De man achter de streepjes

Illustratie Gigi van GrevenbroekBeeld Gigi van Grevenbroek

Opeens maakt Nel Veerman praatjes met wildvreemden, dankzij de boekenkast beneden in de hal. Vonne van der Meer schreef dit verhaal voor de Nationale Voorleeslunch, die voor de vijfde keer plaatsvindt.

De boekenkast beneden in de hal was het gesprek van de dag. Wat een goed idee: zag je iets dat je wilde lezen dan nam je het mee, en het boek dat je uit had kreeg een plek in de kast. Een van de bewoners had hem zelf ontworpen en in elkaar gezet: een mooie, blank houten kast, met vier planken waarvan de onderste op kniehoogte aan de muur was bevestigd. Precies goed voor haar. Nel - of liever: de gekrompen versie van wie zij eens was - kon net bij de bovenste plank, en hoefde voor de onderste amper te bukken. Dat deed ze liever niet, voor ze het wist viel ze om.

Ze woonde pas een jaar in deze flat, zelfstandig nog, tussen mensen van alle leeftijden; als dit niet haar laatste huis was dan het een-na-laatste. Voor de komst van de kast kende ze alleen haar naaste buren, en dan nog alleen van zien. De een was steward, en altijd onderweg. Haar jonge buurvrouw had een drukke baan, en een nog uitputtender sociaal leven. Alle schoenen, tassen, computerkabeltjes die ze op internet bestelde werden bij Nel Veerman afgegeven want die was altijd thuis, wist de pakketbezorger inmiddels. Veel te vroeg of te laat belde de buurvrouw van wie ze de voornaam steeds vergat bij haar aan: 'Dank u wel, top, superlief, super bedankt. Komt u gauw eens wat drinken?' Het was er nog niet van gekomen, en misschien was dat ook niet zo erg.

De boekenkast bracht meer kleur in Nels leven, ineens maakte ze praatjes met wildvreemden. 'En, staat er iets voor u tussen?' vroeg ze, terwijl ze op de lift stond te wachten. Van het een kwam het ander. De wat gereserveerde vrouw van de vierde verdieping had een sterke voorkeur voor horror. Met een spinnig glimlachje liet ze Nel het boek zien dat ze zojuist van de plank had gepakt, het bloed droop van het omslag. Een goed gebouwde veertiger, die iedere avond plichtsgetrouw zijn rondjes door het park holde, ook als het regende, greep naar een boek over gokverslaving. Hij zette het vlug terug toen zij eraan kwam, maar terwijl ze doorliep zag ze in de reflectie van de glazen deur hoe hij het er weer uithaalde en als een winkeldief onder zijn jas verborg. Er was geen peil op te trekken wie wat las, welke liefhebberijen, geheimen de flatbewoners hadden.

Hoogst irritant

De kast was een bron van vermaak, voedde haar nieuwsgierigheid. Op een dag stond er een dikke pil, zuurstokroze met een titel als - nu ja, heel precies wist ze het niet meer - iets als: Seks, de lusten, niet de lasten. Vóór Nel zich kon afvragen wie het boek had achtergelaten, en belangrijker: wie het mee zou nemen, was het al weggesnaaid. Binnen het uur. Door wie? De driedelige bruine encyclopedie daarentegen stond er na een maand nog steeds. Drie weeskinderen, dicht tegen elkaar aangedrukt om maar zo min mogelijk plaats in te nemen. Overbodig, nutteloos, want alles wat die boeken aan kennis bevatten, vond je tegenwoordig op internet. Ze kreeg medelij met ze, had ze wel willen adopteren - tot ze terugdacht aan de doos.

Vorige herfst, vlak na haar verhuizing hierheen had ze een doos boeken weggedaan, van Olaf, haar overleden man. Onderwerpen en titels zeiden haar niets. Zij las liever verhalen en romans, hij gedichten en biografieën. De eerste jaren van hun huwelijk wilde hij haar nog weleens een gedicht voorlezen waar hij enthousiast over was, mee dweepte. Altijd vrouwelijke dichters - hoogst irritant. Hij las het gedicht plechtig voor, met een lichte galm; dan trok zij haar luistergezicht, maar dacht aan andere dingen - tot hij het merkte en ophield met lezen.

'Sorry', zei ze en ze sprong op om iets te gaan doen, 'mijn hoofd staat er nu niet naar'. Hij vond dat pijnlijk, zij niet, er was immers genoeg dat ze wel deelden. Samen konden ze uren naar muziek luisteren, en dat deed ze na zijn dood nog, maar zijn boeken over componisten zou ze nooit lezen, wist ze. En ook niet de herinneringen van verzetshelden, staatshoofden, politici. Wat moest ze ermee? Drees - hun kinderen wisten amper wie dat was.

Bel maar een antiquariaat, had hun oudste dochter gezegd, toen ze weer over de doos begon en ze had een telefoonnummer opgeschreven. Maar in de chaos na de verhuizing was Nel het kwijtgeraakt. De doos met Olafs boeken stond in de weg; in de berging was geen plaats meer. Op een avond, nadat ze er bijna over gestruikeld was, had ze de doos naast de container met oud papier gezet. Ach, was die kast in de hal er maar eerder geweest.

Het zou nog zeker een week of twee duren voor er een boek in stond waarvan ze dacht: Dit is misschien iets voor mij. Na drie bladzijden wist ze dat ze zich vergist had, maar toen ze de roman terugbracht was haar plaats ingenomen door een Zweedse thriller. De kast was tjokvol, er kon geen boek meer bij. Hoewel het tegen de regels was, legde ze het boek dwars op het rijtje naslagwerken en maakte zich uit de voeten. 'Dat is niet de bedoeling, anders wordt het hier een rommelzooitje' hoorde ze achter zich - de stem van een vrouw die niet alleen de huisregels kende, maar in alle opzichten een voorbeeldig leven leidde. Knarsetandend nam Nel het boek weer mee naar boven, maar 's avonds ging ze terug en schoof en schikte net zo lang tot haar miskleun ertussen paste.

Let op, nu komt het

Een paar dagen negeerde ze de kast, totdat ze er op een ochtend weer naartoe werd getrokken door een dwars boek dat zich niets van de regels aantrok. Nieuwsgierig pakte ze het beduimelde boek op; omslag en titel hadden iets vertrouwds, deden een bel rinkelen, maar niet zo dwingend als de schoolbel vroeger: haast je, je komt te laat. Het was eerder een zacht, lokkend, belletje: neem me mee, lees me. En hoewel ze nooit gedichten las besloot ze het erop te wagen. Eenmaal boven las ze de bundel niet meteen, en ook later niet in één keer van kaft tot kaft. Voorlopig had ze genoeg aan de streepjes die de vorige eigenaar of eigenares in het boek had gezet. Een vrouw - ze wist het zeker, iemand die zo herkenbaar reageerde moest wel een vrouw zijn. Ze las de aangestreepte zinnen hardop:

'Er stond een kind op de kade/- ik was het, ik was nog klein - /het had niets meer nodig op aarde/om volkomen gelukkig te zijn.'

De ene keer had de onbekende een paar woorden onderstreept, dan weer een hele regel. Soms stond er een verticaal streepje in de kantlijn, dun als de afdruk van een vogelpootje op het strand bij eb, en bij één gedicht zelfs een uitroepteken:

'... Zeven maal om de aarde te gaan/als het zou moeten op handen en voeten...'

Die regels klonken haar bekend in de oren, en al lezende hoorde ze in gedachten niet haar eigen stem maar die van een man, waardoor ook de hand die de streepjes gezet had die van een man werd.

Het gebeurde ongemerkt: ze wilde hem leren kennen. Ze was hem dankbaar voor de zinnen, beelden, waar hij haar, zonder het zelf te weten, op wees. Bij ieder streepje was het alsof hij haar aanstootte: let op, nu komt het, lees hier niet overheen, Nel. Het was alsof hij via de streepjes tegen haar praatte. Ze wilde hem vertellen hoe bijzonder ze deze ontmoetingen vond. Hem vragen waarom hij dit boek in hemelsnaam had weggedaan, dat moest haast wel een vergissing zijn. Een boek als dit wilde je toch de rest van je leven bij je houden? Daarom hing ze een briefje op de zijkast van de kast in de hal: Nel Veerman van 184 zoekt contact met de vorige eigenaar van een boek, getiteld 'Verzamelde gedichten' enzovoorts.

Nog diezelfde avond was haar briefje weggehaald. Gespannen wachtte ze tot er werd aangebeld, beneden via de intercom of direct bij haar aan de deur. Ze luisterde of ze voetstappen hoorde, een kuchje op de gang. Alle mogelijke ontmoetingen stelde ze zich voor, ook de vervelende om een teleurstelling te voorkomen: de man was misschien niet zo aardig als zijn streepjes, of hij had het boekje in de kast gezet omdat de inhoud hem niets meer zei. Boeken konden hem niet meer boeien, mensen trouwens ook niet. Zo iemand kon ze maar beter in zijn sop gaar laten koken.

Maar het volgende moment zag ze hem al zitten, daar, tegenover haar in Olafs stoel, een man helemaal zoals de streepjes beloofden. Hij las haar een gedicht voor, en zij hem een stukje uit de krant. Ze aten samen en luisterden naar muziek. Ze keken met zijn tweeën naar iets meligs op de tv, om er eensgezind over te kunnen klagen. Programma's over mislukte verbouwingen, liefdes, verhuizingen naar het buitenland - daar bleven ze graag voor thuis.

Op zaterdagochtend, een paar dagen later, stond er een tengere, rossige man voor haar deur. De man van de streepjes - ze slikte. Hij was een jaar of dertig en droeg een trouwring. In zijn ene hand had hij haar briefje, in de andere een plastic tas, met boeken zo te zien. Hans. Ze was hem weleens tegengekomen met zijn zwangere vrouw. Ze leken een beetje op elkaar, dat zag je wel vaker bij paren. Op de vriendelijke oogopslag na was hij niet de man die ze verwachtte, toch vroeg ze hem binnen. Hij antwoordde dat hij weinig tijd had - op zaterdag deden ze altijd boodschappen -, maar een kop koffie kon wel. Terwijl ze het zette, herstelde ze zich en informeerde naar zijn vrouw; of ze inmiddels was bevallen?

'Mijn zwangere vrouw? Dat moet mijn zusje geweest zijn. Ik heb geen vrouw.'

Ze keek naar de gouden ring aan zijn vinger. Hij volgde haar blik.

'Ik ben wel getrouwd, ja, maar met een man. Met mijn zusje gaat het goed, dank u, ze loopt op alle dagen.' Hij zwaaide met het briefje. 'Wat wilde u weten?'

Ze wees naar het boek op tafel. 'Ik werd gewoon steeds nieuwsgieriger. Door de zinnen die u heeft aangestreept.'

'Zegt u maar je. Ik had uw zoon kunnen zijn.'

Nooit te laat

Ze keek hem aan, ondanks het leeftijdsverschil konden ze misschien bevriend raken. Hij was een bijzonder mens, dat kon niet anders.

'Sommige streepjes, onder bepaalde woorden, toevallig nét die mij ook raken. Daardoor was het alsof je naast me zat en tegen me praatte. Deze bijvoorbeeld:

"Zeven maal om de aarde te gaan/als het zou moeten op handen en voeten;/zeven maal, om die éne te groeten"...

'Ik leer dit gedicht nu uit mijn hoofd', zei ze, 'zodat ik het ook bij me heb als ik op een dag niet meer kan lezen'.

Ze beet op haar lip, ze wilde niet volschieten, maar sinds Olafs dood had ze niet meer zo met iemand gepraat.

'O, maar die streepjes zijn niet van mij', zei Hans, en hij schoot in de lach.

'Niet van jou, van wie dan wel? Van je vriend, je man bedoel ik?'

Hij schudde van nee. 'Ik heb dat boek gevonden, op straat.'

Vlak voor de regen met bakken uit de hemel viel, had Hans de doos gered. Hij was er net op tijd bij, de bovenste boeken had hij met zijn jas beschermd. Ze knikte afwezig. Nu herinnerde ze zich weer dat ze bij de eerste druppels al voor zich had gezien hoe Olafs dierbare boeken één grote brei werden waarin de letters, als mieren in een bord pap, voor hun leven vochten. Om het geluid van de regen niet te hoeven horen had ze de televisie harder gezet.

'Af en toe haal ik een boek uit die doos, maar als het me na een paar bladzijden niks zegt leg ik het opzij', zei Hans. 'Dankzij de kast in de hal komen ze nu gelukkig goed terecht.'

Het bleef even stil. Vlug dronk hij zijn koffie op.

'Ik heb nog een paar boeken voor u uit de doos gevist.' Hij wees naar de plastic tas aan zijn voeten. 'Als u ze niet hebben wil, gaan die ook in de kast.'

'Nee, geef maar hier.' Gretig strekte ze haar hand uit.

Sneller dan ze gehoopt had, stond Hans op en nam afscheid. Maar het gaf niet. Ze keek in de plastic tas. Ze had voorlopig genoeg te lezen. Het was nooit te laat om de man achter de streepjes beter te leren kennen.

*De geciteerde dichtregels komen uit: 'Het schip' en 'De Gestorvene' van Ida Gerhardt.

Ter gelegenheid van de Nationale Voorleeslunch zullen bekende en onbekende Nederlanders vandaag dit verhaal voorlezen aan ouderen in zorginstellingen en bibliotheken door het hele land. Zie nationalevoorleeslunch.nl. Van schrijfster Vonne van der Meer verscheen onlangs de verhalenbundel 'Brood, zout, wijn'. 'De man achter de streepjes' staat daar niet in, maar werd geschreven in opdracht van de Leescoalitie, initiatiefnemer van de Voorleeslunch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden