DE MARTELSCHOOL HELPT DE DEMOCRATIE EEN HANDJE

In Fort Benning, Amerika's grootste infanteriekazerne in Columbus, Georgia, staat de School of the Americas. Legerofficieren uit zowat heel Zuid-Amerika worden hier opgeleid door het Amerikaanse leger. Betaald door de Amerikaanse overheid, die zo invloed wil houden op het militaire (en dus politieke) proces in Latijns-Amerika. Maar de namen van ex-studenten duiken op bij brute schendingen van mensenrechten in Zuid-Amerika. Dus de Martelschool, ook wel School of the Assassins, school voor moordenaars, moet dicht, vinden tegenstanders.

Martel is niet het type van een gelikte public affairs officer. Je ziet hem eerder een peloton infanteristen voortjagen door een zompig moerasgebied dan promotie bedrijven voor een in opspraak geraakt opleidingsinstituut. Vragen heeft major Martel niet echt nodig, hij kent de argumenten van de 'door het communisme geïnspireerde actievoerders' tegen zijn school. Soms laat hij zich meevoeren door de emoties, gaat hij even staan om z'n woorden kracht bij te zetten. Om vervolgens te mompelen: “Sorry, dit is niet persoonlijk bedoeld.”

Martel dreunt zijn lesje routineus op. En na het college wil de majoor de kelder laten zien onder het schoolgebouw, waar alle - alle! - cursusboeken liggen. “We gaan op zoek naar de handleiding voor martelingen”, maakt Martel een kwinkslag, maar hij vergeet te grijnzen.

In de kelder rust het lesmateriaal op stalen stellingen, stapels saaie boeken over voertuigonderhoud, wapenherkenning, personeelsmanagement, conflictbeheersing, vredesoperaties. Lesstof voor de moderne soldaat.

Maar dan valt het oog op brochure FM 30-15, een Spaanstalige handleiding voor Interrogatorio de Intelligencia. Eh, 'interrogatorio' is dat niet zoiets als 'ondervraging'? Had Martel niet net daarvoor verteld dat de school al sinds begin jaren zeventig geen cursussen meer geeft - mág geven zelfs - in ondervragingstechnieken? En zijn juist dit soort cursussen niet de reden dat de school de bijnaam School of Torturers, martelschool, kreeg? Martels spraakwaterval, die tot dan zo uitbundig had geklaterd, valt in een oogwenk droog.

Ah, yes, well, my Spanish is not that good, schippert de majoor. Maar, 'interrogatorio' op z'n Spaans lijkt toch wel erg op 'interrogation' op z'n Amerikaans. En 'interrogation' betekent toch ondervragen? Het kelderbezoek is opeens een stuk minder leuk. “We zullen de Amerikaanse versie opzoeken”, zegt Martel zuinig. “Van elk cursusboek bestaat ook een Engelstalige versie. In feite zijn het gewoon vertaalde Amerikaanse handboeken.” Terwijl hij zijn gast een leslokaal inloodst, waar twee EHBO-instructeurs een volstrekt oninteressant verhaal vertellen over wat zij de Zuid-Amerikaanse legerofficieren zoal leren over menselijke ongemakken tijdens gevechtshandelingen, hangt de PR-functionaris in een aanpalend vertrek aan de telefoon. Waar is de Engelse versie van boek FM 30-15? Niet in de bibliotheek, zo zal later blijken. Hij zit er mee. “Het is net alsof ik zoëven hebt zitten liegen.” Kort daarna komt Field Manual 30-15 alsnog boven tafel. De gast mag de Engelstalige versie doorbladeren. Martel wijst op de mededeling op het schutblad: 'het gebruik van geweld en geestelijke marteling bij ondervraging is ten strengste verboden'. In het boek staat geen letter over marteltechnieken, integendeel, uitgelegd wordt dat het gebruik van geweld onbetrouwbare verklaringen kan opleveren. Martel: “Dat is wat ik eerder bedoelde, natuurlijk geven we cursisten les in ondervragingstechnieken, maar we leren hier echt niet hoe je mensen moet martelen, zoals sommigen suggereren.”

Tegenstanders van de school hebben niettemin de namen achterhaald van zo'n driehonderd Zuid-Amerikaanse militairen die ooit aan de school een cursus volgden en later werden beschuldigd van grove schendingen van mensenrechten. Major Martel heft z'n handen ten hemel: “Kun je een school verantwoordelijk stellen voor de misstappen van enkelen? We hebben de afgelopen vijftig jaar bijna 60 000 soldaten opgeleid. Daarvan zijn er een paar in verband gebracht met schendingen van mensenrechten. Het gaat om nog geen half procent van onze gediplomeerden. Moeten we Harvard sluiten omdat de UNA-bomber er zijn diploma heeft gehaald? Joseph Goebbels studeerde aan de universiteit van Heidelberg. Moet die ook dicht?”

“Als je al die verwijten richting School of the Americas in een historische context plaatst, blijft er niets van over. Kijk nou eens naar Manuel Noriega. Hij volgde de basis-infanteriecursus in 1965. Twintig jaar later werd hij een drugsdealer. Wat heeft een infanterie-opleiding te maken met drugshandel? Roberto d'Aubuisson uit El Salvador (hij gaf in 1980 de opdracht tot de executie van aartsbisschop Oscar Romero, JB), is ervan beschuldigd dat hij tot 1992 het netwerk van doodseskaders in dit land organiseerde. Maar hij volgde aan de School of the Americas ooit een cursus in radio-bediening. Zo'n verhaal kun je bij alle cursisten vertellen. Hoe kan het volgen van een radiocursus in verband worden gebracht met schendingen van mensenrechten?”

De kritiek op de School of the Americas wordt geleid door een kleine groep rooms-katholieke geestelijken, aangesloten bij de in New York gevestigde orde van Maryknoll. De leden van deze orde voeren sinds decennia missies uit in Latijns-Amerika. De meest fanatieke tegenstander is priester Roy Bourgeois, die sluiting van de School of the Americas (SOA) tot zijn levenstaak rekent.

Zes jaar duurt Bourgeois' strijd al tegen de SOA, drie jaar daarvan heeft hij in de politiecel in Columbus doorgebracht omdat zijn optreden in Zuid-Georgia lang niet door iedereen wordt gewaardeerd. Ooit drong hij met geestverwanten het gebouw van de School of the Americas binnen en gooide zakjes bloed tegen muren, eigen bloed, tevoren afgetapt door een verpleegkundige.

Vorige week stond Bourgeois met twaalf medestanders voor de rechter in Columbus, om zich te verantwoorden voor een actie tegen de SOA in november 1995. Ze betraden ondanks een verbod het terrein van Fort Benning. De actievoerders, onder wie een non van 74, een priester van 67 en enkele veteranen uit de Tweede Wereldoorlog, kregen onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van twee tot vier maanden. Roy Bourgeois werd als aanstichter veroordeeld tot een half jaar cel. “Tja, aan de strijd voor recht en vrede in dit land hangt nu eenmaal een prijskaartje”, aldus Bourgeois.

Martel en Bourgeois staan al jaren tegenover elkaar, maar ze hebben elkaar nog nooit in de ogen gekeken, hoewel het niet langer dan vijf minuten rijden is naar elkaars werkplek. Martel heeft een exemplaar van het maandblad van Maryknoll met een foto van Bourgeois op de cover, recht tegenover zijn bureau op een boekenkast staan. “Zodat ik altijd aan hem wordt herinnerd.” De weerzin zit diep.

Bourgeois (57) houdt kantoor letterlijk op tien meter van Fort Bennings hoofdpoort. Hij werkt en woont in een zelfs voor Nederlandse begrippen piepklein huisje, dat hij goedkoop kon huren nadat hij in 1990 besloot in Georgia te blijven totdat de SOA zijn deuren zou sluiten. Het ziet er echter niet naar uit dat dit ooit zal gebeuren. Op initiatief van afgevaardige Joseph Kennedy II - neef van - werd twee keer een voorstel tot sluiting van de SOA ingediend in het Amerikaanse huis van afgevaardigden, maar die haalden het bij lange na niet.

De militaire autoriteiten proberen het Bourgeois intussen zo moeilijk mogelijk te maken. Hij mag sinds enige tijd het uitgestrekte - openbare - kazerneterrein niet meer betreden. De legerplaatscommandant heeft hem voor het leven de toegang ontzegd. “Ik werd laatst zelfs opgepakt toen ik in de prachtige bossen op het terrein liep te joggen. Ik moest een boete van 110 dollar betalen en moet nu bij de rechtbank telkens toestemming vragen als ik wil reizen buiten de grenzen van de stad Columbus.”

Bourgeois, een voormalig marine-officier - hij diende in Vietnam en is drager van het Purple Heart omdat hij er gewond raakte - heeft uitgespoken kritiek op het Amerikaanse buitenlandse beleid in Centraal-Amerika. Hij werkte in de jaren zeventig vijf jaar als priester in Bolivia, maar werd uiteindelijk dat land uitgezet omdat hij zich te veel met mensenrechtenzaken bezighield. In 1980 raakte Bourgeois betrokken bij de gebeurtenissen in El Salvador, nadat daar vier Amerikaanse nonnen waren verkracht en vermoord door Salvadoraanse soldaten. Twee van de slachtoffers waren vrienden van Bourgeois en ook lid van zijn orde. Drie van de daders van deze moordpartij waren ooit cursist op de School of the Americas in Georgia. Ook onder de daders van de sluipmoord op de vier Nederlandse journalisten, die in 1982 voor de Ikon een reportage maakten in El Salvador, hadden er enkele een diploma van de SOA op zak.

Bourgeois: “Een heleboel over de school zullen we nooit te weten komen. Tot 1964 was de school nog gevestigd in Panama, achter hoge muren. Maar wat we nu weten, is meer dan genoeg om 'm te sluiten. Ze zeggen dat het uiteindelijk maar om nog geen half procent van het totale aantal gediplomeerden gaat - een paar rotte appels in de mand - maar er zijn daar meer dan 300 mensen opgeleid, die wij zien als seriemoordenaars. Als er op Harvard driehonderd, of honderd, of vijftig, of misschien een dozijn seriemoordenaars zouden zijn opgeleid, die gemarteld hebben, die mensen hebben laten verdwijnen, die vrouwen hebben verkracht, dan zou er een onderzoek komen en ja, Harvard zou worden gesloten. Elke keer als wij een rapport te zien krijgen over mensenrechtenschendingen in Latijns-Amerika, zien we dat een meerderheid van de betrokkenen een diploma van de School of the Americas op zak heeft. De school is een verlengstuk van de militairen in Latijns-Amerika en ik vind dat ik mijn vrienden daar het beste help door simpelweg in mijn eigen land door te gaan met actievoeren tegen de SOA. Door de school te sluiten dragen we pas echt bij aan de mensenrechtensituatie in Zuid-Amerika.”

Wat SOA ook beweert, het is blijft een militaire school, het is geen vredesinstituut, geen mensenrechten-opleiding, zegt de priester. “De enige reden dat er nu iets aan mensenrechten wordt gedaan op deze school, heeft alles te maken met de kritiek van de afgelopen jaren. Ze leggen er nu de nadruk op dat ze lesgeven in vredestaken, in de vorming van democratische waarden, maar ze vertellen niet over commando-opleidingen en schietoefeningen. Waarom is het nodig dat die Latijns-Amerikaanse soldaten hier in Georgia leren hoe ze met een M16-geweer moeten omgaan? Zijn daar nog oorlogen gaande? Psychologische technieken, anti-terreur-activiteiten, daar gaat het bij veel van de cursussen om. Maar wie zijn dan die terroristen, die oproerkraaiers? Het zijn de mensen die altijd de dupe zijn van het militaire optreden in Latijns-Amerika, de armen. De mensen die kritiek hebben op een economisch systeem, dat gedicteerd wordt door een kleine elite”, zegt Roy Bourgeois.

Bourgeois' tegenspeler Gordon Martel heeft zichtbaar moeite diplomatiek te blijven als hij over de actievoerders spreekt. De priesters moesten nu maar eens afnokken, is zijn boodschap. “Het zijn bevrijdingstheologen, ze geloven in het naast elkaar bestaan van het communisme en het katholicisme. Maar de paus zelf heeft deze theologie afgewezen. Hij heeft gezegd, en ik heb dat zwart op wit, dat deze mensen moeten ophouden met politiek bedrijven en terug moeten keren naar de wortel van hun bestaan: het helpen van de armen. Waarom gaat Bourgeois niet terug naar El Salvador om het werk van aartsbisschop Romero voort te zetten, zoals hij zelf telkens aankondigt in interviews? Hij kan er nu heen. In 1980 waren er nog 2000 mensenrechten-schendingen per maand in El Salvador. In 1985 volgde iedere soldaat een of andere cursus aan de SOA. De mensenrechten-schendingen zakten in die jaren tot twintig per maand. In 1991 eindigde de burgeroorlog in El Salvador. Het leger van El Salvador is van 50 000 man naar 16 000 gegaan. Waarom klampen die actievoerders zich nog vast aan gebeurtenissen uit het verleden, zoals de massamoord in El Mozote? (1980: Een dorp van 900 inwoners werd uitgemoord door het leger van El Salvador, tien van de daders hadden een SOA-diploma, JB) Dat is zestien jaar geleden! De oorlog is al vijf jaar voorbij. Waarom gaat Bourgeois niet terug?”

Sinds enige jaren wordt aan de SOA een mensenrechtencursus van twaalf uur gegeven, maar het onderwerp mensenrechten komt volgens Martel voor in vrijwel iedere cursus. “De school heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld. We hebben nieuwe cursussen opgezet. We hebben sinds kort een cursus vredesoperaties. Wij zijn doorgegaan, de actievoerders niet. Die leven nog steeds in de jaren tachtig. Wij zetten ons in voor de versterking van al die nieuwe democratieën in Zuid-Amerika, we brengen ze professionaliteit bij. Twintig jaar geleden waren vrijwel alle landen in Latijns-Amerika nog dictaturen, vandaag zijn het stuk voor stuk democratieën. Met uitzondering dan van Cuba. We zijn als school zeer succesvol geweest, want we hebben daar een aandeel in gehad.”

Martel vindt de manier waarop sommigen tegen de school aankijken, krenkend en beledigend. “We hebben hier duizenden instructeurs gehad sinds de school in 1964 vanuit Panama naar Georgia werd overgeplaatst. Hoe denk je dat het voor die mensen is dat ze martelinstructeurs en slagers worden genoemd?”

Toch was er onlangs een oud-docent van de SOA die zich kritisch uitliet over zijn voormalige werkgever: “In de vijf jaar dat ik op de school lesgaf, heb ik nooit iets gemerkt van zulke verheven doelen als het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten, waar de school zich nu op voorstaat”, zei hij. “De school is een versteend overblijfsel van de koude oorlog.”

Martel haalt z'n schouders op. “Ach, we hebben duizenden instructeurs gehad in de afgelopen decennia. Denk je niet dat er altijd wel iemand is in een organisatie van enige omvang, die iets slechts heeft op te merken? Denk je dat er bij Philips ook niet iemand te vinden zal zijn die zich negatief over zijn vroegere baas wil uitlaten? Die actievoerders spelen ons eigenlijk alleen maar in de kaart, want we krijgen er veel supporters bij, de laatste tijd.”

Lange tijd had het onderwijs aan de School of the Americas wel degelijk een repressief militair karakter. “In de jaren zestig, zeventig en tachtig lag de nadruk op anti-terreur, anti-guerrilla en anti-communisme. We werkten onder een opdracht die door de regering van John F. Kennedy was geformuleerd”, zegt Roy Trumble, commandant van de School of the Americas. “Door de jaren heeft de school zich ontwikkeld, gelijktijdig met de Amerikaanse buitenlandse politiek. Toen de Muur in Oost-Europa viel, veranderde ook onze opdracht, we zijn ons gaan richten op een breed scala van situaties, die weinig meer met oorlogsvoering te maken hebben. Zoals civiele militaire operaties, humanitaire opdrachten en vredestaken. We zitten nu in de voorlinie van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Maar al die tijd is ons basisprincipe ongewijzigd gebleven, we willen werken aan het verstevigen van de relaties met Latijns-Amerikaanse legers.”

De kolonel ziet het als zijn persoonlijke missie de democratie in Zuid-Amerika te versterken en de mensenrechtensituatie te verbeteren. Hij vindt alle aandacht voor de SOA prachtig (I love it!) omdat het zijn instituut op de politieke agenda houdt. “Voorheen kende niemand de School of the Americas.” Hij doet de kritiek op zijn school af als oprispingen van 'extremistische minderheden, die tegen alles zijn wat militair is'.

Roy Bourgeois, de strijdbare priester die buiten de poort moet blijven, is niet onder de indruk van het verweer van Martel en Trumble. “Luister, wat zeggen zij over mensenrechten? Denk nou niet dat ze daar echt serieus iets aan mensenrechten doen. Ze weten duivels goed dat zij dan geen cursisten meer uit Latijns-Amerika krijgen. We hebben ze onlangs op de proef gesteld. Joseph Kennedy heeft ze voorgesteld de school te sluiten en op dezelfde plek te heropenen als 'U.S.-academie voor democratie en civiel-militaire betrekkingen' met burgerinstructeurs op het gebied van mensenrechten. Het Pentagon wilde er niets van weten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden