’De meeste dominees zijn geen boze mannen’

Met de literaire strip ’Op weg naar Zoar’ verbeeldt kunstenares Sela de woordcultuur van de calvinistische zuil waarin zij opgroeide. „Geen woorden maar plaatjes.”

Op de bank in de woonkamer van de Zeeuwse kunstenares Sela (zelf zet ze een © achter haar naam) ligt een zwart-witte kat te slapen. „Hij heet Nimrod”, zegt ze. Dat komt uit Genesis, legt Sela© uit. Daar staat dat koning Nimrod van Mesopotamië ’een groot jager in de ogen des Heeren’ was.

Dat de kat een bijbelse naam heeft, is niet erg verwonderlijk. Sela (pseudoniem van Liesbeth Labeur, 1975) groeide op in een reformatorisch gezin in Zeeland. Haar geloof is sinds haar jeugd sterk veranderd, en toch laat die bevindelijk gereformeerde achtergrond haar niet los. In 2008 exposeerde ze al met het kunstproject ’de brede en de smalle weg’ in de Vleeshal in Middelburg. In 2009 ontving ze de Spaanprijs en de CBK Zeeland stimuleringsprijs voor de glossy Calvijn!, waarvan 28.000 exemplaren werden gedrukt.

Nu geeft ze opnieuw vorm aan de calvinistische zuil waarin ze opgroeide door middel van een graphic novel. De titel van die literaire strip, ’Op weg naar Zoar’, verwijst naar de oudtestamentische figuur Lot, die vanuit de verdorven bijbelse stad Sodom naar de stad Zoar vlucht. Sela vond haar inspiratie voor de titel echter in de gelijknamige elpees van de gemeentezang uit Urk.

„Ik kwam een artikeltje tegen over de fantastische titels van die platen. Ik las deze titel en die sprak zo tot de verbeelding dat ik gelijk een verhaal wilde verzinnen.” Met dat verhaal wilde Sela de woordcultuur van de zuil verbeelden: de cultuur waarin beeld bijna volledig afwezig is en het gesproken en geschreven woord dominant zijn.

Het verhaal dat uit de titel ’Op weg naar Zoar’ voortkwam, en dat de plot vormt van de graphic novel, gaat over een zondag uit het leven van Sela, een meisje van dertien uit een groot reformatorisch gezin. Ze heeft gedroomd over de problemen in de zuil, die volgens de dominee lijdt onder ’vervolging en verdrukking’. „Wat wordt er van ons in dien staat als de Heere ons verlaat?”, vraagt Sela zich af. Haar droom over de bedreigde zuil en de werkelijkheid van de kerkdienst lopen in het boek door elkaar.

In de graphic novel worden regelmatige de Bijbel en kerkelijke liederen aangehaald. Ook de fictieve Sela bedient zich meer dan eens van bijbelse taal. ’Ik lag en sliep niet gerust’, parafraseert ze bijvoorbeeld psalm 3:3.

Toch zijn niet alleen gelovigen belangrijk in het verhaal. Zo komt de broer van Sela naar voren als een soort heldhaftige zondaar. „Hij is Sela’s enige venster naar de buitenwereld geworden. Hij heeft ervoor gekozen om niet meer te geloven, dus hij is een zondaar in hun wereld. Maar Sela houdt wel heel veel van hem, hij is een kernfiguur voor haar. Dat levert conflict op”, zegt de kunstenares.

Om dat conflict te visualiseren, heeft Sela ervoor gekozen zwart-wittekeningen te gebruiken. „Ik heb geprobeerd om het net zo zwart-wit te tekenen als zij het ziet.”

Op veel van de tekeningen in het boek zijn de gezichten van de personages niet te zien. De moeder van Sela wordt bijvoorbeeld bijna altijd zonder gezicht afgebeeld. „Dat is niet eens bewust gebeurd”, zegt kunstenares Sela. „Ik heb haar gezicht trouwens wel één keer afgebeeld, met de ogen dicht.”

In een graphic novel, legt Sela uit, kun je ’loslaten wat echt is’. „Gewone strips hebben een held of een vaste structuur. In een graphic novel kun je de vrijheid nemen om je eigen tekeningen te maken. In eerste instantie dacht ik aan een soort Sela in Wonderland, maar gecombineerd met het calvinisme kwam ik toch op een heel ander verhaal. Voor dat calvinistische deel hoef ik mijn hand natuurlijk niet om te draaien, want ik ken de wereld helemaal.”

Ze heeft van die kennis gebruik gemaakt om ook achterhoedediscussies in het boek te verwerken. „De apologie, de verdediging van het geloof, het imago van de reformatorische zuil, dat zijn toch wel bere-interessante dingen.”

Die elementen maken wel dat Sela er regelmatig van wordt beticht kritisch te zijn naar het geloof. Daar is ze het zelf niet mee eens. „Ik probeer gewoon de gedachtewereld van zo’n meisje weer te geven, zonder een persoonlijke indruk. Ik heb het eigenlijk heel eenvoudig bedoeld: geen woorden, maar plaatjes.”

Sela wilde niet als criticaster van religie maar als vakvrouw met haar boek bezig zijn, zegt ze. Ze laat zien hoe sommige tekeningen zijn opgebouwd uit verschillende lagen papier die over elkaar zijn gelegd. In een afbeelding van de prekende dominee overlappen tekst en zwarte vlakken elkaar. „Ik wilde verbeelden hoe je soms niet meekrijgt wat er wordt gezegd. Als een soort computerstoring.”

De manier waarop Sela de predikant heeft afgebeeld, zegt veel over haar idee van dominees. „De meeste dominees lachen heel vriendelijk, met lachrimpeltjes. Het zijn geen boze mannen, maar ze kunnen soms wel zo praten dat je nauwelijks je gedachten erbij kunt houden, terwijl ze intussen allemaal dingen over je uitstorten over leven en dood. Ik wilde dat mooi afbeelden, maar ook eerlijk zijn en daarvoor heb ik best veel plaatjes in de prullenbak moeten gooien.”

Sela’s boek doet opmerkelijk huiselijk aan. Er wordt bijvoorbeeld gesjoeld en ’s middags wordt er warm gegeten. „Iemand corrigeerde me nog: ’wij mogen helemaal niet sjoelen op zondag’. Ik denk dat mensen die zo streng zijn dat vaak helemaal niet verkeerd bedoelen, alleen het is wel moeilijk dat de waarheid zo absoluut is. Zo’n absolute waarheid past helemaal niet bij mij.”

Welke waarheid wel bij de kunstenares past? In ieder geval niet die van haar calvinistische opvoeding . „Het imago dat mensen hebben van mijn geloof is beslist beter dan hoe het er werkelijk voorstaat. Ik denk dat de meeste mensen in de zuil waar ik uitkom minder ver gaan in hun twijfel dan ik.”

Sela beschouwt Zoar, in navolging van de elpees van de Urkse gemeentezang, als een plaats van ’rijke beloften’ en ’Gods goedertierenheid’, zegt ze. Maar of ze er naartoe zou willen, weet ze nog niet. „In mijn beleving is er bij het geloof nooit plaats voor iedereen. Er zijn maar een paar uitverkorenen. Daar zou je soms bijna anarchistisch van worden. Dat je bij de mensen die verloren zijn wilt horen om ze te steunen, omdat zij meer steun verdienen dan de andere mensen.”

Ze is niet bang om ooit zelf voor de poort van Zoar te staan. „In een overmoedige bui denk ik weleens: nou, dan zal ik er gaan staan en dan zal ik tegen God zeggen dat het heel oneerlijk is dat er allemaal mensen naar de hel moeten. En dat er ook heel veel christelijke mensen zijn die verkeerde dingen doen; kijk maar naar alle rooms-katholieke priesters die aan kinderen hebben gezeten. Op zo’n moment weet ik waarom ik nog altijd twijfelmoedig ben geweest over mijn geloof in God. Maar ik kan niet zeggen of God bestaat. Mensen die in God geloven kunnen nog een robbertje met hem vechten. Of zulk soort dingen met hem uitspreken in hun hoofd. Als je heel duidelijk zegt ’God bestaat niet’, dan heb je dat niet meer. Misschien blijven sommige mensen daarom geloven.”

Fragment uit de graphic novel van kunstenares Sela. In de afbeelding van de prekende dominee overlappen tekst en zwarte vlakken elkaar. 'Ik wilde verbeelden hoe je soms niet meekrijgt wat er wordt gezegd. Als een soort computerstoring.' (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden