De meedogenloze vijand van Ahmed Aboutaleb is ook de mijne

De Amsterdamse wethouder van Integratie, Ahmed Aboutaleb, die nu harde betogen houdt tegen extremisme en onverdraagzaamheid, is volgens Sylvain Ephimenco 'medeverantwoordelijk voor het stinkende klimaat dat in Nederland is ontstaan': 'Nooit is hij boetvaardig teruggekomen op zijn onbezonnen uitspraken van toen, zodat Ayaan Hirsi Ali in de islamitische psyche altijd de afvallige is gebleven die in haar eigen nest had gepist, hiermee voorgoed haar recht op kritiek verspelend.'

Tussen de aanslag op de Twin Towers op 11 september 2001 in New York en die op Theo van Gogh deze week in Amsterdam zijn meer dan 37 maanden voorbij gegaan. Als ik deze tijdsafstand vandaag overzie, word ik gegrepen door moedeloosheid. Wat een verspilling van tijd in die drie jaar! Wat een lange aaneenschakeling van dagen vol gemiste kansen, ontkenning van de steeds zichtbaar wordende realiteit en passieve onachtzaamheid.

Ongeveer een maand nadat de vliegtuigen van Al Kaida zich een weg in het glas en het beton van de WTC-torens hadden geboord, besloot ik een Open Brief aan de moslims van Nederland te schrijven en in Trouw te publiceren (29 september 2001). Ik was me toen welbewust van het hachelijke karakter van een dergelijke onderneming en van de irritaties die deze in de Nederlandse islamitische gemeenschap zou kunnen veroorzaken. Ik besefte ook dat ik misschien niet de deskundigheid noch het talent bezat om mijn boodschap ontvankelijk te maken. Maar wat toen mijn drijfveer was, die deze bezwaren naar de achtergrond duwde, was een gevoel van urgentie. Ik probeerde uiteen te zetten hoe gevaarlijk de nieuwe krijgers waren die binnen de islam waren opgestaan. Dat 11 september de Nederlandse moslimse gemeenschap ook aanging en dat er binnen islamitische kringen een brede beweging moest ontstaan om ervoor te zorgen dat de islam niet geperverteerd zou worden en door kwaadaardige extremisten in gijzeling zou worden genomen. Ik schreef ook over het gebrek aan zelfkritiek en aan introspectie en over het 'slachtofferisme' die moslims te vaak parten spelen. Woorden die vandaag bijna als versleten gemeenplaatsen klinken.

Deze Open Brief werd door vooraanstaande moslims bijna unaniem terzijde gelegd. Niet alleen zag men de noodzaak niet om een krachtig Nederlands weerwoord op de aanslagen in de VS te formuleren, maar men vond dit ook contraproductief en zelfs gevaarlijk. Door zich al te nadrukkelijk te distantiëren van de aanslagen, of zelfs door het onderwerp te prominent op de moslimse agenda te plaatsen, zou in de publieke opinie verwarring kunnen ontstaan. In verschillende debatten werd keer op keer hetzelfde leidmotief opgedist: 'Wij kennen hier geen enkel probleem van extremistische aard en hebben geen behoefte om vereenzelvigd te worden met gekken die zich überhaupt geen moslims mogen noemen.' Alleen al door hier een debat over te voeren, dreigde de moslimse ziel gekrenkt en beschadigd te raken. De armen gingen weer vrolijk over elkaar. De sjanker van het fundamentalisme en het moslimse extremisme kon zich ongehinderd een weg banen naar ontvankelijke geesten.

Iets meer dan drie jaar later, begin deze week, lag het geschonden lichaam van een kunstenaar op het wegdek van een Amsterdamse straat. Ritueel geslacht. Alsof het een armzalig dier betrof. Nu het vijf over twaalf is geworden, zit de schrik er goed in. Vooraanstaande moslims ontplooien tal van initiatieven. De vliegtuigen van 11 september zijn ineens even over Amsterdam gevlogen. De urgentie is voor iedereen vanzelfsprekend en met man en macht moet erger worden voorkomen. Al deze initiatieven, van stille tochten tot herdenkingsbijeenkomsten in moskeeën, zijn broodnodig. Maar je moet ook vaststellen dat het gevaar veel te laat wordt onderkend. De moslimse vooraanstaanden hadden hun werk 37 maanden eerder moeten beginnen. Ik wil niet beweren dat de aanslag op Theo van Gogh hiermee had kunnen worden voorkomen, maar het is evident dat men dammen had kunnen opwerpen. In plaats daarvan heeft men weggekeken of het gevaar glashard ontkend. Terwijl de krijgers van de duisternis al in ons midden waren, hier werden gehersenspoeld en opgeleid, verschanst in de labyrinten van de moslimse gemeenschap. Ze moeten zijn opgevallen, maar men wilde ze niet zien.

Eergisteren zag ik een man een bevlogen toespraak houden voor een gehoor van moslimse gelovigen in de Amsterdamse Al Kibir-moskee aan de Weesperzijde. De man maakte indruk op de aanwezige journalisten die hem de volgende dag in hun kranten zouden neerzetten als een 'hevig geëmotioneerde politicus' die 'een hard betoog tegen extremisme en onverdraagzaamheid' had gehouden. Die man was de Amsterdamse wethouder van Integratie, Ahmed Aboutaleb. Tot mijn grote verbazing hoorde ik hem woorden bezigen die in mijn Open Brief van drie jaar geleden de kern van mijn boodschap waren: 'Laat u als moslims uw geloof niet jatten. Laat uw geloof niet gijzelen door fanatici maar maak tegengif voor de gezaaide haat.' Ik stoorde me niet alleen aan het feit dat Ahmed Aboutaleb zich deze gedachten rijkelijk laat eigen heeft gemaakt, maar vooral aan het feit dat hij ze destijds ostentatief verwierp.

De wethouder van Integratie was toen weliswaar nog niet in functie maar bekleedde al wel een ambt dat hem evenveel, zoniet nog meer gezag verschafte. Als directeur van het Multiculturele Instituut Forum profileerde Aboutaleb zich toen als de brandweercommandant van de multi-etnische samenleving. In het najaar van 2001 vond hij het idee van de gijzelneming van de islam een groteske gedachte evenals het idee dat Nederlandse moslims massaal hun afkeuring kenbaar moesten maken van de aanslagen in New York. In een debat op de radio of via columns liet hij mij ook weten dat een Open Brief rond het moslimextremisme vooral 'hard slaan was op ons moslims'. In zijn column in Trouw van 16 oktober 2001 schreef hij me dit terug: 'Een brede discussie waarbij de massa betrokken is, is vrijwel uitgesloten. Dat is ook de reden waarom ik moeite heb met al die opinieleiders die menen dat de Nederlandse moslims massaal naar de pen moeten grijpen om zich te distantiëren van mensen die in naam van de islam ellende in de wereld zaaien.'

Voor Aboutaleb was 'de wereld' kennelijk heel ver weg. Zoveel onvermogen om de werkelijkheid te doorgronden, zoveel gebrek aan perceptie over de grote omwentelingen die begonnen plaats te grijpen in zieke geesten, heeft me toen verbijsterd.

Niet alleen was de directeur van de belangrijkste multiculturele organisatie van Nederland nogal laks in zijn rol van brandweerman, maar hij begon zelfs de veenbrandjes die hier en daar ontstonden te vergoelijken. Naar aanleiding van een opiniepeiling waarin een aanzienlijk deel van de Nederlandse moslims te kennen gaf achter de aanslagen van 11 september te staan, verklaarde Aboutaleb op 26 september in de Volkskrant: 'Moslims mogen zeggen dat ze de aanslagen steunen, Nederlanders dat ze die afkeuren en Pim Fortuyn dat hij een Koude Oorlog tegen moslims wil beginnen. Dat alles vrij te kunnen zeggen is een groot goed.'

Aboutaleb mocht zich misschien beroepen op beginselen, vrijheid van meningsuiting, die inderdaad voor iedereen gelden, maar hij had zich ook moeten realiseren dat hiermee de situatie veel explosiever werd dan hij zichzelf en anderen wilde doen geloven. De Forum-directeur had onmiddellijk aan de alarmbel moeten trekken en zelf aan de slag moeten gaan, corrigerend en pedagogisch werk moeten verrichten. Krachtige signalen uitzenden. Wat hij weigerde in te zien was dat het hier niet primair ging om vrijuit te kunnen zeggen wat je denkt, maar dat een meerderheid van de Nederlandse moslims zich identificeerde met niets en niemand ontziende terroristen. Dat vreedzaam geachte burgers van dit land plotseling achter de massamoord op 3000 onschuldigen bleken te gaan staan. Een kind had kunnen begrijpen dat uit dit immense reservoir van passieve en met instemming toekijkende omstanders, vroeg of laat een kleine minderheid zou opstaan die de actieve zaaiers van de dood van vandaag zou voortbrengen. De brandweercommandant keerde zich schouderophalend af van het vuur dat onder zijn ogen smeulde en liep weg.

Was het maar bij deze onvergeeflijke misstap gebleven.

Een jaar later, op zondag 22 september 2002, bleek dat de multiculturele brandblusser er niet voor terugdeinsde om zelf grote vuren aan te steken. Tijdens een manifestatie van de organisatie 'Ben je bang voor mij' in het Amsterdamse Poptempel Paradiso werd Ahmed Aboutaleb door Theo van Gogh geïnterviewd. De zaal vol jonge Nederlandse Marokkanen was oververhit. Eerder die week was bekend geworden dat Ayaan Hirsi Ali, die toen nog lid was van de PvdA, had moeten onderduiken wegens bedreigingen. Ze was uitgenodigd in Paradiso, maar de partijgenote van de Forumdirecteur moest, omwille van haar veiligheid, verstek laten gaan. Aboutaleb begon de afschuwelijke situatie waarin Hirsi Ali terecht was gekomen te bagatelliseren. Volgens hem had ze gewoon in een Paradiso vol jonge moslims moeten verschijnen. Bedreiging of niet: 'Dan regel je maar beveiliging.'

Vervolgens - net zoals hij een jaar eerder deed naar aanleiding van 11 september - ontzegde Aboutaleb wie dan ook het recht om te pleiten voor een moslimse afkeuring van de bedreigingen jegens de ondergedoken vrouw: 'Dat constant meten met twee maten, daar kan ik zo van kotsen. Waarom moeten een miljoen moslims collectief protest aantekenen tegen de bedreiging van Hirsi Ali. En waarom wordt niet van 15 miljoen overige Nederlanders verwacht dat ze afstand nemen van Van der G.?'

En toen beging de man die de multi-etnische consensus moest incarneren - de vooraanstaande moslim die de functie van bruggenbouwer vervulde - een kardinale fout die tot op de dag van vandaag doordreunt: 'Er is de laatste jaren zo op ons ingebeukt. Elke kritisch geluid leidt tot defensieve reacties. Eerst uit de groep stappen, roepen dat je ex-moslim bent, vervolgens stevig in het nest pissen en ook nog verwachten dat je als gesprekspartner volledig wordt geaccepteerd.'

Met deze uitspraak over Ayaan Hirsi Ali die iedereen vandaag lijkt te zijn vergeten, zette Ahmed Aboutaleb de zaal in lichterlaaie. En terwijl een oorverdovend gejuich losbarstte onder de jonge aanwezigen, glunderde de directeur van Forum.

Ahmed Aboutaleb is de allereerste in Nederland geweest die de actie die tot doel had Ayaan Hirsi Ali monddood te maken, heeft vergoelijkt. Door de ex-moslima het recht op kritiek van buitenaf te ontzeggen, plaatste hij haar de facto in het dodenrijk van de vrijheid van meningsuiting ten aanzien van de islam. In de ogen van heel wat jonge en minder jonge moslims, verschafte de man met gezag en de moslim die een voorbeeldfunctie vervulde, een zekere legitimiteit aan censuur. Hij is medeverantwoordelijk voor het stinkende klimaat dat in Nederland is ontstaan. Nooit is hij boetvaardig teruggekomen op zijn onbezonnen uitspraken van toen, zodat het liberale kamerlid in de islamitische psyche altijd de afvallige is gebleven die in haar eigen nest had gepist, hiermee voorgoed haar recht op kritiek verspelend.

Gezien zijn onvergeeflijke misstappen, is het me altijd een raadsel geweest dat Ahmed Aboutaleb benoemd kon worden tot wethouder Integratie in Amsterdam. Het moge duidelijk zijn dat Aboutaleb nooit een visionair is geweest en dat hij de druk die van zijn 'eigen nest' uitging, niet daadkrachtig kon weerstaan. Ik weet dat hij nu, gedwongen door de dramatische omstandigheden, zich tot een realistischer houding heeft moeten bekeren. Ik wil ook niets op zijn aanpak van de huidige crisis afdingen. Maar hij heeft nog steeds iets publiekelijk recht te zetten.

En terwijl ik dit artikel aan het schrijven was, las ik het bericht dat ook hij, de wethouder Integratie van de stad waar Theo van Gogh werd afgeslacht, met de dood wordt bedreigd. Ik bied Ahmed Aboutaleb mijn volledige steun aan, als hij die tenminste kan gebruiken. Zoals ik al twee jaar de bedreigde Hirsi Ali steun. De meedogenloze vijand van Ahmed Aboutaleb is ook de mijne en die van ons allen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden