Interview

'De mens kan prima zonder kerk'

Harry Kuitert: 'Mijn behoefte om orde te scheppen in de chaos die vandaag de christelijke leer teistert, is nog niet uitgewoed.' Beeld Werry Crone

Zijn hele leven is Harry Kuitert al bezig met de vraag: wat is het christelijke geloof nog waard? Alle dogma's gingen eraan, en nu ook de kerk.

Op zijn studeerkamer zit de theoloog Harry Kuitert te midden van meters en nog eens meters boeken, de weerslag van vele decennia godgeleerdheid. Tot zijn eigen ergernis werkt zijn lichaam niet altijd meer mee. Zijn geest daarentegen is nog glashelder. Ook zijn markante bos haar - inmiddels grijs - heeft hij behouden.

Kuitert, deze week werd hij 90, grinnikt: "Alles kraakt als je oud bent. Spitten kan ik niet meer, te been schaam ik mij, ja, wat blijft er dan over? Ja schrijven! Ik zou werkelijk verpieteren als ik niet meer kon schrijven."

Zijn nieuwste boek heeft de titel 'Kerk als constructiefout', een boek waarin het instituut kerk aan kritiek wordt onderworpen. Het is het sluitstuk van een leven lang nadenken over kerk en theologie. Hoe het concept kerk werd uitgedacht en in praktijk gebracht, betoogt Kuitert, moest wel uitlopen op 'knechting der zielen'.

Wat drijft u?
"Ik wil mensen de ogen openen, helpen nadenken. Dat kan ik zonder enige aarzeling onmiddellijk zeggen. Als je ziet wat er allemaal wel niet gezegd wordt, zin en onzin over kerk en geloof. Ik vat dan toch weer moed. Mijn behoefte om orde te scheppen in de chaos die vandaag de christelijke leer teistert, is nog niet uitgewoed."

Met welke vraag zat u nog?
"Eén vraag kwam voortdurend terug: waarom gaat het met de kerken nou toch zo slecht? Dat komt door de leer van de kerk. Die kerkelijke leer houdt in dat de kerk zichzelf als spreekbuis van boven presenteert, en met die zelfinterpretatie haar gezag over de zielen legitimeert. Zo beroven kerkelijke ambtsdragers de gelovigen bewust of onbewust van hun vrijheid om zelf te kiezen. Maar daarmee zijn de kerken bezig hun eigen graf te graven. Sinds de Verlichting blijken de mensen zich prima zonder kerk te kunnen redden."

Harry Kuitert. Velen van zijn generatie zien hem als de bevrijder van de knellende banden van het geloof, als de Mozes die hen leidde uit het diensthuis van de kerk. Vooral in de jaren tachtig en negentig kon geen kerkganger nog om zijn naam heen. Kuitert werd een symbool. Zijn beroemde uitspraak - 'Al het spreken over boven komt van beneden, ook als we zeggen dat het van boven komt' - een slogan.

Het grote publiek maakte kennis met hem toen hij al gepensioneerd was. Na zijn emeritaat in 1989 als hoogleraar ethiek en inleiding dogmatiek aan de Vrije Universiteit ontdekte hij dat zijn aandacht voor de medisch-ethische kwesties hem van de theologie hadden afgehouden. Kuitert stortte zich alsnog op deze materie. De reeks populariserende boeken over de christelijke theologie, met titels als 'Het algemeen betwijfeld christelijk geloof' (1992) en 'Jezus, nalatenschap van het christendom' (1998), werden verslonden. Kuitert gaf woorden aan wat vele kerkgangers al dachten.

Zaken als Jezus' verzoenend lijden, hemel en hel, het bestaan van God - Kuitert nam afscheid van het ene na het andere kerkelijke dogma. Geloven is vrij, maar je moet er geen kennis Gods van maken, want dat kan het niet zijn, aldus de theoloog, die in de jaren vijftig begon als een traditionele gereformeerde predikant. Zijn oeuvre laat zich lezen als een stap voor stap voortschrijdende zoektocht naar een antwoord op de vraag: wat zijn de christelijke geloofsvoorstellingen waard?

Hoe kijkt u terug op dit proces?
"Alle boeken die ik geschreven heb in de loop der tijden, dat zijn verslagen van een zoektocht, telkens een stapje verder. Ik wist niet waar ik uit zou komen. Een zoektocht is pas een zoektocht als je niet weet waar het eindigt. Anders is het niet oprecht zoeken."

Op welk moment wist u dat de kerkelijke leer niet is vol te houden?
"Dat gaat langzaam. Dat proces begon misschien nog wel eerder, maar in ieder geval weet ik nog heel zeker dat er aan een draadje werd getrokken bij de watersnoodramp in Zeeland in 1953. Ik moest de zondag na de ramp preken in Haamstede, een plaats die hard getroffen was. We hoorden dat hele families op hun dak de Westerschelde waren ingedreven en nooit meer waren teruggekomen. Allemaal verdronken. Waar moest ik over preken? Het werd 'scheepke onder Jezus hoede'. Dat die bekende woorden niet betekenen dat je niet verdrinkt."

Uiteindelijk duurde het nog jaren voor u de eindconclusie trok: God bestaat, maar alleen in de gedachten van mensen.
"Je verweert je tegen jezelf als het ware. Je gaat zo lang mogelijk weer verder en mee. Ik ben loyaal aan mijn kerk. Maar niettemin, je kritische zin verlaat je niet. Telkens als ik wat ontdekt had, deed ik er verslag van. Uiteindelijk is er één punt geweest waarop voor mij het kwartje viel. Dat was in het jaar 2000. Ik bedacht, we zeggen altijd dat het christelijk geloof geënt is op de God van Israël. Maar waar komt die dan vandaan? Toen zag ik ineens, die komt natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Toen wist ik: eerst waren er mensen, daarna pas religie en goden en God. Toen was het gebeurd."

U schrijft in uw nieuwe boek de woorden 'de dag waarop je de ogen opengaan, is de dag waarop voor velen de kerkverlating inzet'. U bent gebleven. Waarom?
"Ik zei al eerder dat ik een sterke loyaliteit heb aan de gereformeerde kerken in Nederland waarin ik groot geworden ben en mijn opvoeding heb gekregen. En voordat het zover komt dat je je opvoeding gaat vervloeken, dan moet er wel heel wat gebeuren. Dat wil ik niet."

Wat betekenen geloofsvoorstellingen nog voor u?
"Dat hangt er helemaal van af wat je met geloven bedoelt. Als je bedoelt: wat houd je van al die geloofsvoorstellingen voor waar, voor echt gebeurd? Dan zeg ik: dat zoeken we nog wel uit. Een heel andere vraag is het of die taal van de overlevering, van de verbeelding, je wat zegt. En dat is soms wel zo, en soms niet. Je kunt niet bij voorbaat vaststellen wat de waarde ervan is. Je stuit erop, zoals je stuit op een mooi gedicht. Ik ga niet mijn kast langs om te zoeken naar een mooi gedicht, nee, ik vind ineens een mooi gedicht dat mij geweldig aanspreekt. Ik ben dan weer een poosje een mens met een nieuwe kijk op mijn eigen leven. Zo kan een woord uit de christelijke overlevering binnen komen. Ik kan de psalmen juichend zingen door het huis heen, zonder dat ik denk dat het allemaal echt is. 'God die helpt in nood, is in Sion groot' - schitterend. Maar Hij helpt helemaal niet in nood. Het is een gedachte die mensen ooit hadden en waar ze zich aan optrokken. Als ik in nood ben, kan ik me ook aan die regels optrekken. Daar blijft het bij."

Voelt dat als een gemis?
"Als ik denk aan hoe vanzelfsprekend de wereld was toen ik een jaar of twintig, dertig was, afgezien van de oorlog... Dat is allemaal voorbij. Ik mis een gebouw, een kathedraal. Het geloof, de hele dogmatiek, het bleek van papier te zijn. Nu sta ik in een wereld waarin je nieuwe paden moet zoeken. Ik zeg niet dat het een bovenmenselijke opgave is, maar het is anders dan je geleerd werd. Soms moeilijk, soms makkelijk. Maar wat je wel zeker weet, is dit: je doet het samen met anderen, je doet het nooit alleen, en je kan het niet afschuiven."

Zou het erg zijn als de kerk verdwijnt?
"Denk aan al die profeten in de kerk die in de zestiger jaren het nihilisme zagen aankomen als het christendom zou worden verlaten. Dan krijg je cultuurchristendom, zeiden ze, en dat zou uitlopen in barbarisme, in nihilisme. Onzin. Allerlei christelijke waarden zitten al lang in onze Europese cultuur. Ach welnee, de wereld gaat niet ten onder als de kerk er niet is. Mensen hebben tot nog toe altijd betekenis verleend aan een wereld die uit zichzelf geen betekenis meebracht. Alleen: we moeten het zelf doen. Er is niemand anders die het voor ons doet."

Harry Kuitert: Kerk als constructiefout. Ten Have, Utrecht. 171 pagina's; €17,99

Wie is Harry Kuitert?

Harry Kuitert (1924) beleefde zijn jeugd in het vooroorlogse gereformeerde Drachten, groeide op in Den Haag en onderging de Tweede Wereldoorlog als onderduiker (en deelnemer aan het verzet) in de stad Utrecht. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam begon hij zijn loopbaan in 1950 als dorpspredikant op Schouwen-Duiveland, waar hij de watersnood van 1953 meemaakte. Daarna was hij tien jaar studentenpastor aan de Universiteit van Amsterdam.

In 1965 werd hij aan de Vrije Universiteit benoemd tot hoofdmedewerker van zijn leermeester G.C. Berkouwer, bij wie hij in 1962 cum laude was gepromoveerd op een proefschrift getiteld 'De mensvormigheid Gods'.

In 1967 volgde zijn benoeming tot hoogleraar aan deze faculteit, met als leeropdracht ethiek en inleiding in de dogmatiek. Hij publiceerde op het terrein van de medisch-ethische problemen (filosofie van het medisch handelen, euthanasie, suïcide).

In 1989 ging Kuitert met emeritaat, waarna nog tal van boeken over theologie en christendom volgden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden