De lustoorden van Den Haag en Leiden

boekbesprekingen | De natuur kent vele gezichten. Dit keer over vogels, vissen en buitenplaatsen.

Er is nogal wat gesloopt de afgelopen eeuwen. Vanaf het begin van de 17de eeuw moeten er rond Leiden en Den Haag honderden voorname, chique buitenplaatsen zijn geweest, waar rijke kooplieden, gefortuneerde bestuurders, intellectuelen, artsen en adellieden zich - vooral in de zomermaanden - verpoosden.

De grote huizen met hun weelderige tuinen en parken stonden in Wassenaar en Voorschoten, aan de rand van Delft en bij Rijswijk, in het Westland (Loosduinen) en langs de Vliet en andere trekvaarten van en naar Leiden. Ze hebben lang niet allemaal de tijd overleefd. Er zijn er nog zo'n zestig over. Bekende, zoals Clingendael (Den Haag), Hofwijck (Voorburg), Duivenvoorde (Voorschoten) en onbekende, zoals Calorama (Noordwijk-Binnen), Oostergeest (Warmond) en Middenburg (Voorburg).

Kunsthistoricus René Dessing beschrijft een kleine veertig van de overgebleven lustoorden in zijn boek 'Haagse en Leidse buitenplaatsen. Over landelijke genoegens van adel en burgerij'. Het is een uitbundig geïllustreerd boek, gemaakt met subsidie van de provincie Zuid-Holland en het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Dessing schreef eerder over de Amsterdamse buitenplaatsen. De auteur heeft zich toegelegd op het beschrijven en beschermen van dit culturele erfgoed. Hij was in 2012 initiatiefnemer en organisator van het themajaar van de historische buitenplaatsen.

Het boek biedt een rijkdom aan historische informatie over de buitenplaatsen, maar geeft de lezer ook tips voor een bezoek. Ook al zijn lang niet alle huizen toegankelijk, de tuinen en parken zijn dat vaak wel.

Dessing is oprichter van de stichting Kastelen, historische Buitenplaatsen en Landgoederen, die op een website (skbl.nl) informatie verstrekt over honderden kastelen en buitenplaatsen in Nederland die te bezoeken zijn.

René W. Chr. Dessing: 'Haagse en Leidse buitenplaatsen. Over landelijke genoegens van adel en burgerij', Uitg. Kantoor Verschoor Boekmakers, Heemstede, 232 blz., euro19,95

Pareltje op de plank vol vogelboeken

Een boekenplank vol met nieuwe boeken over vogels is er dit najaar verschenen. Het gaat maar door. Maar het werk van Kester Freriks over zeldzame vogelsoorten van de Lage Landen is beslist een pareltje in die baaierd van boeken.

Freriks schreef romans, essays en verhalen, maar bovenal is hij een bezield vogelkenner. Hij werd vogelliefhebber door de beroemde Petersons Vogelgids, tiende druk, die hij in 1969 van zijn ouders kreeg. Zonder die gids was 'Het nieuwe vogels kijken' nooit geschreven, aldus Freriks.

Zijn boek gaat over de vermetele, waaghalzerige zwervers van het luchtruim, zoals hij ze beschrijft, de nomadische vagebonden, de marathonvogels die vaak als eenling duizenden kilometers afleggen en plots in de Lage Landen opduiken.

Vogels behoren niet één land toe, maar ze komen uit alle verre streken, leerde Freriks van de Amerikaanse schrijver en vogelaar Noah Strycker. Die zag in januari 2015 de huismus in Ushuaia (Argentinië), de zuidelijkste stad ter wereld. "Eén van de meest voorkomende en 'allergewoonste' vogels als de huismus komt ook aan de andere kant van de aarde voor. Deze observatie heeft mijn denken over vogels veranderd."

Dit boek is een aanvulling op zijn in 2009 verschenen boek 'Vogels kijken', waarin hij 300 bekende Nederlandse vogelsoorten beschreef. 'Het nieuwe vogels kijken' gaat over de zeldzame doortrekkers. Vanaf het begin van de negentiende eeuw zijn er in Nederland en België in totaal ruim 500 vogelsoorten waargenomen, de zeldzamere 215 bespreekt hij in dit mooie, stijlvol vormgegeven boekje. Daarmee heeft Freriks nu het hele vogelrijk van de Lage Landen beschreven.

Wat opvalt zijn de prachtige illustraties van de 215 vogels, afkomstig uit de Iconographia Zoologica, uit de collectie van de Artis Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Daar vind je ze allemaal, schrijft Freriks: 'Geen vogel zo zeldzaam of hij is neergestreken in de Artis Bibliotheek.'

Kester Freriks: 'Het nieuwe vogels kijken. Tweehonderd en meer zeldzame vogelsoorten in de Lage Landen', Uitg. Athenaeum, gebonden, 272 blz., euro24,99

De biografie van de platvis voor het volk

Van alle platvissen is de schol de ons meest vertrouwde. Minder exquise dan de tarbot en goedkoper dan de tong - de schol is de platvis van het gewone volk. Toch is de vis interessant genoeg voor een heuse biografie, bewijzen evolutiebioloog Roelke Posthumus en marien bioloog Adriaan Rijnsdorp met 'Schol in de Noordzee'. De schol wordt al honderden jaren bevist en er is ook veel onderzoek naar gedaan, genoeg stof dus voor ruim 270 pagina's. Over hoe de vis is toegerust voor een bestaan op de zeebodem bijvoorbeeld. En hoe het jagen op deze vis zich steeds verder ontwikkelde. Wie denkt dat de natuur standaard de beste oplossingen kiest, komt bij de schol bedrogen uit. De platvis start zijn leven bijvoorbeeld als 'gewone vis', torpedovormig, met de ogen aan de zijkant. De kenmerkende platte vorm, met de ogen bovenop, verkrijgt de schol wat later, binnen twee weken nadat de larve uit het ei is gekomen. Een metamorfose die de interne huishouding enorm overhoop moet halen, want schedel, bek en organen blijven daarbij niet buiten schot. Aardige kennis, die je bij de visboer toch met andere ogen naar dat simpele scholletje doet kijken. Daar ligt een wondertje in de vitrine.

Ondanks alle scholonderzoek is nog veel in nevelen gehuld. De schol is voor de voortplanting trouw aan zijn paaigrond, maar hoe de vis daar belandt, vanuit de voedselrijke gebieden honderden kilometers verderop, is een raadsel. Hoe bepaalt de vis zijn zwemrichting? En hoe weet hij bij welke golfstroom aan te haken om op de plaats van bestemming te belanden? Of de schol terugkeert naar zijn geboortegrond, is evenmin bekend.

Een boek over de schol kan natuurlijk niet zonder benoeming van de grote bedreigingen. De schol werd al in de 16e eeuw vermeld in het Visboeck van de Scheveningse vishandelaar Adriaan Coenen - een boek waarvan nog slechts één exemplaar rest, online te raadplegen bij de Koninklijke Bibliotheek. Maar de schol is lange tijd ook te zwaar bevist, waarbij steeds jongere exemplaren uit het water zijn gehaald zonder dat die voor voldoende nazaten konden zorgen. Dat dwong de politiek tot ingrijpen, met regulering en vangstbeperking als resultaat.

Het gaat nu beter met de soort, maar echt duurzaam is de visserij nog allerminst, schrijven Rijnsdorp en Posthumus. Daarnaast wordt zeewater door klimaatverandering warmer en warm water bevat minder zuurstof, wat de ontwikkeling van de schol verder beperkt. Dus of de Noordzee de habitat van deze opmerkelijke vis blijft, is onzeker.

Roeke Posthumus en Adriaan Rijnsdorp: 'Schol in de Noordzee, Een biografie van de platvis en de Nederlandse visserij', uitgeverij Atlas Contact, 272 blz, euro21,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden