De maanreis versterkt een zeer bepaalde angst

Op de BBC zag ik een documentaire over Neil Armstrong, de eerste mens op de maan, die afgelopen zomer op 82-jarige leeftijd overleed na een mislukte hartoperatie. De documentairemakers zeiden het niet, maar je zou denken: zo'n hartoperatie is toch een makkie vergeleken met een reis naar de maan? Maar onderschat het menselijk lichaam niet.

Zijn broer haalde in ieder geval één mythe uit de lucht. Armstrongs historische woorden toen hij de maan betrad 'That's one small step for man, but a giant leap for mankind' borrelden niet zomaar op in het dichterlijke gemoed van deze koelbloedige man. Hij had ze zorgvuldig op papier gezet en kort voor de maanlanding aan zijn broer laten lezen toen ze samen een spelletje Risk speelden. Koelbloedig was hij, maar het grammaticale foutje zullen we toch moeten toeschrijven aan een innerlijke tremor waar hij niet aan ontkwam tijdens deze eenmalige gebeurtenis, die wereldwijd een diepe indruk maakte.

Ik was in Parijs, in een of andere zaal van de Sorbonne, waar we uren hadden zitten wachten op de nogal onduidelijke beelden. Toen hij eindelijk zijn ongelooflijke stap gezet had begon iedereen te juichen en te huilen. In de daarop volgende maanden keken we ondanks die aanvankelijke emotie toch met enige ergernis naar de maan, omdat er nu een Amerikaanse vlag op stond. Ja, flauw, maar we zaten met de Vietnamoorlog in onze maag.

Armstrong had het vermogen om ook de ergste dingen bij zich te houden. Waar andere mensen het zouden uitschreeuwen van angst of pijn of wanhoop daar bleef hij rustig en zwijgzaam. Zijn eerste echtgenote zei vergoelijkend: 'He didn't talk about much.' Dat werd niet beter na het verlies van zijn twee jaar oude dochtertje Karen aan een hersentumor, een verlies dat hij volgens sommigen nooit te boven kwam.

Het ongelofelijk spannende van die eerste maanvluchten wordt vooral veroorzaakt door het feit dat er een aantal manoeuvres moest worden uitgevoerd die in één keer goed moesten gaan, anders zou de zaak in een ramp eindigen. Zo moet je de baan om de aarde met een zeer nauwomschreven snelheid op een zeer specifiek moment verlaten om 300.000 kilometer verder te worden ingevangen door de zwaartekracht van de maan. Als je dit niet goed mikt, dan schiet je de maan voorbij, richting diep heelal, tot nooit meer ziens. Of je slaat te pletter op het maanoppervlak.

Maar het angstigste was natuurlijk de afdaling naar het maanoppervlak in de Lunar Module die zich had losgemaakt van het moederschip. Nu kon Houston niets corrigeren en moest Armstrong het zelf doen. Op weg naar beneden kregen ze computer-alarmcode 1202. Het was op dat punt nog altijd mogelijk de landing te onderbreken, maar ze daalden verder terwijl Houston uitzocht wat 1202 betekende. Stel je voor, je zit na 300.000 kilometer op een paar duizend meter van je doel af en dit rode lampje gaat flitsen zonder dat je weet wat het betekent.

Armstrong vertelde zijn grootste zorg bij de landing jaren later aan zijn broer: hoe diep zou de stoflaag zijn op de maan? Hoeveel korreltjes waren daar vanuit het heelal gedurende vele duizenden miljoenen jaren neergekomen? In een metersdikke stoflaag zouden ze wel kunnen landen, maar of ze daar ooit weer uit zouden kunnen opstijgen? Al gauw bleek 1202 ongevaarlijk. Het kwam doordat Armstrong tegelijk twee radarsystemen had geactiveerd, eentje voor landen en eentje voor abrupt opstijgen bij onraad en dat kon de computer niet aan.

Hij bleef kalm en had nog dertig seconden brandstof toen de landingsplek hem niet aanstond en hij nog even verder vloog op zoek naar een beter plekje. Er keken op dat moment 660 miljoen mensen mee en al zal hij dat niet ervaren hebben, een andere omstandigheid moet hem wel als een strop om de hals hebben gezeten. Eén fout of technische hapering bij dit afdalen, en straks het opstijgen, en hij en Buzz Aldrin zouden niets anders kunnen doen dan de dood afwachten op de maan. Mike Collins kon hen vanuit het moederschip niet komen halen. Dat was trouwens ook de grootste angst voor Collins, de mogelijkheid dat hij alleen naar de aarde zou moeten terugkeren.

Voor Armstrong bleek het in de jaren na de maanlanding een moeizame opdracht om zijn plaats in de wereldgeschiedenis als 'de eerste mens op de maan' van zich af te schudden. Hij zag de maanreis vooral als een moeilijke operatie met gecompliceerde voertuigen onder bijna onmogelijke omstandigheden. Collins zegt graag dat hij in de ruimte erg van de aarde is gaan houden. André Kuipers zegt dat ook. Als thuisblijver ervaar ik de maanreis vooral als een onderneming die een zeer bepaalde angst versterkt. De Britse filosoof Bertrand Russell haalde indertijd zijn schouders op over het feit dat we op de maan slechts in de vensterbank van onze woning stonden. Maar ik vind dat we op de maan ineens heel ver een duikplank opgelopen zijn boven een oneindig diepe afgrond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden