De meesterverteller

Jannes Veenstra 1921-2015

Hij vond het fijn om hoofd van een school te zijn, want dan kon hij zich uitleven op zijn eigen manier. Toch moest hij voortijdig stoppen.

Hij was linkshandig en dus vertrouwden zijn maten in het verzet hem geen pistool toe. Bij overvallen of aanslagen mocht hij niet meedoen. Hij stond op wacht.

Later in zijn leven zou hij aan zijn kinderen en kleinkinderen vaak vertellen over gebeurtenissen in de bezettingsjaren. Maar in het voorjaar werd hij stil. Als de meidagen met herdenkingen in zicht kwamen, werd hij somber. Dan keek hij geen tv, want er was altijd wel een programma over de oorlog. Een terugkerende droom was dat de Duitsers hem te pakken kregen. Benauwend was ook de vraag of hij wel genoeg had gedaan. Hij kwam er nooit uit.

Elk jaar weer verdampten zijn bange gedachten. De lente inspireerde hem weer tot verhalen voor de kinderen. Ook de oorlog werd dan weer een verhaal. Jannes Veenstra was een geboren verteller.

Hij groeide op in het boerendorpje Visvliet, aan de Lauwers, de rivier die Groningen van Friesland scheidt. Tot 25 jaar geleden had het dorp een station, waar af en toe een trein stopte. Passagiers waren er nauwelijks, behalve dan scholieren zoals Jannes die naar de middelbare school in Groningen gingen. In Visvliet zelf stond alleen een lagere school met twee of drie onderwijzers, waarvan de vader van Jannes hoofd was. Dat schooltje is een paar jaar geleden ook gesloten.

Toen Jannes na de mulo moest kiezen tussen verder leren op de hbs of gemeenteambtenaar of onderwijzer worden, koos hij zonder veel geestdrift voor het beroep van zijn vader. Na de kweekschool leek hij nog altijd geen groot talent. Tijdens de eerste les die hij gaf, was hij na tien minuten uitverteld. "Daar stond ik voor die klas, doodongelukkig", herinnerde hij zich op zijn oude dag. "Later hoorde ik van mijn begeleider dat ik flair had. Ik wist niet wat flair was, dus ik heb het opgezocht in het woordenboek. Daarna kreeg ik meer zelfvertrouwen en ging het steeds beter."

Zijn loopbaan stokte al gauw door de Duitse bezetting. Hij weigerde een verklaring te ondertekenen dat hij geen Jood was en daardoor kon hij geen vaste aanstelling krijgen. Ook als invaller kreeg hij het moeilijk, want hij was in het verzet verzeild geraakt. Met andere jongens uit de buurt overvielen ze een kantoor in Buitenpost om voedselbonnen te bemachtigen voor onderduikers. Ze beraamden ook een aanslag op een beruchte NSB'er die veel mensen had verraden, maar ze doodden per ongeluk diens zoon. Jannes stond bij die acties steeds op wacht.

Hij hield zich vaak schuil op de ouderlijke boerderij van zijn vriendin, Maaike Miedema. Soms moest hij 's nachts opschuiven in bed omdat er onverwacht een onderduiker bij was gekomen.

Zijn zus Tjitske werd opgepakt, misschien omdat ze met haar donkere uiterlijk Joods zou kunnen zijn, of misschien omdat de Duitsers hem wilden treffen. Ze zat zes weken vast en Jannes voelde zich schuldig.

Meteen na de oorlog trouwde hij met Maaike, in 1946. Hij werkte op verscheidene dorpsscholen in de streek. Maaike was in 1949 zwanger en het leek een heel dikke baby te worden. Het bleek een tweeling, Minke en Lenie. In die karige tijd zamelden familie en vrienden distributiebonnen in om aan voldoende eten en kleertjes te komen. In 1951 kwam er nog een meisje, Alberteke en twee jaar later een zoon, Tseard. In 1955 was Jannes hoofd geworden, al was het op een tweemansschool. In Hemrik, bij Drachten, stonden twee scholen, de christelijke van Jannes en een openbare. De leerlingen van die twee scholen namen elkaar te grazen, maar Jannes was bevriend met zijn collega-hoofd. Beide gezinnen ging samen met vakantie.

Die vakanties waren hele volksverhuizingen. Ze gingen altijd naar Terschelling, waar ze de zolder van de melkboer van Formerum huurden die groot genoeg was voor alle aanhang: vriendjes van de kinderen, een juf van school met haar verloofde, iedereen was welkom. In wandelingen door de duinen liep Jannes voorop, vol verhalen.

Jannes ging makkelijk om met zijn gereformeerde geloof en de bijbehorende gebruiken. Als de kinderen op zondag wilden zwemmen, vond hij dat goed als ze maar niet met natte haren door het dorp fietsten. Als onderwijzer wilde hij geen aanstoot geven. Zijn dochters mochten later ook op dansles, als ze dat maar niet van de daken schreeuwden.

In 1959 verhuisden ze naar Oldekerk, in het Groningse Westerkwartier, dat hij zo goed kende. Daar zou Jannes de rest van zijn werkzame leven hoofd van een zesmansschool blijven. Thuis spraken ze Fries. Zijn familie stamde uit Friesland, en ook al was hij daar geboren noch getogen, hij voelde zich Fries. Ze lazen uit de Friese Bijbel en ze baden in het Fries.

Van bidden maakte Jannes veel werk. Niet alleen bidden en danken bij elke maaltijd thuis, ook op school was het 's ochtends en 's middags bidden en danken. En dan nog eens met de leerlingen die tussen de middag overbleven. Hij leerde zijn kinderen hardop te praten tegen God. Alleen als er in het gezin ruzie was geweest, zei hij: 'Vandaag bidden we stil'.

Hoofd van een school zijn betekende voor hem vooral dat hij baas over zichzelf was. "Dan kon ik me uitleven en kon ik doen wat ik wilde. En dan hoopte ik maar dat de collega's het overnamen. Ik was niet zo autoritair dat ik ze mijn manier van lesgeven oplegde."

Het liefst nam hij de kinderen mee naar buiten, om ze de wonderlijke natuur te laten zien. Met de hele klas naar een mierenhoop kijken of een vlinderkast maken, terwijl hij verhalen vertelde en verschillende schoolvakken met elkaar verbond, daar genoot hij van. Het was een voorloper van projectonderwijs, al kende hij dat begrip destijds niet.

Eind jaren zeventig moest hij een middag per week vrijmaken om echt hoofd te zijn. Dan kwam er een vervanger voor de klas. Dat vond hij maar niks. En hij keek geërgerd op toen zich iemand meldde die zei dat hij schoolbegeleider was.

In die periode raakte Jannes overspannen. Zijn bloeddruk was zo hoog dat doorwerken onverantwoord was. In 1977 was het afgelopen voor hem, en hij was nog maar 56. Hij had het er moeilijk mee en deed een tijdlang helemaal niets.

Wel las hij veel. Hij volgde de actualiteit nauwgezet en hij verdiepte zich in theologie. Vooral voorlopers zoals Kuitert boeiden hem. De gereformeerde leerstellingen van weleer bladderden verder af tot hij hij uiteindelijk maar één waarheid overhield: het voorbeeld van de man uit Nazareth. Zorg voor de medemens, daar ging het hem om.

Toen Jannes en Maaike in 1980 gingen wonen in het Drentse Norg, waar ze altijd al een houten zomerhuisje hadden gehad, vond hij zijn draai. In de gevangenis van Veenhuizen ging hij Nederlandse les geven aan buitenlanders en praten met gevangenen die nooit bezoek kregen, zoals Zuid-Amerikaanse drugskoeriers. Als vertrouwensman voor menig gevangene hielp hij ook met officiële paperassen en procedures. Na hun vrijlating hield Jannes contact, altijd per brief want de digitale wereld ging aan hem voorbij.

Vijftien jaar lang bracht Maaike hem twee of drie keer per week naar Veenhuizen, want hij had geen rijbewijs. Dat was maar goed ook, want in de tijd dat hij in Oldekerk nog op zijn Solex door de omgeving reed, keek hij vooral naar vogels of speurde hij in de berm naar cantharellen.

Toen Maaike anderhalf jaar geleden overleed na een val van de trap, greep hem dat zwaar aan. Ze hadden kort tevoren nog hun 70-jarige verkering gevierd. Jannes kon niet alleen wonen en takelde snel af. Maar het verzorgingstehuis in Appelscha viel hem ook zwaar, want hij wilde eigenlijk niet afhankelijk zijn. De laatste twintig jaar had hij thuis gekookt en dat bleef hij doen, al werden het steeds vaker pannekoekjes. Hij bleef ook veel lezen en begon nog aan een boek over het verschil tussen soennieten en sjiieten.

Toen hij een probleem aan zijn nieren kreeg, wist hij dat het afgelopen was. Daar was hij niet bang voor. In hel en hemel geloofde hij niet meer. Toch zei hij: "Wat zou het mooi zijn als ik in het graf naast Maaike even op haar kist zou kunnen kloppen."

Jannes Veenstra werd geboren op 16 juli 1921 in Baflo, Groningen. Hij stierf in Appelscha op 19 september 2015.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Tijdens zijn eerste les was hij na tien minuten uitverteld. 'Daar stond ik voor de klas, doodongelukkig. Maar mijn begeleider zei dat ik flair had.'

Met de hele klas naar een mierenhoop kijken of een vlinderkast maken, terwijl hij verhalen vertelde

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden