De meiden zijn beter

Eerstejaarsstudenten maken de komende weken kennis met hun universiteit of hogeschool. Op kamers, introductiedagen, nieuwe vrienden – dat kost allemaal geld en met een studiebeurs alleen red je het niet. Er moet een baantje worden gezocht. In de jaarlijkse studentengids zes studenten met bijzondere bijbaantjes en daarnaast andere prangende kwesties voor studenten.

De cijfers liegen er niet om. Vrouwen studeren sneller dan mannen en ze vallen ook nog eens veel minder vaak uit. Ze halen vaker hun eerste jaar, en ook als ze die horde genomen hebben, doen ze het beter. In de drie daaropvolgende jaren stopt bijna 11 procent van de mannelijke studenten met hun studie, zo’n anderhalf keer zoveel als hun vrouwelijke collega’s. Na vier jaar studie heeft slechts een derde van alle mannen zijn bachelordiploma op zak. Van de vrouwen haalt 57 procent dat diploma.

Een paar maanden geleden maakte de vereniging van universiteitenVSNU deze cijfers openbaar. Maar hoe zijn die enorme verschillen in studiesucces te verklaren? Die vraag bleef in de lucht hangen. Zijn vrouwen intelligenter? Of gemotiveerder? Werken ze harder? Onderzoekers en andere deskundigen voeren vele oorzaken aan.

„Mannen vluchten voor de volwassenheid. Ze stellen hun afstuderen zo lang mogelijk uit”, oordeelt bijvoorbeeld Nikkie Meijers, hoofd n altijd de mannen die er een weekje tussenuit glippen voor een wintersportvakantie.”

Bovendien overschatten mannen zichzelf vaak, vervolgt Meijers. „Ze doen soms in drie vakken tegelijk een herkansing en halen dan drie vijven. Vrouwen zouden eerder twee vakken herkansen, maar halen dan wel twee voldoendes. Vrouwen zijn ook consciëntieuzer. Krijgen ze een opdracht, dan zorgen vrouwen dat ze precies weten wat er van hen verwacht wordt. Mannen weten dat vaak niet, die denken: ’Het komt wel goed’.”

Sabine Severiens van het Rotterdamse onderzoeksinstituut Risbo ziet wel iets in die waarnemingen. Vrouwen zijn inschikkelijker, vermoedt zij. „Ze luisteren beter naar wat de docent van hen wil en schikken zich naar de eisen die die stelt.”

Daar zit een verschil in ’leerstrategie’ tussen mannen en vrouwen achter, voegt Sabine Severiens daaraan toe, een onderwerp waarover zij haar proefschrift schreef. Vrouwen maken meer gebruik van wat zij de ’reproductiegerichte strategie’ noemt.

„Door simpelweg de lesstof te stampen halen vrouwen goede resultaten. Zelfs in de eerste jaren van het wetenschappelijk onderwijs betaalt deze strategie zich beter uit. Mannen kiezen vaker voor de betekenisgerichte strategie. Zij leggen verbanden en brengen structuur aan in de stof, en staan kritisch tegenover de inhoud. Deze leertechniek werpt minder vruchten af.”

Of ligt de oorzaak van de verschillen nog ergens anders? Uulkje de Jong, onderzoekster aan het Amsterdamse SCO Kohnstamm Instituut, verwijst naar recent neurobiologisch onderzoek. Daaruit blijkt dat de hersenen van vrouwen sneller zelfstandigheid aankunnen dan die van mannen en ook eerder kunnen ’multi-tasken’ (meerdere taken tegelijk uitvoeren).

„Vrouwen kunnen op jongere leeftijd de consequenties van hun beslissingen overzien”, zegt De Jong. „Vrouwelijke studenten zijn gewoon veel zelfstandiger, dat is eigenlijk de hele grap. Ze wonen ook vaker op zichzelf, zijn doortastender in het maken van keuzes en nemen die vervolgens ook serieus. Ze kennen hun grenzen. Ze realiseren zich dat als ze niet op tijd beginnen met leren, dat gevolgen heeft voor hun tentamencijfer.”

Zowel Severiens als De Jong ziet trouwens ook verschillen in studiekeuze tussen mannen en vrouwen. „Vrouwen kiezen een studie meer met hun hart, mannen vooral met dollartekens in hun ogen”, zegt Severiens. Dat heeft invloed op hun studiemotivatie en daarmee ook op hun succes. „Want motivatie is de sleutel tot studiesucces.”

Volgens De Jong kiezen mannen vaker de verkeerde studie. „Ze stellen beslissingen ook langer uit. Ze besluiten vaker dan vrouwen voor een oriëntatiejaar te kiezen. Zo hoeven ze hun studiekeuze nog niet definitief vast te stellen.”

Is er nog hoop voor mannelijke studenten? Jazeker, zegt Adriaan Hofman, hoogleraar onderzoek van het hoger onderwijs aan de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens hem kunnen universiteiten hun opleidingen zo vormgeven dat ook mannen die snel en efficiënt kunnen doorlopen. Opleidingen moeten beter gestructureerd worden, met meer contact tussen docenten en studenten.

„Veel studenten hebben vooral in het eerste jaar behoefte aan meer begeleiding”, zegt Hofman. „Vooral mannen hebben profijt van deze maatregelen. Ze hebben meer achterstand in te halen en dus meer te winnen.”

Maar misschien zijn zulke maatregelen niet eens nodig. Want, voert Uulkje De Jong aan, na een paar jaar ’vrijheid’ gaan mannen opeens als een speer vooruit. Eenmaal op de arbeidsmarkt is er van een achterstand niets meer te merken. „En laten we eerlijk zijn: het zijn toch voornamelijk mannen die op de posities belanden waar de beslissingen worden genomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden