De malende molens van Aarlanderveen

De molenviergang in Aarlanderveen (Z-H) is nog altijd in werking – een absoluut unicum.

De uitbater van het dorpscafé vindt onze komst een goede reden om te stoppen met stofzuigen. Als hij hoort dat we hier zijn voor de molens komen de verhalen. Over hoe de polderbesturen eeuwenlang hier in het Oude Rechthuis vergaderden over de waterbeheersing, totdat zij door schaalvergroting en efficiëntie buiten spel werden gezet. En vond de openbare aanbesteding voor de bouw van de molens inderdaad in deze kroeg plaats, zoals de kastelein zegt?

In 1785 en 1786 kwamen er drie molens. Die moesten samen zorgen voor de ontwatering van de Drooggemaakte Polder aan de Westzijde te Aarlanderveen. Omdat dit niet toereikend bleek, werd in 1801 een vierde molen bijgebouwd: de putmolen, de eerste molen die we onderweg tegenkomen. Die heet niet voor niets zo, want we zitten hier op het allerlaagste punt. Met behulp van een vijzel wordt de nattigheid uit het putje van de polder van 5,11 beneden N.A.P. naar -4,26 opgevoerd.

Molenaar Johan Slingerland is voor 20 uur in dienst van het Hoogheemraadschap van Rijnland, voor de andere helft verdient hij zijn geld als boer. De koeien staan op stal gemoedelijk hun hooi te kauwen. Slingerland legt uit dat hij en zijn collega's vooral in natte tijden werken; in de zomer minder. Vandaag hebben we windkracht twee, net genoeg om de molen te laten draaien. We mogen zien hoe vanbinnen werkt: hoe de wieken de as van de molen in de kap aan het draaien zetten. En hoe die as onder de molen de vijzel weer in beweging krijgt en via een schroefbeweging het water omhoog brengt, steeds met behulp van tandwielen.

Tijd om door te lopen naar de volgende molen. Die maalt het water van -4,26 naar -3,10. Afvoer van polderwater gebeurt nu bijna overal met elektrische gemalen. Dat deze poldermolens nog op de ’ouderwetse’ manier werken. is uniek. Staat het waterpeil in de polder te hoog en is er genoeg wind, dan gaan de molens tegelijkertijd draaien. Trapsgewijs voeren ze het water omhoog naar de Oude Rijn, om uiteindelijk naar zee te worden afgevoerd.

Het waterpeil in de boezem achter de molen staat duidelijk hoger dan in die ervoor. Anders dan de putmolen hebben de drie hoger gelegen molens een scheprad waarmee ze het water opvoeren. Bij een gebrek aan wind of technisch defect kan elke molenaar terugvallen op een elektrisch hulgemaal naast de molen.

Overal worden we omringd door het typische open landschap van het Groene Hart: polders met slootjes en boerderijen. De lintbebouwing van een dorp in de verte. Zwammerdam? Kieviten laten van zich horen. In het weiland een troep oranjeroodkoppige eenden. Dat moeten wel smienten zijn.

Voorbij de volgende achtkantige grondzeiler zitten we op twee meter onder N.A.P. De boezem wordt tussen de Zuid- en Noordeinderpolder geleid. Naarmate we verder lopen, komt de naastgelegen polder verhoudingsgewijs steeds dieper te liggen. Dan een kruising van twee waterwegen. Hier wordt de boezem onder de Grote Wetering doorgeleid en worden de watersystemen gescheiden gehouden: een oude vorm van een aquaduct. Bij de laatste van het viertal wordt het molenaarschap binnenkort van vader op zoon doorgegeven. Het water wordt er op een niveau van -0,6 in de Oude Rijn geloosd.

De Korsteekterwerg voert ons naar Alphen. Gelukkig kunnen we regelmatig een stuk achter de huizen langs de Oude Rijn lopen. We blijven tot de afslag over de brug naar het station de waterloop volgen. Alsof we het water een eindje op weg helpen naar zee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden