De meerwaarde van de toga

Wel of geen priesterboord, een toga aan of niet? Nederlandse geestelijken lijken te worstelen met hun 'zichtbaarheid'. Zorgt ambtskleding voor herkenbaarheid of schept het een te grote afstand?

Sinds kort ligt er in de kledingkast van Bas van der Graaf een priesterboordje. Van der Graaf, predikant in Amsterdam namens de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), trekt het overhemd met het witte stukje plastic binnenkort voor het eerst aan.

Van der Graaf: "Ik denk er al een tijd over na hoe ik me in het openbaar zichtbaar moet maken als predikant. Het is me, zeker hier in Amsterdam, opgevallen dat het altijd een gesprek oplevert wanneer je vertelt dat je dominee bent. Dat zijn overigens nooit vervelende reacties. Mensen vinden het beroep interessant. Ook willen ze vaak kwijt waarom ze zelf niet of niet meer naar de kerk gaan. Soms krijg je een hele biecht. Hoe het komt weet ik niet, maar kennelijk willen mensen dat graag kwijt. Het ambt biedt vaak openingen tot een goed gesprek."

Nu loopt Van der Graaf dit soort contacten mogelijk mis omdat hij incognito over straat gaat. "Toch voelt het alsof ik een drempel over moet om speciale kleding aan te trekken. Je weet niet welke reacties je krijgt. Mensen associëren een priesterboord vaak met de katholieke kerk. Ik kan me voorstellen dat priesters naar aanleiding van het kindermisbruik ook heel lelijke dingen te horen hebben gekregen. Daar zit ik dan weer niet zo op te wachten."

Alja Tollefsen, anglicaans priester in Arnhem, Nijmegen en Markelo, is het gewend om met een boordje over straat te gaan. "Het is in de anglicaanse kerk gebruikelijk", zegt ze. "Ik begrijp de koudwatervrees van predikanten. Ze zijn het niet gewend van huis uit, maar het went snel genoeg. Ik heb in de loop van de jaren echt de meerwaarde gezien van het boordje."

Tollefsen maakte kennis met het priesterboordje in Groot-Brittanië, waar ze haar loopbaan als geestelijke zo'n zeventien jaar geleden begon. "Er was een wijk in mijn parochie waar we zogeheten kroegenpastoraat deden. Bijna niemand ging er naar de kerk. Ga niet in boord, waarschuwde iemand me. Dat zou alleen maar gedoe geven. Ik ging juist wel met een wit boordje. Ik wilde niet dat iemand zich gefopt voelde wanneer ik naderhand een priester bleek. Toen ik de kroeg inliep viel er een stilte. De spanning verdween toen ik gewoon een glas bier bestelde. Een pastoor is ook een gewoon mens, realiseerden de bezoekers zich. Doordat ik herkenbaar was, kwamen mensen uiteindelijk naar mij toe. Hierdoor heb ik met mensen kunnen spreken die anders nooit naar de pastorie waren gekomen."

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) stimuleert sinds kort de aanschaf van een boordje. In een brochure wordt het zelfs apart genoemd als een van de missionaire tips voor kerken en predikanten. Ook was er een speciaal verkooppunt op de predikantendag, die twee weken geleden werd gehouden in de hoofdstad.

Van der Graaf: "Ik zie een verband tussen ontkerkelijking en de behoefte van predikanten om zich zichtbaar te maken. Volgens mij is het vooral iets voor predikanten in een missionaire context. Dus op een plaats waar kerk en geloof geen vanzelfsprekendheid meer is zoals in mijn situatie in Amsterdam. Daar willen predikanten weer herkenbaar zijn."

Als tussenvorm tussen een gewoon overhemd en een priestertenue liep Van der Graaf enige tijd met een kruisje op de revers van zijn jasje. Van der Graaf: "Het was voor mij al een heel statement dat je met een zichtbaar symbool loopt van de kerk die je vertegenwoordigt. Was het voor mij al heel wat, veel anderen viel het helemaal niet op. Het was geen aanleiding voor een gesprek, of voor de vraag 'hé, ben jij soms priester?' Dat had dus niet echt zin."

Tollefsen: "Daarom kan ik een boordje echt aanraden. Je bent herkenbaar. Met een boordje zeg ik: ik ben christen. Je maakt zichtbaar dat de kerk er nog wel degelijk is. Als je afgaat op de berichten over leegloop van de kerken lijkt het alsof er niets meer over is. Als je werkt in de kerk, dan besef je hoe levendig het er is. Je zou haast denken: droegen alle predikanten het maar."

Heeft een witte boord een extra betekenis voor geestelijken? Of is het een gewoon werkpak, zoals de witte overall van de huisschilder?

Tollefsen: "Ik draag mijn boord als ik in functie ben, bijvoorbeeld als ik de liturgie vier, naar een vergadering moet of ergens moet spreken. Maar het is geen noodzaak. Ik ben geen priester omdat ik een boord draag, ik ben priester omdat ik gewijd ben. Ik heb een lange fietstocht gemaakt naar Rome met een twee vriendinnen. Denk je dat ik een priesterboord bij me had op de fiets om de eucharistie te vieren? Welnee."

Over die 'werkkleding' is ook genoeg te doen. Bij het jubileum van de Protestantse Kerk in Nederland, vorige week, werden predikanten opgeroepen zich in toga te laten fotograferen op de Dam. Dat ging sommige dominees te ver. Volgens hen schept zo'n toga vooral onwenselijk veel afstand.

Van der Graaf: "Dat is inderdaad een punt. Ik heb een beweging gemaakt gedurende mijn werk als predikant. Twintig jaar geleden begon ik in een dorp. Daar was nog een restant te merken van de tijd dat de predikant herkenbaar was aan zijn donkere kleding. Ik ging daar toen nog deels in mee. In de loop van de tijd ben ik er steeds meer casual bij gaan lopen. Dat heeft te maken met de wijze waarop ik tegen mijn ambt aankijk. Ik vind: een predikant is gewoon mens onder de mensen. Je moet niet onnodig afstand scheppen."

"Dat geldt ook voor de toga tijdens de kerkdienst. Die draag ik soms niet meer omdat vooral jonge mensen die associëren met de gedistantieerde uitstraling van bijvoorbeeld een rechter, die ook een toga draagt. Tegelijkertijd probeer je herkenbaar te zijn als predikant. Zo'n priesterboord is een manier om daarmee te experimenteren."

Tollefsen: "In Nederland associëren de meesten het priesterboordje in de eerste plaats nog met het rooms-katholieke priestertenue. Daar is het sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in onbruik geraakt. Juist doordat er afstand is ontstaan tot deze ambtskleding, zijn er nu nieuwe mogelijkheden om het weer te gebruiken. Het is niet meer iets om autoriteit mee uit te stralen en eerbied te oogsten. De sociale context is veranderd. Het is nu eerder belachelijk als je ermee loopt. Dat maakt het voor mij wel makkelijker. Met een priesterboord treed je mensen juist met open vizier tegemoet. Iedereen weet wie je bent en wat je komt doen."

Van der Graaf: "Ik zou het nog wel een stap vinden om tijdens mijn wandeling tussen de middag een boordje om te doen. Ik denk dat ik maar even wacht op een bijeenkomst van mijn stadsdeel voor mensen met allerlei religieuze achtergronden. Dan ben ik ook te herkennen."

Dominees op de Dam voor het PKN-jubileum in de Nieuwe Kerk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden