De matheid is in de theologie geslopen

De zetels van de theologische coryfeeën van de afgelopen jaren zijn vacant geraakt. Hoe kan dat? „In bepaalde periodes van het jaar ben ik een dag per week bezig met het organiseren van geld.”

Monic Slingerland

Kuitert, Schillebeeckx, Halkes, dat waren nog eens kanjers. Deze drie theologen zijn nu zo oud dat er behoefte is aan opvolgers. Wie zijn de opvolgers van de gereformeerde Harry Kuitert (1924), de dominicaan Edward Schillebeeckx (1914) en de rooms-katholieke feministische theologe Catharina Halkes (1920)? Die zijn er niet echt, zeggen vakgenoten die middenin het werk staan.

Een rondvraag langs theologen die nu op sleutelposities zitten, levert vier verklaringen op voor het leeg blijven van de zetels van deze coryfeeën. Dat zijn niet uitsluitend sombere verhalen over krimp en de geldstroom van de universiteiten.

Mede dankzij de grote theologen als Kuitert, Schillebeeckx en Halkes zijn gelovigen tegenwoordig heel goed in staat om zelf met theologie bezig te zijn, zegt de katholieke hoogleraar Anne Marie Korte, verbonden aan de Faculteit katholieke theologie in Tilburg. „Zij hebben daarmee mede bereikt wat ze wilden. Gelovige mensen hebben nu niet meer een instituut of een beroemde theoloog nodig om hun geloof te ontwikkelen. Dat is dus geslaagd. In die zin is het een winstpunt dat er nu geen gezagvolle theologen zijn die een grote herkenbaarheid hebben en die veel invloed hebben op een grote groep gelovigen.”

Dat er nu geen grote Nederlandse toptheologen zijn, heeft volgens Korte te maken met een verschuiving. „Theologen waren ooit voorsprekers, deelden hun mening en positie met instituties. Met het verdwijnen van instituties en de opkomst van de individualisering is bereikt wat de theologen van toen wilden bewerken: mensen doen het nu zelf, lezen veel. Hun erfgenamen, theologen als Borgman en Houtepen, zijn niet zulke voorsprekers, maar hoeven dat dus ook niet meer te zijn.”

Naast die verschuiving ziet Korte evenwel ook een zorgelijke ontwikkeling. „Theologie is onderhevig aan krimp. Zo sterk dat er bijna geen kritische massa meer is. Deels komt dat door de opkomst van religiewetenschappen. Wat mij betreft is dat een verkeerde keus geweest, om het vak zo op te splitsen. Theologie raakt geïsoleerd en de opsplitsing ontneemt het vak inhoudelijke impulsen. De theologie gaat pianissimo, zoals Hendrik de Vries al in 1989 schreef. We zien niet meer dan kleine, fijne aanzetten.”

Met het in tweeën hakken van de godsdienstwetenschappen, enkele jaren geleden, kreeg theologie concurrentie van religiewetenschappen. Een van de gevolgen van deze opsplitsing was een uittocht van theologen naar religiewetenschap, zegt de Vlaamse theoloog Adelbert Denaux. Hij is decaan van de Faculteit katholieke theologie in Tilburg en zelf een gerespecteerd godgeleerde. Al tientallen jaren overziet hij het werkveld van de theologie, ook internationaal.

De periode van Kuitert en Schillebeeckx is voorbij, zegt Denaux. „Er is niet meer een theologisch landschap met eminente figuren die allround, op alle terreinen, een theologisch woordje meespreken, op zinvolle wijze.” Dat beeld ziet hij niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en in België.

Naast de opkomst van het vak religiewetenschappen noemt Denaux als belangrijke andere oorzaak de dwang van het specialisme in de academische wereld. „In de huidige organisatie van het academische leven kunnen allround theologen niet meer bestaan. Een theoloog moet zich specialiseren, anders komt hij niet aan de bak en kan hij geen carrière maken. Dat heeft alles te maken met de financiering in de academische wereld.”

De dominicaan Edward Schillebeeckx hoefde niet zelf het geld bijeen te vergaren om college te kunnen geven. Dat scheelt tijd. Anne Marie Korte: „In bepaalde periodes van het jaar ben ik daar een dag per week mee bezig, met het organiseren van geld.”

Bij het vergaren van fondsen voor theologie is de concurrentie met religiewetenschappen hevig. Denaux: „Het vak religiewetenschap wordt maatschappelijk en financieel meer gewaardeerd. Religiewetenschap voelt zich verheven boven de theologie. Het vak lijkt mede daardoor een hogere wetenschappelijke statuur te hebben.”

Dat religiewetenschappers zich wetenschappelijker achten dan theologen zou kunnen komen doordat zij zoveel mogelijk het spreken over God analyseren en meten. Theologen doen dit natuurlijk net zo, maar houden er rekening mee dat ze teksten bestuderen waarin mensen er blijk van geven zich door God aangesproken te weten.

Denaux: „De paradox is dat vanuit de maatschappelijke relevantie vragen gesteld worden aan de theologie, terwijl de antwoorden komen van de religiewetenschappers. Het geld komt van NWO, de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. De organisatie van de financiering dwingt een theoloog tot specialisatie.”

Het onderscheid tussen theologie en religiewetenschap is meer dan een kwestie van kamernummers op de gang van de universiteit. De theoloog onderzoekt God en de Bijbel vanuit een gelovig perspectief. De godsdienstwetenschapper staat buiten het geloof en bekijkt van een afstand alles wat met geloof van doen heeft. Vroeger was een theoloog per definitie gelovig, en keek vanuit het gelovig-zijn naar God en naar anderen die in God geloven. Dat heet nu ’binnenperspectief’. Tegenwoordig kijkt een religiewetenschapper naar de mensen die op hun beurt gelovig naar God en hun medegelovigen turen. De stad van theologie is uitgebreid met een nieuwe ringweg, zou je kunnen zeggen, de ringweg van het buitenperspectief, de religiewetenschap. Dat heeft het speelveld danig veranderd. Vergelijken met de tijd ervoor kan niet meer en is ook niet eerlijk.

Denaux’ Faculteit voor katholieke theologie houdt vast aan het katholieke geloof. Denaux: „We proberen binnen het hedendaagse veld en de hedendaagse wereld een theologisch profiel te houden. Met behoud van het binnenperspectief, dus een gelovig perspectief, een licht laten schijnen. Al maakt dat het moeilijker om grote erkenning te krijgen.”

Ook Erik Borgman beoefent zijn vak vanuit gelovig perspectief. De katholieke theoloog, leerling van Schillebeeckx, geldt alom als getalenteerd en productief. Borgman is als leek verbonden aan de orde van de dominicanen. Zijn vakgebied is het onderzoeken van de betekenis van religie voor de samenleving.

Hoe komt het dat de theologie, zijn vak, bijna een muurbloem is geworden? „We zijn vooral bezig ons vak te definiëren en te verdedigen”, denkt Borgman. Net als Denaux ziet hij dat het ook in andere landen dan Nederland ontbreekt aan nieuwe grote namen in de theologie.

Zo zijn er In Duitsland geen opvolgers voor Jürgen Moltmann (1926, bevrijdingstheologie, antropologisch), Johann Metz (1928, politieke theologie, basis bevrijdingstheologie) en Hans Küng (1928, oecumenische theologie). Borgman: „Zij hadden een bepaalde zorg niet: alles wat ze zeiden, was theologie. Die vanzelfsprekendheid is verdwenen. Theologen van nu moeten bij alles uitleggen dat wat ze doen, theologie is. Schillebeeckx kon colleges geven over het moderne denken. Dat was strikt genomen misschien geen theologie, maar gold wel als theologie. Er waren geen protocollen en procedures. Nu is er een dwang om ons te legitimeren. De afwezigheid van die dwang gaf vrijheid, dingen uit te proberen.”

Bijbelwetenschapper Albert Kamp, werkzaam bij de katholieke bijbelstichting, ziet vooral matheid in de theologie en het kerkelijk leven, zowel binnen de protestantse als binnen de rooms-katholieke leefwereld. „De strijd en het optimisme van de jaren zeventig en tachtig, zijn langzaamaan veranderd in een zekere apathie en pessimisme. Vooral als het gaat om de maakbaarheid van de kerk, en in het verlengde daarvan, het kerkelijk leven en de theologie. Mijns inziens groeien theologen uit tot grote of grootse theologen wanneer de kerken nog een zichtbare en belangrijke positie in de maatschappij hebben, en er de ruimte en de wil is tot verandering. Tegenwoordig lijkt consolidatie de boventoon te voeren in de kerken, en lijkt er een brede enigszins onverschillige houding van het grotere kerkelijke publiek. Secularisatie en individualisering maken het wat dat betreft ook niet makkelijk voor een theoloog om tot een ’grote’ uit te groeien.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden