de Luipaardhaai: Speurneus die onder water de weg weet

De halfjaarlijkse vogeltrek, de trek van monarchvlinders, het oriëntatievermogen van de postduif, de vraag hoe rondtrekkende zoogdierkudden hun weg vinden; de ecologie van dierentrek is een nog altijd met veel raadselen omgeven tak van wetenschap. Wij mensen, ook een nijver trekkende diersoort, hebben het gemakkelijk; we hadden vroeger vanuit de verte zichtbare torens van kerken die steevast met hun kont naar het oosten stonden ('georiënteerd') of we volgden wegen, rivieren en bergkammen. Later kwamen daar richtingborden bij, ANWB-panelen boven de snelweg, landkaarten op iedere mogelijk denkbare schaal en tegenwoordig kunnen we helemaal niet meer verdwalen dankzij TomTom en Google Maps op de smartphone. Op zee had je altijd nog de sterren om te schieten en een kompas om het gebrek aan dorpskerkjes te compenseren.

Maar de zee is diep en ook daar leven dieren, die in het pikkedonker hun weg moeten vinden - en dat ook doen. Hoe doen ze dat? Amerikaanse biologen publiceerden onlangs een artikel over het oriëntatievermogen van de luipaardhaai, een middelgrote soort die langs de westkust van de Verenigde Staten en Mexico leeft. Hun artikel, dat verscheen in het online-tijdschrift PLOS One, begon met de simpele constatering (vertaald): "Het is een doorlopend mysterie hoe dieren de weg vinden in de constant in beweging zijnde en visueel eentonige diepzee, vaak in een rechte lijn tussen verafgelegen plekken." De voor mensen ongevaarlijke luipaardhaai Triakis semifasciata krijgt het voor elkaar. Hij ruikt waar hij heen wil, zo bleek. Nu wisten we al dat haaien goed onder water kunnen ruiken (ze hebben potentiële prooien van grote afstand in de gaten en men beweert dat ze bloed in een verdunning van één op een miljoen kunnen ruiken), maar dat ze hun met schuurpapier beklede neus ook gebruiken als onderwater-tomtom is nieuw.

De onderzoekers vingen haaien vlak voor de kust van Californië en lieten ze ver in zee weer los. Bij een deel werden de neusgaten dichtgemaakt met een propje watten met vaseline (dat na een tijdje weer uiteenvalt), een ander deel werd om ze te foppen op exact dezelfde manier behandeld maar kreeg geen propje, en een derde groep werd gewoon losgelaten zonder behandeling. Alle haaien waren voorzien van een zendertje. Voor het loslaten werden ze volkomen gedesoriënteerd; het aardmagneetveld werd tijdens transport verstoord, de haaien werden in het donker vervoerd in zeewater van de plek waar ze gevangen waren. Vlak voor het loslaten voer het schip nog een paar achtjes om er echt zeker van te zijn dat de luipaardhaaien volledig de kluts kwijt waren.

Het was de ultieme zomerkampdropping. En wat bleek? De haaien die konden ruiken, zwommen over het algemeen terug naar de kust en de haaien met een wattenpropje in de neus raakten gemiddeld flink de weg kwijt. Conclusie: deze haaien vonden hun route doordat ze de plek van bestemming konden ruiken.

Je kunt je natuurlijk afvragen wat deze wetenschap nu eigenlijk toevoegt. In feite is het gewoon pure nieuwsgierigheidsbevrediging, maar nieuwsgierigheid is de moeder van alle wetenschap - en dus van veel kennis. En daar is niets mis mee.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden