De man die ervoor zorgde dat in 1977 pokken wereldwijd was uitgeroeid

Toen het hospice waar hij zou sterven, informeerde naar zijn religie, antwoordde zijn zoon 'pragmatisme'. De praktische bruikbaarheid van ideeën was zijn maatstaf. Met dat beginsel inspireerde hij tienduizenden mensen die in de jaren zestig en zeventig wereldwijd door stad en land trokken om pokken uit te roeien.

Dat was een akelige virusziekte die in 3000 jaar naar schatting een op de tien mensen het leven heeft gekost. In de twintigste eeuw stierven minstens 300 miljoen mensen aan pokken, die uiteindelijk het hele lichaam kunnen bedekken met zwerende blazen. Het 'gespikkelde monster' werd de ziekte wel genoemd. Wie de pokken overleefde, was veelal mismaakt en soms blind.

"Hoe vaak ik ook in pokkenklinieken kwam die vol lagen met zieke en stervende patiënten, het schokte me altijd weer", zei de Amerikaan Donald Ainslie Henderson, die zich naar zijn initialen D.A. liet noemen. Hij was negentien jaar toen New York City in 1947 getroffen werd door een uitbraak van pokken, destijds al een zeldzaamheid in ontwikkelde landen. Dat intrigeerde hem. Na een paar jaar scheikunde, studeerde hij door in geneeskunde. Praktiserend arts wilde hij niet worden, dat leek hem te saai. Hij promoveerde in 1960 op volksgezondheid en richtte zich meteen op pokken. In Afrika deed hij daarmee ervaring op.

Toen de Wereldgezondheidsorganisatie WHO besloot om een campagne tegen pokken te beginnen, was hij de aangewezen man. Het besluit had jaren van discussie gekost, want een wereldwijde actie tegen malaria was mislukt. Henderson nam de uitdaging aan. Elk jaar raakten tien miljoen mensen besmet, en stierven er twee miljoen aan pokken.

Er was al lang een vaccin. Nieuw was dat het in gevriesdroogde vorm tropische hitte kon doorstaan. Bovendien was er een naald ontwikkeld die als een scherp vorkje het vaccin oppervlakkig in de bovenarm kon prikken. Als er na vijftien prikjes een druppel bloed kwam, was de vaccinatie geslaagd. Een kind zou het kunnen doen.

Henderson vertrok in 1966 naar het WHO-hoofdkwartier in Genève, vanwaar hij de volgende elf jaar de wereld bereisde, vooral Latijns-Amerika, Zuid-Azië en Afrika. In elk land zocht hij naar methodes die daar het beste zouden werken.

Niet de hele bevolking werd ingeënt, dat was te duur en te omslachtig. Als er een patiënt was gevonden, werd die geïsoleerd en alle mensen die met het slachtoffer contact hadden gehad, werden gevaccineerd, en vervolgens hun contacten.

In Indonesië gingen de pokkenjagers naar scholen, waar ze de kinderen foto's lieten zien van pokkenlijders. Kinderen van een jaar of tien weten precies wat er in hun dorp gebeurt en ze vertellen dat graag. Zo werden ook in afgelegen streken besmette mensen opgespoord.

In Ethiopië richtte de pokkenjacht zich op markten en religieuze centra, waar mensen van heinde en verre eens per week naar toe kwamen. Soms lagen bureaucraten dwars. Toen de Ethiopische minister van volksgezondheid geen steun gaf, ging Henderson er heen om de persoonlijke arts van keizer Haile Selassie aan zijn kant te krijgen.

Toen de keizer werd vermoord en er oorlog uitbrak tussen rivaliserende opstandelingen, werden negen groepen poliobestrijders ontvoerd. Ook voor een helikopter werd losgeld geëist. Ondertussen vaccineerde de helikopterpiloot alle opstandelingen, in de geest van de onstuitbare Henderson.

De campagne had succes. Op het laatst loofden veldwerkers een geldprijs uit voor iedereen die nog een pokkengeval kon aangeven. Niemand meldde zich. "We wisten dat we klaar waren, maar we konden het niet geloven", zei Henderson. In 1977 werd de laatste patiënt besmet, de Somaliër Ali Maow Maalin (hij zou overlijden in 2013). De WHO verklaarde de wereld pokkenvrij in 1980. Voor het eerst was een menselijke ziekte compleet uitgeroeid.

Toch leeft het virus nog voort in zwaar beveiligde opslag in de Verenigde Staten en in Rusland. Henderson vond zelfs dat te gevaarlijk. Want na veertig jaar heeft de mensheid geen enkele weerstand meer tegen de ziekte.

Amerikaanse inlichtingendiensten wijzen weleens op de mogelijkheid dat een land als Noord-Korea nog een pokkenvirus bewaart om in een oorlog te gebruiken. Eerder kwam die gedachte op over Irak onder Saddam Hoessein. Maar na de Amerikaanse invasie in 2003 werden er geen pokken gevonden.

Na zijn overwinning op pokken, moest Henderson iets anders. "Ik zat hoog en droog, maar zonder verkoopbare vaardigheden", zei hij. Hij kon alleen maar iets hoogs bij een universiteit worden. Hij keerde terug naar de hogeschool voor volksgezondheid in Baltimore waar hij zelf was gepromoveerd. Hij had er aanvankelijk weinig zin in, want hij vond zulke instellingen 'dinosaurussen' waar onderzoekers wel goede ideeën hadden, maar geen vuile handen wilden maken. Toch bleef hij tot zijn pensioen in 1990 hoofd van de Johns Hopkins School of Public Health.

Hij stierf aan complicaties bij een gebroken heup. Tot op het laatst bleef hij bezig documentatie over de pokkenstrijd toegankelijk te maken op internet.

Donald Ainslie Henderson werd geboren op 7 september 1928 in Lakewood, Ohio, Verenigde Staten. Hij stierf op 19 augustus 2016 in Baltimore.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden