De meester op zijn voetstuk

Markus Lüpertz is neergestreken in het Haags Gemeentemuseum. Zijn schilderijen vormen er een 'Gesamtkunstwerk' met het pand van architect Berlage. De Duitse 'koning der schilders' hamert op de discipline van de schilderkunst: het gaat erom hoe je iets schildert, niet wát je afbeeldt.

Het is niet meer dan een onooglijk gebouwtje in een wijk van nieuwbouw en oude DDR-bouwsels. Het atelier van Markus Lüpertz in het Brandenburgse Teltow, even ten zuiden van Berlijn, valt nauwelijks op. Hier werkt dus de Duitse 'koning der schilders', derMalerfürst, aan wie het Haagse Gemeentemuseum tot in oktober de grote tentoonstelling 'In 't God'lijk licht' wijdt.

Een medewerker doet open, de meester is nog onderweg. We kunnen koffie krijgen en alvast wat rondkijken in het ateliergebouw. Lüpertz houdt kantoor in de chaotisch ogende keuken. Stapels papieren en tekeningen liggen op het bureau, de wanden hangen vol foto's en beelden die betekenis hebben voor de schilder. Een doodshoofd, een foto van de paus met een bevriende pastoor, voetbalfoto's en veel beelden van de schilder zelf, in allerlei poses.

Het grote atelier, liefst zeven meter hoog, met aan beide zijden ramen tot aan het plafond, vertoont een zelfde rommeligheid. Het wordt beheerst door een maar liefst zes meter hoge buste, het model voor de kop van het achttien meter hoge Herculesbeeld dat vorig jaar in Gelsenkirchen op het tachtig meter hoge gebouw van de Zeche Nordstern werd geplaatst. Een Stahlhelm die herinnert aan de Tweede Wereldoorlog ligt op een tafel, dezelfde helm is in meerdere werken van Lüpertz terug te zien. Een herten- en zwijnenkop hangen aan de muur, opgezette dieren, beelden uit de klassieke oudheid staan her en der opgesteld en dienen als voorbeeld.

Overal staan groot uitgevallen schilderwerken, slingeren schetsen rond, ligt verf. Hier wordt door de meester hard en intensief gewerkt, laat dat duidelijk zijn, bijna incognito in werkkleding en niet in een van de vele dandy-achtige pakken in oud-Duitse stijl die de zeventigjarige schilder bij kleermakers heeft laten maken. De zorgvuldig gekozen pose voor de buitenwereld geldt hier niet.

Markus Lüpertz treedt binnen, wat mank, steunend op z'n met doodshoofd versierde wandelstok, nu wel zorgvuldig gekleed, getooid met sierraden om vingers en pols. Een hartelijke begroeting volgt, de schilder neemt meteen de leiding over en vertelt zelfverzekerd, maar met duidelijke charme wat hij op het hart heeft. En dat is heel wat - in een niet aflatende woordenstroom leidt hij zijn gasten door zijn werkplaats.

Meer dan een jaar heeft hij gewerkt aan het Herculesbeeld voor Gelsenkirchen, het grootste beeldhouwwerk van betekenis, vertelt Lüpertz. Hij deed het niet als beeldhouwer, maar als een beeldhouwende schilder. De kritiek van megalomanie, grootheidswaan, die in Duitsland te horen is, wijst hij resoluut van de hand. De achttien meter staan in verhouding tot het gebouw, je kan moeilijk een kleiner beeld op zo'n hoog bouwwerk zetten. En het is niet één sculptuur, maar het zijn drie boven op elkaar geplaatste aparte beelden.

Lüpertz: "Ik ben niet in staat om in één keer een werk van meer dan zes meter te maken, dat is het maximum, meer is niet te behappen." Hij verdeelde de Hercules in drie stukken: eerst de benen, toen het lichaam en vervolgens de kop, ieder een op zichzelf staand werk. Pas daarna werden ze op elkaar gestapeld. Honderden schetsen gingen aan het werk vooraf. Ze slingeren nog hier en daar rond in het atelier. In het Haagse Gemeentemuseum hangen ze keurig gerangschikt in de nissen als voorbeeld voor het ontstaansproces van de Hercules.

We lopen langs manshoge schilderijen. Opvallend is dat de lijsten zijn beschilderd. "Het werk maak je zo minder afhankelijk van de muur waaraan het komt te hangen, beeld en lijst zijn één", vertelt de schilder. Markus Lüpertz, in 1941 geboren in het Boheemse Liberec (Reichenberg), gaat met zijn schilderkunst tegen de heersende avant-gardistische stromingen in. De schilderkunst stelt hij boven andere vormen van kunst, zoals fotografie. Zichzelf maakt hij het verwijt dat hij als rector van de Kunstakademie in Düsseldorf (van 1988 tot 2009) te veel vrijheid heeft gepredikt aan zijn leerlingen. "Dat betekende het einde van de pure schilderkunst. Het meesterschap werd afgeschaft. Het handwerk is zeer belangrijk. De aanbidding van de onzin, het dilettantisme is de boventoon gaan voeren." Schamper is Lüpertz over de huidige Duitse inzending naar de Biënnale van Venetië van de vorig jaar overleden Christoph Schlingensief, in zijn ogen werk van een niet meer dan "kleine, middelmatige operaregisseur".

Markus Lüpertz houdt vast aan de discipline van de schilderkunst. En dan gaat het er niet om 'wat' je schildert, maar 'hoe' je het schildert. Bewondering heeft hij onder andere voor Nederlandse schilders als Mondriaan, Appel (in zijn vroege werk) en Constant. Nederland zou met zijn grote traditie op het gebied van schilderkunst in zijn ogen trotser moeten zijn op z'n meesters; Duitsland moet het meer hebben van zijn schrijvers en denkers. De twaalf jaar nazi-tijd hebben volgens Lüpertz de Duitse identiteit de das omgedaan. De Duitsers zijn dat nooit te boven gekomen, het nationale gevoel werd niet meer toegestaan, men kan niet zeggen wat men denkt. Tegen alle stromingen in gebruikt Lüpertz in zijn werk oeroude Duitse symbolen, zoals korenaren en schoppen. Lüpertz: "Maar denk nu niet dat ik een reactionaire nationalist ben. Dat ben ik niet."

Lüpertz steekt in Duitsland duidelijk zijn hoofd boven het maaiveld. Menigmaal werd hij bespot om zijn zelfbenoemde genialiteit. Sprekend over zijn vriend en collega Baselitz zei hij: "Ik heb hem gezegd: Georg, jij bent de grootste levende schilder die ik ken. Maar het genie, dat ben ik." Ook in de gesprekken in zijn atelier in Teltow laat Lüpertz zeker driemaal vallen dat hij een genie is. Franz Kaiser, curator en hoofd tentoonstellingen van het Gemeentemuseum, aanwezig bij het bezoek aan het atelier, denkt dat Lüpertz daarmee bedoelt te zeggen dat hij nieuwe gebieden ontsluit en optimaal presteert. Het begrip genie ziet Lüpertz als een uitdaging die hem tot buitengewone prestaties aanspoort. Hij wil volgens Kaiser slechts "het beste, het mooiste en het grootste". Kunst is iets dat boven de mensen uitstijgt.

Met de tentoonstelling in het Gemeentemuseum wordt Lüpertz duidelijk op dat zelfverkozen voetstuk geplaatst. Kaiser heeft voor dat concept gekozen en een drempel opgeworpen voor de Duitse meester. En terloops wil hij met de expositie zeggen dat de kunsten het beste zijn wat de samenleving te bieden heeft. Binnenkomend in het gebouw van architect Berlage neemt de toeschouwer afstand van het alledaagse om na het doorlopen van een gang tussen twee vijvers de wereld van de kunst te betreden. In de hal is een wandreliëf te zien met de spreuk "Eer het god'lijk licht in d'openbaringen van de kunst". Het is een uitspraak die volgens Kaiser ook uit de mond van Lüpertz had kunnen komen. Ooit deed de Malerfürst zelf de uitspraak: "De kunstenaars hebben God geholpen de wereld te scheppen."

Via trappen wordt de 'goddelijke' wereld van Lüpertz (en Berlage) betreden. De chaos van het laagdrempelige atelier in Teltow maakt hier plaats voor de hogere orde van Berlage. Het Haagse daglicht dat via de plafonds binnenkomt, vormt hier het goddelijk licht, waarnaar de tentoonstelling vernoemd is.

De krachtige maar niet allemaal even toegankelijke schilderwerken, tussen abstract en figuratief, lijken hier prachtig in te passen. In negen thema's (de beeldvinding, de loops of lussen, de boomstammen, de aren, de kunstgeschiedenis, Alice in Wonderland, Hercules, de meesterwerken en de nieuwe schilderijen) wordt het werk behandeld. Op foto's en affiches poseert Markus Lüpertz voor en in het Gemeentemuseum, de kunsttempel van Berlage. De Duitse Malerfürst doet zelfs in gelijkenis wat denken aan de fameuze Nederlandse architect die in 1934 kwam te overlijden.

In een van de zalen inspecteert Lüpertz de werken. Hij is zeer te spreken over het resultaat en noemt de tentoonstelling een Gesamtkunstwerk van hemzelf en de schepper van het museum, Hendrik Petrus Berlage.

Markus Lüpertz, In 't God'lijk Licht. Tot en met 2 oktober in Gemeentemuseum Den Haag. Openingstijden: dinsdag tot en met zondag van 11 tot 17 uur. Info: www.gemeentemuseum.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden