De massamoordenaar is niet in één profiel te vangen

Beeld uit het oorlogsspel Call of Duty - Modern Warfare

Kunnen potentiële daders zoals die in Alphen aan den Rijn eerder in beeld komen bij politie en hulpverleners? Is er een profiel van deze daders te maken? Psychologen zijn sceptisch. 'De kans is groot dat áls je al een perfect profiel hebt, de volgende moordenaar er van geen kant aan voldoet.'

In veel thrillers of spannende televisieseries duikt hij op als de politie maar in het duister blijft tasten over de vraag wie nou toch de moordenaar is: de profiler. Deze forensisch psycholoog kijkt naar de daden en vertelt de rechercheurs direct: jullie moeten een man van rond de veertig jaar hebben, die blank is en nog bij zijn moeder woont.

De gruwelen in Alphen roepen de vraag op: kunnen psychologen niet net als dergelijke profilers een lijstje karaktereigenschappen verstrekken van dit soort mogelijke daders, zodat de politie de kans kan verkleinen dat het nog eens gebeurt?

Marieke Liem, psychologe en criminologe aan de Universiteit Leiden, slaat die hoop direct de bodem in. 'Profiling noemen wij een pseudo-wetenschap: de resultaten zijn bepaald niet hard te noemen.' Ze kent Amerikaanse collega's die in het verleden hard onderuit zijn gegaan: kort nadat ze op televisie beweerden dat de dader een witte man was, bleek het te gaan om een zwarte dader. Een flinke deuk in een mooie wetenschappelijke loopbaan.

Een dergelijk lijstje hanteren, levert volgens Liem twee grote risico's op. 'Naar aanleiding van de schoolmoorden in de Verenigde Staten is een checklist ontwikkeld om te kijken hoeveel jonge Amerikanen dezelfde kenmerken hebben als de daders. Want de daders vertoonden opvallende overeenkomsten. Ze werden vaak gepest, waren nogal eens einzelgängers, hadden relatief vaak een depressieve periode achter de rug en ook nogal eens een poging tot suïcide ondernomen. Ook speelden ze vaak gewelddadige computerspelletjes.'

Een mooi lijstje, maar hoeveel Amerikaanse jongens zouden wel niet aan dat profiel voldoen? Het bleek te gaan om 2,5 miljoen mogelijke daders. 'Wat doe je daar dan mee? De kans dat die allemaal hetzelfde gaan doen, is natuurlijk minimaal.' Daarnaast zul je net zien dat je een perfecte checklist hebt opgesteld, om vervolgens te moeten constateren dat de volgende dader helemaal níet voldoet aan dat lijstje.

Jaap van Weeghel, directeur van Kenniscentrum Phrenos voor mensen met een ernstige psychische aandoening en hoogleraar in Tilburg op hetzelfde terrein, is het eens met Liem. 'Er zijn best instrumenten te bedenken voor risico-taxatie. Maar de nadelen zijn groot. Het stigma van mensen met psychische problemen is al sterk. Een van de eerste vooroordelen is dat ze gewelddadig kunnen zijn.'

Uit onderzoek dat Van Weeghel uitvoert blijkt dat het eerder andersom werkt: psychiatrisch patiënten zijn juist vaker het slachtoffer van criminaliteit: van pesten tot mishandeling en oplichting. 'Zo'n risicolijst zou dat stigma alleen maar vergroten en ondertussen weinig oplossen aan het probleem om sommige echt potentieel gevaarlijke mensen eerder in beeld te krijgen.'

Met die bedenkingen in het achterhoofd vat criminologe Liem de karakteristieken samen van de daders van gebeurtenissen zoals in Alphen. Het is een kleine groep: 90 procent van de moorden gevolgd door zelfmoord speelt zich af binnen het gezin. De familie is, cynisch gezegd, wat dit betreft een veel risicovoller omgeving dan een winkelcentrum. 'Bij de overige 10 procent, de niet-familiale daders, gaat het vaak om een bekende of vriend van de slachtoffers. En dan zijn er ook nog de roofmoorden waarna de dader omkomt na een schietgevecht met de politie.'

Blijft over de groep die het voorzien heeft op diverse slachtoffers buitenshuis, in Amerika ook wel de massmurderers genoemd. Die vallen uiteen in drie groepen. Allereerst heb je de terroristen, die uit politieke motieven hun daden begaan.

Daarna komen degenen die wraak op een specifieke persoon of instelling willen nemen. 'Denk aan de man die net ontslagen is en terugkeert met een wapen', zegt Liem. De derde groep vormen de zogeheten pseudocommando's: strijders die zich gekrenkt voelen en voor wie de anonieme slachtoffers symbolisch zijn voor de maatschappij die hen dat heeft aangedaan. 'Die moet hen daarvoor terugbetalen.' In de VS wordt dit type ook wel de beserkers genoemd, naar de Noorse krijgers die volgens de verhalen in een trance zouden vechten - de uitdrukking going beserk is hiervan ook afgeleid.

Hebben de daders dan altijd een duidelijk motief, en waar is de verwarde persoon die in een psychose met een geweer de massa inloopt? Liem: 'Deze drie verschillende redenen om zoiets te doen, sluiten zeker niet uit dat er psychiatrische problemen zijn. Sterker nog, die zijn bijna altijd aanwezig. Een terrorist bijvoorbeeld is van mening dat de FBI hem op de hielen zit. Je kunt dat ook paranoia noemen. Dit soort daders zijn vaak rationeel in het irrationele.'

Hun doel ontstaat uit een psychisch probleem, uit wat Liem en vakgenoten 'psychopathologie' noemen, zoals depressiviteit, paranoia, schizofrenie en persoonlijkheidsstoornissen. In het bedenken en uitvoeren van hun daden kunnen ze juist heel rationeel en planmatig opereren.

Van Weeghel: 'Het is bijna evident dat er bij iemand die iets doet zoals in Alphen, in de persoonlijkheid iets ingewikkelds zit. Anders doe je zoiets niet. Achteraf is dat altijd het gemakkelijkst te zien, dan ziet iedereen dat er problemen waren.' Maar omgekeerd werkt dat niet: wie veel problemen heeft, is bepaald niet automatisch lid van een risicogroep.

Hoe ouder de daders zijn, hoe sterker deze psychopathologie een rol gaat spelen. Liem: 'Bij adolescente daders speelt blijkbaar nog sterker mee dat ze nog op zoek zijn naar hun identiteit. Volwassenen hebben dat minder, bij hen is nog meer stoornis nodig om tot dit soort daden te komen.'

Belangrijk motief bij de daders is het gevoel dat hun identiteit wordt bedreigd. Liem promoveerde vorig jaar op moord en zelfmoord binnen het gezin. 'Bij die groep, meestal mannen, gaat het om hun identiteit als vader en als partner: door een echtscheiding vrezen ze dat alles hen wordt afgenomen. Bij niet familiale daders kan het gaan om het verlies van hun werk.' In het geval van de schoolmoorden bijvoorbeeld, is de daad - inclusief de zelfmoord - de kans om alsnog iets te betekenen, om in de geschiedenisboeken te worden opgenomen.

Vergelijkbare gevallen in Europa - denk aan de schoolmoorden in Duitsland en Finland - zijn nog te incidenteel om betrouwbare gegevens over daders op te leveren. 'Er zijn wel duidelijke overeenkomsten met het Amerikaanse onderzoek, maar we kunnen nog niet zeggen wat er specifiek is aan daders in Europa.'

Het blijft riskant om Amerikaans onderzoek zonder meer over te zetten naar de Europese situatie. 'Er zijn heel duidelijke verschillen. De ruimere wapenwetgeving is er een van, maar denk ook aan culturele factoren.

'In de VS is de aandacht voor moorden veel groter dan hier. Europa kent geen moordkanaal en hier leggen we meer de nadruk op het feit dat deze daden morbide zijn. In Amerika zie je zelfs een bepaalde verheerlijking van dit soort daden. Niet dat ze worden goedgekeurd, maar de aandacht is extreem ruim, tot in alle details. Daaruit kan het beeld oprijzen van de eenling die een dappere strijd levert. Dat kan voor sommige mensen een positief beeld zijn, zeker als je in dezelfde situatie zit. De massamedia werken daar, onbedoeld, aan mee.'

De schoolmoorden op Columbine in 1999 hebben volgens Liem een 'cultureel script' geschreven: als je zo gepest en buitengesloten wordt en je zo slecht voelt, dan is er een oplossing. 'Bij latere schoolmoorden werd nogal eens verwezen naar Columbine: 'Wij zullen wel eens laten zien dat we nóg meer slachtoffers kunnen maken'. Die fascinatie met moorden en schoolmoorden zit bijna in het nationaal bewustzijn van Amerikanen.'

Liem betwijfelt of de dader in Alphen ook een dergelijk script kan schrijven. 'Ik durf daar eigenlijk geen voorspelling van te geven. Natuurlijk, de aandacht van de media is groot. Maar Nederland heeft toch nog een cultuur van relatieve terughoudendheid. Die zie je in de berichtgeving over suïcide: ook na het overlijden van Antonie Kamerling ging men zich niet te buiten aan details.' De dader neerzetten als een 'loser' heeft niet automatisch tot gevolg dat potentiële daders er niet langer een voorbeeld in zien. 'Juist voor mensen die in dezelfde situatie zitten, kan een dergelijke daad dan een optie worden.'

Het gaat Liem te ver om te spreken van een copycat-effect: slecht voorbeeld doet slecht volgen. 'Dat effect is wel aangetoond voor suïcide: na een geval dat veel aandacht trok, zie je vaak een stijging in de cijfers. Ook bij de schoolmoorden in Amerika zie je dat. Maar bij andere gevallen van moord met suïcide daarna is dat nog niet aangetoond. Wat niet wil zeggen dat het niet alsnog gaat optreden.'

Het is belanrijk een tegenbeeld te schetsen, zegt Liem. 'Dat een dergelijke daad geen oplossing is, dat er nog hulp van psychologen en artsen mogelijk is.' Maar te voorkomen zal het niet zijn, vreest de criminologe. 'Natuurlijk, je kunt de wapenwetgeving aanscherpen, dat kan helpen. Maar in de Verenigde Staten wordt bij aankoop van een wapen ook gelet op mogelijke psychiatrische problemen van de koper, en dat blijkt niet afdoende. Als iemand de voordeur dichttrekt, geen hulp accepteert - van dokter tot schuldsanering - dan wordt het heel lastig.'

'Het zou best kunnen dat de psychiatrische zorg op dit moment mogelijke daders zoals die in Alphen onvoldoende in beeld heeft', zegt Jaap van Weeghel van kenniscentrum Phrenos. 'Je ziet wel een ontwikkeling waarbij men steeds meer probeert ook buiten de gevestigde instellingen mensen met problemen op te vangen.' Hij wijst op de toename van het aantal zogeheten ACT-teams voor ambulante - lees straat - psychiatrie. 'Maar het blijft toch zoeken naar de speld in de hooiberg.'

Van Weeghel is voor een strikte wapenwet. 'Je moet doen wat je kunt. Maar of je nu iedereen met een psychiatrisch verleden moet uitsluiten van wapenbezit? Dan ontzeg je in één klap een op de vier mensen de toegang tot wapens. Het is sterk de vraag of je dat dan terecht doet.'

Wetgeving die ervoor zorgt dat mensen die in de psychiatrische kliniek worden opgenomen vervolgens geen wapens meer thuis mogen hebben, lijkt hem ook incidentenbestrijding. 'Of dat het probleem oplost, waag ik te betwijfelen. Het menselijk gedrag is zo divers, dat kun je nou eenmaal niet controleren.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden