De magische macht van Mozart

De 'moeilijke' muziek van Mozart begreep hij nooit echt. Toch regisseert Simon McBurney nu 'Die Zauberflöte' bij De Nederlandse Opera. 'Een componist vertelt je altijd iets, je moet alleen heel erg goed luisteren.'

'Die Zauberflöte' is een vreemd sprookjesverhaal", zegt Simon McBurney (Cambridge, 1957). "Het stuk begint op de ene plaats en eindigt op een andere. Er is sprake van een ontwikkeling in muzikale zin en in de personages. Als je dat in een groter kader plaatst: Mozart verandert het menselijk bewustzijn met zijn muziek. Muziek als kracht in de opera: ze doet iets met de toehoorders. Misschien sta je straks wel als een ander mens buiten, omdat je deze Mozart hebt gehoord."

In 2010 regisseerde McBurney 'A Dog's Heart' van Alexander Raskatov, naar Boelgakovs novelle, bij De Nederlandse Opera. Een paar maanden geleden maakte hij al indruk in de Amsterdamse Stadsschouwburg na zijn theaterwerk 'The master and Margarita', ook naar Boelgakov, opgevoerd door zijn Londense gezelschap Complicite.

Wanneer besluit een schrijver, acteur, regisseur en medeoprichter van een theatergroep een opera onder handen te nemen?

"Dat was op verzoek van Pierre Audi, die ik heel lang ken, al sinds hij in Londen het Almeida Theatre oprichtte. Ik vond opera een elitewereld. Als kind begreep ik er niets van, had er geen affiniteit mee. Ik voelde me wel altijd aangetrokken tot muziek, maar ik heb nooit de link gelegd tussen muziek en de kunstvorm opera, en hoe die samenwerken. Dat klinkt dom, hè?

"In 'A Dog's Heart' voelde ik me heel comfortabel met het medium opera, want ik realiseerde me dat ik gewoon naar de muziek moest luisteren. Daar ging het om, de muziek is het uitgangspunt. Anders dan in een theaterstuk, kan ik door de partituur bladeren en die zegt me wat ik moet doen. Dat is heerlijk."

Na een lange repetitiedag in het Muziektheater in Amsterdam,loopt McBurney naar de kantine. Hij loopt Wotan en Mime uit 'Das Rheingold' van Wagner, de productie die nu draait, tegen het lijf.

McBurney wrijft onder zijn petje af en toe vermoeid in de ogen. "Eerlijk gezegd begreep ik Mozart nooit echt. Een van de aantrekkelijke kanten om 'Die Zauberflöte' te regisseren is om te proberen een relatie met de componist te ontwikkelen. Ik had altijd een probleem met zijn werk, dat viel ergens tussenin. Ik hou van oude muziek, Bach, en negentiende-eeuwse en latere composities. Tijdens het werken aan deze opera vond ik de muziek nog steeds heel moeilijk en stootte ik haar soms af. Maar hoe meer ik ernaar luisterde, hoe meer schoonheid en lagen ik ontdekte. Zo ontstond een relatie met Mozart, zijn noten kwamen opeens aan. Nu probeer ik oplossingen te vinden aan de hand van de muziek, te bewegen met de muziek. Een componist vertelt je altijd iets, je moet alleen heel erg goed luisteren."

In 'Die Zauberflöte' heeft Tamino de opdracht van de Königin der Nacht gekregen om haar dochter Pamina te bevrijden uit de handen van de priester Sarastro. Hij krijgt een toverfluit mee voor onderweg, Papageno en zijn klokkenspel houden hem gezelschap. Het Singspiel brengt entertainment, draagt vrijmetselaarssymboliek in zich, tegenstellingen tussen licht en duisternis, en behoort tot de beroemdste opera's van Mozart. Hij schreef het werk tegen het einde van zijn leven, op een libretto van Emanuel Schikaneder, destijds de intendant van het Weense Theater auf der Wieden - nu het Theater an der Wien - waar het zijn première beleefde op 30 september 1791. Dat is meer dan twee eeuwen geleden. Hoe kunnen wij zo'n opera in de eenentwintigste eeuw aanvoelen?

"De tijd waarin het stuk is geschreven, is heel interessant: na de Franse Revolutie, een moment van grote sociale crisis, van verandering in het bewustzijn van mensen. Het is ongelofelijk dat na de dood van Mozart, de eerstvolgende componist met wie Schikaneder werkte, Beethoven was. Beethoven woonde in een appartement in het theater waar 'Die Zauberflöte' was opgevoerd! Hij stond met één been in de industriële revolutie. Ze zaten werkelijk op bijna tastbare afstand van de moderne wereld, onze wereld.

"Het was in die tijd moeilijk om je politiek en sociaal te uiten, dat was gevaarlijk. Alles gebeurde onder de oppervlakte. In de 'Zauberflöte' zit een gevoel van verandering, al is dat niet expliciet gemaakt. Het is vermaak, maar in de onderlagen, daar gebeurt het. Sarastro zegt: we zitten in een crisis. Wij ook, als maatschappij, dat hoeven we niet uit te spellen.

"Misschien herkent het publiek daar een echo van. Uiteindelijk wordt ieder stuk gecreëerd in het hoofd van de toeschouwer, die vormt de sleutel. De opera bestaat, maar ook weer niet. Hij bestaat eigenlijk alleen op het moment dat het publiek erbij zit en zich verbonden voelt, of niet. Ik luister altijd naar de zaal; werkt dit of dat, kan ik de spanning voelen, worden mensen geraakt?"

De vele dialogen waar iedere regisseur het zijne mee doet, en waar geregeld flink in wordt geknipt, heeft McBurney hier en daar herschreven.

"De dialogen zijn erg belangrijk. Ze vertellen je waar de muziek vandaan komt. Je moet ze hervormen, want een van de moeilijkheden is dat er in de originele opvoering acteurs op het podium stonden, en nu moeten de operazangers zingen én acteren. Ik heb naar de individuele kracht van de zangers gekeken, want velen van hen zijn geen acteurs, en ik heb geprobeerd ze scherp gedefinieerde karakters te geven."

McBurney gebruikt een speelvlak dat kan kantelen en het podium in lagen verdeelt. Het orkest is zichtbaar, de opstelling heeft iets flexibels. Hij laat Tamino niet zelf op zijn fluit spelen, maar de fluitist stapt uit het orkest tussen de zangers. De regisseur heeft bewust deze openheid gecreëerd om te laten zien hoe iets gebeurt. "De actie speelt zich bij en om het orkest af. Zo haal ik het publiek dichtbij, want het blijft een stuk uit 1791.

"In mijn enscenering probeer ik magie tot stand te brengen. Ik hoop dat er magie in zit. De interessantste magie is trouwens wat er in je hoofd gebeurt."

'Die Zauberflöte', in de regie van Simon McBurney, gaat 6 december in première in het Muziektheater, Amsterdam en is daar te bezoeken t/m 30/12.

Op 6 december in première
De rol van Tamino wordt gezongen door Maximilian Schmitt, Thomas Oliemans is Papageno, Brindley Sherratt is Sarastro en Iride Martinez is de Königin der Nacht. Verder zingen onder anderen Christina Landshamer (Pamina) en Iain Paton (Monostatos). Het Nederlands Kamerorkest en het Koor van De Nederlandse Opera staan onder leiding van hun chef-dirigent Marc Albrecht.

Info: www.dno.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden