De man van goed en kwaad Loe de Jong

De historicus dr. L. de Jong schreef een monument. De kritiek hierop kwam aarzelend. Hij was misschien te veel betrokken geweest. Of juist te veel op afstand, gezien zijn harde oordeel over Willem Aantjes.

Na alle lof ontving het werk van De Jong allengs ook kritiek. Die kwam - zo mogen we achteraf wel constateren - voort uit de geweldige emotie waarmee hij de jaren van Hitlers opkomst en de oorlog heeft beleefd.

Hij maakt daar ook geen geheim van in zijn memoires, want zo ijdel was hij ook wel dat hij zichzelf geschikt vond als subject van de geschiedenis. Geen detail wordt ons onthouden. Zelfs zijn bedgeheimen worden ons geopenbaard. Maar voor alles is er sprake van de paniek die hem bij de Duitse overval in mei 1940 overviel, zijn egocentrisch optreden in de haven van IJmuiden toen hij koste wat kost een boot wilde hebben om met vrouw en kind en achterlating van zijn ouders naar Engeland te vluchten, zijn schuldgevoelens daarover, de dood van zijn Joodse ouders en zijn tweelingbroer, het schemert steeds door het werk heen.

Het gekke is dat de kritiek en de kritische begeleiding van dit werk in de wetenschappelijke tijdschriften maar heel langzaam op gang gekomen is: ongetwijfeld tot groot verdriet van De Jong zelf. Hij moest het hebben van de pagina's lange excerpten in de dag- en weekbladen als er weer een deel verschenen was. De kranten kregen dat dan een paar weken tevoren toegestuurd, waarna De Jong vlak voor de verschijningsdatum in Nieuwspoort een persconferentie hield om daar zijn werk te celebreren. Vergeef me dit woord, maar het kwam steeds in mijn gedachte als ik dit feest mocht bijwonen, hoewel ik mij tegelijk bewust was van het element van marketing, van verkooptechniek, waarin hij ook excelleerde. Voor elk deel had hij een verrassing in petto, wist hij iets nieuws te vertellen en dat is wel aan journalisten besteed.

De belangrijkste kritiek kwam in 1982, toen Hans Blom, nu De Jongs opvolger als directeur van oorlogsdocumentatie, aan de Universiteit van Amsterdam zijn inaugurele rede hield. Blom pleitte daarin voor een minder moralistische beschouwing van de gebeurtenissen uit die donkere jaren, een minder streng oordeel over het goed en het kwaad, meer begrip voor het besef van de meerderheid van de Nederlanders in de bezetting dat zij op een of andere manier moesten proberen te overleven, dat niet iedereen geroepen is tot heldhaftigheid of martelaarschap.

Voor mij persoonlijk viel De Jong van een voetstuk op 7 november 1978, toen hij in een rechtstreeks op de televisie uitgezonden persconferentie onthulde dat de voorzitter van de CDA-Tweede-Kamerfractie Willem Aantjes in de herfst van 1944 via een wonderlijke weg, een dienstverband met de politieke tak van de SS, aan zijn tewerkstelling in Duitsland wist te ontkomen en naar Nederland kon terugkeren.

Het nieuws lag die dag al vroeg op tafel door een publicatie in het Nieuwsblad van het Noorden en ik was er als journalist van Trouw de hele dag mee bezig geweest. Toen De Jongs persconferentie werd aangekondigd, beloofde ik dat ik om tien uur 's avonds voor een commentaar zou zorgen. De persconferentie in Nieuwspoort liet lang op zich wachten. De Jong had de tv-camera's gezien en wist natuurlijk dat het journaal om acht uur werd uitgezonden. Toen het eindelijk zo ver was, liet ik de nieuwsvoorziening aan de collega's en griste snel een exemplaar van de nota weg en liep al lezend over het Binnenhof naar het kantoor van de krant.

Op straat al knapte er wat in mij. Ik kende de kritiek op De Jongs werk -hij zat veilig in Londen wat wist hij van de toestand in Nederland: was hij wel de geschikte man voor dit werk-, maar had die steeds weg gewuifd; je kunt best een boek over de slag bij Waterloo schrijven, ook als je er niet bij geweest bent. Opeens zag ik dat er wel iets waar was in die kritiek. Ik herinnerde op dat moment mij zelf als kind in september 1944 nieuwsgierig en vol belangstelling de oorlog volgend.

Natuurlijk deelde ik alle wijsheid die mijn omgeving had, maar daardoor was ik er als kind toen al heilig van overtuigd dat de Duitsers nooit de oorlog zouden winnen. Het kon nog heel lang duren misschien, maar de uitslag stond vast.

Dat was wat ik mijzelf van de herfst van 1944 herinnerde. En toen dacht ik: als Aantjes op dat tijdstip voor Hitler-Duitsland had gekozen, dan waren er twee mogelijkheden: óf hij was een ongelooflijke domoor óf hij was een doortrapte fascist. Voor zover ik Aantjes kende, zag ik dat dat allebei niet klopte. Ik moest dus wel op dat ogenblik een voorzichtig geloof hechten aan Aantjes' eigen verdediging dat zijn optreden van toen moest worden gezien als dat van een kat in het nauw, die een uitweg zag.

Ik prijs mijzelf nog steeds gelukkig dat ik die persconferentie van De Jong niet heb bijgewoond en niet op de televisie heb gezien. Deze hersenspoeling, dit emotioneel uitgedragen requisitoir en veroordeling in n zitting door én persoon, is mij bespaard gebleven. En daardoor klonk de volgende dag in het commentaar van Trouw een aarzelend uitgesproken twijfel aan De Jongs oordeel door - een twijfel die later bevestigd is door het onderzoek van de commissie-Enschedé. Jammer dat De Jong door zijn slecht geworden gezondheid geen kans heeft gezien zijn memoires te voltooien -het is bij twee delen gebleven- en daardoor weten we eigenlijk maar terloops hoe hij zelf op deze gigantische blunder terugziet.

De Jong - eigenlijk geen groot historicus in die zin dat hij een definitief beeld van een tijd heeft vastgelegd, wel één die aan de toekomst behoort - is de schrijver van een geweldig werk dat lang zijn waarde zal houden als naslagwerk, als een systematische encyclopedie. Ook dat lijkt mij een grote historische prestatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden