De maakbare dood wint terrein

'Een oudere doet onevenredig veel beroep op de gezondheidszorg. Draagt dus bij aan de gigantische kostenstijging. Produceert weinig. Je moet stevig in je schoenen staan om bij dit soort argumenten je eigenwaarde te behouden.' Beeld Irma Bulkens, HH

INTERVIEW | Tien jaar na invoering van de Nederlandse euthanasiewet zijn wantoestanden, die sommige tegenstanders vreesden, uitgebleven. Dat bleek deze week uit een evaluatie. Wel zijn ondertussen weer enkele taboes aan het wankelen gebracht.

"Euthanasie is niet goed voor je ziel." Dit zei een bevriende arts een tijdje terug tegen Hans Achterhuis, Denker des Vaderlands. "Een perfecte samenvatting van mijn eigen opinie over euthanasie: soms noodzakelijk, altijd ingrijpend, maar voor degene die het uitvoert zo confronterend dat het eigenlijk te veel is om aan een arts te vragen."

Uit het vijfde landelijke sterfgevallenonderzoek bleek deze week dat er in 2010 bij 3850 patiënten euthanasie is uitgevoerd. Dat is 2,8 procent van alle overledenen. Het is meer dan in 2005, toen dat aandeel nog op 1,7 procent lag. Maar ook is duidelijk dat de euthanasiewet, die in 2002 werd ingevoerd, niet geleid heeft tot een schrikbarende toename van het aantal euthanasiegevallen.

Palliatieve zorg
"Gelukkig niet", zegt Achterhuis. "Je ziet een groei van de palliatieve zorg, pijn- en symptoombestrijding in de laatste levensfase, die ik, net als Bert Keizer in deze krant van 12 juli, positief beoordeel. De kennis hierover en de bekendheid ermee lijken zowel bij artsen als patiënten toegenomen."

Zeventien jaar geleden publiceerde Hans Achterhuis met onder anderen schrijver Willem Jan Otten en jurist Tom Schalken het boek 'Als de dood voor het leven'. In deze bundel richtten zij hun pijlen op psychiater Boudewijn Chabot, die de vijftigjarige Netty Boomsma had geholpen bij haar zelfdoding. De zaak kwam voor de rechter en in juni 1994 bepaalde de Hoge Raad dat professionele hulp bij zelfdoding van mensen die niet lichamelijk lijden onder bepaalde omstandigheden is toegestaan. Na het arrest-Chabot was er, volgens de opstellers van de bundel, "in de euthanasiepraktijk onmiskenbaar iets veranderd."

Hoewel het aantal euthanasiegevallen nu dus niet spectaculair lijkt te stijgen, is er in ons denken over de dood afgelopen jaren nog veel meer veranderd. Op 9 februari 2010 lanceerde de initiatiefgroep 'Uit vrije wil', met daarin bekende Nederlanders, het burgerinitiatief Voltooid Leven, dat legalisatie nastreeft van stervenshulp aan ouderen die hun leven voltooid achten. 'Uit vrije wil' legt de leeftijdsgrens bij zeventig jaar. Het initiatief kan politiek nog geen vuist maken, maar kreeg in korte tijd wel ruim honderdduizend steunbetuigingen. Daarbij kwam de euthanasiekliniek, die in maart 2012 in Den Haag geopend werd. En inmiddels is euthanasie bij demente bejaarden, tot voor kort een taboe, bespreekbaar geworden.

Hoe moeten we deze veranderingen interpreteren? Is dit het befaamde hellend vlak, dat eindigt in bejaardenmoord, zoals de voormalige Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum het Nederlandse euthanasiebeleid bondig samenvat?

"Ik ben dubbel", zegt Achterhuis. "Er vinden inderdaad nog steeds verschuivingen plaats, ook in mijn eigen denken. Maar een hellend vlak is mij te negatief geformuleerd. Wij schreven ons boekje destijds tegen Boudewijn Chabot. De manier waarop hij zich sindsdien in de stervenspraktijk in Nederland heeft verdiept, is bewonderenswaardig. Prachtig gedocumenteerd en vol respect beschrijft Chabot hoe 'versterven' onderdeel kan zijn van een normaal stervensproces waarbij de patiënt steeds minder behoefte krijgt aan eten en drinken. Het lichaam, zo blijkt uit zijn onderzoek, vraagt er dan ook niet meer om, of stoot het zelfs af. Chabot laat ook zien dat versterven een bewuste keuze kan zijn. Door het lichaam vocht en voedsel te onthouden gaat het de eigen, resterende voorraden aanspreken totdat het uitgedroogd is. Afhankelijk van de conditie, sterft een terminale patiënt zo meestal binnen een à twee weken.

"Toen wij destijds ons schotschrift schreven was over 'versterven' nog nauwelijks iets bekend, laat staan dat het in praktijk gebracht werd. Het klinkt wat vreemd, maar ik zou het zeer toejuichen als deze manier van sterven opgang maakt."

Gelooft u werkelijk dat dit zal gebeuren?
"Nee, en dat is de andere kant. De historicus Philippe Ariès heeft verschillende wijzen van doodgaan in de westerse samenleving beschreven. Hij noemt onder meer de preoccupatie met 'de eigen dood' uit de veertiende en vijftiende eeuw, het treuren om 'de dood van de ander' uit de vroeg moderne tijd, en 'de verboden dood' van de twintigste eeuw. De Mexicaanse filosoof Ivan Illich onderscheidde voor de moderne tijd ook nog 'de natuurlijke dood' en 'de technische dood onder intensive care'. In de jaren negentig stelden wij dat zich nu een volstrekt nieuwe dood aandiende: de maakbare dood.

"Deze maakbare dood wint ook terrein, misschien nog wel veel meer dan het 'versterven' van Chabot. Dat zie je aan zo'n initiatief als 'Uit vrije wil' of het ontstaan van een euthanasiekliniek in Den Haag. Vanaf zeventig jaar zelf mogen beslissen of je leven voltooid is - dat is de maakbare dood in optima forma.

Dit doet mij onmiddellijk denken aan de utopieën van Tomas More en Francis Bacon, die in de zestiende en zeventiende eeuw hun ontwerpen voor een toekomende samenleving schetsten. In al die ontwerpen komt euthanasie voor. In More's Utopia wordt een ongeneeslijk zieke door priesters en magistraten vriendelijk doch dringend verzocht euthanasie te plegen: 'Zie het onder ogen, u zult nooit meer in staat zijn een normaal leven te leiden. U bent alleen uzelf en anderen tot last... Omdat uw leven louter ellende is, zou u niet moeten aarzelen te sterven. Stem toe, en wij zullen u uit uw martelingen verlossen.'"

Nu draait u de zaak om: bij More bepaalt iemand anders of een leven voltooid is. In onze tijd zouden wij uit vrije wil zelf moeten kunnen bepalen of het leven voltooid is. Als autonome, mondige mensen.

"Ik betwijfel of dit een tegenstelling is. Het lijkt me niet gek enigszins wantrouwend te staan tegenover wat wij zelf, zogenaamd autonoom, menen te willen. Een paar jaar geleden verscheen het boek 'De moderne dood' van de Zweedse schrijver Carl-Henning Wijkmark. 'De moderne dood' is een utopie of eerder een dystopie waarin euthanasie verplicht is voor iedereen boven de vijfenzeventig. Dit als oplossing voor de toekomstige problemen van de Zweedse verzorgingsstaat, die door de vergrijzing onbetaalbaar is geworden.

"Wijkmark vertrekt vanuit een aantal ideeën over de financiële grenzen aan de zorg die de meeste mensen zullen delen. Doordat hij deze ideeën consequent doortrekt, ga je je als lezer onontkoombaar afvragen wat er eventueel mis mee is. Zo verging het mij in elk geval. In 'De moderne dood' komen vergezichten voor die mij onpasselijk maken. Maar, zo vroeg ik me tijdens lezing af, welke argumenten heb ik om ze af te wijzen?

"Als je deze gedachtes al hebt bij het lezen van een boek, denk je dat je dan autonoom kunt beslissen over een voltooid leven, of zou het zo kunnen zijn dat ouderen, misschien deels onbewust, hun leven voltooid gaan vinden vanwege dit soort argumenten? Een oudere doet onevenredig veel beroep op de gezondheidszorg. Draagt dus bij aan de gigantische kostenstijging. Produceert weinig. Je moet stevig in je schoenen staan om bij dit soort argumenten je eigenwaarde te behouden."

Kunnen we hier iets aan doen?

"Ik denk dat we een nieuwe ars moriendi moeten ontwikkelen, een kunst van het sterven."

Meer nadenken over de dood.

"Nee, dat juist niet. Eerder over het leven, over het einde ervan.

"Plato zei: filosofie is de kunst om te leren sterven. De geschiedenis van de filosofie is sterk op de dood gericht, van Plato tot Heidegger. Dat heeft die geschiedenis wat mij betreft negatief bepaald.

"Ik geloof ook niet in sterven als levenskunst, zoals dat in de filosofie van iemand als Joep Dohmen naar voren komt. Hij ziet de dood als scheppende daad waarmee jouw leven als kunstwerk voltooid wordt. Dat lijkt me een veel te optimistische en naïeve visie op doodgaan.

"Met een ars moriendi doel ik veel meer op wat Boudewijn Chabot heeft gedaan, onderzoeken wat de mogelijkheden van sterven zijn, en op welke manier de patiënt daarin zelf een rol kan spelen. En of de arts bij deze vorm van versterven niet een meer voorlichtende rol kan spelen, in plaats van uitvoerende.

"Bij het onderzoek naar een stervenskunst wil ik ook wijzen op het werk van Anne-Mei The, die zowel antropologisch onderzoek in verzorgingstehuizen als over de euthanasiepraktijk heeft verricht. Ze pleit ervoor om de onderwerpen vergrijzing, zorgkosten, levensverlenging en euthanasie niet versnipperd aan de orde te stellen, maar ze in breder maatschappelijk verband te bespreken. Wij hebben alle mogelijkheden, ook financieel, om van zeer oude mensen door middel van uiterst kostbare operaties het leven een paar weken te verlengen. We hebben weinig mogelijkheden hen vervolgens goed te verzorgen. Om na die paar ellendige weken de arts te verzoeken alsnog euthanasie te plegen.

"We moeten onderzoeken of onze manier waarop we met ouderen omgaan niet zo ellendig is dat wij allemaal, bijna stilzwijgend, erkennen dat je beter voor de dood kunt kiezen dan voor een verhuizing naar het verpleegtehuis. Als dat zo is, moet er iets grondig veranderen aan onze zorg voor ouderen. In die verandering spelen de maakbare dood en de arts slechts een geringe rol."

 
Een hellend vlak, dat is mij te negatief geformuleerd
 
We moeten een nieuwe kunst van het sterven bedenken
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden