De man die alle zorgen wegarrangeerde

PETER VAN DER LINT

Ach ja, James Last. Menigeen van een zekere leeftijd zal die zucht gisteren geslaakt hebben bij het horen van het overlijden van de Duitse orkestleider. Er waren in de jaren zeventig maar weinig Nederlandse huiskamers waar niet ten minste een van zijn vele, vele elpees in de platenkast stond. Elpees met vrolijke titels en al even vrolijke hoezen, waarop de naam James Last steevast gedrukt stond in van die dikke, gele cursieve letters die een vette oranje schaduw wierpen - echte jaren zeventig-kleuren. Die vaste typografie, en natuurlijk dat herkenbare poporkestgeluid - door hem zelf de 'Happy Party Sound' gedoopt - zorgden ervoor dat James Last een merk was. Een uitermate populair merk, dat juist door die extreme populariteit in bepaalde kringen al gauw verdacht was en verguisd werd. James Last was wat dat betreft een André Rieu avant la lettre.

Die ene elpee in de Nederlandse platenkast moet ongetwijfeld 'James Last op klompen' zijn geweest. In 1969 stond die plaat - alleen voor de Nederlandse markt uitgebracht - maar liefst zeven weken op nummer één in de Album Top 100. Nederlandse liedjes als 'Wel Annemarieke', 'Hoog op de gele wagen' en 'Daar kwam enen boer van Zwitserland' kregen die typische James Last-behandeling, waardoor je er losjes op kon dansen. Een beetje swing, een heel legertje violen, lekker opgetuigd met veel trompetten. Vooral trompetten. Luister maar eens naar het begin van Lasts arrangement van 'In 't groene dal in 't stille dal' en je hoort meteen dat onmiskenbare Last-geluid.

Hans Last (zijn echte naam) stierf gisteren in Palm Springs op 86-jarige leeftijd. Hoewel zijn populariteit aan het eind van de vorige eeuw afnam, bleef hij tot op het laatst optreden. Twee jaar geleden reisde hij nog door Europa met 'The Last Tour 2013 - Einmal noch'. Inmiddels behoort zijn muziek tot de betere camp, getuige het feit dat Quentin Tarantino 'The Lonely Shepherd', een originele Last-compositie, als soundtrack gebruikte in zijn film 'Kill Bill'. Gewelddadige vechtscènes met veel bloed, ondersteund door die kitscherige en zoete Last-sound, in dit nummer ook nog met Gheorghe Zamfir op de panfluit. Op papier een onmogelijke combi, maar hij werkt wonderwel.

Voor zijn tegenstanders maakte Last de ultieme liftmuziek. Platte verpozing zonder diepgang, routineus en snel gemaakt, zonder verrassing. In die hoek kreeg hij al snel de bijnaam James Overlast, vooral omdat hij en zijn muziek door het uitbrengen van schier ontelbare platen (officieel zijn het er 190) onontkoombaar waren.

De musici met wie hij samenwerkte - onder anderen fluitiste Berdien Stenberg, zangeres Astrud Gilberto en pianist Richard Clayderman - ondergingen hetzelfde lot. De ultragladde Clayderman heette hier al gauw Kledderman.

De populariteit van Last, Zamfir, Stenberg, Gilberto en Clayderman werd in Nederland vakkundig opgepookt en aangewakkerd door Willem Duys, die met zijn radioprogramma 'Muziekmozaïek' op zondagochtend miljoenen luisteraars bereikte. Het was kitscherige en gladde muziek, maar in het genre vakkundig gemaakt. Dat laatste liet Duys niet na om te benadrukken. Het leverde Last meer dan 200 gouden en 17 platina platen op. Hij was exclusief onder contract bij Polydor en verkocht 80 miljoen albums in 150 landen. In 1970 was het orkest van Last te gast in het toen door miljoenen bekeken 'Grand Gala du Disque Populaire', gepresenteerd door Duys. Overdreven gesteld zou je kunnen zeggen dat de niks-aan-de-hand-happy-Last-sound Nederland door de oliecrisis hielp.

De in 1929 in Bremen geboren Last verstond de kunst van het arrangeren als geen ander. Hij was opgeleid als contrabassist en kon na de oorlog in het nieuw opgerichte orkest van Radio Bremen gaan spelen. In 1965 verscheen de eerste elpee met zijn eigen orkest, die meteen uiterst succesvol was. Vier jaar later ging hij toeren met zijn orkest, eerst door Europa, maar al snel door de hele wereld. Het waren vaak grote spektakel-shows. De concerten waren overal uitverkocht. Ook in dat opzicht heeft André Rieu veel van James Last geleerd.

Last stond bij die optredens - net als Rieu - voor het orkest, met zijn rug half gedraaid naar de musici. Vaak droeg hij een witte smoking of iets anders opvallends, en stuurde zijn plezierige grijns richting publiek.

Die glimlach leek werkelijk niet van zijn gezicht te slaan. Daarbij bewoog hij zijn rechterarm en -hand swingend in de maat op en neer. Dirigeren kon je het amper noemen, maar de muziek stroomde door dat handje als het ware de zaal in.

James Last kon werkelijk alles arrangeren. Niet alleen oude Nederlandse liedjes (na 'James Last op klompen' volgden nog 'Onder moeders paraplu' en 'Tulpen uit Amsterdam'), maar ook heuse klassieke muziek. Zo nam hij onder andere het Scherzo uit Schumanns Tweede symfonie onder handen, dat zelden zo swingend klonk als bij hem. Zeker met dat handje erbij.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden