De loopgraven van de clichés

Operahuis De Munt vroeg Nick Cave om een tekst en koppelde hem aan componist Lens en choreograaf Cherkaoui. Het resultaat maakt indruk.

Geweeklaag. Daar begint de opera 'Shell Shock' in Brussel mee. Koorleden boven in de loges jammeren en jeremiëren onbestemd terwijl het orkest beneden in de bak barse klanken van componist Nicholas Lens produceert. 'Shell shock', dat is de Engelse benaming voor het posttraumatische stress syndroom van soldaten die van een oorlog terugkeren. Het werk, dat vrijdag zijn wereldpremière beleefde, is de bijdrage van het operahuis De Munt aan de herdenkingen rondom de Eerste Wereldoorlog.

Lens (1957) componeerde al eerder opera's, maar voor choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui, die tevens als regisseur optreedt, is het genre nieuw. Net als voor rockstar Nick Cave, die op verzoek van De Munt het tekstboek schreef. Op papier is het een uiterst interessante constellatie van namen en talenten, een belofte die op donderdagavond tijdens een voorpremière niet overal en altijd werd ingelost. Met anderhalf uur is het geheel te lang om de spanning vast en vol te houden. Men is er evenmin aan ontsnapt om uit de loopgraven van de clichés te blijven. Het is vooral een opera over Oorlog met een hoofdletter O.

De ondertitel van de opera luidt 'A Requiem of War' en daarmee stappen de makers wel in héle grote laarzen rond. Benjamin Britten componeerde immers al een 'War Requiem'. Maar het moet gezegd dat de teksten van Cave - die nooit een oorlog meemaakte - zich kunnen meten met die van dichtersoldaat Wilfred Owen, waaruit Britten putte. Cave schreef twaalf canto's en laat die zingen door anonieme personages uit een oorlog: een verpleegster, een deserteur, een overlevende, een wees, een moeder, een vermiste. En hoewel de muziek van Lens zich af en toe soepel om Cave's woorden plooit, vraag je je onwillekeurig toch af hoe ze door hemzelf zouden zijn getoonzet. Lens lijkt soms niet te kunnen kiezen en wisselt schijnbaar willekeurig tussen enorme bakken herrie (waarin de balans met de zangers volledig zoek raakt), clichématig hedendaags gepruttel en welluidende hymne-achtige gezangen. Die laatste zijn onverwacht, maar zeker het aanhoren meer dan waard. Koen Kessels dirigeert een en ander met overzicht en weet de dansende en zingende solisten goed bij elkaar te houden.

Het decor is mooi, met drie achter elkaar geplaatste en beweegbare wanden. Ertussen worden loopgraven gesuggereerd en zijn er snelle en verrassende decorwisselingen. Prachtig hoe de van die wanden vallende lichamen van dansers in de choreografie zijn opgenomen. Als choreograaf is Cherkaoui (uiteraard) op zijn sterkst. De beelden die hij met zijn negen dansers en één danseres creëert zijn van een adembenemende schoonheid. Ze roepen herinneringen op aan 'Soldatenmis', het ballet dat Jirí Kilián voor het Nederlands Danstheater maakte.

Tussen de dansers bewegen zich de vijf zangers, die van Cherkaoui soms mee mogen dansen. Tenor Ed Lyon doet dat het best, en hij zingt ook nog eens bloedmooi. Mezzo Sara Fulgoni spuugt in het Canto van de Moeder het 'Fuck God' en 'Fuck the flag' overtuigend uit. Voor Claron McFadden schreef Lens vooral superhoge en dus helaas clichématige noten. En de slotscène met zingend kind komt gevaarlijk dicht bij 'het zigeunermeisje met traan'. Maar los van die clichés maakt 'Shell Shock' zeker indruk.

***

De Munt/'Shell Shock'

Nog t/m 2 november. www.demunt.be

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden