De mens kooit zichzelf door zijn denken, leert Spinoza Voorrede deel 4 De menselijke machteloosheid in het matigen en bedwingen van de aandoeningen noem ik knechtschap.

Langzamerhand erkennen we dat de ’Ethica’ van Spinoza ons belangrijkste filosofische boek is. Maar kennen we de ’Ethica’ ook? Stukadoor en Spinozakenner Hendrikus Keijzer licht stellingen toe. Vandaag over de mens die zichzelf knecht.

’Een paar jaar geleden zag ik een filmpje over beren in China. Zij zaten in kooien die nauwelijks groter waren dan zijzelf. Dit was niet om ze even te vervoeren, nee, men hield deze beesten vanwege hun gal. De gal van de beer zou overal tegen werken: hoofdpijn, nierstenen, een kater. Om de gal van de beer af te tappen zitten ze jaren vast in deze kooi, met in hun buik een soort aftapkraan. Dit aftappen moet de beren enorme pijn bezorgen want ze brullen, verminken zich of doden zichzelf. Wil je de gal van de beer aftappen, dan zul je hem inderdaad in een kleine kooi moeten houden, anders lukt je dit nooit.

Dit filmpje deed me denken aan een boek dat ik lang geleden las: ’In de ban van de Ring’ van Tolkien. Ik herinner me nog goed dat ik het boek las, een jaar of veertig geleden. Na een paar pagina’s liet het verhaal mij niet meer los. De hoofdpersoon, Frodo Balings, krijgt van zijn oom een gouden ring. Deze ring, gesmeed door de smid Sauron, heeft grote macht. Sauron staat voor al het kwade, dat slechts overwonnen kan worden als de ring wordt vernietigd. Dat kan alleen in het vuur waar de ring ook gesmeed werd. Voordat de ring uiteindelijk vernietigd wordt, komt hij in verschillende handen. De ring weet de dragers ervan telkens opnieuw in zijn macht te krijgen, zelfs Frodo komt in de ban van de ring.

Destijds vond ik het boek prachtig, alhoewel de essentie mij niet geheel duidelijk was: wat bedoelde hij met dit sprookje? Toen ik een paar jaar geleden dat berenfilmpje zag en onmiddellijk aan Tolkien moest denken, had ik wel een vermoeden dat het beeld van die beer, en dat van de ring met elkaar te maken hadden, maar ik wist niet waarom. Nu zie ik dat deze ring staat voor de knechtschap waarop Spinoza hier doelt. De beer ervaart de knechtschap door de kooi waarin hij is opgesloten. De mens, zo stelt Spinoza, kent een vergelijkbare knechtschap. Niet door een kooi, maar door zijn gedachtes waardoor hij gekooid is. Die gedachtes maken hem machteloos, waardoor hij niet leeft naar zijn eigen wil, maar dikwijls gedwongen wordt het slechte te doen, terwijl hij het goede ziet.

Als je niet de mogelijkheid krijgt om te zijn wat je van nature zou moeten zijn, beerzijn of menszijn, dan roept dat stress op. De gestresste beer verminkt zichzelf, de gestresste mens is verminkt, waardoor hij bekrompen leeft. Hoe meer begrip hij opdoet in zijn leven, des te ruimer is zijn gedachtegang, des te meer kracht schuilt er in hem. De bevrijding van het ik doet het ik verdampen en geeft de mens de ruimte waarlijk mens te zijn.

Zo zegt de Chinese wijsgeer Lau Ché: al mijn angsten wonen in mijn ik, als ik geen ik meer heb, wat heb ik dan nog te vrezen? Of zoals Jezus van Nazareth ergens in de apocriefe boeken van de Nag Hammadi zegt: ’Wie zijn eigen gebondenheid niet begrijpt is de gevangen van zijn ego, hij zal het al nooit kennen.’

Het besef van wat goed is en wat kwaad, is het roer van het menselijk geslacht dat de knechtschap zal doen breken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden