijk had ze schooljuf willen worden. Maar de kweekschool voor onderwijzers duurde drie jaar en dat zou te duur worden voor haar ouders. Joke volgde een éénjarige opleiding tot secretaresse bij het particuliere instituut Schoevers in Arnhem. Ze kreeg er ook les in etiquette. Ze hadden thuis de grootste lol als ze de tuttige beleefdheid imiteerde die van haar werd verwacht. Van haar ouders had ze natuurlijker omgangsvormen meegekregen. Er was zelden ruzie thuis, de kwesties werden aan tafel uitgepraat.

Joke werkte een paar jaar op kantoor van een houtbedrijf, maar dat boeide haar niet. Ze vond haar draai in Driebergen, op de personeelsafdeling van het hervormde instituut Kerk en Wereld. Ze was nooit zo kerks geweest. Thuis gingen ze naar de hervormde kerk, maar als een kind geen zin had in een saaie preek, dan was dat geen drama. De Bijbel interesseerde haar wel en ze las er dagelijks in.

Bij Kerk en Wereld ging het vooral om de samenleving, en wat de kerk daarin kan betekenen. Dat boeide haar. Eind jaren zestig paste het bij de tijdgeest: ook de kerk trachtte de wijde wereld te verbeteren.

Joke wilde niet op kantoor blijven zitten. Ze volgde het voorbeeld van haar oudere zus Betsy, die eveneens om financiële reden geen kleuterleidster had kunnen worden, en ze deed een avondopleiding catechisatie. Bij de hervormde Jeugdraad in Utrecht kon ze begin jaren zeventig aan de slag. Ze was niet alleen druk met jeugddiensten, ze ging ook met groepen jongeren naar Italië om een weeshuis op te knappen. Ook gaf ze les op een mytylschool voor gehandicapte kinderen. Een van haar leerlingen die aan een spierziekte leed, inspireerde ze om theologe te worden.

Het dorpsmeisje was een stedeling geworden en ze trok steeds verder naar het westen. In 1977 begon ze in Den Haag als adjunct-secretaris van de diakenen bij de hervormde kerk. Haar ambitie was om zelf maatschappelijk werk te doen. Daarom deed ze naast haar werk de opleiding tot opbouwwerker bij de sociale academie. Daarmee kon ze verder komen bij de Haagse diaconie. Dat is haar leven geworden.

Opnieuw was ze een gangmaker. Ze trok de diaconie naar buiten om ook hulp te geven aan kwetsbare mensen die geen band met de kerk hadden. Vluchtelingen en illegalen bijvoorbeeld, maar ook uitzichtloze Hagenaars konden bij haar terecht. Ze gaf niet zomaar hulp, ze verwachtte ook dat de mensen zelf in actie kwamen om hun positie te verbeteren. Als iemand hulp kwam vragen maar amper Nederlands sprak, dan kon ze niet helpen. Als hij terugkwam met een tolk, dan vond ze dat hij zich voldoende had ingespannen. Ze schrapte een hulpproject voor een Indonesische kerk, toen het niet meer bleek te zijn dan geld overmaken. Ze zocht wederkerigheid.

Aan smoezen had ze geen boodschap. De diaconie is er voor noodgevallen, vond ze, het is geen sociale dienst.

Ze maakte zich erg druk over de ondergeschikte positie van vrouwen. Ze had zelf ervaren hoe lastig het was om gehoord te worden in een omgeving die werd beheerst door mannelijke dominees. Met haar beminnelijkheid, inzet en enthousiasme had ze haar positie kunnen versterken. 'Laat je niet in een hoek drukken', was haar devies.

In de jaren tachtig verslond ze de publicaties van de katholieke, feministische theologe Catharina Halkes. Ook aan een radicaler feminisme snuffelde ze wat, maar ze koos toch voor dialoog en stug doorzetten voor geleidelijke verbetering van de positie van vrouwen.

Als een man haar om geloofsredenen geen hand wilde geven, maar haar wel begroette met een hand op zijn hart, dan vond ze dat hij genoeg respect had betuigd. Om dat soort dingen maakte ze geen herrie.

Joke werd heel bedreven om mensen in actie te krijgen. Als ze iemand opbelde met de woorden 'Heb je even tijd?', dan was het duidelijk dat ze een klus uit te besteden had. Met dat soort vraagjes wist ze veel te sturen. Een predikant die voor een cursus een geleerd betoog had gehouden, kreeg van haar te horen: 'Waar zijn de mensen in jouw verhaal?' De mensen, daar ging het haar om. Ze was lid van GroenLinks, maar toen die partij onder Femke Halsema naar haar smaak meer aan beleid deed dan aan mensen en aan actie, kapte ze ermee.

Boosheid toonde ze hoogstzelden. Toen een medewerker eens op eigen houtje een rondschrijven vol stijlfouten had verstuurd, was ze witheet. Maar meestal liet ze niets merken en trok ze zich terug om de boze bui te laten zakken voordat ze reageerde.

Ondanks al haar charme was het niet zo makkelijk door te dringen tot haar privéleven. Het was geen zoete inval in haar sobere flatje. Ze had een paar hechte vriendinnen, maar ook die vriendschappen waren langzaam gegroeid. Aan een man is ze nooit toegekomen. Toen ze net in Den Haag woonde heeft ze wel affaires gehad, maar het is nooit wat geworden. Soms vond ze dat wel jammer. Maar ze was kritisch en stelde eisen die met de jaren hoger werden. Eigenlijk was ze net zo lief alleen. Als er al een man in haar leven zou komen, dan zou het in een lat-relatie zijn, zei ze. Ze moest zich kunnen terugtrekken.

Vlak voor haar vijftigste werd er borstkanker bij haar gevonden. Met een operatie en chemotherapie kwam ze er bovenop. Helemaal de oude werd ze niet meer. Ze had veel minder energie en ze ging in deeltijd werken tot ze in 2007 met pensioen ging. Joke, die altijd graag getekend had, ging meer schilderen. Elke maandag ging ze naar een cursus, en die afspraak was heilig voor haar. Meestal schilderde ze mensen. Maar ze maakte ook een schilderij van de brand in het asielcentrum op Schiphol. Die had diepe indruk op haar gemaakt.

De laatste jaren kreeg ze meer aandacht voor zichzelf en na lang dubben verruilde ze eind 2010 haar huurflatje voor een ruim koopappartement. Het had mooi licht voor haar schilderwerk.

Als bij de jaarlijkse controle bleek dat de kanker wegbleef, was dat een feest voor haar. Ook bij de laatste controle leek alles goed. Maar het scanapparaat had alleen oog voor de bovenkant van haar romp. Daaronder was het helemaal mis. Dat bleek drie maanden later in oktober. De kanker zat in al haar organen. Kans op overleven was er niet.

"Ik ben pas 64", zei ze verdrietig. Om er meteen aan toe te voegen: "Maar ik bèn ook al 64 jaar op deze aarde." Terwijl ze steeds zwakker in het ziekenhuis lag, stroomden de kaarten binnen met woorden van dank van mensen die ze eens had geholpen. Ze oogstte wat ze had gezaaid. En ze was er stil van.

Joke Breure werd geboren op 12 augustus 1947 in Zwartsluis. Ze stierf op 23 december 2011 in Den Haag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden