De macht van het geloof

Ook zonder keizer Constantijn had het christendom gewonnen

Stapte keizer Constantijn rond het jaar 312 over naar het christendom uit berekening, om de toekomst van zijn rijk en zijn eigen keizerschap veilig te stellen? Of was het een beslissing van zijn hart omdat hij de macht van Jezus Christus had ervaren? Het is een van de dilemma's waar historici lang over hebben gediscussieerd. Jacob Burckhardt beschreef in de negentiende eeuw Constantijn als een pure machiavellist, die voor het christendom koos omdat hij inzag dat dat de toekomst had.

Nu hoeven we niet te ontkennen dat machtsuitbreiding het dominerend beginsel van Constantijns politiek was, maar het ligt toch nog iets gecompliceerder. De laatste decennia groeit onder historici het inzicht dat de keizer op zijn manier oprecht overtuigd was van het christelijk geloof.

Aan deze kant staat ook Henk Singor met een nieuwe biografie: 'Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk'. De schrijver laat overtuigend zien dat het hier om een vals dilemma gaat. Constantijn was namelijk tot de conclusie gekomen dat de god van de christenen machtiger was dan de oude pagane goden en dat de dienst van deze god hem dus meer politiek succes zou opleveren.

Dat Constantijn vaak van opportunisme is verdacht valt te verklaren vanuit zijn planmatig kersteningsbeleid. Aanvankelijk (volgens Singor kunnen we Constantijn vanaf 312 christen noemen) laat de keizer in het openbaar nog niet zoveel van zijn bekering merken. Verwijzingen naar de christelijke God zijn vaag en veelal dubbelzinnig. Maar gaandeweg, als de kerk in kracht toeneemt en er weinig verzet uit de pagane wereld komt, legt hij zijn kaarten duidelijker op tafel. De kerken krijgen financiële steun, heidense offers worden verboden en de oude tempels worden gestript ten behoeve van de kerkbouw.

Dat was wel een revolutie, om een woord uit de titel te gebruiken. Het christendom wordt nu de drijvende kracht in het Romeinse Rijk. De hiërarchie van de kerk wordt gevestigd, de kerkbouw neemt in oost en west een aanvang, Constantinopel wordt gesticht, zondagswetten uitgevaardigd, allemaal beslissingen die tot nu toe doorgewerkt hebben. Singors pretendeert dan ook dat het gaat over "de enige werkelijke revolutie die zich in de Europese geschiedenis tot nu voltrokken heeft".

In een lange aanloop laat de auteur de voorgeschiedenis van Constantijns omwenteling zien. Hij concludeert dat het christendom in het Romeinse Rijk toch wel had gewonnen, maar dat de keizer dit proces versnelde. De grote aantrekkingskracht van de kerk lag in de zorg voor armen, zieken en doden. Anders dan concurrerende religieuze genootschappen stond zij open voor iedereen. En het verhaal was sterk: het christelijk geloof was allesomvattend en zingevend, vanaf het begin van de geschiedenis tot het komende einde.

Deze biografie is geschreven 'voor een algemeen publiek', niet voor specialisten in de geschiedwetenschap. Singor voegt zich hiermee in het rijtje populair-wetenschappelijke schrijvers over de Oudheid: Fik Meijer, Anton van Hooff en Jona Lendering. Vergeleken met deze auteurs zit hij dichter bij het wetenschappelijke dan bij populaire genre. Zijn werk is grondig en het is veel wat hij biedt. Minder dan de genoemde auteurs beheerst Singor de kunst van het weglaten. Maar het blijft leesbaar.

Statistisch gezien moet een boek dat zoveel biedt wel wat fouten en uitglijders herbergen. Toch valt hier weinig te corrigeren. Wel dat de kinderdoop niet pas in de vierde en vijfde eeuw opkomt, want Tertullianus schrijft er rond 200 al over. En Singor spreekt wat anachronistisch over 'een orthodoxe joodse minderheid' in een tijd dat het jodendom nog een heterogeen geheel was van groepen die zichzelf allemaal even orthodox vonden.

In de epiloog maakt Singor de balans op: het christendom is grotendeels een schepping van de Oudheid en niet de tegenpool ervan. Het heeft ons een stelsel van waarden en normen gegeven dat nog steeds doorwerkt: afwijzing van het egoïsme, zorg voor hulpbehoevenden, fundamentele gelijkheid van alle mensen, nadruk op plicht en geweten. Dat de westerse wereld, hoe geseculariseerd ook, een schuld- en geen schaamtecultuur kent, komt volgens hem daarvandaan.

Henk Singor: Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk. Ambo/Anthos; 492 blz. euro 29,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden