De mens is zijn grond kwijt

Weet waar je vandaan komt, dan functioneer je beter. Filosoof Jan-Hendrik Bakker strijdt tegen de onthechting. Een gesprek over grond - oost west, thuis best.

F ilosoof Jan-Hendrik Bakker (60) heeft de emoties over het thema 'grond' in kaart gebracht - hij schreef er zelfs een boek over. Grond is voor de hedendaagse mens geen vanzelfsprekendheid meer, zegt hij. Die grond, als fundament en als leidend beginsel, is onder onze voeten verdwenen. Bakker spreekt zelfs van 'existentiële grondeloosheid'. We zijn het contact met de grond verloren, letterlijk, en door de ontwikkeling van de moderne, individualistische, stedelijke samenleving ook onze tradities en religieuze zekerheden. Onze basis, ons fundament.

Somberheid troef dus. Maar Bakker wil geen moralist zijn, bezweert hij. Toch sluipt het er tijdens het gesprek steeds een beetje in. Hij lijdt er niet onder, en het optimisme wint bij hem altijd, hoewel hij als beminnelijke sociaal-democraat het niet makkelijk heeft in Nederland anno 2013, onder het regime van Rutte en Samsom. "Deze regering zorgt er niet voor dat mensen wat meer gaan nadenken over de kwaliteit van ons leven met die continue oproep tot consumeren."

U zegt dat vooral de moderne, stedelijke samenleving de grond onder onze voeten heeft wegge- slagen. Hemelt u daarmee het leven buiten de stad niet te veel op?
"Stad en land horen elkaar aan te vullen. De herwaardering van de volkstuin en die kleinschalige tuinbouw in steden zijn hoopvolle tekenen. Ik denk dat we in Nederland uiteindelijk toegroeien naar iets tussen stad en platteland in, naar lokale vormen van stedelijkheid. Ooit leefden we heel dicht bij de aarde. Kijk naar 'De oude kerktoren te Nuenen' ('Het boerenkerkhof'), dat Vincent van Gogh in 1885 schilderde. Hij was gefascineerd door het gegeven dat boeren sinds eeuwen begraven werden in de grond waarin ze een leven lang hun gewassen hadden verbouwd. Daar is de cyclus van het leven zo compleet, dat je er bijna beroerd van wordt: grond waar we vandaan komen en waar we naar terugkeren, en waar we van gemaakt zijn. De eerste mens noemen ze niet voor niets Adam, ádama is Hebreeuws voor aarde. De cyclus van het leven, die zo kenmerkend was voor het harde en monotone boerenbestaan van voor de Industriële Revolutie. De opkomst van de stedelijke cultuur, met haar decadentie en welvaart, zette ook Vincent van Gogh aan het denken."

Maar u erkent, lees ik in uw boek, de 'benauwenis' die je als opgroeiend kind kunt voelen in een dorp. Stadslucht maakte mij vrij. Mijn astma verdween toen ik vanuit een dorp in mijn eentje in de grote stad ging wonen.
"De stad biedt inderdaad meer vrijheid; heel belangrijk, maar die vrijheid moet wel ergens toe leiden. Het moet niet gaan om vrijheid in de zin van 'zonder alles'. Dat liet Nietzsche in 1885 Zarathustra ook zeggen: 'Vrijheid waartoe, wat wil je ermee doen?' We zijn bevrijd van knellende banden, maar vrijheid kan ook leiden tot superindividualisme, supermaterialisme, sociale grondeloosheid dus.

Nog steeds associëren veel mensen het platteland daarom met een rustig en eerlijk leven en de stad met geld, bedrog en moreel verval. Ook de filosofen Rousseau, Heidegger en Nietzsche bleven hangen in die stereotypering van de stad, in dat zwart-wit denken. En met die tweedeling zitten we nog steeds opgescheept."

Ja, raar. Want waar is de band van de niet-stedeling met de grond gebleven? Op de Veluwe leggen ze tegenwoordig massaal onderhoudsvrij kunstgras in hun tuin. En fokken en eten ze plofkip, ondanks alles wat erover bekend is.
"Tja. Als je dat kunstgras in de stad zou leggen, dan kreeg je een groot probleem met de afwatering. Vergeet niet dat de boeren zoveel mogelijk willen produceren. Daar vraagt de economie om. Een koe in de wei kost extra geld, dus zet je haar het liefst in de stal. Vergeet ook niet dat we in de stad het groen eerder missen, dus koesteren wij het."

Leve de stad dus. Maar u zegt: vooral de stede- ling kan van God en grond los zijn.
"Ja, er zijn steden waar mensen een volkomen kunstmatig leven leiden. Neem Tokio, waar sommige inwoners geen thuis hebben, hoorde ik laatst van een architect die daar werkt. Ze huren een piepkleine ruimte op twintig hoog waar ze slapen, ze hebben geen privéleven, hun werk is alles.

Liefdesrelaties - als die zich al voordoen - zijn vluchtig, ze gaan altijd uit eten. Hun enige thuisgevoel halen ze uit familierituelen. Maar ze zijn zo druk dat ze vaak moeten afzeggen voor feestjes. Weet je wat ze dan doen? Dan huren ze een acteur in, die dan in hun plaats daar aanwezig is."

Pardon?
"Je kunt ook acteurs huren die je gezelschap houden. Daarom pleit ik voor aards denken, een betrokkenheid bij de wereld waarin we leven en het belang van sociale verbanden."

Wie zijn nu het meest 'grondeloos'?
"Ruimtevaarders. Onze André Kuipers cirkelde tenminste nog rond de aarde. Maar in de film 'Space Odyssey' van Stanley Kubrick uit 1968 is een ruimtemissie op weg naar het einde van het zonnestelsel, naar Jupiter. Met de bedoeling om een nieuw bewustzijn te scheppen. Een van de astronauten krijgt ruzie met de computer, die zie je verongelukken bij het repareren van iets aan de buitenkant van de capsule. Dat lijkt mij de vreselijkste dood denkbaar, de gewichtsloze dood, dat iemand daar altijd maar in de ruimte blijft rondcirkelen."

Want voor de overlevenden behoort een dode terug te keren naar huis?
"Ja, ook emigranten willen nog steeds vaak in hun plaats van herkomst worden begraven. Dat verlangen zit diep, bij familieleden van overleden soldaten, en bij de nabestaanden van een verre vliegramp."

Veel mensen gaan deze zomer weer met vakantie, dat is ook weggaan van hun basis. Met collega-filosoof Alain de Botton vindt u dat je vooral in je hoofd moet reizen. Dat scheelt energie, geld en stress. Is reizen buiten je hoofd eigenlijk van minder waarde?
"Als je heel veel reist, kan dat ontworteling teweegbrengen. De globalisering kan mensen vervreemden van hun wortels. Reizen is soms een vlucht. Aan de andere kant: je hoofd moet ook gevoed worden. Het is nodig dat je zo nu en dan nieuwe mensen ontmoet en dingen ziet die anders niet in je hoofd waren opgekomen. Dat geldt zeker voor jonge mensen. Maar of ze nou na de middelbare school per se een jaar over de wereld moeten zwerven, is maar helemaal de vraag. Je kunt het ook dichter bij huis zoeken, van een tijdje werken in de Haagse Schilderswijk leer je ook veel."

Gaat u zelf nog op reis?
"Nou, ik heb zelf een groentetuin, deze zomer wil ik eigenlijk helemaal niet weg, want we hebben een slecht voorjaar gehad. Dan is het eindelijk warm, en moet je weg. Bij terugkomst is vaak alles verdroogd. Dat gevoel van boeren die niet met vakantie gaan, ken ik goed."

Waarom willen mensen toch liefst ver weg?
"Het massatoerisme is ontstaan doordat we wonen en werken strikt zijn gaan scheiden. Nu hebben mensen het nodig om even weg te zijn van alles. Belangrijker nog is dat we tragische wezens zijn, we willen altijd meer, weten wat er achter de horizon is. We gaan op pad.

Dat is altijd al zo geweest. We zijn begonnen als nomaden, jagers, verzamelaars. Wat de boel bij elkaar hield, waren de sociale verbanden en de mythes, de taal, de verhalen. Bruce Chatwin schreef in 1987 'Songlines' ('De gezongen aarde') over de routes die de Aboriginals vroeger liepen, die ze overdroegen in een verhaal, een lied. Elk punt in het landschap zat vast aan een verhaal over wat een voorouder had meegemaakt. Hun liedboek, waar ze mentaal hun traditie hebben opgeslagen, is gelijk hun routekaart. Mooi, hè? Daar zie je dat rituelen en de grond in elkaar grijpen."

U ziet rituelen als grond van ons bestaan?
"Bij heftige gebeurtenissen, zoals bij begrafenissen, heb ik het liefst dat er een ritueel aan vastzit. Wat mij opvalt is dat onze begrafenissen tegenwoordig heel erg op de overleden persoon gericht zijn. Hartstikke leuk, iedereen haalt herinneringen op, je neemt afscheid van de overledene. Maar het ritueel van het opgenomen worden in de geschiedenis, die ervaring heb je wel nodig."

Het gaat u er dus om dat wat we doen en laten een fundament, grond, heeft?
"Ook letterlijk. Uit onderzoek blijkt dat volkstuinders behoren tot de gelukkigste mensen. Of dat nu komt door de schoonheid of door het voortbrengen van voedsel - de viooltjes of de bloemkool - dat is de vraag. Maar hoogstwaarschijnlijk is er een verband met het in de buitenlucht bezig zijn, met vrij elementaire zaken die met de aarde te maken hebben, daar is niks zweverigs aan. In crisissituaties krijgen mensen door te werken in de tuin structuur in hun leven. En als ze een plantje tot bloei laten komen, brengen ze iets tot stand buiten henzelf. Dat werkt."

U zegt dat we in twee opzichten onze grond kwijt zijn: onze God verdween en we wonen niet langer op akkerlandjes. Hoe komen we nu een beetje goed het leven door?
"Waar het om gaat, is hoe je bestaansgrond kunt vinden zonder dat je je fundamentele grondeloosheid ontkent. We zijn allemaal individuen, we zijn niet meer ingebed in het geloof en de gemeenschap. We moeten zelf ons bestaan grond geven. Het is een ingewikkeld zelftherapeutisch spel dat je moet spelen."

Filosoof en journalist
Jan-Hendrik Bakker (Vlaardingen, 1953) studeerde filosofie en schreef een proefschrift over literaire verbeelding. Hij is gespecialiseerd in de filosofie van media, literatuur en het wonen. Behalve docent en auteur is hij ook parttime journalist bij het AD/Haagsche Courant.

Bakker werkt nu aan een boek over hedendaagse kluizenaars. In het verleden was hij literatuurcriticus en -redacteur. Hij assisteerde Rudy Kousbroek bij diens 'Fotosyntheses', een serie artikelen over krantefoto's als 'vindplaatsen van wonderen'.

In 2007 kreeg Bakker de Jan Hanlo Essayprijs.

Vanaf eind juli zijn er wekelijks korte essays van Bakker te lezen in het nieuwe app-tijdschrift Tone. Bakker richt zich daarbij op de filosofische achtergronden van media, politiek en economie. Onder de andere schrijvers van Tone zijn de Amerikaanse feministe Naomi Wolf, de Duitse Groene politicus Joschka Fischer en de Nederlandse arabiste Petra Stienen.

Jan-Hendrik Bakker: 'Grond' Atlas, Amsterdam; 336 blz. euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden