WETENSCHAP

De mens is een patroonzoekend dier

Beeld Getty Images

Hoogleraar Rens Bod klimt op de barricaden voor goed academisch onderwijs en onderzoek. En hij publiceert nu een indrukwekkend boek, een geschiedenis van de kennis die de mens heeft opgedaan sinds hij voet op aarde zette.

De moderne wetenschap werd geboren in de ­natuurkunde, die in de zeventiende eeuw in Europa tot bloei kwam. In deze zin zitten drie onwaarheden: de wortels van de moderne wetenschap gaan verder terug dan de zeventiende eeuw, strekken zich verder uit dan Europa, en steken niet in de natuurwetenschappen maar in de geesteswetenschappen, de humaniora.

Dat laat Rens Bod, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, zien in een nieuw boek: ‘Een wereld vol patronen’. Het is een indrukwekkend overzicht van de kennisgeschiedenis, vol verrassende wendingen en inzichten. Een boek dat je langzaam moet lezen om ervan te genieten.

Het is een verslag van de grootste onderneming die de mens op touw heeft gezet, namelijk het doorgronden van de werkelijkheid in en om hem. En doorgronden wil zeggen: het ontdekken van patronen, van onderliggende principes en van de relatie tussen die twee. Patronen waarnemen doen dieren ook, schrijft Bod, maar patronen zóeken doet – voor zover bekend – ­alleen de mens. En niet alleen in de sterren aan de hemel of de afwisseling van seizoenen, maar ook op heel andere terreinen.

De Babyloniërs gingen op zoek naar patronen en principes in taal. Want ze hadden een probleem. Hun rijk was ontstaan uit een samengaan van Soemeriërs en Akkadiërs, twee volken met verschillende, niet-verwante talen, en rond 2000 v.C. begon het Akkadisch te overheersen. Maar de oude literatuur en wetenschappelijke teksten waren in het Soemerisch. De Babylonische geleerden brachten daarom de structuur in kaart van beide talen. Het ging hun niet zozeer om een woordenboek, maar om het vinden van patronen in verbuigingen, vervoegingen en samenstellingen.

Discontinue relatie

Daarbij ontdekten de Babyloniërs een taalkundig fenomeen dat nog steeds actueel is: de discontinue relatie, ofwel de band tussen twee delen van een samenstelling die behouden blijft, ook als er dingen tussen komen te staan. Kennen we in het Nederlands ook, schrijft Bod, bijvoorbeeld met ‘bommen’ en ‘gooierij’. Die vonden elkaar ooit in het goed Nederlandse ‘bommen-door-de-brievenbusgooierij’, waarin de uiteinden verbonden blijven: het is nog steeds duidelijk dat hier bommen worden gegooid en geen brievenbussen. Zonder die discontinue relatie kan de taal zelfs niet, want dan krijg je ‘door-de-brievenbus-bommengooierij’, wat onzin is. Wat het principe was achter dit fenomeen wisten de Babyloniërs niet, maar ze hadden het patroon gevonden en vele andere patronen in hun talen. Het zou duizend jaar duren, zegt Bod, voor de taalkunde in andere delen van de wereld op vergelijkbaar wetenschappelijk niveau kwam.

Een probleem hadden ook de islamitische geleerden in de achtste eeuw na Christus. Hun grootste opdracht was het reconstrueren van het leven van de profeet Mohammed, die in 632 was overleden. Van de mensen die Mohammed hadden meegemaakt was niemand meer in leven. De historici moesten het doen met overgeleverde verhalen. Ze ontwikkelden een nieuwe methode om de betrouwbaarheid van die verhalen te onderzoeken. Ieder verhaal werd voorzien van een isnad, een ‘keten van overlevering’, waarin precies werd nagegaan wie het verhaal had doorverteld aan wie. Bovendien onderzochten de historici of de doorgevers elkaar inderdaad ontmoet konden hebben, of er verslag was gedaan van hun ontmoeting, of een van hen belang had gehad het verhaal te kleuren of te veranderen, enzovoorts. Dat minutieuze werk leverde een schatting op van de betrouwbaarheid van een verhaal in vier mogelijke gradaties, van ‘zeer betrouwbaar’ tot ‘verzonnen’. Hiermee legden de islamitische geleerden de basis voor wat kritisch bronnenonderzoek is gaan heten, en nu nog gangbaar is – zo niet aan te bevelen – in vele wetenschapsgebieden.

Empirische cyclus

Het zijn maar een paar voorbeelden van vroege zoektochten naar patronen en achterliggende principes in de werkelijkheid. Bod laat er in zijn boek nog veel meer zien. Uiteindelijk monden die uit in wat wij nu de wetenschappelijke methode noemen of, zoals Bod zegt, de empirische cyclus. Die cyclus komt erop neer dat patronen die in data worden herkend, worden verklaard met achterliggende principes, die dan worden getoetst aan de hand van nieuwe data, worden bijgesteld, weer worden getoetst, enzovoorts.

Die wetenschappelijke methode kreeg voet aan de grond in het vroegmoderne Europa, vijftiende eeuw, in wat toen de humaniora werd genoemd: filologie (tekstwetenschap), kunsttheorie, taalkunde en musicologie. Met deze methode kwam onomstootbaar vast te staan dat de aarde ouder was dan in de Bijbel wordt beweerd. Er werd vernieuwend onderzoek verricht naar de principes achter het perspectief in de schilderkunst, de afstanden tussen consonanten in de muziek, en tal van andere onderwerpen.

Pas in de zestiende eeuw werd de empirische cyclus overgenomen door de natuurwetenschappen. Dat kon ­gebeuren omdat de mensen die aan de basis stonden van de Europese natuurwetenschappen, allemaal goed geschoold waren in de humaniora. Een prachtige illustratie van de doorwerking van de geesteswetenschappen in hun natuurwetenschappelijk werk wordt geleverd door het duo Johannes Kepler en ­Galileo Galilei, de mannen die de zon haar definitieve plaats gaven in het ­centrum van ons zonnestelsel.

Sterwaarnemingen

Nergens heeft de mens zo hard naar patronen gezocht als aan het firmament. De Babyloniërs schreven de ene na de andere kleitablet vol met sterwaarnemingen in de hoop patronen te vinden én verbanden met gebeurtenissen op aarde. En Europa worstelde met de erfenis van de Grieken die de aarde in het centrum van het heelal hadden geplaatst en zon en planeten daar in perfecte cirkels omheen lieten draaien.

Dat model strookte niet met de waarnemingen en alle pogingen om het daarmee in overeenstemming te brengen strandden. Dat bracht Nicolaas Copernicus in de zestiende eeuw tot de suggestie dat niet de aarde maar de zon het middelpunt was. Maar Copernicus beschikte niet over de wetenschappelijke methode om die suggestie te bewijzen en te toetsen. Dat bewijs werd geleverd door Kepler en Galilei. De eerste deed dat met de nauwkeurige waarnemingen die collega Tycho Brahe had gedaan aan sterren en planeten. De tweede met mechanische experimenten die aantoonden dat de aarde niet stilstond, maar bewoog.

Dat verschil had alles te maken met de geesteswetenschappelijke achtergrond van deze twee wetenschappers, betoogt Bod. Kepler was geschoold in de filologie, het onderzoeken van een empirie die je niet kunt veranderen, zoals de klassieke teksten van de Grieken en de beweging van de hemellichamen die je door een telescoop kon volgen. Galilei was geschoold in de musicologie van zijn vader, die eindeloos had gesleuteld aan snaarinstrumenten om het principe te vinden achter de afstanden tussen consonanten. De humaniora van Galilei leerde hem een empirie te onderzoeken die je wél kunt veranderen: het experiment.

Als je over de brug van de bèta-wetenschappen bent

Rens Bod Beeld Jeroen Oerlemans

Rens Bod  is hoogleraar digital humanities aan de Universiteit van Amsterdam. Omdat hij sterrenkundige wilde worden begon hij met een studie astronomie in Utrecht, maar verhuisde daarna naar Rome om er letteren en wiskunde te studeren, en raakte geboeid door kunstmatige intelligentie en de toepassing daarvan in de geesteswetenschappen. Dat vak doceerde Bod aan de Saint Andrews universiteit in Schotland, voor hij in 2007 naar Amsterdam kwam. Hij haalt geregeld de media als voorman van WOinActie, een groeiende beweging van academici die strijdt voor een adequate financiering van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Bod schreef acht jaar geleden een veelgeprezen geschiedenis van de geesteswetenschappen, ofwel de humaniora (‘De vergeten wetenschappen’, uitg. Prometheus). Zijn jongste boek breidt dat uit naar een kennisgeschiedenis in alle wetenschapsgebieden en alle delen van de wereld. Die geschiedenis laat zien welke ­fundamentele rol de geesteswetenschappen hebben gespeeld in de ­kennisontwikkeling. Bod: “Als je niet alleen naar de natuurwetenschappen kijkt, zoals veel gebeurt, maar álle disciplines behandelt, dan zie je dat ze veelal zijn voortgekomen uit de humaniora.”

Maar hoe kan het dan dat het vandaag bèta is wat de klok slaat, in aandacht, ruimte en financiering? Bod: “Die onderwaardering van de geesteswetenschappen is wel te verklaren. De natuurwetenschappen die in de achttiende eeuw emancipeerden tot het niveau van de humaniora, kregen revolutionaire technische toepassingen. Dat maakte indruk en men zag de economische mogelijkheden. En als dan ook politici dat in de gaten krijgen, ontstaat er een vliegwiel.”

“Maar vergis je niet: in sommige takken van de bètawetenschappen kunnen onderzoekers vandaag de dag net zo moeilijk aan financiering komen als in grote delen van de humaniora. En bovendien: de belangstelling voor de geesteswetenschappen is gebleven, zelfs bij de technologiereuzen van onze tijd zoals Bill Gates en Steve Jobs. Die belangstelling kwam soms wat laat in hun leven, maar ze investeerden in takken als kunstgeschiedenis en musicologie. En daarmee laten ze zien: de bètawetenschappen kunnen een geweldige brug bouwen, maar als je daar overheen bent wil je van een kunstwerk of theaterstuk kunnen genieten en het begrijpen.”

Rens Bod, Een wereld vol patronen, De geschiedenis van kennis, Prometheus, Amsterdam, € 35.

Lees meer verhalen over wetenschap in ons dossier.

Lees ook:

De wetenschap heeft ons waarnemingsvermogen drastisch ingeperkt

In het debat over levenskwesties moet ruimte zijn voor onbenoembare intuïtie, voor God, meent Jos Frantzen, directeur van de Driehoek Research Support.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden