De Lubbingers hebben de markt ontdekt

Het Drentse gehucht Lubbinge, zeven families klein, gaat zichzelf bedruipen. Het wordt met geld uit Europa één groot gemengd bedrijf, zeg maar 'een kleine supermarkt'. Een voorbeeld van klein Drents ondernemerschap.

Voor de zes kleine bedrijven van de Drentse agrarische buurtschap Lubbinge, zag de toekomst er somber uit. Groei zat er niet in. Maar alles wordt anders. ,,Nu gaan we beperkingen omzetten in prima marktkansen'', zegt consultant Harry Marissen aan de keukentafel van de familie Benning.

Lubbinge, tussen Hoogeveen en Zuidwolde, begrensd door essen, grasland en bossen, telt zeven families die leven van de land- en tuinbouw. De meeste ondernemers zijn nog vrij jong. Allemaal pachten ze gebouwen en landerijen van een grootgrondbezitster uit de buurt, een situatie die vrijwel geen uitbreidingsmogelijkheden biedt.

Jannie Benning klaagt daar niet over, ze bekijkt het zelfs van de positieve kant: de boerderijen behouden hun authentieke uitstraling en dat maakt het landschap extra aantrekkelijk. Maar om het economisch perspectief te verbeteren, moest er wel iets gebeuren. ,,Anders zou de boel verpauperen'', zegt Frens Benning, die zich altijd op z'n gemak heeft gevoeld bij kleinschaligheid.

Jannie en Frens Benning (allebei 54 jaar) hebben een kaasmakerij, terwijl hun zoon op hetzelfde bedrijf melkvee houdt. Zo'n twee jaar geleden vroeg de provincie Drenthe Jannie Benning met voorstellen te komen, omdat er Europees geld te verdelen was voor de ontwikkeling van het kwakkelende Zuid-Drentse platteland. Dat leidde er toe dat de Lubbingers, na lang beraad, besloten om nauw te gaan samenwerken in een 'zelfvoorzieningsschap'. Een haalbaar plan, bleek uit een vorige maand gepresenteerd onderzoek.

Elk bedrijf moet zich vergaand specialiseren en de bedrijven moeten aan elkaar producten en kennis leveren, zodat ze geld besparen. De individuele bedrijven blijven wel financieel zelfstandig. Jannie Benning, samen met haar zoon projectleider: ,,De buurtschap wordt in feite één groot gemengd bedrijf, zeg maar een kleine supermarkt.''

Nu nog zijn er drie bedrijven met melkvee, maar de quota zijn zo klein dat de fabriek hun melk straks niet meer zal willen afnemen. ,,Daarom gaat alles naar mijn zoon, die wordt dan goed voor ruim vijf ton melk per jaar'', vertelt Benning.

Zelf wil ze voor de zuivelproductie een groter deel van die melk verwerken. Het assortiment wordt breder: ze gaat kruiden en vruchten betrekken van de biologische groenteteler die sinds kort in de buurtschap woont. ,,En we willen een herkenbare, eigen kaassoort produceren: de grote Lubbinge, die zestig kilo weegt'', zegt haar man. ,,Zo kun je je ook smaaktechnisch onderscheiden.''

De schapenhouder met melkvee verderop, gaat zich straks geheel toeleggen op schapen. Onderzocht wordt nog of de wol, die nu nog elders wordt afgezet, in Lubbinge kan worden verwerkt. Ook wil de buurtschap gezamenlijk graan verbouwen, net als vroeger. De verpachter, die de plannen steunt, stelt grond in de omgeving beschikbaar. Het graan wordt gebruikt als voer, voor de stallen van de dieren en voor biologische mest.

Frens Benning begint binnenkort een vlees- en pluimveebedrijf. De koeien, varkens en kippen gaat hij voeden met gewassen die door de buurtschap worden verbouwd, vertelt hij. Een naburige slager, die zelf slacht, zal een deel van het rund- en varkensvlees in z'n winkel verkopen. Het zal ook te koop zijn als onderdeel van voedselpakketten, af te halen in de buurtschap.

Want de ondernemers zullen niet uitsluitend voor de eigen gemeenschap produceren, maar hoofdzakelijk voor consumenten uit de streek. Een aantal heeft nu al klanten die rechtstreeks kopen van het bedrijf, bijvoorbeeld in de kaaswinkel van de familie Benning, die principieel niet aan andere winkels verkoopt: ,,Dan verlies je de controle over je product.''

Van alles is bedacht om met een groter aanbod van 'eerlijke, gezonde' producten en met informatie over het bijzondere, 'transparante' productieproces de belangstelling van meer consumenten te wekken. De natuurvriendelijke hovenier gaat tuincursussen organiseren, en Lubbinge wil scholieren uit de omliggende plaatsen uitnodigen voor kijkdagen. Hopelijk komen die dan nog eens terug met hun ouders, zegt Jannie Benning.

Zelf wil ze een theeschenkerij en een pensionnetje beginnen. Zo kan Lubbinge ook meer toeristen trekken. Aanvullende inkomsten uit toerisme zijn nodig, heeft agrarisch adviseur Marissen becijferd.

Volgens Marissen, die zojuist met de Bennings een subsidieaanvraag heeft doorgesproken, is de provincie 'dolenthousiast'. Hij verwacht dat over een paar jaar de meeste plannen zijn verwezenlijkt.

Een probleem is nog wel dat de boerderijen aan een doorgaande weg liggen, en dat er hard wordt gereden. Dat kan gevaar opleveren voor bezoekers, zeker voor scholieren. Aan de gemeente De Wolden is daarom voorgesteld wildroosters te plaatsen en het 'bermbeheer' over te laten aan loslopende schapen. ,,Dat past beter bij dit gebied dan drempels.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden