De mening gebruikt de mens

Plotseling denkt iedereen dat in Disneyland Parijs kinderen gekidnapt worden om een nier af te staan. Zo'n opinie springt razendsnel van brein tot brein, ten koste van andere opinies die veel logischer of aannemelijker zijn. Volgens de theorie is meningsvorming net zo grillig als het weer.

Harm Visser

Meningsvorming gaat zo vanzelfsprekend dat we ons zelden afvragen hoe we tot een opinie gekomen zijn. Daarbij is het vooral de vraag of dit een individuele aangelegenheid is, of dat het om groepsprocessen gaat. Over de NAVO-acties tegen Servië, bijvoorbeeld, heerste meteen grote eenstemmigheid, alsof het pro-NAVO-standppunt óns in nam, in plaats van wij het standpunt. Soms ook raken opinies juist verdeeld; vond de één de nasleep van de Bijlmerramp een vorm van collectieve hysterie, de ander meende dat het onderzoek ernaar niet diepgaand genoeg kon zijn.

De wetenschap die zich met opinievorming bezighoudt heet opiniedynamica. Een van de weinige Nederlandse onderzoekers op dit terrein is de Amsterdamse psycholoog dr. J. van Ginneken, van wie in september het boek 'Breinbevingen' verschijnt. Van Ginniken beschrijft hierin verschijnselen als het succes van de anti-bontcampagnes, de Aziatische crisis en de paniek die uitbrak door de gekke-koeienziekte. ,,We zien het nu ook weer bij de Belgische dioxine-kippen'', zegt Van Ginneken. ,,Door de rampen uit het verleden spreekt het woord dioxine enorm tot de verbeelding. Dat het in die kippen om minuscule hoeveelheden gaat, en je wel een gigantische hoeveelheid kippen moet eten om er wat aan over te houden, dat maakt in dit type opinievorming niet uit. Op de een of andere manier komt er een moment dat de zaak een eigen leven gaat leiden, en dat ideeën erover zich in razend tempo verspreiden.''

Een mooi voorbeeld vindt Van Ginneken ook de eenstemmigheid van de opinies over 'zinloos geweld'. ,,Je ziet hier'', zegt hij, ,,de grote rol van betrekkelijk willekeurige categoriseringsprocessen. Het begint ermee dat er een aantal gruwelijke incidenten plaatsvindt. Vervolgens kijken we of er niet meer van dat soort gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Als dat zo is, ontstaat er een toenemende neiging om, als er weer iets vervelends gebeurt, dit in dezelfde categorie te plaatsen. Daardoor lijkt het alsof de incidenten in aantal toenemen. Met als gevolg dat er een golf van verontwaardiging door de maatschappij slaat, een morele paniek. Die nodigt dan weer uit tot een maatschappelijke discussie en voor je het weet verkeert de zaak in een opwaartse spiraal van elkaar versterkende elementen.''

Van Ginneken wijt dergelijke processen aan het in beweging komen van het systeem van overtuigingen dat mensen met zich mee dragen. Er is soms maar heel weinig nodig om een bepaalde configuratie in zijn geheel te laten omklappen. Dat komt volgens Van Ginniken doordat het systeem niet de optelsom is van individuele overtuigingen over een gewogen risico of een beredeneerd imago, maar volgens een ander patroon ontstaat. Van Ginneken: ,,In de opiniedynamica spreken we wel van flashwords, dat zijn woorden die onmiddellijk een heftige reactie veroorzaken, zoals 'dioxine', of 'straling'. In het systeem van overtuigingen staat dat allemaal voor gevaar. En dat kan er dan voor zorgen dat de reële inschatting daarvan naar de achtergrond verdwijnt, met paniek als gevolg.''

Wat Van Ginneken vooral fascineert, en waarvan hij in zijn boek 'Breinbevingen', getuigenis doet, is de grilligheid en onvoorspelbaarheid van de publieke opinie. Zijn theorieën erover zijn mede gebaseerd op de chaos- en complexiteitstheorie. Een van de grondleggers van de chaostheorie is de natuurkundige Edward Lorenz, die ooit het voorbeeld gaf van de vlinder die in Brazilië met zijn vleugels klappert, om daarmee in Noord-Amerika een orkaan te veroorzaken. Dit betekent dat complexe systemen, zoals het weer, zich niet-lineair gedragen; het systeem is extreem gevoelig is voor de beginvoorwaarden. Er hoeft maar iets aan gewijzigd te worden, of de zaak schiet een andere kant op: regen in plaats van zonneschijn. Van Ginneken: ,,Men is er lange tijd van uit gegaan dat opinievorming zich lineair voltrekt. De wijze waarop opinies evolueren zou dan ook te meten en te voorspellen zijn. Tegelijkertijd nam men plotselinge omslagen waar, die niet door deze lineaire modellen kunnen worden verklaard. Vandaar dat ik op een gegeven moment te rade ben gegaan bij modellen uit de natuurwetenschap die worden toegepast op systemen die zich eveneens onvoorspelbaar gedragen, zoals het weer en de aanwas en afname van populaties. Al deze systemen hebben gemeen dat onmeetbaar kleine verschillen in de beginvoorwaarden enorme gevolgen kunnen hebben.''

Van Ginneken is zich ervan bewust dat de opvallende analogie tussen weers- en opiniesystemen nog niet wil zeggen dat ze ook werkelijk op dezelfde manier werken. Van Ginneken: ,,Je moet in de wetenschap altijd oppassen dat je een analogie of een bepaalde beeldspraak niet verwart met hoe iets feitelijk werkt. Mijn stelling is dat opinievorming wel degelijk tot de complexe, dynamische systemen behoort. Binnen het systeem van overtuigingen treft je eenzelfde enorme hoeveelheid variabelen aan, die voortdurend aan minuscule veranderingen onderhevig zijn.'' ,,Nu hebben de meesten daarvan weinig invloed op wat er in de rest van de verzameling gebeurt. Soms echter ontstaat er in zo'n verzameling een positieve feedbackloop, dat is een mechanisme waarbij een zichzelf versterkende lus ontstaat. Voor het systeem als geheel kan zo'n mechanisme dramatische gevolgen hebben. En dat nemen we dan waar als een plotselinge opinie-omslag.''

Als voorbeeld noemt Van Ginneken het plan, tien jaar geleden, van de Coca Cola Company om met een nieuwe Coke-smaak op de markt te komen. Men had de smaak bij maar liefst tweehonderdduizend mensen getest, van wie de meesten de nieuwe smaak lekkerder vonden dan de oude. Van Ginneken: ,,Aanvankelijk wás het ook een groot succes. Tot op de televisie een man met een snor verscheen die tegen die nieuwe smaak tekeer ging. Hij noemde het een verkwanseling van Amerikaanse waarden en tradities. Vervolgens richtte hij een actiegroep op. Het was op dat moment komkommertijd, de Amerikaanse media besteedden er buitensporig veel aandacht aan. Het effect was dat de anti-stemming zich razendsnel verspreidde. Twee maanden later zag Coca Cola zich gedwongen de oude smaak weer in de handel te brengen. Dus hoewel men die nieuwe smaak eigenlijk lekkerder vond, wilde men niettemin de oude smaak weer terug. Met de oude lineaire modellen uit de psychologie zijn zulke processen niet te verklaren, wel met die uit de complexiteits- en chaostheorie.''

Hoewel de chaostheorie inzicht geeft in het 'gedrag' van opinies, biedt ze geen verklaringen over de drijvende kracht achter dit alles. Daarbij gaat het vooral om de vraag hoe het komt dat opinies voortdurend veranderen.

In haar recent verschenen boek 'The Mememachine' schrijft de Britse psychologe Susan Blackmore dat zij, in navolging van de Engelse zoöloog Richard Dawkins, een analogie ziet met genetische evolutie: zoals genen zich verspreiden door via de geslachtscellen van lichaam naar lichaam te springen, zo vermenigvuldigen opinies (memen) zich door van brein tot brein te springen. Van Ginneken ziet wel wat in de opvatting van Blackmore: ,,Inderdaad zie je bij opinies dezelfde soorten mechanismen optreden als bij de verspreiding van genen. Zo zijn, net als bij de strijd om het bestaan, sommige ideeen en overtuigingen succesvoller dan anderen.'' ,,Vervolgens gaat het er dan om, te bepalen waardóór ze succesvoller zijn. Blackmore laat goed zien dat dit niet hoeft te zijn doordat ze moreel superieur zijn of doordat ze ons tot effectiever handelen aanzetten, maar dat in de succesvolle ideeën aspecten zitten die ervoor zorgen dat ze een grotere reproductie-capaciteit hebben.''

Van Ginneken refereert hierbij aan het Disney-gerucht: een paar jaar geleden ging het gerucht dat in Disneyland Parijs, toen nog EuroDosney, af en toe kinderen verdwenen, die hun nieren zouden hebben moeten afstaan of die in de porno-industrie zouden zijn beland. Vanwege het horror-aspect en de verwijzing naar seks had dit gerucht een grote reproductie-capaciteit; iedereen spitst bij dergelijke verhalen de oren. Daar kwam nog bij dat Disney een beroemde naam is. Als het verhaal in een minder bekend pretpark was gesitueerd, was het vermoedelijk een snelle dood gestorven.'' ,,Ik vind Blackmore's theorie over onze ideeënwereld zeker vruchtbaar, vooral omdat ze het accent legt op die reproductie-capaciteit en niet op wat ideeën voor een persoon zelf betekenen. Je zou kunnen zeggen dat wij er zijn voor de ideeën, in plaats van dat ze er zijn voor ons.''

Van Ginneken ziet zijn theorieën (en die van Blackmore) als een logische stap in de ontwikkeling van een wetenschap waarin de mens steeds minder centraal is komen te staan. ,,Het is er ooit mee begonnen dat we niet langer geloofden dat de aarde het middelpunt van heelal was. Dat heeft een onomkeerbaar proces in gang gezet, waarbij de mens steeds meer wordt gezien als een onbeduidend onderdeel van het geheel. Zo is het al weer heel gewoon dat je de mens tot de dieren rekent; we vormen gewoon een van de vele soorten.'' ,,Zo'n theorie als die van Blackmore kijkt dus totaal niet naar wat mensen van hun eigen ideeën vinden of wat ze ermee kunnen, maar gaat ervan uit dat mensen blind worden gekoloniseerd door denkbeelden. Daarbij is het interessant om te constateren dat mensen een welhaast onstuitbare drang hebben, denkbeelden aan anderen mede te delen, waardoor deze van brein tot brein kunnen overspringen. Inderdaad kun je vaststellen dat mensen vaak een geweldig plezier hebben in praten om het praten.''

Dat zijn opvattingen niet altijd in dank worden afgenomen en soms zelfs op weerstand stuiten, merkt Van Ginneken als hij college geeft of lezingen houdt voor opiniemakers. ,,Ik maak nogal eens mee dat men van deze denkbeelden schrikt. Want ze morrelen natuurlijk aan de zelfervaring van mensen. Mijn theorie is in die zin contra-intuïtief, je hebt immers het gevoel dat jij het bent die over je ideeënwereld heerst, en niet andersom. Maar als men dan ziet dat een en ander toch wel een samenhangend beeld schetst, dan slaat de stemming vaak om in een soort aha-erlebnis.'' Maar als het zo is dat we gevangenen zijn van stelsels van ideeën en overtuigingen die een eigen leven leiden, hoe kan volgens Van Ginneken dan nog beleid worden gemaakt? ,,Een moeilijk onderwerp. Ik denk in ieder geval dat het belangrijk is dat mensen die gewichtige beslissingen moeten nemen, regelmatig uit het kader van hun eigen instelling stappen. Want ongemerkt val je steeds meer samen met de ideeënwereld die al in zo'n instelling leeft.'' ,,Tijdens zo'n break-out kun je dan proberen de vooronderstelling die je voor vanzelfsprekend bent gaan houden, op de tocht te zetten. Ik zeg altijd dat je moet leren achterstevoren, binnenstebuiten en ondersteboven te denken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden