De man die Nederland rond 1970 veranderde, droomt over de 21e eeuw

ODIJK - Piet Reckman woont nog altijd in Odijk, waar hij midden jaren zestig met een aantal gelijkgestemden in een rijtje burgermans huisjes neerstreek om de leef- en actiegemeenschap 'Sjaloom' te vormen (die tien jaar later, naar zijn zeggen door het drijven van toegetreden CPN'ers, ter ziele ging). Hij is inmiddels wel enkele straten verhuisd.

Nu wonen hij en zijn vrouw in een lommerrijk buurtje, waar alles glimt van de jaren-negentig welvaart. Geriefelijke, ruime eengezinswoningen, auto voor de deur op het woonerf, grote, fraai beplante tuinen achter - het leven is nog nooit zo goed geweest.

Toch heeft Reckman dezelfde onrust over de maatschappij en bezorgdheid over de toekomst van de wereld behouden als in die jaren. Daarvan getuigt de door hem geschreven utopische 'Troonrede ter opening van de 21e eeuw', waarmee zijn 'verjaardagsboek' opent. Piet Reckman ziet geen gevaar in het koesteren van een utopie. Hij citeert graag de door hem zeer bewonderde Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano: “Zij (een prachtige vrouw) is aan de horizon. Ik kom twee passen dichterbij, zij verwijdert zich twee passen. Ik zet tien stappen en de horizon schuift tien stappen op. Hoeveel ik ook loop, ik zal haar nooit bereiken. Waar is de utopie goed voor? Juist daarvoor: om te lopen.”

Reckmans invloed op de Nederlandse samenleving is het grootst geweest tussen 1965 en 1975, de jaren van Sjaloom, vanwaar de aanzet uitging tot oprichting van de Novib, de X min Y beweging, de wereldwinkels en later, vanuit de sociale academie De Horst, waar hij als adjunct-directeur en onderwijscoördinator sociale actiemodellen introduceerde die in heel actievoerend Nederland een enorme impact hadden. Nederland is er ontegenzeggelijk diepgaand door veranderd, ook al was Reckman natuurlijk niet de enige actor in dit verband.

Maar het spectaculairst was zijn rol in de kabinetsformatie van 1977. Reckman was lid van de partijraad van de PvdA - de PvdA kende toen een vertegenwoordiging van de gewesten die elke stap van de Kamerfractie en de politieke leiding desgewenst kon controleren - en was daarin de aanvoerder van de stroming die, hoe dan ook, een overwicht van de PvdA in het beoogde tweede kabinet-Den Uyl, na de verkiezingswinst van tien zetels, nodig vond. Toen PvdA-onderhandelaar Ed van Thijn na maanden onderhandelen akkoord ging met zeven kabinetszetels voor de PvdA, zeven voor het nieuwgevormde CDA en twee voor D66, sprak de partijraad op Reckmans instigatie zijn veto uit. Den Uyl durfde daar niet tegen in te gaan en gaf zijn formatie-opdracht terug. CDA-leider Van Agt prikte toen een vorkje met zijn VVD-collega Wiegel in restaurant Bistroquet en de PvdA was vervolgens vijftien jaar buitengesloten van de regeermacht.

Dit is Reckman vervolgens altijd nagedragen door het PvdA-establishment. Hij was de 'chaoot', die met zijn softe 'christelijk-leninistische strategie' de progressieve beweging voor jaren in het isolement had gedrongen. Zelf vindt hij niet dat hij fouten heeft gemaakt. “Dat woord fouten is een categorie die me niet past. In die tijd was het goed wat ik deed. Ik erken geen eeuwige waarheden op dit vlak. Trouwens, we kunnen zien wat er van de PvdA is geworden sinds de gewone partijleden alle zeggenschap is ontnomen. Het is een lege organisatie geworden waar een paar insiders kunnen doen en laten wat ze willen.”

Reckman geeft wel toe dat hij in zijn denken is veranderd. “In die jaren richtte ik me erg op de structuren. Het sociale actiemodel was te rechtstreeks op verovering van de macht gericht. Ik verkeerde in de naïeve veronderstelling dat organisaties als de PvdA, de Vara en het Nivon aanspreekbaar waren op hun sociale oorsprong, in de richting van een humanere maatschappij. Dat is me tegengevallen. Die oorspronkelijke inspiratie was al lang in vormen gestold. Ik heb na 1977 nog een tijdje in het PvdA-bestuur gezeten, maar dat werkte corruptief op me in, merkte ik. Niet omdat die mensen niet deugden, maar omdat het systeem zo werkt.”

Sindsdien is hij tot het inzicht gekomen, dat je je niet op de maatschappelijke structuur, maar op de maatschappelijke cultuur moet richten als je een betere wereld dichterbij wilt brengen. Hij geeft een voorbeeld. “Ik vond al jaren dat de politie-opleiding onvoldoende was, te weinig sociaal gericht, te weinig oog voor woon- en leefomstandigheden van groepen waar de politie veel mee te maken heeft. Nu kun je dat proberen te veranderen via de structuurlijn, dus via binnenlandse zaken. Maar je kunt ook een of twee politie-opleidingsscholen zo stimuleren dat ze een uitstraling krijgen naar het hele veld.”

Dat doet Reckman sinds zo'n tien jaar als medewerker van de 'Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie.' Hij geeft sociale trainingen aan politiemensen.

De 'maatschappelijke kwaadheid' die hem dreef bij het schrijven van zijn 'troonrede voor de 21e eeuw', zoals hij in de inleiding tot het nu verschenen boek vermeldt, had ook direct te maken met dat trainingswerk bij de politie. Een paar jaar geleden werd hem om commentaar gevraagd op een onderzoek van politiepsycholoog Frans Denkers naar het geweld op grote Amsterdamse scholen.

“Toen werd me pas goed duidelijk dat het toenemend geweld van jongeren beleidsmatig wordt geproduceerd. Allereerst door de schaalvergroting. De scholen worden zo groot gemaakt, dat de leerlingen worden geanonimiseerd, zij worden klanten in plaats van leerlingen. Het open jongerenwerk is bijna helemaal wegbezuinigd. Veel jongeren, vooral allochtonen, hebben geen enkel perspectief op werk; door de individualisering, die van overheidswege wordt gestimuleerd, wordt hun huiselijk milieu slechter. Logisch dat veel jongeren gaan zwerven, gewelddadiger worden en vlugger in criminaliteit vervallen.”

Reckman heeft grote bezwaren tegen de 'geest der tijds', zoals die tot uitdrukking komt in het dominante politieke denken en het beleid van 'paars.'

“Eerst heeft de progressieve beweging voor elke maatschappelijke nood een werksoort gemaakt. Daarmee heeft ze de self-reliance, het vermogen van de mensen om zelf een uitweg te zoeken uit hun problemen, uitgehold. Vervolgens is het accent helemaal gelegd op de individualisering en op 'werk, werk, werk', waarmee de mensen is aangepraat dat geld, een eigen inkomen, het één en alles is. Dat is uitgedraaid op een maatschappij waarin het alleen nog maar om geld en om consumptie draait.”

Volgens Reckman is er een nieuw perspectief nodig, een nieuwe utopie, en vandaar zijn 'Troonrede', die hij - met een doordenkertje - 'een droom van een werkelijkheid' noemt.

Hij begint met het wereld-milieuprobleem. 'Het egoïsme en de obscene jacht op geld' (Ed. Galeano) putten de wereld uit, zeker als ook de volkeren van het zuiden hun rechtmatige aandeel opeisen. 'In noord en zuid, in oost en west zaagt de mens met een waanzinnig enthousiasme de tak door waarop hij zit.'

Dan de droom: “In de 21e eeuw zoeken we creatief naar volstrekt nieuwe, en rechtvaardige verhoudingen binnen de eenheid en enigheid van de wereldwerkelijkheid; nieuwe verhoudingen tussen aarde en mens, en tussen mensen en volkeren onderling. Symbiose wordt het allesbepalende wérk-woord: samenleven onder wederzijds dienstbetoon.'

En dan droomt Reckman over een democratisch tot stand gekomen wereldregering. Hij droomt dat alle wapenproductie, anders dan voor een VN-politiemacht, zal zijn verboden, dat iedere wereldburger overal mag gaan wonen en dat allen een onvoorwaardelijk basisinkomen ontvangen. De parlementaire democratie, niet meer geschikt om de problemen van de nieuwe tijd op te lossen, wordt vervangen door een soort radendemocratie. Datgene wat mensen door marktarbeid boven hun basisinkomen verdienen, wordt progressief belast. Speculatie wordt zwaar belast, pensioen- en verzekeringsfondsen krijgen investeringsverplichtingen door de gemeenschap opgelegd en ontvangen in geval van (verplichte) leningen aan de staat geen rente meer.

Reckman vroeg dertig vrienden te reageren op zijn Troonrede, mensen als Herman Bode, Gerda Havertong, John Huige, Gerrit Huizer, Simon Jelsma, Mohamed Rabbae, Eric Jan Tuininga, Ben ter Veer en Kees van der Vijver.

Hun reacties op Reckmans droom zijn heel verschillend. Sommigen dromen jaren zeventig-dromen mee, enkelen waarschuwen voor Reckmans neiging om toch in een blauwdruk voor een 21e eeuw met een nieuwe levensstijl te vervallen.

Maar allen herkennen zich in zijn utopische droom, in zijn behoefte te denken over een andere samenleving.

Zoals hij op het omslag van het boek schrijft: “Stel je eens voor, dat op vrijdagavond 31 december 1999 ons staatshoofd een door de regering opgestelde 'troonrede ter opening van de 21e eeuw' zou voordragen en dat we daarin zouden horen over meer werk (werk en nog eens werk), meer markt, meer private en minder collectieve voorzieningen, meer blauw op straat en minder vluchtelingen, meer economische groei en minder tijdrovende inspraak bij grote projecten, meer paarse pragmatiek en minder ideologische veren. . . Dan zaten we toch pas echt met een 'millennium-probleem'? Want wie van ons droomt nu nog echt over een toekomst van meer of minder van hetzelfde uit de 20e eeuw?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden