De mensen zaten als behekst

Sfeervolle parabel introduceert grote Hongaar ook bij ons

De Hongaarse literatuur werd in 1985 verrijkt met een opmerkelijk romandebuut: 'Satanstango' van László Krasznahorkai (1954). De schrijver werd beroemd, zeker nadat het boek spectaculair werd verfilmd in een ruim zeven uur durende produktie. Met latere romans zoals 'Melancholie van het verzet' (1989) en diverse verhalenbundels bevestigde Krasznahorkai ook internationaal zijn faam. Inmiddels behoort hij met Péter Esterházy en Péter Nádas tot de belangrijkste Hongaarse schrijvers van zijn generatie. Tamelijk laat wordt Krasznahorkai nu ook in het Nederlands geïntroduceerd, ook al verscheen het sterke verhaal 'Hitte' wel in een bloemlezing uit 1990.

'Satanstango' speelt zich af op het platteland, in een afgelegen gehucht in Oost-Hongarije, een 'oord van verderf' zoals het ergens heet. Daar leven te midden van verlaten en half ingestorte gebouwen, in een sfeer van verval en ontbinding, een aantal merendeels straatarme mensen. Waarom ze daar wonen en wat de oorzaak is van de verwaarlozing blijft onduidelijk.

Zij zijn in afwachting van een zekere Irimiás, die eerder ook in het gehucht heeft gewoond en nu terugkeert - na een onduidelijke afwezigheid (detentie, zwerverschap?) van anderhalf jaar. Irimiás is een duistere, charismatische figuur, of zeg maar gewoon: een fantast en volksmenner. In een grandioos-groteske toespraak in de dorpskroeg ('De mensen zaten als behekst om hem heen') lukt het hem om de bevolking een schuldgevoel aan te praten, waarbij hij handig gebruikmaakt van een moord of zelfmoord die net daarvoor heeft plaatsgevonden. Gaandeweg wordt Irimiás door zijn dorpsgenoten als een 'verlosser' en profeet beschouwd, en uiteindelijk slaagt hij erin om iedereen enthousiast te maken voor een merkwaardige kolonie ('modelboerderij') die hij ergens in de buurt wil stichten.

László Krasznahorkai's romandebuut ontleent zijn bijzondere kracht vooral aan het contrast tussen de sombere inhoud en de humoristische toon. Enerzijds roept hij een bijna apocalyptische wereld op van verval en treurnis, met alle attributen van dien: verroeste auto- en machinewrakken, een buiten gebruik geraakte molen of een hoeve die bijna volledig is overwoekerd door de natuur. Anderzijds vertelt Krasznahorkai met humor en schelmse ironie, en de manier waarop zijn hoofdpersoon de bevolking op gewiekste wijze weet in te pakken en de vrouwen betovert en opzweept (zijn blik 'brandde en verzengde'), getuigt onmiskenbaar van vertelplezier en barokke fantasie.

Hoe moet je 'Satanstango' uitleggen? Misschien als een parabel over macht en machtmisbruik. Maar je kunt deze roman net zo goed lezen als afbeelding van het leven in de dictatuur, hoewel onduidelijk blijft in welk tijdperk alles zich afspeelt - het kan net zo goed 1980 zijn als 1920. Irimiás en zijn handlanger Petrina zijn misschien wel spionnen, die in opdracht van de politie handelen. Meteen bij hun aankomst in het dorp, in een scène die aan Franz Kafka doet denken, worden beiden ondervraagd door een anonieme officier.

Maar er is nog een derde, wellicht betere uitleg mogelijk. De 'modelboerderij' die Irimiás zijn dorpsgenoten voorspiegelt staat voor een ideaal, voor een romantisch-utopisch tegenontwerp - in ieder geval voor een contrast met de misère waarin de mensen tot nu toe hebben geleefd.

In de steeds fantastischer wordende toespraak die Irimiás houdt, voor mij het hoogtepunt van de roman, komt dit utopische naar boven. Irimiás werpt zich op als wereldverbeteraar en heeft het over: "Een eilandje scheppen met een paar mensen die niets te verliezen hebben, een eilandje waar afhankelijkheid tot het verleden behoort, waar we leven voor elkaar, niet tegen elkaar, waar 's avonds iedereen in voorspoed en rust, in veiligheid en onder menswaardige omstandigheden zijn hoofd te ruste kan leggen. En als dit alles bekend wordt, dan weet ik zeker dat zulke eilandjes overal als paddenstoelen uit de grond zullen schieten."

Niet overal is 'Satanstango' even geslaagd, en sommige fragmenten zijn enigszins gemaniëreerd. Maar er gaat een heel bijzondere sfeer uit van deze roman. En door Krasznahorkai's stijlgevoel en bizarre humor blijft de lezer tot op de laatste bladzijde gevangen. Dat de roman zo prettig leest is ook een grote verdienste van vertaalster Mari Alföldy, die hopelijk nog meer werk van Krasznahorkai gaat vertalen.

László Krasznahorkai: Satanstango. Uit het Hongaars vertaald door Mari Alföldy. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 316 blz. € 24,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden