De Meer: een mooi huis in een grote tuin

Morgenmiddag kwart over vier klinkt aan de Middenweg in Amsterdam en aan de Beatrixstraat in Breda het laatste fluitsignaal. Ajax en NAC nemen tijdens de laatste thuiswedstrijd van het seizoen afscheid van hun publiek, maar vooral van hun voetbaltempels. De lijnen hoeven niet meer gekalkt, het gras niet meer besproeid, de doelpalen kunnen uit de grond en de deuren op slot.

De 78-jarige Schoevaart is één van de oudste leden van Ajax en beheert bij de Amsterdamse club de archieven en de prijzenkast. Verrassend genoeg doet het afscheid van de plek die bijna zijn tweede thuis was hem weinig. “Het is hier gewoon veel te klein geworden. Als Ajax thuis speelt, staat door het gebrek aan parkeerplaatsen, bijna de hele Watergraafsmeer vol”, stelt hij nuchter vast.

Toen architect en medebestuurslid Daan Roodenburgh in 1933 de bouwplannen presenteerde, had hij met parkeergelegenheid nog geen rekening gehouden. Voor hem moest het nieuwe Ajax-stadion een 'home' worden: een mooi huis in een grote tuin. Roodenburgh nam zijn eigen opvatting wel erg letterlijk toen hij in de hoeken van het stadion vier 'bungalowtjes' liet bouwen. De Oostenrijkse trainer Karl Humenberger nam ooit intrek in één van de huisjes, die later voornamelijk door terreinknechten, concierges en kaartjescontroleurs werden bewoond.

Op 9 december 1934 vormde Schoevaart samen met zijn maatjes van de Ajax-jeugd bij de opening van het stadion een erehaag voor spelers en oudspelers van Ajax. De openingswedstrijd, waar zoveel van verwacht werd viel tegen omdat Ajax in Stade Francais een gewillige prooi trof (5-1). Al na vijf minuten stond het 2-0 door een doelpunt van Bob ten Have en een 'voetkogel' van Piet van Reenen. De blijdschap om het aan 22000 toeschouwers plaatsbiedende stadion was er niet minder om. “Mij dunkt, dat in een omgeving als die, welke Roodenburgh voor ons geschapen heeft, elken speler geladen zal zijn met den niet te stuiten wil, onze club de positie in de voetbalwereld te laten behouden, die zij nu heeft”, liet 'goaltjes-Piet' van Reenen optekenen in het Ajax-clubnieuws.

Daar waar er bij de bouw van de ultramoderne Amsterdam Arena niet op een stuiver gekeken is, moest Roodenburgh woekeren met een budget van slechts drie ton (ter vergelijking: de bouw van het Olympisch Stadion had zes jaar eerder vijf miljoen gekost). Om de kosten te dekken moest de club de broekriem aanhalen: de spelers reisden derde klasse naar uitwedstrijden, het kassiers- en controlewerk werd bij thuiswedstrijden voor onbepaalde tijd door het bestuur zelf uitgevoerd (dat scheelde 250 gulden per duel) en de spelers mochten per wedstrijd nog maar twee vrijkaartjes uitdelen.

In 1965 onderging De Meer, tot groot verdriet van Roodenburgh, de eerste veranderingen toen de lange zijde tegenover de eretribune werd overdekt en de naam Reynoldstribune meekreeg, naar de legendarische Jack Reynolds die Ajax trainde van 1915-1925, 1928-1940, 1945-1948. Vanaf 1984 staan alle Ajax-supporters, na de overkapping van de twee onoverdekte staantribunes, droog. In 1990 verbouwde Ajax voor het laatst en werd de hoofdtribune omgedoopt tot Jaap van Praag-tribune.

“En dan zijn er natuurlijk ook nog de hekken die het stadion op een schandelijke manier veranderd hebben”, zegt Schoevaart om vervolgens te verwijzen naar de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van het stadion aan de Middenweg 401: de Europa Cup-wedstrijd Ajax-Austria Wien op 27 september 1989. Als gevolg van het beruchte staaf-incident werd Ajax door de UEFA voor een jaar geschorst en liet het bestuur nog meer hekken plaatsen. Na dat incident speelde Ajax alle thuiswedstrijden in de Europa Cup in het Olympisch Stadion.

Deze zomer zal De Meer hetzelfde lot ondergaan als het eerste onderkomen van Ajax, dat eveneens aan de Middenweg gevestigd was ter hoogte van het huidige Christiaan Huygensplein. Op de plaats van die accomodatie, beter bekend als 'het houten stadion', staan nu huizen en een supermarkt. Van De Meer zal niet veel meer overblijven dan een hoopje schroot. Slechts een paar dierbare en historische voorwerpen zoals de prijzenkast, de glas-in-lood ramen en de letters A-J-A-X die bovenop de hoofdtribune prijken zullen meeverhuizen naar de Arena of naar 'De Toekomst', het jeugd-en amateurcomplex waar Ajax mogelijk nog trotser op is dan op de Arena. “Dat komt omdat het helemaal van ons is. De Arena wordt alleen maar gehuurd”, legt Schoevaart uit.

Het bestuur van Willem II ontvangt morgen als laatste club uit de eredivisie een foto van de thuishaven van Ajax als aandenken. “Ik heb de vertegenwoordigers van alle clubs op het hart gedrukt dat de lijst een prominente plaats moet krijgen.” Op 5 augustus nemen personeelsleden, werkende leden en spelers die ooit in Ajax-1 hebben gespeeld afscheid van de 'heilige grond' met een diner op de middenstip. Onder hen 'linksbinnen' Roeg die in 1934 de openingswedstrijd speelde.

NAC

Waar de Ajacieden morgen afscheid nemen van hun voetbaltheater met een kampioenswedstrijd, hopen de spelers van NAC door winst tegen Feyenoord een stapje dichterbij Europees voetbal te komen. Om dan volgend seizoen in de nieuwe voetbaltempel gastheer te zijn van mogelijk Anderlecht, Liverpool, Valencia of Juventus.

Wie nog twijfelt aan de noodzaak van een nieuwe thuishaven voor de Brabanders, moet vandaag (liever niet morgen!) eens een kijkje gaan nemen aan de Beatrixstraat. De toegang van de bekendste straat van Breda is met containers gebarricadeerd om te voorkomen dat de Feyenoord-'supporters' het gammele stadion voor de wedstrijd zullen bestormen. “Ik ga zondag maar om half een van huis om op tijd in het stadion te zijn”, zegt Ab Hagenaars, die op een steenworp afstand van het stadion woont.

Hagenaars komt al meer dan zestig jaar bij NAC en maakte de tijd nog mee dat de club aan de Heuvelstraat in Princenhage speelde. “Op aandringen van de gemeente verhuisde NAC in 1940 terug naar Breda. De club had daar wel oren naar omdat het nieuwe onderkomen op een zeer gunstige plek in het centrum zou komen te liggen”, vertelt Hagenaars.

Net als de bouwtekeningen van het Ajax-stadion was het ontwerp van het NAC-stadion met twee staantribunes achter de doelen, een staantribune aan de ene lange zijde en een overdekte zittribune aan de andere lange zijde, zonder veel franje en luxe. Verbouwingen kende de accomodatie in de loop der jaren nauwelijks. In 1969 namen de supporters een nieuwe overdekte staantribune in gebruik, maar die tribune heeft inmiddels al geen dak meer omdat de overkapping op 30 maart van dit jaar vlam vatte toen supporters vuurwerk afstaken. 'Een dieptepunt', volgens Hagenaars. De grootste verandering onderging het NAC-stadion in 1977 toen er een tweede 'ring' op de hoofdtribune werd gebouwd.

Volgens de boeken nam de club de nieuwe thuishaven op 6 oktober 1940 in gebruik met een competitiewedstrijd tegen Eindhoven (0-0). “Maar dat klopt niet”, beweert Hagenaars, “en ik kan het weten want ik was er altijd bij als NAC thuis speelde.” Voor het begin van de competitie speelde NAC aan de Beatrixstraat al een toernooi met Willem II, Longa en NOAD, dat de Bredase club overigens niet won. “Destijds was het niet fatsoenlijk dat de gastheer het toernooi won.” Door de oorlog waren de festiviteiten rond de opening niet zo uitbundig als de viering rond de doop van het Ajax-stadion in 1934. Op last van de Duitsers moest de naam Beatrixstraat zelfs worden veranderd in Speelveldstraat, omdat verwijzingen naar Oranje uit den boze waren.

Toch zijn voor Hagenaars de herinneringen aan de beginjaren van het stadion de mooiste. “Het ging er toen nog heel ontspannen aan toe. De jongens kwamen tussen twee en half drie het veld op en trapte een balletje in. Ik heb de scheidsrechter zelfs wel eens mee zien doen. En daarna, hup spelen”, vertelt hij. “Ik zat meestal bij de cornervlag op de grond en als ze dan een hoekschop namen, moesten we met zijn allen een paar meter achteruit. Door de hekken en het prikkeldraad heb je als toeschouwer nu veel minder contact met de spelers.”

Het beeld dat hem al die jaren het meest bijgebleven is, dateert uit de beginjaren vijftig, uit de altijd geladen derby tussen NAC en Willem II. “Rechtsbuiten Louis Overbeken begon aan een solo en een Willem II-verdediger probeerde hem af te stoppen, ik geloof dat het Mommers was. Het volgende moment hoorde ik een schreeuw en lag het been van de Tilburger helemaal open, hij had op twee plaatsen een open botbreuk. Iedereen stond erbij te janken. Die Overbeken heeft daarna overigens geen goede wedstrijd meer gespeeld voor NAC.”

Ook het doelpunt dat een politieagent, terwijl hij rustig bij de paal stond toe te kijken, maakte tijdens een bekerwedstrijd staat bij Hagenaars nog altijd helder op het netvlies. “Ik geloof dat NAC tegen EBOH speelde, dat weet ik niet meer precies. Maar ik weet dat iedereen heeft gezien dat die agent met zijn voet scoorde en dat de scheidsrechter vervolgens stommetje speelde. De grensrechter was van NAC dus die had helemaal een vuiltje in zijn oog waardoor het doelpunt telde.”

Missen zal Hagenaars het stadion, waar NAC één maal afdelingskampioen werd, niet. “Ben je gek joh, zo mooi is het hier nu ook weer niet!” Hij is wel bang dat het specifieke sfeertje van het knusse stadion niet mee zal verhuizen naar de moderne accomodatie aan de Lunetstraat. “Bij een voetbalwedstrijd moet je eigenlijk kunnen staan”, vindt hij, “tenminste als je jong bent.” Op 13 of 14 augustus speelt NAC de openingswedstrijd van het Fujistadion zeer waarschijnlijk tegen het Celtic van Pierre van Hooijdonk, de voormalige buikschuiver van Breda.

Het NAC-bestuur heeft inmiddels de oude stadionlampen verkocht aan het Waalwijkse RKC, de rest is al zover weggerot dat het niet meer voor hergebruik in aanmerking komt. Op de plaats van het stadion moet volgend jaar een villawijk herrijzen. “Ze willen het hier sjiek maken. Kun je je het voorstellen, een villawijk waar nu deze bouwval staat!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden