De man die ons met de aap verbond

Hij was een van de grootste wetenschappers die Nederland heeft voortgebracht, maar bijna niemand weet nog dat Eugène Dubois de eerste was die het gelijk van Darwin bewees. Vrijdag wordt hij geëerd met een symposium.

Het kwartje valt niet meteen. Eugène Dubois is eind negentiende eeuw bewust naar Indonesië gereisd om het fossiele bewijs te vinden dat de mens afstamt van de aap. Wonder boven wonder vindt hij al vrij snel dat bewijs. Een kies en een schedeldak, en een jaar later ook nog een dijbeen. Alle resten hebben mensachtige trekjes, maar kennelijk is de stap te groot. Dubois schrijft de vondsten toe aan een uitgestorven variant van de chimpansee en noemt hem Anthropopithecus, een mensachtige aap.

Weer een jaar later komt het inzicht alsnog. De schedel is klein - veel hersens had dit prehistorische wezen niet. Maar zijn dijbeen duidt er wel op dat het rechtop liep. Dat is precies waar hij naar op zoek was, een tussenvorm van mens en aap. Hij streept in zijn manuscript de naam van zijn vondst door en draait hem om: Pithecanthropus erectus, de aapachtige mens die rechtop liep.

Een briljante man, zegt John de Vos, als paleontoloog werkzaam bij het Leidse Naturalis. "Maar met een ongelofelijke mazzel. Dat je zegt: ik ga daar heen om die resten op te graven. En dat je dan precies vindt wat je nodig hebt, een kleine schedel en een dijbeen. Maar tegelijk was het heel knap dat hij die vondsten deed. Die kies bijvoorbeeld lag tussen honderden fossiele botjes van allerlei dieren. Dubois viste hem er zo tussenuit."

Het was pure mazzel inderdaad, beaamt de Utrechtse hoogleraar Bert Theunissen. "Het is als uit een jongensboek. Het had meer voor de hand gelegen dat hij twintig jaar vergeefs had lopen zoeken. Maar hij vindt dus wel wat, binnen een jaar. Sterker nog, hij is de eerste die op zoek gaat naar resten van de voorloper van de mens. En lange tijd is hij de enige."

Internationale grootheid

Vijfenzeventig jaar geleden overleed hij, Marie Eugène François Thomas Dubois. Een van de grootste wetenschappers die Nederland ooit heeft voortgebracht. In de geschiedenis van de oorsprong van de mens is hij een internationale grootheid. Hij is de grondlegger van ons vakgebied, zegt De Vos. Maar in eigen land kent bijna niemand hem. "Wij gaan slecht om met onze helden", moppert Theunissen, die promoveerde op een biografie van de paleontoloog. Komende vrijdag wordt op Dubois' landgoed in het Limburgse Haelen een symposium aan hem gewijd.

In 1871 had Charles Darwin de weg gewezen. In 'The Descent of Man' schreef hij dat de voorloper van de mens in de tropen moest hebben geleefd. De aap had immers zijn vacht verloren. Darwin dacht daarbij aan Afrika, omdat daar nog gorilla's en chimpansees voorkwamen.

Die hint werd niet meteen opgepikt. "Let wel, het is de negentiende eeuw", zegt De Vos. "Religie is nog een belangrijke factor. God is nog de Almachtige Schepper. Dan ligt het niet voor de hand om naar bewijzen van de evolutie van de mens te zoeken."

Dubois denkt daar anders over. Geboren in het Limburgse Eijsden (1858) heeft hij weliswaar een katholieke opvoeding genoten, maar als hij in 1877 het ouderlijk huis verlaat om in Amsterdam geneeskunde te gaan studeren, heeft hij het geloof achter zich gelaten. De natuur en de fossielen van de nabije Sint-Pietersberg hebben zijn belangstelling gewekt, evenals de boeken van Darwin en de destijds gezaghebbende bioloog en anatoom Ernst Haeckel. Dubois neemt zich voor de 'missing link' te vinden.

Haeckel had gesuggereerd om niet in Afrika te zoeken, maar in Zuidoost-Azië. In Nederlands-Indië bijvoorbeeld, waar de orang-oetan verblijft. En de gibbon, denkt Dubois. Die wordt dan nog op gelijke hoogte geschaard met de andere mensapen en kan bovendien bijna rechtop lopen - als hij zich aan een tak vasthoudt tenminste. Had Darwin niet geschreven dat de mens zijn eerste stap tot wasdom had gezet door op twee benen te gaan lopen?

En niet onbelangrijk: Indië is een Nederlandse kolonie. Dubois monstert in 1887 aan bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en wordt als legerarts gestationeerd op Sumatra. Hij is nog maar een paar maanden in dienst of hij weet de autoriteiten ervan te overtuigen dat Nederland veel te weinig gebruikmaakt van de archeologische rijkdommen van de eilandengroep; waarop hij wordt vrijgesteld om onderzoek te doen in de grotten aldaar.

Maar de fossielen die hij op Sumatra vindt, zijn allemaal veel te jong. Hier zal nooit een voorouder van de mens opduiken, concludeert Dubois. Intussen is hem een schedel toegespeeld van een primitieve mens die op Java is gevonden. Deze Wadjakmens blijkt later een variant van de moderne Homo sapiens te zijn. Maar op dat moment besluit Dubois dat hij op Java zijn geluk moet zoeken. Tevergeefs, ook de grotten van dat eiland leveren niet het gewenste resultaat. Dan schiet het geluk hem echter te hulp.

Oerolifant wijst de weg

De hellingen op Java zijn moeilijk begaanbaar. Tijdens een expeditie dirigeert Dubois zijn koelies de berg af en laat ze langs de oever van een rivier lopen, de Solo. In een uitgesleten bedding stuiten ze op de resten van een stegodon, een oerolifant. En Dubois beseft dat hij tot nu toe gehinderd is door het Europese idee om in grotten te zoeken - daarin waren, in Duitsland en België, een paar decennia eerder Neanderthalers gevonden. Maar zulke grotten heeft Java niet, hier moet je in de bodem zoeken. Liefst in een rivierbedding, want een rivier heeft al honderden jaren graafwerk verricht.

De werkzaamheden leveren een schat aan fossielen op, waaronder dus die ene kies en dat schedelkapje. En later nog het dijbeen. Daar blijft het bij. In 1895 keert Dubois terug naar Europa, waar hij een rondgang maakt langs de grote steden om de wetenschappelijke gemeenschap te overtuigen van het belang van zijn vondst.

De ontvangst is wisselend. "Iedereen was vooraf sceptisch", zegt Theunissen. "Er was twijfel of de botten bij elkaar hoorden. Maar uiteindelijk stonden de meesten achter hem. Dat wil zeggen, de meesten waren het met hem eens dat hij een voorloper van de mens had gevonden. Een tussenvorm tussen aap en mens. Maar dé missing link, zoals Dubois beweerde?"

De Vos heeft er een cynischer idee bij. "Dat is wat hij te horen kreeg. 'Mooi werk, Dubois!' Maar achter zijn rug lachten ze hem uit. Stel dat Dubois twee linkerdijbenen had gevonden, grapten ze onderling. Zou zijn Pithecanthropus dan ook op twee linkerbenen hebben gestaan? Dat was vaak het niveau van de reacties."

Evolutie in sprongen

Hoe dan ook, na zijn Europese ronde sluit Dubois zijn koffertje met de Javaanse botten en keert hij het openbare debat de rug toe. Maar hij blijft de wetenschap trouw. Teruggetrokken op zijn Haelense landgoed wijdt hij zich aan de geologie. Hij onderzoekt de formatie van de Tegelse klei, stelt theorieën op over het ontstaan van duinen en veengebieden en bedenkt dat klimaatveranderingen gekoppeld zijn aan de evolutie van de zon.

Intussen laat hij Pithecanthropus niet in de steek. Hij werkt de theorie uit dat de evolutie in sprongen verloopt en ontdekt dat zijn held met de grootte van zijn hersenen precies tussen aap en mens in zit. Maar het is een achterhoedegevecht. Nieuwe ontdekkingen suggereren dat Pithecanthropus veel dichter bij de moderne mens staat dan Dubois voor ogen had.

Nog één keer klimt hij in de pen en benadrukt in een artikel de primitiviteit van zijn vondst. "Hij had er de pest over in dat zijn Pithecanthropus naar de rand verschoof", zegt Theunissen. "Door het aapachtige te benadrukken probeerde hij hem weer precies tussen aap en mens in te krijgen. Maar het effect was averechts. Veel mensen dachten dat Dubois de strijd had opgegeven en had erkend dat zijn 'Pietje' slechts een gibbon was."

Maar ook dat is Dubois ten voeten uit. Zijn hele leven lang is hij vol voor zijn overtuiging gegaan. Eigenwijs, dwingend, en met het vorderen der jaren ook steeds wantrouwiger. Het doet zijn aanzien geen goed. Als hij op 16 december 1940 overlijdt, wordt hij in een uithoek van het kerkhof van Venlo begraven, in ongewijde aarde. Ver weg van de katholieken, zou zijn dochter Eugénie hebben gezegd. Maar ook roemloos, zegt Theunissen. "Niet de ereplaats die je de man zou geven die als eerste het gelijk van Darwin bewees."

Dat zijn roem na zijn dood verbleekt komt ook door ontdekkingen in de jaren vijftig die de oorsprong van de mens weer in Afrika plaatsen. Pithecanthropus blijkt een Homo erectus, een soort die de aap al ver achter zich heeft gelaten. Bovendien lijkt de evolutie van de mens meer op een waaier dan op de rechte lijn die Dubois voor ogen had.

Volgens De Vos heeft de geringe waardering voor Dubois ook met religie te maken. "Je ziet het telkens weer in ons vak. Wetenschap is leuk en aardig, maar zodra je gaat morrelen aan de positie van de mens, is het niet meer zo vrijblijvend. Dan gaan de hakken in het zand."

Mogelijk al een miljoen jaar oud

Toen Eugène Dubois in 1891 zijn Pithecanthropus of Java-mens opgroef, had de wereld al kennisgemaakt met de oermens. In 1856 waren in een rivierdal bij Düsseldorf menselijke resten gevonden. Maar deze Neanderthaler werd toen niet gezien als een mogelijke voorouder van de mens, zegt Bert Theunissen van de Universiteit Utrecht. "Dit was gewoon een primitieveling. Sorry dat ik het zeg, maar in de negentiende eeuw had men nogal een racistisch mensbeeld. De Europeaan stond aan de top van de piramide. Daaronder kwamen Aziaten, dan de Afrikanen en helemaal onderaan stonden bijvoorbeeld de Aborigines. Daar hoorden volgens de toenmalige opvattingen de Neanderthalers ook bij. Dit waren gewoon mensen. Mindere mensen, maar geen aparte soort."

Men had toen ook geen goed idee van de ouderdom van Neanderthaler botten (30 tot 250 duizend jaar). Tegenwoordig worden fossielen gedateerd aan de hand van de aardlaag waarin ze zijn gevonden. En de leeftijd van die aardlaag wordt bepaald aan de hand van verhoudingen van radioactieve stoffen. Maar eind negentiende eeuw was radioactiviteit nog niet bekend. En werden aardlagen juist gedateerd op grond van de fossielen die men er in aantrof.

Charles Darwin schatte dat de aarde zo'n 300 miljoen jaar oud was - zo veel tijd had de evolutie volgens hem nodig gehad. Zijn tijdgenoot, de gezaghebbende Lord Kelvin, kwam uit op 30 miljoen jaar.

De aarde is 4,5 miljard jaar oud. De Java-mens wordt geschat op 700.000 à 1.000.000 jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden