Opinie

'De manke' beledigt Nederlands toneel

Welaan, liefhebbers van het ware ouderwetse volksdrama kunnen hun hart eindelijk weer eens ophalen. De titel alleen al, 'De manke', geeft aan dat we tenminste met een echte zielepoot te maken zullen hebben en dat er gewoon een appèl op onvervalste sentimenten zal worden gedaan.

Titelheld manke Billy is ook nog eens wees, wordt opgevoed door twee oude vrijsters die het enige dorpswinkeltje runnen op een afgelegen eiland voor de Ierse kust, en wordt door de hele gemeenschap gepest en veracht. Dan krijgt hij, o romantiek van de uitgekomen droom, via een vlakbij opererende filmploeg uit Hollywood de kans om elders zijn geluk te beproeven. Maar ach, het lijntje tussen verlangen en heimwee is al te kort. Het jaar schrijft 1934 en het thema is typisch Iers, bezongen in liedjes als 'My Bonny is over the ocean'.

In de regie van Albert Lubbers is bij het Noord Nederlands Toneel niets nagelaten om de bekrompen grauwheid van dat eilandenbestaan te onderstrepen als de lachwekkende wereld van primitieven. Ik waan me terug bij het amateurtoneel uit het dorp van mijn kindertijd. Het pseudo-realisme van bordkartonnen decors, de met kussens verbrede kont van tante Pleuni Touw, de grof aangezette speelstijl, de voortdurende ruzietoon, de zakkige kleding. En dan het geval van die mallotige achttienjarige jongeman (in korte broek!) die in hoge nood stiekem een glazenpot van de winkelplank volpiest, welke later al even stiekem door de dorpsroddelaar wordt meegepikt als extraatje voor zijn alcoholische moeder. De voorpret alleen al.

De grootste verrassing is nog wel, dat dit stuk niet uit een belegen repertoire is opgediept, maar zeer recent is geschreven door een 29-jarige Londenaar (geboortig uit Ierse arbeiders), die een afkeer heeft van theater en misselijk wordt bij de gedachte hoe makkelijk het is om een toneelstuk te schrijven. Een onsje gezond verstand, iets van een verhaaltje, vier mensen 27 minuten laten praten en je hebt een stuk, luidt ongeveer de wijsheid van deze Martin Mc Donagh. Had hij zich nou maar aan die laatste richtlijn gehouden, maar 'De manke' ('The Cripple of Inishmaan') zeurt bijna drie uur door via larmoyante kwesties of de manke wees ook nog eens de tering heeft: ja, nee, o-ja-toch. Heel Engeland schijnt erop te kicken en heeft hem op grond van zijn eerste 'Leenane'-trilogie (nu gespeeld door het Friese Tryater) uitgeroepen tot de meest veelbelovende Engelse toneelschrijver.

Wat een masochisme van een land dat zich dezer jaren ook al hunkerend liet kastijden door het loze seks-en-geweld-theater van jongeren als Mark Ravenhill. Erger vind ik dat Nederlandse gezelschappen zo klakkeloos op zulke hypes meevaren. Alsof er hier niet flink wat eigentijds repertoire klaarligt, dat meer dan de moeite waard is voor op z'n minst een tweede opvoering. Liever dan de kwaliteiten van vaderlandse stukken in een eigenzinnige benadering te herwaarderen, kiezen onze regisseurs echter voor zoiets als deze imitatie-Heijermans (of -Joyce). Wat een belediging. Vooral voor het eigen inschattingsvermogen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden