De manager: 'Als het Gerard goed gaat, verdien ik ook een boel'

Het prototype van de manager: hij heeft een kale kop en rookt dikke sigaren. Als een autoritaire vader neemt hij beslissingen waar hij zelf beter van wordt dan zijn artiest. Dus zwemt hij in het geld, terwijl zijn protégé op een houtje bijt. Achterhaald, zeggen de zakelijke leiders van een alternatieve popgroep (Urban Dance Squad) en een commerciële zanger (Gerard Joling). Zij gaan heel anders om met hun produkt.

“In Amerika kom je ze nog wel tegen”, zegt Paul van Meelis, een vlotgeklede jonge manager met een Kuifjes-kuif. “Daar lopen heel wat ouwe rotten rond die nog groepen als Led Zeppelin en The Doors hebben gemanaged. Die mannen-in-pak zijn een soort goeroes; ze hebben de legendes mee opgebouwd.”

Dus genieten ze meer aanzien en respect dan The New Kids on the Block, zoals Van Meelis (31) zijn eigen generatie noemt. De oude rotten kennen het politieke spel door en door. Als zij hun artiesten op prime-time bij popzender MTV willen promoten, dan krijgen ze dat voor elkaar. Desnoods door er wat geld tegenaan te smijten.

“In Europa kom je zulke types minder tegen, alleen al omdat de rock en roll hier korter bestaat. In Groot-Brittannië zitten wel wat agentschappen met oudere managers die goed kunnen bluffen. Maar de meeste collega's zijn tussen de 25 en 40 jaar en hebben nog geen uitgebreid netwerk aan contacten. Zij moeten het dus van kwaliteit hebben.”

Dat is geen straf, want jonge bandjes doen het momenteel beter dan de oude garde. Denk maar aan de Amerikaanse gitaarband Pearl Jam die in één keer doorbrak, zegt Van Meelis. Of aan de nog vrij onbekende Green Day. De groep zit bij hetzelfde platenlabel als Prince, maar haar debuut verkoopt wel drie keer zo goed als het laatste album van de megaster.

Die nieuwe lichting in de alternatieve popmuziek is tien keer eigenwijzer dan Elvis Presley. Van de zanger tot de drummer, iedereen wil over alles meebeslissen. “Dus zijn hun managers geen autoritaire vaderfiguren die hun artiesten alles opleggen, maar goede vrienden die alles in het werk stellen om hun bandje te laten meedraaien in het circus.”

Paul van Meelis vindt het een voordeel dat hij bij Mojo-Concerts werkt, het Delftse organisatiebureau dat in een kwart eeuw een goede reputatie heeft opgebouwd in de popwereld. Als de manager van Urban Dance Squad - en Claw Boys Claw - iets voor elkaar wil krijgen, hoeft hij de naam van zijn bedrijf maar te noemen.

Die tovertruc werkt zelfs in Amerika. Handig, want de afgestudeerde Sociale Academicus ('Ik heb daar geleerd hoe ik mensen kan sturen') heeft daar grootse plannen met Urban Dance Squad. Die had hij vijf jaar geleden ook al, toen de rap-groep er driehonderdduizend exemplaren van het debuut 'Mental Floss For The Globe' verkocht: tien keer zoveel als in Nederland.

Een aardig resultaat voor een debuut, al stroomt het geld dan nog niet binnen. Volgens Van Meelis verkoopt een goede popplaat in Nederland 50 000 exemplaren, in Amerika 500 000 en in Europa 150 000. Dat laatste aantal is gehaald met de laatste cd van Urban Dance Squad: 'Persona Non Grata.' Zanger Rude Boy en zijn compagnons nemen momenteel in Los Angeles een videoclip op. Een uitgebreide toernee volgt in het voorjaar.

Vijf jaar geleden wilde de platenmaatschappij ook al doorstoten in de VS. Maar de eigengereide band vertikte het om daar een maand langer te blijven optreden. Ze dook liever de studio in om een nieuwe plaat te maken. Stom achteraf, want de tweede cd liep lang niet zo goed in Amerika. Bovendien werd het contract met de platenmaatschappij niet verlengd.

Beginnersfouten, zegt Paul van Meelis nu. “We waren zo paranoia dat we besodemieterd zouden worden. Nu hebben we veel meer vertrouwen in onze contacten. We zijn soepeler geworden. Commerciëler? Uiteindelijk wel, ja. Niemand wil meer terug in die uitkering. Nederland heeft een te smalle basis, dus moeten we de grens over om een omzet van een half miljoen te halen. Financieel succes is nu mijn doel.”

Het besef dat commercie net zo belangrijk is als creativiteit kwam pas na een aantal jaar bij Urban Dance Squad. Hun manager heeft dat proces bewust niet geprobeerd te versnellen. Met zijn 'rustig-aan-tactiek' kweekte hij zoveel goodwill, dat hij nu steeds meer te zeggen krijgt. Behalve op één gebied. “Als de band een nieuw album opneemt, zijn de deuren dicht. Ook voor mij. De periode vanaf de eerste repetitie tot de laatste mix is van hun. Dan kunnen ze werken aan iets nieuws zonder invloeden van buitenaf. Dat is ook de enige periode waarin ik niet met ze hoef te overleggen.”

Bij zanger Gerard Joling staan de deuren van de repetitieruimte wijd open voor zijn manager. Pim van der Kolk (41) bemoeit zich juist wèl met het creatieve proces. Hij overlegt uitgebreid over het repertoire en denkt mee over de presentatie. “Gerard Joling wil van zijn imago als ideale schoonzoon af, dus besloten we dat hij bij een optreden op RTL 5 ook wel eens een t-shirtje met een leren jekkie kan dragen.”

De onopvallend geklede manager heeft een logische verklaring voor zijn intensieve begeleiding: “Als je solo-artiest bent, kun je moeilijk met jezelf brainstormen. Je hebt dan een raadgever nodig die je niet naar de mond praat. Iemand die maar één ding voor ogen heeft: wat is goed voor jouw carrière.”

De baas van het Hilversumse bedrijf Pim's Independent Entertainment Promotions ('De nieuwe kijk op promotie') werkt pas een jaar voor Gerard Joling. Hij kwam in de plaats van Jan van Doorn die de zanger volgens hem 'tot grote hoogte heeft weten te tillen'. Joling schijnt daar iets anders tegenaan te kijken. In de Nieuwe Revu van december vorig jaar zegt hij over zijn vroegere manager: “Hij heeft me financieel en geestelijk verschrikkelijk benadeeld.”

De zanger kent zijn huidige zaakwaarnemer uit de tijd dat deze nog bij platenmaatschappij EMI werkte. “We zijn al jaren goeie maatjes. Niet dat we samen met vakantie gaan, zoals veel managers en artiesten doen. Maar als Gerard me nodig heeft, kom ik eraan. Al ben ik ook weer geen moederkloek die bij het minste of geringste klaarstaat.”

Zijn artiest heeft het grote succes te danken aan de Soundmix Show. Hij imiteerde Don Mc Lean, haalde de derde plaats en hield daar een platencontract aan over. De debuutsingle 'Love Is In Your Eyes' werd een hit en 'No More Boleros' een mega-hit. Van het nummer zijn in 22 landen 140 000 singles verkocht (tegen de zin van de erfgenamen van Ravel, overigens).

“Het is nu niet meer zo hectisch als in het begin. Toen wist Gerard van voren vaak niet meer dat hij van achteren leefde. Net zoals Marco Borsato nu waarschijnlijk gierend gek wordt van al het werk. Maar Gerard is inmiddels redelijk established.”

Joling krijgt even wat minder aandacht in de media, maar dat is beleid, verzekert zijn manager. Over twee weken komt de derde single van zijn album 'Eternal Love' uit - de vorige heeft het randje van de hitparade net gehaald - en eind maart de verzamelelpee 'Tien jaar Gerard Joling'. Dan volgt een serie concerten in eigen land. “En in mei of juni gaan we twee weken op sjouw naar Singapore, Maleisië, Taiwan en Korea.”

Behalve in de Benelux, Duitsland en Frankrijk valt Joling vooral goed in Zuid-Afrika en het Verre Oosten. Met zijn hoge stem en zijn ballad-achtige liedjes brengt hij daar duizenden jonge meisjes het hoofd op hol. De Verenigde Staten zijn volgens zijn manager een onhaalbaar target. “Maar we hebben nu al genoeg werk.”

Zo weinig als Urban Dance Squad om singles geeft, zo belangrijk zijn ze voor Gerard Joling. “Wij noemen ze de advertenties voor zijn albums. Daarmee mikken we op Radio 3, waar een groot deel van zijn publiek naar luistert. Voor de groep die we daar niet mee bereiken, zenden we commercials uit rond tv-programma's zoals 'Goede Tijden, Slechte Tijden' en 'All you need'.”

In de promotiecampagnes gaan tonnen om, zegt Pim van der Kolk zonder in details te willen treden. Daar moet dus een flinke omzet tegenover staan. Hoeveel precies? “Dat gaat niemand iets aan.” Na enig aandringen: “In elk geval meer dan een miljoen per jaar.” Dat bedrag zegt alleen iets, als je weet hoe hoog het winstpercentage is. Maar dat is een bedrijfsgeheim, net als de royalties die bij de platenmaatschappij zijn bedongen. De laatste liggen tussen de twee en de dertig procent.

Pim van der Kolk: “Mijn bureau drijft niet op Gerard; hij maakt maar een klein onderdeel uit van mijn inkomsten. Natuurlijk, als het hem goed gaat, verdien ik ook een boel geld. Het is een cliché dat een manager stinkend rijk wordt van zijn artiest. Even misschien, maar het succes kan zo weer voorbij zijn.” Al is dat erger voor de artiest dan voor de manager; die brengt daarna gewoon weer een nieuw produkt op de markt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden