De macht van het geweer blijft aan rebellen kleven

Nu de VN-vredesmacht Monusco en het Congolese leger eindelijk hun tanden laten zien, leggen rebellengroepen de wapens neer. Maar wat doe je met duizenden strijders die zijn opgegroeid in de hel?

OOST-CONGO - Strepen, sterren en een priestergewaad decoreren de twee zitbanken van de Monusco-helikopter. We vliegen naar Otobora, een door oerwoud omsloten gehucht dat niet van oorlogsmisère gespaard is gebleven. De oostelijke provincies Ituri, Noord-Kivu en Zuid-Kivu zijn al bijna twee decennia het strijdtoneel van rebellengroepen en regimes die in hun honger naar tin, coltan, goud, diamant en geopolitieke macht de lokale bevolking terroriseren. De balans: 5,4 miljoen doden, velen door ziekte en hongersnood. Het schromelijk onderbelichte conflict in de Democratische Republiek Congo is het bloedigste sinds de Tweede Wereldoorlog. Dorpen worden platgebrand, burgers afgeslacht, kinderen en vrouwen met geweerkolven verkracht op de lichamen van hun dode vaders en echtgenoten.

Maar vandaag is er goed nieuws. Facties van twee geduchte rebellengroepen, de Raia Mutomboki en de Mai-Mai Kifuafua, zouden hun wapens hebben ingeleverd bij de lokale post van de VN-vredesmissie Monusco. De VN, het Congolese leger FARDC en zelfs de kerk hebben hun topmensen gestuurd om met de rebellen te praten. "Een belangrijke overgave", zegt een Monusco-officier. "De meeste gewapende groepen hebben de wapens al neergelegd."

Sinds de internationale troepenmacht op 30 juli 2013 een ultimatum stelde aan de rebellenbewegingen, is elke overgave een morele zege. Monusco - met 21.000 manschappen en een jaarlijks budget van 1,1 miljard euro de grootste en duurste VN-missie ooit - stapte vijftien jaar geleden de Afrikaanse broeihaard binnen, maar trad op als een koor castraten dat voor het zingen de kerk uitgaat: de troepen trokken zich consequent terug nog voor er werd geschoten.

Wanneer op 20 november 2012 honderden rebellen van de door Rwanda en Oeganda gesteunde militie M23 moeiteloos de provinciehoofdstad en Monusco-hoofdkwartier Goma innamen, kon de VN niet anders dan nieuwe gezanten sturen met een versterkt mandaat. Ook Kinshasa roerde zich. President Joseph Kabila ruilde corrupte officieren aan het front in voor nieuwe generaals, die de soldij van de troepen uitbetaalden en niet in hun eigen zak staken.

Herwonnen moraal
M23 bleek kansloos tegen het Monusco-geweld en de herwonnen moraal van de Congolese troepen. De tandem richtte zijn pijlen daarna op de islamitische rebellen van ADF-Nalu. "Zo zullen we systematisch de resterende groepen aanpakken. Maar er zijn milities over bijna tweeduizend kilometer, dus we moeten prioriteiten stellen", zegt de nieuwe Monusco-bevelhebber luitenant-generaal Carlos Alberto dos Santos Cruz. "Wie de wapens niet vrijwillig neerlegt, zal worden ontwapend."

Volgens militaire bronnen zou al een dertigtal van de ongeveer vijftig milities aan die oproep gehoor hebben gegeven. Maar dat feiten, geruchten en wishful thinking in de Oost-Congolese soep vlot worden gemixt, blijkt al gauw bij aankomst in Otobora. Vijf geweren en wat munitie, dat is de schamele oogst van de 'belangrijke overgave' waarvoor de delegatie is overgevlogen. Enkele tientallen Raia Mutomboki willen zich overgeven. De meeste van hun medestrijders en de leiders zitten twee kilometer verderop in het woud. Ze zijn bang om gearresteerd te worden. De lokale Mai-Mai-groep heeft geen wapens ingeleverd, maar alleen een paar vertegenwoordigers gestuurd om te horen wat er te rapen valt.

FARDC-generaal Delphin Kahimbi doet in een klaslokaaltje de verschillende stappen van het DDR/RR-proces uit te doeken: Disarmament, demobilization, repatriation, reintegration, resettlement. Theoretisch lijkt het stappenplan voor maatschappelijke re-integratie te kloppen als een bus, maar concrete beloften of een tijdsbestek horen de rebellen niet. "Wees geduldig", vraagt de generaal.

Kahimbi en priester Arsène Masumbuko, hoofd van hulporganisatie Caritas International in Goma, proberen hen ervan te overtuigen hun wapens in te leveren. Álle wapens. Want in de regel komt alleen een strijder die een vuurwapen meebrengt in aanmerking voor DDR/RR. Die wapens hebben ze niet meer nodig, betoogt het bezoek uit Goma, want voortaan zullen het leger en Monusco voor veiligheid zorgen. Maar een rebellenwoordvoerder houdt vol dat ze alle vuurwapens al hebben ingeleverd.

Zelfverdediging
Een strijder die zich niet heeft aangemeld en in de schaduw van een hut het resultaat van de besprekingen afwacht, is loslippiger. "Beetje bij beetje", lacht hij zuinig. "Wat gaan we doen als we ongewapend worden aangevallen door de Hutu's?" Hij wijst in de richting van de rivier. "Daar zitten ze, twee kilometer verderop. Ze hebben onze huizen in brand gestoken en onze families vermoord. Noch het leger noch de VN heeft ons ooit beschermd. Nu zouden ze dat plots wel doen? Zolang de overheid onze veiligheid niet garandeert, zijn wij verplicht op onze post te blijven."

Zoals de meeste autochtone milities werd Raia Mutomboki opgericht uit zelfverdediging tegen buitenlandse agressie. Maar als rebellen eenmaal de macht van het geweer proeven, verandert de agenda gauw in minder nobele motieven. Met een wapen kan je voedsel afdwingen, een sociale promotie die kan tellen in een land waar 43 procent van de kinderen onder de vijf jaar chronisch ondervoed is.

Na de onderhandelingen in het klaslokaaltje enkel bedrukte gezichten. "Die strijders zijn een gevaar voor de dorpsbewoners", zegt priester Masumbuko. "Als er geen concrete alternatieven komen, nemen ze de wapens weer op. We hebben een programma om hen drie tot twaalf maanden een bezigheid te geven en weer te integreren in het civiele leven, maar er is te weinig geld om het uit te voeren." Ex-rebellen werk geven mag dan nuttig zijn, het blijkt moeilijk om er fondsen voor te werven.

De meeste militieleden hopen in het Congolese leger te integreren. "Maar ze moeten rationeel blijven", zegt Masumbuko. "Die jongens noemen zich kolonel of generaal. Ze hebben nooit leren lezen of schrijven, maar verwachten wel dat ze in het leger dezelfde rang krijgen als in het woud."

Integratie in het leger, gepaard met amnestie voor oorlogsmisdaden, was jarenlang het toverrecept om gewapende groepen vredesakkoorden te laten ondertekenen. De zogenaamde 'brassage' moest alle rebellengroepen mixen tot één nationaal leger. Maar in de praktijk bleven krijgsheren vaak hun eigen troepen leiden, in hetzelfde gebied dat ze ook voor hun integratie al controleerden. M23 was de rotte kers op de taart. De militie kwam voort uit de in 2009 in het leger geïntegreerde rebellenbeweging CNDP. Oorlogsmisdadiger Bosco Ntaganda kwam bij de integratie aan het roer als FARDC-generaal.

Eigen gewin
Het resultaat is een leger dat er nooit een is geweest. Een leger met autonome regimenten die verkrachten en lucratieve mijnen controleren voor eigen gewin. "FARDC heeft geen doctrine of centraal gezag. Hoe kan het leger dan ooit de nationale integriteit bewaren?" zegt luitenant-kolonel Dani Balume (36). Voordat hij met zijn huidige graad het leger binnenkwam, streed hij achtereenvolgens met drie rebellengroepen. Balume is een kind van de brassage, maar bekritiseert nu dat beleid. "Mensen die twintig jaar gewapend in de jungle hebben gezeten, maken uiteraard fouten. Je moet hen zorgvuldig selecteren, opleiden, sensibiliseren en correct uitbetalen."

Dat onbezonnen rebellen opnemen in het leger de huidige wetteloosheid en het voortdurend geweld in de hand heeft gewerkt, daar is elke Congolees het over eens. "Absoluut te vermijden", klinkt het zowel bij Dos Santos Cruz als bij de Congolese regering en legertop. Wat dan wel de concrete invulling van DDR/RR moet worden, of al lang had moeten zijn, is nog steeds de hamvraag.

Wie vanuit Goma westwaarts langs het Kivumeer en ettelijke vluchtelingenkampen rijdt, komt in het dorpje Bweremana terecht. 2700 rebellen van 21 verschillende milities zijn er samengestroomd om hun vuurwapens in te leveren. In de praktijk arriveert de meerderheid met lege handen. Velen streden met machetes en speren. "Als je de arm afhakt van een strijder stopt hij ook met schieten, hoor", uit een rebel zijn onbegrip voor het 'één man, één vuurwapen'-beleid.

"Dat klopt voor sommigen", bevestigt een FARDC-kolonel. "Maar we weten ook dat heel wat milities enkel hun onbruikbare wapens inleveren. De rest hebben ze verborgen", klinkt hij gefrustreerd.

Alle 2700 toegestroomde rebellen verwachten geïntegreerd te worden in het regeringsleger. "Wíj hebben M23 bestreden wanneer ze onze dorpen aanvielen. FARDC was nergens te bekennen. Wij zijn de echte militairen van dit land", zegt kolonel Steveni Ashimwe van de militie MPA. Hij vindt het niet meer dan normaal dat hij zijn rang mag behouden. "Anders zal ik diep beledigd zijn."

Op een stuk braakliggend terrein steken honderden rebellen op bevel houten namaakwapens in de lucht. Ze worden voorbereid om in FARDC te integreren. "Ouderen, zieken en gehandicapten aanvaarden we niet. Alle anderen wel", zegt luitenant-kolonel Banza Mufankolo, die de leiding heeft over het transitcentrum, over de toelatingscriteria. Intakegesprekken of psychologische proeven zijn er niet. Het door middenveldorganisaties geopperde voorstel om alle rebellen door de normale militaire rekrutering te laten passeren, lacht de commandant weg als onzin. "Het zijn getrainde strijders. Die kan je toch niet als onervaren rekruten behandelen?"

De praktijk in het transitcentrum reduceert alle officiële communicatie tot een sketch vol slechte grappen. Bovendien is het dorpje een tikkende tijdbom. Rebellen die elkaar jarenlang hebben gehaat en bestreden, wachten er samen al maanden op een oplossing. Velen hebben hun familie meegebracht. Er is te weinig voedsel en geen inkomen om gezinnen te onderhouden of kinderen naar school te sturen. De straatarme bevolking van Bweremana klaagt dat rebellen hun gewassen stelen. Rebellen die het wachten beu zijn, keren terug naar huis of naar het woud.

Wat met oorlogsmisdadigers?
"Het is wachten op Kabila om voor hen een juridisch kader te scheppen: militaire of civiele integratie? Wat met oorlogsmisdadigers?" zegt Onesphore Sematumba van het gerenommeerde Pole-onderzoeksinstituut. "Maar de president heeft nooit enige interesse in Oost-Congo getoond."

Het momentum is er. FARDC en Monusco hebben het zelf gecreëerd. Maar de Congolese overheid is te zwak om het te grijpen. Het land lijkt (nog) niet bij machte zijn bevolking een perspectief te bieden of het immense territorium te controleren. Zonder die twee voorwaarden hebben rebellen, waarvan velen nooit vrede hebben gekend, weinig redenen om hun wapens te laten zwijgen.

"We hebben aanwijzingen van ontluikende M23-activiteiten in Ituri", rapporteerde speciaal VN-vertegenwoordiger voor de DRC Martin Kobler in januari aan de Veiligheidsraad. M23-leiders zouden zich vrij bewegen in Oeganda. In Rwanda worden, twee maanden na de overgave, al weer nieuwe strijders geronseld.

Op de vraag wat ze gaan doen wanneer hun dorpen opnieuw worden aangevallen, antwoorden de ex-rebellenleiders erg eenduidig: "Dan nemen we de wapens weer op. Met FARDC als het kan, zonder als het moet."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden